Dossier: 

Grote kuis en gebalde vuisten in Burkina Faso

Sinds zijn rol in het omverwerpen vorig jaar van Blaise Compaoré, de president van het West-Afrikaanse Burkina Faso, is Le Balai Citoyen zonder twijfel uitgegroeid tot één van Afrika’s meest bekende protestbewegingen. Net voor de staatsgreep van 17 september jongstleden, trok MO* op onderzoek naar Burkina Faso. We bevroegen er leden en niet-leden van Le Balai, voor- en tegenstanders van deze ‘mannen met de opgestoken vuist’.

In oktober vorig jaar beleefde Burkina Faso een heuse omwenteling in haar politieke bestaan. Dagenlang kwamen Burkinabè op straat om te protesteren tegen het voornemen van president Blaise Compaoré om artikel 37 van de grondwet te veranderen, zodat hij langer kon aanblijven.

De zogenaamde Balai Citoyen, een schijnbaar goed georganiseerde jongerenbeweging, ontstaan in 2011-2012, liep daarbij in het oog.

Overdag en ’s nachts mobiliseerde zij stadsjongeren in de hoofdstad Ouagadougou om straten en pleinen te bezetten. Le Balai nam ook het voortouw en bijwijlen maande zij de woedende menigte tot kalmte aan, zeker toen die op 30 oktober het parlement in de fik stak en ’s anderendaags naar het presidentieel paleis optrok.

© Stefaan Anrys
De woedende Burkinabè staken het Parlement in brand en verjoegen de ‘dictator’
© Stefaan Anrys

De volksrevolutie leidde ondanks wellicht tientallen doden tot een relatief geweldloze regime change. Blaise Compaoré, zijn vrouw en entourage vluchtten naar Ivoorkust, hoogstwaarschijnlijk met de hulp van ex-kolonisator Frankrijk.

Bedoeling was na een jaar transitie op 11 oktober nieuwe verkiezingen in te richten. Maar een staatsgreep van Compaoré’s presidentiële garde – de Régiment de sécurité Présidentielle of RSP – maakte op 17 september vroegtijdig een einde aan de overgangsregering. Opnieuw waren het de Balai-kopstukken, rapper Smockey, reggae-man Sams’k le Jah en advocaat Guy Hervé Kam, die zich via sociale media lieten horen.

Afrikaanse Lente is schromelijk overschat

Nog voor er sprake was van Le Balai Citoyen, was Sams’k Le Jah in Burkina Faso en daarbuiten een gevierd muzikant. Als radio-host bij Ouaga FM fungeerde hij als het geweten van menig jongere. Tussen de reggae-nummers die hij de ether instuurde door, gaf hij commentaar op wat misliep in Burkina. Dat leverde hem meermaals bedreigingen op vanwege het regime en tegelijk kredietwaardigheid tijdens de opstand tegen de ‘dictator’, in oktober vorig jaar. De andere voorman van Le Balai is de rapper Serge Martin Bambara aka Smockey, die zich pas echt engageerde voor een ander Burkina Faso, na de moord op de kritische journalist Norbert Zongo.

Deze kopstukken zijn rasmuzikanten die internationale bekendheid genieten, wat hen natuurlijk makkelijk toegang verleent tot media en buitenlandse fondsen, wanneer ze in eigen land gecensureerd en financieel geboycot worden.

© Stefaan Anrys
Een cibal herken je aan de t-shirt met de opgestoken vuist
© Stefaan Anrys

Tijdens de opstand in oktober waren ze echter lang niet de grootste noch machtigste tegenstrever van het regime. Vooreerst is Le Balai voornamelijk actief in grote steden zoals de hoofdstad Ouagadougou en Bobo Dioulasso. Met amper een paar duizend leden (er zijn weinig meisjes lid), wegen ze niet op tegen de miljoenen die in oktober op straat zijn gekomen. Op 27 oktober liepen er bijvoorbeeld hele drommen woedende vrouwen op straat, zwaaiend met keukengerei.

Ook de oppositiepartijen, verenigd in de CFOP of Chef de file de l’opposition politique, de vakbonden en andere middenveldorganisaties zoals comité anti-referendum lieten zich niet onbetuigd. En sinds de overgangsregering geïnstalleerd werd, lieten ook andere koepelorganisaties zoals Le Collectif tous unis pour une transition réunie van zich horen.

Niettemin was er –zeer zeker in het buitenland– overmatig veel aandacht voor Le Balai. In een artikel van Jeune Afrique, verschenen in april, werd de val van Compaoré bijna volledig op het conto geschreven van Le Balai. Net als Y en a marre in Senegal en Filimbi in Congo, heten deze burgerbewegingen ‘geduchte tegenstanders’ te zijn ‘voor de zittende machthebbers’, aldus de journalisten van het toonaangevende blad, onder meer dankzij ‘hun structuur, hun jongeren, hun revolutionaire ideeën, hun goede beheersing van het internet en sociale media’.

Ter plaatse aangekomen in Ouagadougou, lijkt het plaatje wat minder eenzijdig. ‘Le Balai wadde?’, fronst Dorcas Ouedraogo de wenkbrauwen. De jonge vrouw is in de twintig en is zelfs tijdens de opstand van oktober vorig jaar onverstoord naar school blijven gaan. ‘Het is de eerste keer dat ik die naam hoor.’ ‘Zijn het misschien de vrouwen die betaald worden om ’s morgensvroeg in Ouaga de straten schoon te vegen’, valt haar vriendin, Emïlyenne Ilbauda bij. Quod non.

© Stefaan Anrys
Vele andere jeugdbewegingen zoals het marxistisch getinte ODJ zijn in het getouw
© Stefaan Anrys

Rapper Armel of voluit Art Melody heeft het niet voor de hiërarchie binnen de protestbeweging. ‘Weet je hoe Sams’k Le Jah mij onlangs aansprak? Mon petit frère!? En dat voor een beweging die zich beroept op de idealen van Thomas Sankara. Voor Sankara was iedereen gelijk. Iedereen was een kameraad. Niet zo binnen Le Balai Citoyen. Dat is een militaristische organisatie en de kleintjes durven amper hun ogen oprichten naar hun meerdere’.

In tegenstelling tot Le Balai, hebben veel jeugdbewegingen, zoals de christelijke Jeunesse Etudiante Catholique (JEC) of het Islamitische CERFI (Cercle d’Etudes, de Recherches et de Formation Islamiques), nooit opgeroepen tot marsen tegen het regime van Blaise Compaoré. ‘Wij zijn een vredelievende organisatie en voor ons is verandering meer dan een mot d’ordre’, zegt nationaal secretaris Vincent Kogo van JEC, dat werd opgericht in 1948. ‘Verandering is een werk van lange adem en daarom werken wij gestaag aan de vorming van de nieuwe elite van morgen’.

Toch is de aandacht voor Le Balai enigszins terecht. De volksopstand in oktober werd vooral gevoerd door jongeren en bij de ontknoping bleven zowel oppositiepartijen als vakbonden opvallend afwezig. Moussa Nombo, voorzitter van CERFI (Cercle d’Etudes, de Recherches et de Formation Islamiques): ‘Gretig op zoek naar nieuwe leidersfiguren hebben veel jongeren een voorbeeld gevonden in Le Balai Citoyen. Velen kenden Sams’k le Jah en Smockey van de radio. Ze wisten dat zij geen uitstaans hadden met de machthebbers. Dat gaf vertrouwen aan volksmassa. Onze oudere generatie heeft wreedheden en afrekeningen meegemaakt na de revolutie. Ze is te bang om een opstand te leiden’.

‘Het idee van een jongerenbeweging die als een borstel komaf wil maken met corruptie, sociale onrechtvaardigheid, moorden en politieke misdrijven, is drie jaar geleden ontstaan in de diaspora’, weet Raogo Antoine Sawadogo, voorzitter van het onderzoeksinstituut Labo Citoyennetés. De man was minister onder Blaise Compaoré en richtte nadien mee de oppositiepartij MPP (Mouvement du Peuple pour le Progrès) op. ‘Aanvankelijk stelde de Balai niet veel voor en liepen die vooral in de kijker waar ze konden. Met de opstand van oktober vorig jaar, zijn ze mee in de schijnwerpers gekomen’.

Volgens Sawadogo komt het jongerenprotest niet uit de lucht gevallen. ‘Toen we in 2003 met ons onderzoek begonnen, stootten we op veel protestbewegingen in de hoofdstad. Jongeren die moesten wijken voor de heraanleg van de omgeving rond de luchthaven, hadden bijvoorbeeld een verzetsbeweging opgericht die Nous, pas bouger! heette’.

In Boulmiougou waren kleine tuinders in opstand gekomen tegen hun gedwongen verhuis, weg van het kanaal dat hun groenten van water moest voorzien. ‘Ouagadougou is een stad die het kookpunt al langer heeft bereikt. Er is een schrijnend gebrek aan voorzieningen, aan drinkwater, onderwijs, sanitair en ga zo maar door. Het artikel 37 was niet meer dan de spreekwoordelijke druppel. Misschien goed ook dat het protest zich daarop heeft gericht. Anders  was het algehele ongenoegen misschien uitgelopen op een gewelddadige revanche van arm tegen rijk. Ik sluit niet uit dat die vulkaan echt tot uitbarsten komt. Als de levensomstandigheden van de Burkinabé binnen de paar jaar niet verbeteren, komt het geheid tot een nieuwe explosie.’

© Stefaan Anrys
Jongeren van Le Balai Citoyen herstellen de weg in hun wijk
© Stefaan Anrys

#LeBalaiCitoyen ZKT Cibals (M) en Cibelles (V)

Le Balai kwam na de omverwerping van Compaoré, met concrete eisen voor de transitieregering, waaronder de ontbinding van de gehate RSP, het straffen van de moordenaars die op 30 en 31 oktober op de manifestanten hadden geschoten, en de uitsluiting van de kopstukken die Blaise aan de macht wilden houden, via een grondwetswijziging.

De beweging is vandaag uitgegroeid tot een spinnenweb van lokale ‘clubs’. De leden heten cibals of cibelles, indien het meisjes zijn. Vaak gaat het om kleine groepjes van tien tot twintig jongeren, meestal tussen 15 en 35 jaar oud, die vaak al een informeel clubje hadden, waar ze zich inlieten met de problemen uit de buurt, zoals putten in de weg. Een beetje zoals buurtcomités in België. Zo’n jongerenorganisatie die zich ook kan vinden in het charter, het huishoudelijk reglement en het statuut van de Balai, kan aansluiten en valt dan onder de regionale en nationale coördinatie. Die organen zijn niet zelden bemand door oudere Burkinabé met een vakbondsverleden of andere ervaring in militantisme.

Soms herdopen de clubs zich naar de naam van hun politieke helden –Lumumba, Sankara, Mandela, Cheikh Anta Diop– of behouden de naam van de quartier waarin ze actief zijn. Daar staan meestal geen centen tegenover. De clubleden betalen zelf een bijdrage of zoeken naar middelen als ze bijvoorbeeld een loopwedstrijd in de wijk organiseren. Ze worden ook ingezet voor grotere activiteiten, zoals een interclub-voetbalwedstrijd of marakana. Voor Le Balai zijn deze cibals de ‘schildwachten’ van Burkina Faso – sentinelles zoals het in de ‘hymne’ van Le Balai luidt.

Zij moeten aan de alarmbel trekken als de verkozen politici hun beloften niet nakomen, zegt Eric Kinda Ismaël, de nationale coördinator van de Balai-clubs. ‘Decennialang zijn Burkinabé als kiesvee behandeld, meestal onder de knoet van de lokale chefs. Wie niet stemde in de lijn van de traditionele chef, verloor have en goed of kon zelfs verbannen worden uit het dorp.’ Tot voor de staatsgreep van vorige week riep Le Balai ook iedereen op om op 11 oktober te gaan kiezen. De beweging maakte zich op om met een karavaan het land af te schuimen, om iedereen op zijn kiesrechten en -plichten te wijzen.

© Wouter Elsen
Thomas Sankara blijft een voorbeeld voor Burkinese jongeren, zo ook voor graffiti-artiest Guigma Ousmane aka ‘Manoos’
© Wouter Elsen

Offers en geschenken

‘De Balai heeft zich opgeofferd voor het land. Smockey en Sams’k Le Jah zijn meermaals ontsnapt aan moordpogingen’, zegt Ismaël, een lid van de club Eveil, die wil toetreden tot de beweging. De tiental leden die we ontmoeten zijn veel ouder dan 30 en vormen dus een uitzondering op de jonge cibals. ‘Ik ben bij een vakbond en ik weet dat veel leden vorig jaar geld toegestopt kregen om niet op straat te komen. Le Balai was radicaal en onomkoopbaar. Een vakbeweging vecht altijd voor de belangen van een bepaalde groep. Le Balai ijvert voor zaken die elke Burkinabé belangrijk vindt. Natuurlijk hebben ook wij onze twijfels. Waarom heeft Le Balai toegestaan dat Zida, een kopman van de presidentiële garde, de teugels overnam? Om Blaise toe te laten opnieuw aan de macht te komen? Ik denk niet dat verkiezingen veel zullen veranderen, maar het volk zal voortaan wél nauwlettend toezien of de kiesbeloftes bewaarheid worden. De Burkinabè zijn ontwaakt uit hun lange winterslaap. Vandaar de naam voor onze club: L’Eveil.’

In Burkina Faso gonst het van de geruchten over de train de vie van Smockey en Sams’k le Jah, die anders dan hun idool Thomas Sankara niet met een fiets rondtoeren en in een groot huis wonen. Allebei hebben zij trouwens de dubbele nationaliteit hebben en kunnen makkelijk het land uit, zo ze dat willen. Ook het feit dat vorig jaar de volksopstand stukliep op het presidentieel paleis waar de tweede man van de gehate RSP – Isaac Zida – de facto de zegen kreeg van het triumviraat van Le Balai Citoyen, voedt geruchten als zou Zida dankzij de beweging de macht hebben gegrepen.

Het blijft bij geruchten. Toch geloven zelfs leden van de beweging dat de Balai-kopstukken hiervoor in natura bedankt zijn door Zida. Eric Kinda Ismaël ontkent in alle toonaarden: ‘Smockey en Sams’k le Jah laten het niet breed hangen. Smockey’s vrouw werkt voor het Peace Corps, maar meestal verblijft hij in Burkina Faso. Hij drinkt bier en eet rijst net als ik. Na de volksopstand in oktober is er een brede transitieregering opgezet, maar Le Balai heeft geweigerd daarin te zetelen, precies om zijn onafhankelijkheid te behouden. Leden storten een maandelijkse bijdrage en wie het geld heeft – zoals woordvoerder Hervé Kam of kopman Smockey – doet een grotere duit in het zakje’.

© Wouter Elsen
Burkinabè pikken het niet langer dat ze van honger omkomen in het aanschijn van andermans luxe
© Wouter Elsen

Net als andere middenveldorganisaties kan Le Balai rekenen op steun van buitenlandse organisaties, zoals de Zweedse ngo Diakonia. Eric Kinda Ismaël: ‘Zonder giften en ledenbijdragen kunnen we niets. Toch nemen wij nemen niet eender welke hulp aan. Scandinavische ngo’s geven ons meer speelruimte om het geld aan te wenden zoals wij willen, dan Amerikaanse of Franse ngo’s, dus zijn we selectief.’ Was er geen sprake van financiering door Osiwa, de West-Afrikaanse poot van George Soros’ Open Society? ‘Ze hebben ons benaderd via een Senegalese tussenpersoon, maar daar is niets van gekomen’.

Er is geen betere raadgever, dan de misère waarin Burkinabè leven

Voorts trachten politieke partijen ook het middenveld naar zich toe te trekken. Tijdens de opstand in oktober zouden leden van de oppositiepartij MPP jongeren van de Comité anti-referendum (CAR) ’s morgens drinkgeld en gratis benzine hebben gegeven, om de straat op te gaan tegen Blaise Compaoré. CAR-voorzitter Hervé Ouattara bleek zelfs in het politbureau te zitten van de MPP. ‘De MPP wilde betalen zodat we voor hen zouden werken, maar dat hebben we geweigerd’, zegt Mouni Lemba ‘Weya’, een ander lid van Le Balai. ‘Maar wij zijn niet de straat opgegaan voor geld. Ons verwijten dat we nu volop aan het boefen zijn, klopt niet en is erg pijnlijk voor ons’.

Wat na de grote kuis?

Een borstel kan de augiasstal wel uitmesten, maar wat volgt? In de nadagen van de recente staatsgreep van 17 september, focust alle energie zich alweer op de uitwassen van de presidentiële garde, op de ontbinding van die goed bewapende handlangers van het ancien régime. In het heetst van de strijd is er dus opnieuw amper ruimte voor constructieve voorstellen. Toen MO* net voor de staatsgreep met de toppolitici van de oppositie ging praten, hadden die nog niet eens hun kiesprogramma voor Burkina Faso bekend gemaakt. 

‘Noch Le Balai, noch Y’en a marre heeft mij op wakker geschud’, zegt Arouna Sankara, een anonieme jongere uit Ouagadougou. ‘Er is geen betere raadgever dan de misère waarin wij Burkinabè leven. Ik betrek het huis van mijn overleden vader en zal wellicht nooit mijn eigen stek hebben.  Als ik ziek word, zal ik nooit verzorgd worden. Ik kon niet anders dan de straat op gaan om te betogen. Ce que le peuple veut, le peuple peut.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2859   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur