Oceanen stikken in plastic afval

Geplastificeerde zeeën

Bijna tien miljoen ton plastic belandt elk jaar in de oceanen. Dat is nefast voor zeedieren en -planten, en op termijn ook voor de mens. Een simpele oplossing is er niet, maar er wordt vlijtig onderzocht wat werkt. ‘Er moet een paradigmashift naar duurzamere materialen komen.’

  • The Ocean Cleanup - (CC BY 2.0) Een testbarrière van het Ocean Cleanup-project wordt in positie gesleept vlakbij vulkaaneiland Pico in de Azoren, een archipel midden in de Atlantische Oceaan. (Maart 2014) The Ocean Cleanup - (CC BY 2.0)
  • National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA) - (CC BY 2.0) Noord-Pacifische vuilnisbelt. De kleurrijke stipjes geven het afval weer. National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA) - (CC BY 2.0)
  • National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA) - (CC BY 2.0) Een realistisch beeld van een “Garbage Patch”: geen plastic te zien. Toch zwemt het hier in hoge concentraties. De vervuiling valt vaak pas op als je water uit de zee schept. National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA) - (CC BY 2.0)
  • Oregon State University / 5Gyres (CC BY-SA 2.0) Microplastics meten tussen enkele nanometer en vijf millimeter. Oregon State University / 5Gyres (CC BY-SA 2.0)
  • © Juliane Noll Bioplastics zijn in te delen in drie soorten, bepaald door de grondstoffen en de composteerbaarheid. © Juliane Noll
  • © Juliane Noll © Juliane Noll

Op 10 januari 1992 belanden tijdens een storm negenentwintigduizend bad eendjes in de Stille Oceaan. Ze waren op een Grieks containerschip onderweg van Hong Kong naar de Westkust van de VS. In de daaropvolgende jaren vinden strandbezoekers bad eendjes terug op de kusten van Alaska, Hawaii en Schotland. Dat heeft oceanografen een schat aan informatie gegeven over de Noord-Pacifische zeestroom. Maar het toont ook aan dat plastic zich moeiteloos verspreidt over de oceanen. De kunststof verschijnt op de stranden van onbewoonde eilanden, vijfduizend meter onder de zeespiegel en in het arctische ijs.

150 miljoen ton

Niemand weet exact hoeveel plastic er door de wereldzeeën dwaalt. Een Amerikaanse studie uit 2015 schat niet hoeveel plastic er in het water zit, maar hoeveel er jaarlijks bijkomt. Alleen in 2015 zou het gaan om 9,1 miljoen ton die in zee zijn beland. Volgens de onderzoekers zal in 2025 maar liefst 150 miljoen ton plastic in de oceanen ronddrijven, als onze omgang met plastic niet verandert.

National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA) - (CC BY 2.0)

Noord-Pacifische vuilnisbelt. De kleurrijke stipjes geven het afval weer.

Ongeveer tachtig procent van het oceaanafval komt van het land. Dat blijkt uit een onderzoek van het Alaska Fisheries Science Center uit 1994. Vuilnis komt in de zee terecht via rioleringen of de wind, maar ook rechtstreeks door de mens, die bijvoorbeeld zijn afval op strand achterlaat. De scheepsvaart veroorzaakt de andere twintig procent: gezonken schepen, afgescheurde visnetten en afval dat al dan niet bewust overboord gaat. Vooral visnetten zijn een groot gevaar voor zeedieren en vogels. Ook door natuurrampen zoals tsunami’s of orkanen belanden grote hoeveelheden puin in zee.

‘Plastic moet zo dicht mogelijk bij de bron opgevangen worden: in de riolen, kanalen en rivieren.

