Dossier: 

Dodelijke consequenties van laks toezicht op belastingparadijzen en offshores

Niet alleen politici en bedrijfsleiders klopten de afgelopen jaren aan bij offshoreleverancier Mossack Fonseca. Ook vermoedelijke financiers van het terrorisme, kernmachten en wapensmokkelaars waren klant bij het Panamese advocatenkantoor.

  • Christiaan Triebert (CC BY 2.0) Drie bedrijven die volgens de VS brandstof leverden aan het regime-Assad, waren klanten van Mossack Fonseca. Schermbedrijven op belastingparadjizen kosten zo echte levens in echte landen. Christiaan Triebert (CC BY 2.0)

Midden 2014 in de Syrische stad Aleppo. Op een zonnige ochtend slaan twee oudere mannen rustig een praatje terwijl ze van een kop koffie slurpen. Vanop hun plastic stoelen houden Sabri Wahid Asfur en zijn vriend Abu Yassin hun buren in de gaten.

Plots vallen enkele bommen uit de lucht. Stenen en puin vliegen in het rond. Enkele seconden later ontploffen de bommen. Duizenden stukken schrapnel – spijkers en wapening – vliegen alle kanten uit. Meteen is duidelijk dat de vatenbommen slechts een doel hadden: zoveel mogelijk slachtoffers maken.

Zodra de rook wat optrekt, gaat Asfur op zoek naar Abu Yassin. ‘Zodra ik weer wat zag, keek ik naar mijn vriend. Zijn lichaam was aan flarden gereten’, herinnert Asfur zich. ‘Hij blies zijn laatste adem uit.’

Will Fitzgibbon en Martha M. Hamilton

Sinds Syrië in maart 2011 in een burgeroorlog verzeild geraakt is, liet het regime van president Bashar al-Assad honderden van die bombardementen uitvoeren. Zo joeg hij duizenden burgers de dood in.

Volgens de Amerikaanse autoriteiten zou het dodelijke luchtoffensief nooit mogelijk geweest zijn zonder een netwerk van bedrijven dat internationale embargo’s omzeilde. Hoe raakte het Syrische regime anders aan olie en gas om zijn vliegtuigen in de lucht te houden?

Drie bedrijven die volgens de VS brandstof leverden aan het regime-Assad, waren klanten van Mossack Fonseca

Drie bedrijven die volgens de VS brandstof leverden aan het regime-Assad, waren klanten van Mossack Fonseca. Het Panamese advocatenkantoor hielp die ondernemingen offshorebedrijven op te zetten in de Seychellen, een belastingparadijs in de Indische Oceaan.

Zelfs nadat de Amerikaanse regering de drie bedrijven op haar zwarte lijst gezet had van ondernemingen die de Syrische oorlogsmachine steunden, bleef Mossack Fonseca voor zeker een van hen werken. Zoals het advocatenkantoor ook tientallen andere bedrijven of individuen bleef helpen, ook al hadden de VS sancties tegen hen uitgevaardigd.

Mossack Fonseca heeft zijn hoofdzetel in Panama. Maar de firma heeft filialen in de hele wereld. Uit onderzoek van Süddeutsche Zeitung en het internationaal consortium van onderzoeksjournalisten ICIJ, waaronder De Tijd, Knack/MO* en Le Soir, blijkt dat het advocatenkantoor met zeker 36 individuen of bedrijven werken die op de Amerikaanse zwarte lijst stonden.

Soms werd de samenwerking stopgezet voor de bedrijven of personen in kwestie op de zwarte lijst belandden. In andere gevallen waren die ondernemingen of mensen nog altijd klant bij Mossack Fonseca.

In totaal namen de onderzoeksjournalisten 11,5 miljoen bestanden - e-mails, scans van faxen, paspoorten en bedrijfsdocumenten, Pdf-, Word- en andere computerbestanden – door. De documenten, die betrekking hebben op de periode 1977-december 2015, geven een inkijk in de werking van Mossack Fonseca.

‘Het lijkt wel of je het doodsvonnis van je bedrijf wil tekenen als je zoveel verschrikkelijke mensen als klant aan boord neemt’

Uit de gelekte bestanden blijkt dat Mossack Fonseca jarenlang geld verdiende door schermvennootschappen op te zetten die gebruikt werden door vermoedelijke financiers van het terrorisme en oorlogscriminelen in het Midden-Oosten, door drugskoningen en –koninginnen uit Mexico, Guatemala en Oost-Europa, door kernmachten Iran en Noord-Korea en door wapenhandelaars in zuidelijk Afrika.

‘Het lijkt wel of je het doodsvonnis van je bedrijf wil tekenen als je zoveel verschrikkelijke mensen als klant aan boord neemt’, zegt Jason Sharman, een politieke wetenschapper aan de Griffith University in Australië en medeauteur van een baanbrekend onderzoek naar anonieme bedrijven. ‘Je zou toch denken dat het kantoor, zelfs al is het wat cynisch, toch wat terughoudendheid aan de dag zou leggen als het gaat om samenwerking met bedrijven of mensen die op de Amerikaanse sanctielijst staan.’

Mossack Fonseca ontkent iets mispeuterd te hebben. ‘We rekenen erop dat tussenpersonen, zoals banken en andere advocatenkantoren, de achtergrond checken van klanten die zij naar ons doorsturen’, zei een woordvoerder van Mossack Fonseca aan ICIJ. Die tussenpersonen moeten het Panamese advocatenkantoor waarschuwen ‘zodra ze ontdekt hebben dat een van hun klanten ooit veroordeeld is of op een sanctielijst staat’, klonk het. ‘Bovendien hebben wij ook procedures om zo’n individuen, in de mate van het mogelijke, op te sporen.’

Volgens de woordvoerder heeft Mossack Fonseca nooit bewust toegestaan dat zijn bedrijven ‘gebruikt werden door individuen die een band hadden met Noord-Korea, Zimbabwe, Syrië en andere landen’ die op een sanctielijst staan. Als het advocatenkantoor zou ontdekken dat het zonder het te beseffen een bedrijf vertegenwoordigd had dat voor onwettige doeleinden gebruikt werd, zou het ‘alle middelen die het redelijkerwijs ter beschikking had’, gebruiken om de kwestie op te lossen.

Brandstof voor oorlog

In 2014 vaardigden de VS een reeks sancties uit. Daardoor konden Amerikaanse burgers niet langer zaken doen met bedrijven of individuen die ervan verdacht werden het Syrische regime te steunen.

Een van die bedrijven was Pangates International Corporation Limited. Het bedrijf, gespecialiseerd in olieproducten, had zijn hoofdzetel in de Verenigde Arabische Emiraten en was meer dan een decennium klant bij Mossack Fonseca.

De VS zetten Pangates in 2014 op de zwarte lijst. Ze beschuldigden het bedrijf ervan het Syrische regime brandstof voor militaire vliegtuigen geleverd te hebben. ‘Elk gevechtsvliegtuig van de Syrische luchtmacht heeft die brandstof nodig’, zegt Nick de Larrinaga van Jane’s Defence Weekly Europe.

De VS namen ook nog sancties tegen twee andere klanten van Mossack Fonseca

Pangates maakt deel uit van de Abdulkarim Group, een Syrisch bedrijf met hoofdzetel in Damascus. De VS namen ook nog sancties tegen twee andere klanten van Mossack Fonseca die vermoedelijk banden hadden met de Abdulkarim Group of diens toplui: Maxima Middle East Trading en Morgan Additives Manufacturing.

Daarnaast zette het twee Syrische burgers met banden met die bedrijven op de zwarte lijst. Het gaat om Ahmad Barqawi, de topman van Maxima Middle East Trading, en Wael Abdulkarim, de topman van Pangates. Volgens Washington regelde Wael Abdulkarim de levering van olie en vliegtuigbrandstof aan Syrië.

In juni 2014 werkten Pangates, Maxima en de Abdulkarim Group volgens de VS samen met een Russisch olie- en gasbedrijf om olie vast te krijgen voor raffinaderijen die door het Syrische regime gecontroleerd werden.

Morgan Additives Manufacturing houdt tot vandaag vol dat het bedrijf ten onrechte op de Amerikaanse zwarte lijst belandde. ‘Barqawi stapte op bij het bedrijf voor dat op de Amerikaanse zwarte lijst kwam en Wael Abdulkarim nam ontslag toen de sancties aangekondigd werden’, zei een vertegenwoordiger van Morgan Additives aan ICIJ. ‘Wael Abdulkarim is vandaag geen eigenaar van Morgan Additives en hij heeft het bedrijf ook niet onder zijn controle.’

Van de andere bedrijven en individuen die op de sanctielijst belandden omdat ze mogelijk een rol speelden in de Syrische luchtoorlog, reageerde niemand op de vele e-mails, brieven of telefoonoproepen van ICIJ.

In het verleden reageerde Pangates als wel eens op vragen over de olieleveringen aan Syrië. ‘Wij verklopen aan niet-Syrische bedrijven die niet op de Europese of Amerikaanse sanctielijst staan’, zei het bedrijf aan persagentschap Reuters. ‘Wij weten niet precies wie die brandstof uiteindelijk gebruikt. Maar volgens onze informatie is die olie voor civiele en humanitaire doeleinden bestemd.’

Uit de gelekte documenten die ICIJ kon inkijken, blijkt dat Pangates in 1991 klant werd van Mossack Fonseca. Het advocatenkantoor zette toen voor Pangates een vennootschap op in Niue, een eiland in Polynesië. Nadat de autoriteiten van het eiland Mossack Fonseca verplichtten op te krassen op beschuldiging van witwassen, verhuisde de vennootschap van Pangates naar Samoa en in 2012 naar de Seychellen.

Negen maanden nadat de VS Pangates strafmaatregelen oplegden, was het bedrijf nog steeds klant van Mossack Fonseca. Pas in augustus 2015, meer dan een jaar nadat Washington sancties afgekondigd had tegen Pangates, erkende Mossack Fonseca dat het bedrijf op de zwarte lijst stond.

Neef van Assad

Uit de gelekte documenten van Mossack Fonseca blijkt voorts dat het advocatenkantoor samenwerkte met Rami Makhlouf, een neef van de Syrische dictator Bashar al-Assad. Al begin 2008 bestempelden de VS Makhlouf als een ‘insider van het regime’ en betoogden ze dat hij ‘op een incorrecte manier profiteerde van en bijdroeg tot de corruptie van het Syrische regime’. De VS bevroren alle activa van Makhlouf in de VS en verboden Amerikaanse bedrijven en mensen met hem te werken. Later dat jaar plaatste Washington verschillende van Makhloufs bedrijven op een zwarte lijst.

In de documenten van Mossack Fonseca staat nergens vermeld dat Makhlouf op de sanctielijst stond, ook al was hij al lang klant bij het Panamese advocatenkantoor

In de documenten van Mossack Fonseca staat nergens vermeld dat Makhlouf op de sanctielijst stond, ook al was hij al lang klant bij het Panamese advocatenkantoor. Daar kwam in 2010 verandering in. Toen vroegen de Britse Maagdeneilanden informatie op over Drex Technologies, een bedrijf van Makhlouf dat Mossack Fonseca tien jaar eerder opgezet had. Al snel stootten werknemers van Mossack Fonseca op informatie die al jaren lang bekend was. Het ging onder meer over Makhoufs politieke banden en vermoeden van smokkel.

Uit de uitgelekte documenten blijkt dat de informatie verdeeldheid zaaide bij Mossack Fonseca. Sommigen wilden de banden met Makhlouf meteen doorknippen, anderen hoopten hem toch aan boord te kunnen houden ‘omdat het om geruchten gaat en tegen de man geen onderzoeken lopen en hij evenmin officieel beschuldigd is’. Uiteindelijk verbrak Mossack Fonseca de banden met Makhlouf toch.

‘Dit is gevaarlijk’!

Mossack Fonseca nam een agressievere houding aan in het dossier rond Petroparss Limited, een bedrijf onder controle van de Iraanse regering waartegen de VS in juni 2010 sancties namen.

Petropars knoopte in 1998, bijna 20 jaar na de Iraanse revolutie, banden aan met Mossack Fonseca toen het advocatenkantoor voor het Iraanse bedrijf een vennootschap opzette op de Britse Maagdeneilanden.

Wie het reilen en zeilen in de Iraanse politieke wereld wat volgde, wist dat Petropars bemiddelde tussen buitenlandse bedrijven en het Iraanse ministerie van Olie. Petropars, dat kantoren had in Londen en Dubai, was ook een belangrijke speler in de ontwikkeling van het miljardenproject rond gasveld South Pars.

Mossack Fonseca was niet gebonden door dat Amerikaanse verbod

Drie jaar voor Mossack Fonseca met Petropars begon te werken, verbood de toenmalige Amerikaanse president Bill Clinton Amerikaanse bedrijven samen te werken met spelers uit de Iraanse energiesector. Als argument haalde hij de Iraanse steun aan het terrorisme en de Iraanse zoektocht naar massavernietigingswapens aan. Maar Mossack Fonseca was niet gebonden door dat Amerikaanse verbod. In 1998 hielp het Petropars dan ook aandelen uit te geven.

Begin 2001 werd heel duidelijk dat Petropars banden had met de Iraanse regering toen de Iraanse autoriteiten leden van de raad van bestuur van het bedrijf beschuldigden van ‘onregelmatigheden’ rond lucratieve gascontracten. ‘Door die beschuldigingen van corruptie leerden meer mensen Petropars kennen’, zegt Paasha Mahdavi, een politieke wetenschapper aan de Georgetown University. ‘Maar zelfs voor die beschuldigingen opdoken, kostte het niet veel moeite om te achterhalen dat dat bedrijf grotendeels door de Iraanse regering gecontroleerd werd.’

Petropars bleef tot 2010 klant van Mossack Fonseca. Alarmbellen gingen af toen Jürgen Mossack, een van de oprichters van het bedrijf, te weten gekomen was dat het postbusadres van Petropars’ vennootschap op de Britse Maagdeneilanden als adres voor het Iraanse bedrijf opgegeven stond op de Amerikaanse sanctielijst.

Na wat opzoekwerk op internet gaf een medewerkster van Mossack Fonseca, Marcia DaCosta, de raad de banden met Petropars zo snel mogelijk door te knippen. ‘De beslissing komt misschien twaalf jaar te laat maar ze moet, gezien de omstandigheden, wel genomen worden’, voegde een andere medewerkster, Daphne Durand, eraan toe.

De oprichters van het advocatenkantoor, Mossack en Ramón Fonseca, gingen akkoord. ‘Dit is gevaarlijk!’, stelde Mossack in een e-mail. ‘Iedereen weet dat de Verenigde Naties sancties uitgevaardigd hebben tegen Iran. En we willen zeker geen zaken doen met dergelijke regimes of individuen! Niet omdat die sanctielijst bestaat maar gewoon uit principe. Wie met dat dossier te maken kreeg, had onmiddellijk moeten beseffen dat het om Iraanse namen kon gaan. Er was meteen een alarmbel moeten afgaan.’

In oktober 2010 beëindigde Mossack Fonseca de samenwerking met Petropars. Mossack wees met een beschuldigende vinger naar zijn filiaal in Londen dat het papierwerk voor Petropars afhandelde en een zogenaamde ‘due diligence’-procedure had moeten uitvoeren. Het filiaal had met andere woorden de identiteit van de klant moeten controleren en moeten nagaan of ze niet bij onfrisse praktijken betrokken waren.

‘Het lijkt erop dat Mossack Fonseca UK de ‘due diligence’ niet grondig genoeg (of helemaal niet) uitgevoerd heeft’, zei Mossack.

‘Het lijkt erop dat Mossack Fonseca UK de ‘due diligence’ niet grondig genoeg (of helemaal niet) uitgevoerd heeft’, zei Mossack.

Begin dit jaar hieven de Verenigde Staten een reeks sancties op tegen Iran. Die maatregel kwam er na de nucleaire deal die de VS en Europa vorig jaar met Teheran sloten. Een van de bedrijven die van de zwarte lijst geraakten, was Petropars.

Bedrijven die blijven

Uit de uitgelekte documenten blijkt dat Mossack Fonseca pas in juli 2015 een duidelijk beleid uitwerkte om zich in regel te stellen met de Amerikaanse sanctielijst, ook al was daarvoor al herhaaldelijk gebleken dat het advocatenkantoor in de voorgaande jaren geregeld in de fout ging bij het checken van zijn klanten.

‘Bedrijven die wereldwijd actief zijn en die die controles niet goed uitvoeren, geven terreurorganisaties, drugskartels en mensensmokkelaars de kans hun onwettige en schadelijke activiteiten voort te zetten’, zegt Eric Lorber van het Financial Integrity Network, dat financiële instellingen adviseert over het naleven van de Amerikaanse sancties.

In 2012, jaren nadat Mossack Fonseca was beginnen samen te werken met de bedrijven op de Amerikaanse zwarte lijst, lichtte het advocatenkantoor zijn filiaal in Londen door. ‘Het kantoor in Londen had geen duidelijke regels over de behandeling van risicovolle politici, hun familie en intimi. Het gebruikte ook geen zoekrobots om potentiële klanten te screenen’, luidde het eindoordeel.

Mossack Fonseca lichtte ook de filialen in Singapore, Thailand, Brazilië en Dubai door. Ook zij scoorden slecht op verschillende criteria: het controleren van de achtergrond van klanten en de omgang met politici, hun familie en vrienden. De filialen kregen slechte beoordelingen: van onvoldoende over ruimte voor verbetering, serieuze tekortkomingen tot enkele zwakke punten.

‘Zelfs eenvoudige zoekopdrachten via internet voerden ze niet uit om de achtergrond van klanten te controleren’

Het kantoor in Dubai, dat werkte met Pangates en andere bedrijven die op de zwarte lijst stonden voor hulp aan de Syrische luchtoorlog, kreeg op alle criteria een ‘onvoldoende’. ‘Zelfs eenvoudige zoekopdrachten via internet voerden ze niet uit om de achtergrond van klanten te controleren’, luidde het in de audit.

In 2009 gaf het advocatenkantoor in interne communicatie toe dat het een onvolledig dossier had over een bedrijf dat later strafmaatregelen opgelegd kreeg omdat het ‘voor miljoenen dollars transacties uitvoerde die het Noord-Koreaanse regime hielp bij zijn destabiliserende activiteiten’.

In 2009 beëindigde Mossack Fonseca ook zijn relatie met de Zimbabwaanse zakenman John Bredenkamp. Die was sinds 1997 klant bij het advocatenkantoor. In 2002 waarschuwde een expertenpanel van de Verenigde Naties dat Bredenkamp ‘ervaring had met het opzetten van clandestiene bedrijven’. In 2008, enkele maanden voor Mossack Fonseca de banden doorknipte, plaatsten de VS de zakenman op hun zwarte lijst omdat hij een ‘boezemvriend en intimus’ zou zijn van de Zimbabwaanse dictator Robert Mugabe.

Bredenkamp wenste niet te reageren op vragen van ICIJ. In het verleden ontkende hij steeds beschuldigingen aan zijn adres. Hij weersprak ook berichten over zijn steun aan president Mugabe. In 2012 hief de Europese Unie de sancties tegen hem en zijn bedrijven op.

Uit de gelekte documenten blijkt ook dat Mossack Fonseca in april 2011 nog een ontdekking deed. Het stelde vast dat de VS financiers van Hezbollah – een terreurgroep uit het Midden-Oosten – ervan beschuldigd hadden een schermvennootschap van Mossack Fonseca te gebruiken.

‘Het bedrijf maakt deel uit van een netwerk dat gelinkt is aan het terrorisme’, schreef Sandra de Cornejo, een topmedewerker van Mossack Fonseca

‘Het bedrijf maakt deel uit van een netwerk dat gelinkt is aan het terrorisme’, schreef Sandra de Cornejo, een topmedewerker van Mossack Fonseca. In mei 2011 brak het advocatenkantoor met Ovlas Trading, het bedrijf in kwestie.

‘Ik begrijp niet waarom deze zaken niet bij de eerste ‘due diligence’-procedure aan het licht kwamen!’, schreef Jürgen Mossack in een e-mail aan collega’s. ‘Het is duidelijk dat er ergens wat misgelopen is.’

De advocaten van Ovlas Trading betogen dat de vennootschap opgericht was om fiscale redenen. ‘Het ging grotendeels om een slapend bedrijf. Op geen enkel ogenblik was Ovlas betrokken bij witwaspraktijken, het financieren van terroristen, drugshandelaars en andere illegale activiteiten’, klinkt het.

De advocaten stippen ook aan dat een groot internationaal bedrijf de activiteiten van Ovlas onder de loep nam. ‘Het vond geen bewijs van activiteiten waar de Amerikaanse autoriteiten het van beschuldigde’, luidt het. ‘De eigenaar van het bedrijf heeft ook altijd duidelijk gesteld dat hij Hezbollah niet steunt en dat ook nooit gedaan heeft.’ De advocaten stellen ook alles in het werk om de sancties tegen het bedrijf zo snel mogelijk ongedaan te maken.

Mossack Fonseca had voor 2015 ook al richtlijnen rond sancties. En zelfs een risicomatrix waarin pariastaten, landen onder embargo, een eigen zwarte lijst en landen die speciale aandacht verdienden, voorkwamen.

Maar uit de uitgelekte documenten blijkt dat het management van Mossack Fonseca niet inging op aanbevelingen om meer stringente richtlijnen in te voeren rond screenings van de Amerikaanse sanctielijst. Na het Petropars-debacle in 2010 suggereerde topmedewerkster Marcia DaCosta dat het bedrijf nood had aan meer uitgebreide richtlijnen over de omgang met landen en individuen die op de sanctielijst staan.

In een memo uit 2015 kondigt Mossack Fonseca aan dat het de banden met 35 mogelijk risicovolle bedrijven ‘zo snel mogelijk’wil doorknippen ‘na recente veranderingen in onze organisatie’. Het ging onder meer om bedrijven actief in de oliesector in Wit-Rusland en Rusland, mobiele telefoons, sap, tomatenpuree en kaas in het Midden-Oosten, investeringsbedrijven uit Oeganda en Guinee, rederijen uit West-Afrika en vastgoedbedrijven uit Libanon en Zimbabwe.

Sanctiehandhavers in de VS en elders in de wereld besteden te weinig aandacht aan tussenpersonen zoals Mossack Fonseca

‘Mossack Fonseca zal niet samenwerken met bedrijven die actief zijn in land die op de Amerikaanse zwarte lijst staan, zoals Sudan en Zuid-Sudan. Het gaat ook voorzichtiger omspringen met landen waartegen enkele sancties gelden’, luidt het in de memo uit 2015.

Verschillende offshorespecialisten stellen dat sanctiehandhavers in de VS en elders in de wereld te weinig aandacht besteed hebben aan tussenpersonen zoals Mossack Fonseca. Ook al spelen die een sleutelrol in het opzetten van bedrijven die wanpraktijken mogelijk maken. ‘Dat komt deelt door een gebrek aan middelen’, zeggen experts.

Maar daar zou verandering in kunnen komen. ‘Vroeger werd alleen jacht gemaakt op klanten, niet op de banken zelf’, luidt het. Maar de afgelopen jaren kregen banken als HSBC en UBS historische boetes omdat ze werkten voor criminelen, fiscale frauders en overtreders van sancties. ‘Dus misschien zijn die tussenpersonen binnenkort aan de beurt.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift