Ook Vlaamse industrie zou wel varen bij ambitieus klimaatbeleid

Analyse

Niet alle industrie zal hier blijven

Ook Vlaamse industrie zou wel varen bij ambitieus klimaatbeleid

Petrochemie Antwerpen

De olieraffinaderij van TotalEnergies in de haven van Antwerpen.

Petrochemie Antwerpen

De olieraffinaderij van TotalEnergies in de haven van Antwerpen.

Bart Grugeon Plana, Jelle De Mey en Thomas Goorden 

30 maart 202613 min leestijd

Onze energie-intensieve industrie zit tussen hamer en aambeeld. De klimaatdoelen nopen bedrijven tot gigantische investeringen, maar die komen nauwelijks van de grond. Ondertussen zetten oorlogen, energieschokken en Chinese overproductie extra druk, terwijl de plannen van de Vlaamse Klimaatsprong hoogst discutabel zijn.

Vlaanderen heeft nog een sterke basisindustrie. De staalfabrieken in de regio rond Gent, en de chemische nijverheid en petroleumraffinaderijen rond Antwerpen vertegenwoordigen meer dan een kwart van de productie van de Vlaamse maakindustrie.

Maar deze sectoren steunen bijna volledig op de import van fossiele brandstoffen: olie, gas, en steenkool (cokes). Dat maakt ze vandaag tot speelbal van de oorlogen in Oekraïne en het Midden-Oosten, en gevoelig voor de energieschokken die deze conflicten door Europa jagen.    

Ook hun hoge CO₂-uitstoot is onhoudbaar. In lijn met Europa’s Green Deal moet die tegen 2040 met 90% dalen. De Vlaamse regering weet dat en heeft een plan om die zware industrie te vergroenen: Klimaatsprong voor de industrie: het transitieprogramma voor een koolstofarme en competitieve energie-intensieve industrie tegen 2050. Productieprocessen, zelfs de hoogovens van de staalindustrie en de krakers van de chemie, zullen massaal met elektriciteit worden aangedreven. Waar dat niet lukt, moet de CO₂-uitstoot aan de schouw afgevangen en elders opgeslagen worden. 

Die transitie – zeg maar gerust revolutie – moet nu echt op stoom komen, maar de Europese industrie voelt zich door geopolitieke aardverschuivingen in het nauw gedreven. Ze verkeert naar eigen zeggen in een “existentiële crisis” en vraagt om de klimaatdoelen te versoepelen. ‘Energiezekerheid moet voorrang krijgen op rigide, net zero-doelstellingen’, stelde Ineos-topman Jim Ratcliffe onomwonden in een opinie in De Tijd. Hij is lang niet de enige die er zo over denkt. 

Klimaatbeleid vs. industriële belangen 

De stijging van de prijs van fossiele brandstoffen is een belangrijke aanjager van deze crisis. Sinds de inval van Rusland in Oekraïne ligt die in Europa al tot vier keer hoger dan in andere delen van de wereld en de Amerikaans-Israëlische aanval op Iran doet daar nog een flinke schep bovenop. 

Maar energie is niet de enige verklaring voor de crisis. Economische activiteiten zijn globaal aan het verschuiven. In Azië wordt volop nieuwe productiecapaciteit bijgebouwd. Daarbij investeert vooral China enorm in de petrochemische industrie, zoals in de productie van ethyleen en propyleen die dienen om plastics te maken. Ook de Chinese staalindustrie is ondertussen acht keer groter dan de Europese.

De impact daarvan op de Belgische industrie is niet min. De toegevoegde waarde van de chemiesector daalde tussen 2019 en 2023 met 29%, en die van de metaalsector met 25%. Op dit moment draaien heel wat installaties onder hun capaciteit. 

Een groep Vlaamse industriëlen luidt dan ook de alarmbel. ‘We verjagen onze industrie naar landen met lagere milieustandaarden. De prijs om in Europa te opereren, is nog nooit zo hoog geweest, terwijl concurrenten buiten Europa vrij spel hebben.’

Europese leiders delen die bezorgdheid en bespraken begin februari in de Limburgse landcommanderij Alden-Biesen hoe de Europese industrie zich beter kan wapenen. De Europese Commissie denkt daarbij aan lagere energieprijzen, en jawel, ook aan uitzonderingen op, of versoepelingen van de klimaatregels.

De Italiaanse premier Giorgia Meloni pleitte er zelfs voor om de emissiehandel (ETS) op de Europese koolstofmarkt volledig op te doeken. Dat mechanisme verplicht bedrijven, als stimulans om te vergroenen, om te betalen voor hun CO2-uitstoot. Het einde van dit systeem zou meteen ook het einde van het EU-klimaatbeleid betekenen.

Ook de Vlaamse regering doet voorstellen in dezelfde lijn. Minister-president Matthias Diependaele (N-VA) wil de industrie meer tijd gunnen en langer CO₂ laten uitstoten omdat hij de huidige ambities ‘niet haalbaar’ acht. En hoewel lang niet alle bedrijven erachter staan, is de toon daarmee wel gezet: klimaatbeleid staat lijnrecht tegenover industriële belangen. 

Ander debat

‘We lossen het probleem niet op door de klimaatdoelen af te schaffen, ook al is dat wat veel mensen denken’, reageert Pieter Vingerhoets, expert energie- en klimaatbeleid bij VITO/EnergyVille

‘Het huidige beleid kan niet garanderen dat onze industrie hier blijft. Met of zonder klimaatwetgeving. Europa kan moeilijk concurreren voor producten als basisstaal of bulkchemie, want andere regio’s hebben ons technologisch ingehaald. Het model van de jaren ’90, waarin we als leider konden uitvoeren naar de rest van de wereld, komt nooit meer terug.’

Bovendien hebben die andere regio’s toegang tot structureel goedkopere elektriciteit omdat ze veel meer ruimte voor hernieuwbare energie hebben dan Noordwest-Europa. Ons potentieel voor zon en wind op land is beperkt. Dat is vooral voor de energie-intensieve industrieën een groot nadeel.

‘Zij zijn het meest onderhevig aan internationale concurrentie en lopen een groot risico om te verdwijnen’, meent Vingerhoets. Daarbij komen vooral de petrochemie, de sector van kunstmest, en in zekere mate ook de staalindustrie in het vizier.

Ook econoom Paul De Grauwe gelooft dat ‘een significant deel van de energie-intensieve bedrijven gedoemd is om te verdwijnen’. In een column waarschuwt hij ervoor dat de ‘verliezers uit de oude industrieën druk uitoefenen op politici, om hen ervan te overtuigen dat ze onmisbaar zijn, en dat zonder hen de hele industrie zal verdwijnen.’

In plaats van ervoor te pleiten om de industrie koste wat het kost te redden, stelt Vingerhoets echter een ander debat voor, met als centrale vraag: wat willen we absoluut in Europa behouden, en wat kunnen we importeren? Is het realistisch om te streven naar een Europese autoproductie van dezelfde omvang als in de vorige eeuw? Willen we om strategische redenen een bepaald volume staal op Europese bodem produceren? En mogen de batterijen allemaal uit China komen, of wil Europa daar net in investeren?

In elk toekomstscenario voor een duurzame Europese industrie moet de focus volgens Vingerhoets in ieder geval op een hele sterke elektrificatie liggen. Dat verzekert op termijn de meeste waarde en is de beste garantie om industrie hier te houden.

De-industrialisatie ligt politiek gevoelig

Vlaanderen wil tegen 2050 dubbel zoveel elektriciteit opwekken en rekent daarbij, naast import uit het buitenland, op een significante uitbreiding van wind- en nucleaire energieproductie. Maar nieuwe windmolens raken hier nauwelijks nog vergund.

De aanbestedingsprocedure voor het windeiland in de Prinses Elisabethzone van de Noordzee, goed voor 700 megawatt aan groene stroom, staat on hold. Ook het hoogspanningsproject Ventilus, dat stroom van de windmolenparken in de Noordzee naar het binnenland moet brengen, ligt stil.

Over de kleine modulaire kernreactoren (SMR’s) die de Vlaamse regering promoot, blijft de onzekerheid torenhoog. Ondertussen wekt China bijna een derde van zijn elektriciteit op met hernieuwbare energie, terwijl dat in Europa eerder een vijfde is. 

Ook het elektrificeren van de industriële processen zelf wil niet zo vlotten. Via het ZESTA-project (Zero Emission Steelmaking) van de EU kreeg ArcelorMittal meer dan 250 miljoen euro aan subsidies om groen staal te produceren. Maar de staalreus drukte de pauzeknop in. ‘ArcelorMittal België is nog niet klaar om de grootste klimaat­investering ooit in ons land te realiseren’, zei CEO Frederik Van De Velde begin november tijdens een commissiezitting in het federaal parlement. 

De Vlaamse regering voorziet met ‘de grootste ondersteuning ooit binnen een programma voor de industrie’ jaarlijks 100 miljoen euro om bedrijven te laten investeren in ‘technologieën die minder CO₂-uitstoten.’ Maar dat bedrag dekt maar een klein deel van wat het kost om de industrie te vergroenen.

‘In plaats van massaal in te zetten op de elektrificatie van de bestaande industrie, zou het best kunnen dat we met meer bescheiden plannen veel sneller vooruitkomen’, vertelt Joannes Laveyne, onderzoeker aan het Energy & Systems Lab van de UGent. Dat zou impliceren dat de energie-intensieve industrie niet even groot blijft en voor een deel naar het buitenland verhuist.

‘Maar onderzoek naar de economische of technische aspecten van een gedeeltelijke de-industrialisatie, en de impact ervan op het toekomstige energiegebruik, ligt politiek bijzonder gevoelig. Niemand wil daar geld aan geven’, meent Laveyne. 

CCS is niet de mirakeloplossing

Een andere belangrijke pijler van Vlaanderen om koolstofneutraal te worden, is koolstofafvang en -opslag, of Carbon Capture & Storage (CCS). Het gaat om een hoogtechnologische manier om CO₂ van fabrieken te filteren en ondergronds te transporteren naar de haven van Antwerpen. Van daaruit wordt de koolstof per schip naar oude olievelden in de Noordzee gebracht om er ondergronds geïnjecteerd te worden.

In een studie van het Vlaams Agentschap Innoveren & Ondernemen (VLAIO) uit 2020 stond dat zo op termijn 10 tot 14 miljoen ton CO₂ per jaar zou worden afgevangen en opgeslagen. Dat is ruim de helft van alle emissies van de chemie-, raffinage- en staalsector samen.

Kairos@C is een cruciaal CCS-project van chemiereus BASF en Air Liquide in de haven van Antwerpen en moet de haalbaarheid van de technologie aantonen. Het project heeft recht op een Europese subsidie van 357 miljoen euro en Vlaanderen heeft ook nog eens beslist om er 260 miljoen euro in te investeren. Toch blijkt dat onvoldoende om BASF over de streep te trekken, want de Duitse chemiereus heeft nog geen investeringsbeslissing genomen. 

‘Het feit dat er in dit vroege stadium zo veel subsidies nodig zijn, wijst erop dat het economisch model van CCS erg zwak is’, stelt Tom Baxter van de Universiteit van Aberdeen. Dat bedrijven aarzelen om in te zetten op CCS is niet onlogisch, meent ook chemisch ingenieur en hoogleraar aan de Universiteit van Luik, Grégoire Léonard.

‘Een ton CO₂ afvangen kan tot 100 euro kosten, en daar moet dan soms nog 100 euro worden bijgeteld voor transport, zuivering en opslag. Bovendien moeten de pijpleidingen om de CO₂ af te voeren nog gebouwd worden.’ Er bestaat dus heel veel economische onzekerheid.

Daarnaast zijn er ook meer fundamentele technische bezwaren tegen CCS. ‘Er bestaan enkel kleinschalige pilootprojecten die grandioos mislukt zijn’, vertelt Andrew Reid van het Institute of Energy Economics and Financial Analysis (IEEFA). ‘Ze vielen duurder uit, of werden geschrapt wegens te moeilijk of te onzinnig.’

Volgens de analist zetten regeringen CCS in als een soort wondermiddel om hun net zero-plannen tegen 2050 te kunnen realiseren. ‘Ze zeggen dat de industrie CCS al jaren gebruikt en dat het werkt, dat we ons geen zorgen hoeven te maken. Maar er is een groot risico dat het niet lukt op de voorgestelde schaal, en als dat eenmaal duidelijk wordt, is het te laat om een andere koers te kiezen.’

Ongeziene noodmaatregelen

De ordelijke groene transitie waar de Klimaatsprong op mikt, wordt zo steeds onwaarschijnlijker. En dat stemt ook Sarah Tak redelijk wanhopig. Ze is directeur van Klimaatzaak, een initiatief van ruim 70.000 burgers dat de Belgische overheden via de rechter wil dwingen hun klimaatbeloftes na te komen. ‘Van bij het begin in 2014 riepen we op tot een ambitieus klimaatbeleid voor de hele economie, maar dat stuitte op sterke weerstand van opeenvolgende regeringen.’

‘We weten dat als er toen gehandeld was geweest, dat tot lagere energiekosten, minder geopolitieke afhankelijkheid en een sterkere concurrentiepositie voor onze industrie had geleid. Door de decarbonisatie te blokkeren in naam van industriële belangen, hebben beleidsmakers die belangen structureel ondermijnd en onze toekomstige welvaart geschaad. Ook vandaag zien we nog altijd niet de daadkrachtige bijsturing van het beleid die onze industrie nodig heeft.’

Volgens klimaatwetenschapper Kevin Anderson van de Universiteit van Manchester en Uppsala is het op dit moment uiterst moeilijk om zelfs een gevaarlijke opwarming van twee graden te vermijden. ‘Hiervoor zouden de CO₂-emissies jaarlijks met 8% moeten dalen op wereldniveau. (tijdens de pandemie was dat hooguit 5%; red.). Dat is niet langer mogelijk met geleidelijke aanpassingen. Het impliceert ongeziene noodmaatregelen die ingaan tegen het huidige economische groeimodel. Maar daarvoor is er weinig politiek animo.’

Logo van het Fonds Pascal Decroos voor bijzondere journalistiek

Dit artikel kwam tot stand met steun van het Fonds Pascal Decroos voor bijzondere journalistiek

Word proMO*

Vind je MO* waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je van tal van andere voordelen.

Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.

Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.

Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.

Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief.

Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.

Per maand

€4,60

Betaal maandelijks via domiciliëring.

Meest gekozen

Per jaar

€60

Betaal jaarlijks via domiciliëring.

Voor één jaar

€65

Betaal voor één jaar.

Ben je al proMO*

Log dan hier in