Wereldwijd zijn er vijf ringvormige zeestromen die het afval naar zich toe trekken. Ze scheppen in hun midden grote vuilnisdraaikolken: gebieden waar afval in hoge concentraties rondzwemt. De bekendste drijvende vuilnisbelt bevindt zich tussen Amerika en Japan: de “Noord-Pacifische vuilnisbelt” (van het Engelse Great Pacific Garbage Patch – zie afbeelding hieronder). Door de media ontstaat de illusie dat het gaat om een gigantisch eiland van grote stukken dicht opeengepakt afval.

Hoewel plastic in hogere concentraties aanwezig is, bestaat de kunststofarchipel grotendeels uit millimetergrote stukjes die zich wijd verspreid hebben in het water. Omdat ze zo onopvallend zijn, is zo’n afvalgebied voor het blote oog nauwelijks zichtbaar. (Zie afbeelding lager) Ook op satellietbeelden verschijnt het niet. Qua grootte is er vaak sprake van ‘twee maal de staat Texas’. Dat is niet accuraat: de oppervlakte en concentratie van de zeevuilnisbelt veranderen constant. Het afvalgebied strekt zich soms uit van Tokio tot San Francisco.

National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA) - (CC BY 2.0)

Een realistisch beeld van een “Garbage Patch”: geen plastic te zien. Toch zwemt het hier in hoge concentraties. De vervuiling valt vaak pas op als je water uit de zee schept.

Plastic vissen

De wereldzeeën geraken overladen met plastic. Daarom werkt het Ocean Cleanup-project aan een installatie om de kunststof weer uit de oceanen te halen. Een honderd kilometer lange barrière van drijvers in de vorm van een V wordt in zee geplaatst. De zeestroming zorgt ervoor dat het plastic zich ophoopt op één punt, en elke anderhalve maand wordt het afval aan wal gebracht. Zo willen de bedenkers vanaf 2020 in tien jaar tijd bijna de helft van het plastic in de Noord-Pacifische vuilnisbelt opruimen.

De was van één fleecejas resulteert in bijna een miljoen vrijgekomen microvezels.

Via crowdfunding haalt de Ocean Cleanup in 2014 2,2 miljoen dollar op. Dat is ook te danken aan de grote media-aandacht die de 21-jarige CEO Boyan Slat genereert. Hij is amper achttien wanneer hij zijn idee voor het eerst aan de wereld voorstelt bij TEDxDelft. ‘Hij heeft vooral een groot charisma, dat heeft gezorgd voor een grote bewustwording bij de bevolking rond plasticvervuiling. Zelfs mijn tante en oma hadden er plots van gehoord’, zegt Nancy Fockedey, marien biologe en communicatiemedewerkster bij het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ).

Het model van Slat stuit ook op kritiek. ‘Plastic moet zo dicht mogelijk bij de bron opgevangen worden: in de riolen, kanalen en rivieren. Dan is de kunststof nog voldoende geconcentreerd. Eens in zee wordt dat veel moeilijker’, adviseert Colin Janssen, professor milieutoxicologie van de Universiteit Gent. Ocean Cleanup overweegt om met een spin-off van haar concept in een latere fase ook rivieren te zuiveren. Momenteel focust het project zich volledig op de vuilnisbelt in de Stille Oceaan.

Oregon State University / 5Gyres (CC BY-SA 2.0)

Microplastics meten tussen enkele nanometer en vijf millimeter.

Gevolgen van een fleecejaswas

Terwijl de Ocean Cleanup groter plastic wil opvissen – vuil van twee centimeter tot gigantische netten – focust de wetenschap zich de laatste jaren vooral op microplastics. De plasticstukjes van minder dan één millimeter worden pas sinds 2004 bestudeerd. Omdat al het plastic in de oceanen door zon en golfslag uiteindelijk verweert tot zulke stukjes, is het onderzoek van groot belang. De kleine deeltjes worden gemakkelijker opgenomen door dieren, die ze verwarren met voedsel. Wanneer te veel plastic zich in zijn lichaam verzamelt, zal het dier overlijden door verstikking of door blokkering van de maag. Via onder andere vissen belanden de microplastics ook in de voedselketen van de mens.

Grote cosmeticaproducenten hebben beloofd microplastics ‘op termijn’ te bannen - tot nu toe is er nog niets gebeurd.

Microplastics komen ook vrij wanneer kledij uit synthetische stoffen gewassen wordt. De was van één fleecejas resulteert in bijna een miljoen vrijgekomen microvezels volgens onderzoek van de Vrije Universiteit Amsterdam. Door hun schurende eigenschappen zitten microbeads in sommige tandpasta’s en cosmetica. Ze zijn zo klein dat ze niet volledig worden uitgefilterd door waterzuiveringsinstallaties, waardoor een deel in de rivieren en oceanen eindigt.

Het Europese MERMAIDS-project, dat nog loopt tot eind 2016, zoekt naar betere wasmiddelen en textielafwerkingen. Dat moet de hoeveelheid uitgestoten microplastics doen dalen met minstens zeventig procent. Grote cosmeticaproducenten zoals Unilever, L’Oreal of Johnson & Johnson hebben beloofd microplastics ‘op termijn’ uit hun producten te verwijderen. Tot nu toe is er echter nog niet veel veranderd: ze schuiven de deadline steeds weer op. In januari hebben de Verenigde Staten besloten microbeads vanaf juli 2017 te verbieden.

© Juliane Noll

Bioplastics: bedrieglijke term

Soorten plastics [zie hierboven]
Bio-PE; uit biologisch ethanol van suikerriet, mais of tarwe. Gebruikt in: auto-interieurs.
Bio-PET; dertig percent suikerriet en goed vormbaar. Gebruikt in: flessen.
Bio-PA of ‘bio-nylon’, uit wonderboomolie. Gebruikt in: müsliverpakkingen.
Bio-PTT; 37 percent biomassa, stijf en warmteresistent. Gebruikt in: sportkledij.
PLA, uit maïsplanten. Voedselveilig en ademend. Gebruikt in: coating van papieren koffiebekertjes, aardbeiverpakkingen.
PHA, uit suikers, vetzuren of zetmeel. Ook onder water afbreekbaar. Gebruikt in: chirurgische platen en schroeven.
PBS, uit biobarnsteenzuur van mais. Gebruikt in: bio-afbreekbare visnetten.
Zetmeelblends; mix van zetmeel met PLA, PHA, PBS of PBAT.Gebruikt in: composteerbare GFT-afvalzakken.
PBAT, flexibel en veerkrachtig. Gebruikt in: plastic zakken, folies.
PCL of ‘kunststofklei’, smelt al bij 60°C. Gebruikt in: modelbouw.
PE voelt vettig, weinig glans. Gebruikt in: snijplanken, boodschappentassen.
PP, stijf en bestendig tegen bacteriën. Gebruikt in: tuinstoelen, chipszakken.
PET, veilig en licht. Gebruikt in: flessen, synthetisch textiel.
‘We moeten de recyclage verder optimaliseren, want er gaat nog veel plastic verloren dat uiteindelijk in de oceanen of elders terecht komt. We kunnen de afvalcyclus beter sluiten door statiegeld voor bepaalde flessen te vragen. Dat kan mensen aanzetten om hun plastic flessen terug te brengen.’, zegt Ronny Blust, professor milieutoxicologie van de Universiteit Antwerpen. Navulbare PET-flessen kunnen probleemloos tot vijftig keer hervuld worden, waardoor ze veel langer meegaan. De flessen moeten wel telkens gewassen worden, wat een impact heeft op het milieu. In Scandinavië worden ze succesvol (her)gebruikt. Ook in Duitsland zijn zulke Mehrwegflaschen traditioneel populair. Recent verliezen ze echter aan populariteit, omdat producenten de overstap maken naar goedkopere wegwerpflessen.

Professor Janssen pleit voor een fundamentele verandering, zoals de Energiewende van vervuilende naar hernieuwbare energie: ‘Er moet een paradigmashift naar duurzamere materialen komen. Mensen moeten ervan overtuigd zijn dat plastic afval niet meer kan, omdat de wereld anders in de problemen komt. Daarvoor moeten ze het probleem eerst begrijpen. Tegelijkertijd moet de industrie inspanningen doet om vervangingsmaterialen voor plastic te vinden.’ Een vaak vermeld alternatief zijn bioplastics. Wie denkt dat het daarbij steeds gaat om plastic uit biologische grondstoffen die ook biologisch afbreekbaar zijn, slaat de bal mis. (zie afbeelding) Ook plastic op basis van fossiele brandstoffen zoals olie kan biologisch afbreekbaar zijn, en sommige plantaardige bioplastics zijn dat juist niet.

Veel “biologisch afbreekbaar“ plastic valt enkel uiteen op land bij een relatief hoge temperatuur. In vloeibare omgevingen, en des te meer in het zoute zeewater, hebben de meeste bioplasticsoorten nog steeds een lang leven. John Hanus van Konsortium Deutsche Meeresforschung: ‘De vereisten voor bioplastics zouden hoger moeten zijn. Ze moeten gebaseerd zijn op de beste wetenschappelijke kennis, en rekening houden met de impact op plastic wanneer het in zee terecht komt.’

© Juliane Noll

Ook fossiele plasticsoorten kunnen composteerbaar zijn, en sommige plantaardige bioplastics zijn dat juist niet.

Professor Janssen besluit: ‘Voor heel wat plastictoepassingen kunnen we beter terugvallen op bestaande stoffen. Een stuk vlees kan je bijvoorbeeld ook in papier verpakken.’

Een veelbelovend onderzoek uit 2014 heeft visnetten getest die in de zee afbreken. Dat zou ghost fishing kunnen voorkomen: afgescheurde visnetten zweven nog honderden jaren rond in het water, waardoor dieren erin gevangen raken en sterven. Omdat visnetten toch om de twee jaar vervangen worden, is de geleidelijke afbreuk van de bionetten geen probleem. Het enige struikelpunt blijft de hoge kostprijs.

Preventie

De G7 heeft vorig jaar beslist verder inspanningen te doen om plasticvervuiling te beperken. De afspraak is misschien weinig dwingend, maar het gaf het probleem meer media-aandacht. Volgens John Hanus (Deutsche Meeresforschung) moet de beweging verder gaan dan de G7: ‘Het moet een globaal initiatief worden, waarbij ook de opkomende industrieën en de ontwikkelingslanden betrokken worden. Enkel zo kan het probleem aangepakt worden.’ De niet-westerse landen dragen sterk bij tot de vervuiling. China is op z’n eentje verantwoordelijk voor bijna één derde van al het plastic dat in de oceanen terecht komt.

Plastic vervuiling is niet noodzakelijk het grootste gevaar voor de oceanen, maar wel het meest zichtbare.

Boyan Slat van Ocean Cleanup benadrukt dat zijn project niet dé oplossing biedt voor de plasticvervuiling. Preventie is ook belangrijk, stelt hij. Zijn team kent de andere antwoorden op het probleem: bij één van de veel gestelde vragen op hun website (namelijk “Can The Ocean Cleanup provide an overall solution to ocean plastic pollution?”) staan dertien verschillende maatregelen die bijdragen tot de bescherming van de oceanen tegen plastic. ‘Als prominentste vertegenwoordiger van de beweging, zou het project er goed aan doen om ook die andere maatregelen af en toe in de verf te zetten’, stelt professor Janssen.

Plastic vervuiling is niet noodzakelijk het grootste gevaar voor de oceanen, maar wel het meest zichtbare. Het is een manier om ook aandacht te vragen voor onopvallende problemen zoals de opwarming en verzuring van de oceanen, de vervuiling door landbouwmeststoffen en de overbevissing. Wat de Ocean Cleanup is voor plasticvervuiling, is plasticvervuiling voor alle milieuproblemen waarmee de oceanen te kampen hebben.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift