Dossier: 

2400 Amerikanen betrokken in Panama Papers

Gisteren publiceerde de New York Times de resultaten van hun Panama Papers onderzoek, waaruit blijkt dat 2400 Amerikanen gebruik maakten van de diensten van Mossack Fonseca. Waarom verschijnen deze resultaten pas twee maanden na de oorspronkelijke bekendmaking door het International Consortium of Investigative Journalists?

  • CC Daniele Pieroni (CC BY-SA 2.0)  Het financiële hart van New York blijkt meer verbonden met Panama dan eerst gedacht CC Daniele Pieroni (CC BY-SA 2.0)
  • Public domain (CC0) Complottheorieën van geheime betalingen of overheidsinvloed om VS-burgers uit de berichten te houden, deden de ronde. Public domain (CC0)

Soms zijn voorpagina’s opvallend omwille van wat ze niet schrijven. Zoals die van de New York Times op maandag 4 april 2016. Hoofdnieuws die dag was een diepgravend stuk over de verregaande corruptie in Brazilië. Het artikel zou zijn plaats zeker waard geweest zijn, ware het niet dat amper een dag eerder de Panama Papers verschenen waren, het allergrootste datalek rond belastingontduiking waaraan meer dan 370 journalisten een jaar lang werkten. Het was het grootste nieuws bij CNN, NBC, Guardian, The Financial Times en Bloomberg, om er maar enkele te noemen.

‘We hadden geen toegang tot de documenten, en dat is een heel groot probleem.’

Veel lezers wilden een verklaring voor het ontbreken van deze informatie in de NY Times en prompt werd dezelfde dag nog een blogpost gepubliceerd. Daarin reageert adjunct-hoofdredacteur Matt Purdy: ‘We zijn het onze lezers en onszelf verschuldigd om het materiaal zelf te onderzoeken. Dat zijn we nu aan het doen. We hadden geen toegang tot de documenten, en dat is een heel groot probleem.’ De krant wist namelijk niets af van de Panama Papers toen ze verschenen.

Twee maanden te laat

Ondertussen heeft de Times toegang gekregen tot de gelekte data en publiceerde het een uitvoerige longread gebaseerd op een maand onderzoek. Daaruit blijkt dat 2.400 Amerikanen via 2.800 offshorebedrijven klant waren bij Mosack-Fonseca.

Public domain (CC0)

Complottheorieën van geheime betalingen of overheidsinvloed om VS-burgers uit de berichten te houden, deden de ronde.

Toen de Panama Papers verschenen in april, was er eerst sprake van “minstens 36 Amerikanen”. Iets later bracht de website Fusion, één van de onderzoekspartners, het nieuws dat het zou gaan om 211 Amerikanen. Daarbij zei ze echter ook: ‘We hebben nog niet alle data kunnen onderzoeken.’

In de Panama Papers komen de namen van in totaal 14.000 cliënten voor. Rekening houdend met de rijkdom van (de burgers van) de Verenigde Staten, is het opzienbarend dat slechts 1,5 procent van Mossack Fonseca’s klanten Amerikaans zou zijn.

Dat deed complottheorieën ontstaan van geheime betalingen of overheidsinvloed om VS-burgers uit de berichten te houden. De NY Times nuanceert dat beeld nu: 2.400 van de 14.000 klanten brengt het Amerikaans aandeel op ongeveer 17 procent.

Niet uitgenodigd

Waarom brengt de Times dat nieuws nu pas? Het dagblad kreeg pas een maand nadat het verhaal publiek werd gemaakt toegang tot de 11,5 miljoen gelekte documenten. Hetzelfde geldt voor The Washington Post. Toen meer dan een jaar geleden het oorspronkelijk onderzoek naar de Panama Papers begon, werden de twee kranten namelijk niet uitgenodigd om mee te werken.

De Amerikaanse onderzoekspartners waren kleinere organisaties. Dat was een bewuste keuze van het ICIJ.

 

De verklaring ligt in de werkwijze van het International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ), dat voor de Panama Papers de samenwerking tussen meer dan honderd mediaorganisaties georganiseerd heeft. Onder hen bevinden zich heel wat grote kwaliteitskranten zoals Guardian in Groot-Britannië, Le Monde in Frankrijk en L’Espresso in Italië. In ons land werkten naast MO* ook De Tijd, Knack en Le Soir mee.

Op het eerste zicht lijkt het moeilijk te verklaren waarom de grootste Amerikaanse kranten geen onderzoek voerden naar de Panama Papers. De Amerikaanse onderzoekspartners van het ICIJ waren kleinere organisaties zoals de krant The Miami Herald of tv-zender Univision/Fusion. Dat blijkt een bewuste keuze van het ICIJ te zijn geweest.

Allesandro / Flickr - (CC BY-NC 2.0)

The Gray Lady and the leaks: werd de Times uitgesloten of had ze zelf geweigerd?

Radical sharing

‘De werkwijze van het ICIJ is gebaseerd op radical sharing. Veel kranten houden niet van dat concept. In 2013 hebben we met The Post gewerkt aan de Offshore Leaks. Dat was wel oké, maar we pasten niet zo goed bijeen. Daarom hebben we deze keer besloten met McClatchy (nieuwsgroep van o.a. The Miami Herald) in zee te gaan, zegt ICIJ-vicepresident Marina Walker tegen Nieman Journalism Lab.

Radical sharing is een distributiewijze waarbij de rijkdom van de gemeenschap [hier: de Panama Papers data] vrij beschikbaar is voor alle leden [hier: de verschillende media]. Daardoor wordt ieders behoefte bevredigd krijgt iedereen een eerlijk deel van de koek.McClatchy had geluk omdat ze het ICIJ eerder toevallig gevraagd had of de orgnisatie nog een project had lopen. ‘Daardoor hadden we een partner in de VS die startbereid was en akkoord ging met onze regels. We hadden ook nog kunnen proberen om grotere partners te overtuigen, maar eerlijk gezegd hadden we daarvoor niet genoeg tijd. We hebben het deze keer zelfs niet geprobeerd bij The Times of The Post.

Wikileaks weigerde

‘De trieste waarheid is dat geen enkele van de meest prominente en bekwame mediaorganisaties in de wereld geïnteresseerd was in het verhaal.’

 

Het blijft onduidelijk of de grote Amerikaanse kranten uitgesloten werden, of het verhaal bewust weigerden. De media hebben gefaald, stelt de anonieme klokkenluider “John Doe” in zijn statement van begin mei.

‘Ondanks andersluidende uitspraken, hebben enkele belangrijke media wel degelijk documenten uit de Panama Papers geïnspecteerd. Ze besloten er niet op in te gaan. De trieste waarheid is dat geen enkele van de meest prominente en bekwame mediaorganisaties in de wereld geïnteresseerd was in het verhaal. Zelfs Wikileaks antwoordde niet nadat ik hen herhaaldelijk contacteerde via hun anonieme tiplijn.’

In april, kort nadat de Panama Papers verschenen, had Wikileaks op zijn beurt het ICIJ opgeroepen om het gigantische datalek van 2,6 terrabyte integraal op de Wikileaks-website te publiceren. Via Twitter vroeg de organisatie haar volgers of dat een goed idee was: ‘Should we release all 11 million #PanamaPapers so everyone can search through them like our other publications?’ De overgrote meerderheid van Wikileaks-followers antwoordde -niet verrassend- positief.

Uiteindelijk contacteerde “John Doe” eind 2014 via geëncrypteerde chat de onderzoeksredactie van de Süddeutsche Zeitung, een krant met 1,12 miljoen lezers maar buiten Duitstalig gebied minder bekend. Waarom de klokkenluider net Süddeutsche Zeitung koos, wou Politico van Frederik Obermaier, één van de onderzoeksjournalisten van SZ, weten: ‘Daar antwoord ik liever niet op. We moeten onze bron beschermen.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift