Paradise Papers: gebeurt er eigenlijk iets tegen de massale belastingvlucht van de superrijken?

De verhalen die ex-collega Kristof Clerix en de collega’s van ICIJ bovenspitten in de Paradise Papers zijn –alweer – verbijsterend, onder andere omdat de meeste constructies gewoon legaal zijn. Toch is het niet zo dat er niets gebeurt. Wij vroegen Koen Schoors, Wouter Lips, Emma Bossuyt en Jan van de Poel om antwoord op 5 vragen.

Gie Goris

MO*redactie
Hoofdredacteur, Azië, religie & conflict
8 november 2017

Naar aanleiding van vorige dossiers die MO* publiceerde (Panama Leaks, Luxleaks, Swissleaks…), brachten we ook een dossier Revolutie in Belastingland, waarin John Vandaele uitgebreid inging op de stappen die internationaal gezet worden om belastingparadijzen tegen te gaan. Daaruit bleek dat de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, de denktank van de rijke industrielanden) voortrekker is.

CC Gardener (CC BY 2.0)

 

Koen Schoors is econoom en hoogleraar aan de Universiteit Gent. In het verleden doceerde hij ook aan de Katholieke Universiteit Leuven, aan de Vlerick Business School en aan de Higher School of Economics in Moskou.
Wouter Lips is als onderzoeker verbonden aan het Ghent Institute for International Studies. Hij werkt onder andere rond internationale belastingsystemen.
Emma Bossuyt is beleidsmedewerker Economie bij 11.11.11, Jan Van de Poel is hoofd beleid en verantwoordelijk voor fiscaliteit en private sector bij 11.11.11.

1. Zal de Automatische Informatie Uitwisseling die de OESO heeft bedongen bij meer dan honderd staten ervoor zorgen dat er minder belastingparadijzen en dus minder Paradise Papers zijn in de toekomst?

Wouter Lips: Ja en nee, Paradise Papers gaat eerder over belastingontwijking, en dat sluit aan bij het BEPS-project (zie verder), eerder dan over illegale belastingontduiking. De Panama Papers gingen wel over dat laatste.

Automatische uitwisseling van informatie heeft voor minder bankgeheim gezorgd in de klassieke paradijzen, maar heeft een nieuw “paradijs” versterkt: de Verenigde Staten. De VS stappen niet mee in het globale OESO-systeem, maar hanteren hun eigen FATCA-wet die veel minder wederkerig is. De VS krijgen dus informatie maar sturen zelf veel minder uit. Onderzoek heeft getoond dat dit zorgt voor een stijging van offshore kapitaal in de richting van de VS, weg van Zwitserland. We hebben dus dringend nood aan een Delaware-Leaks.

De VS krijgen informatie maar sturen zelf veel minder uit. We hebben dus dringend nood aan een Delaware-Leaks.

Koen Schoors: De belangrijkste factor is hier niet de overheid maar de digitalisering, die belastingparadijzen ofwel kwetsbaar maakt voor lekken (digitale informatie is erg mobiel) ofwel inefficiënt (alles weer op papier in een kluis is misschien veiliger, maar erg onhandig). Dus dit is toch wel een domein waar digitalisering ook positief lijkt te werken.

Jan Van de Poel en Emma Bossuyt: Belastingparadijzen worden gedefinieerd door 2 kenmerken: beperkte transparantie en lage belastingtarieven. Bermuda bijvoorbeeld zal dit jaar voor de eerste keer automatisch gegevens uitwisselen met andere landen, net zoals België. Tegelijkertijd kent het een nulbelasting op bedrijfswinsten. Hét grote voordeel van automatische gegevensuitwisseling is dat de fiscus in andere landen zal weten hoeveel geld of andere activa landgenoten aanhouden op belastingparadijzen.

De fiscus zal dus een veel beter zicht krijgen op de praktijken die multinationals zoals Nike of Apple toepassen om de belastingfactuur te drukken door winsten door te schuiven naar landen waar niet of weinig belast. Dat is een noodzakelijke eerste stap, maar om constructie zoals die uit de Paradise Papers te voorkomen, is wetgeving nodig, liefst internationaal, om ervoor te zorgen dat bedrijven ook werkelijk belasting betalen waar de economische activiteit gebeurt. Je zou ook kunnen denken om internationale afspraken te maken rond minimale belastingtarieven, al heb je dan het risico dat het afgesproken minimum ook de norm wordt.

2. Heeft die Automatische Informatie Uitwisseling er nu al voor gezorgd dat er minder dergelijke constructies zijn en dat ze meer spontaan worden gemeld aan de fiscus?

Jan Van de Poel en Emma Bossuyt: Of er minder constructies zullen zijn is moeilijk te zeggen. Belangrijk is wel dat we er niet meer op moeten rekenen dat melding spontaan gebeurt. Financiële instellingen in belastingparadijzen die deelnemen, worden verplicht om zeer uitgebreide financiële informatie over alle rekeninghouders – bedrijven en vermogenden – door te spelen aan de fiscus. Het belang daarvan mag je niet onderschatten, maar transparantie blijft een eerste stap. Er moeten er andere volgen.

Koen Schoors: Ongetwijfeld heeft dit sommige constructies verhinderd en sommige naar nog exotischer oorden geduwd. Het komt er op neer dat je de kans op betrapping en dus de kost van fraude verhoogt. De kleinere fraudes vinden dan het sop de kool niet meer waard en stopen. De echt grotere fraudes gaan nu nog verder in de fraude.

Automatische gegevensuitwisseling treft waarschijnlijk de sukkelaars onder de rijken

Wouter Lips: Exacte cijfers ken ik niet, maar ik vermoed van wel. Alleen zullen dat waarschijnlijk de sukkelaars onder de rijken zijn. Automatische gegevensuitwisseling is een goede dam tegen het klassieke bankgeheim. Alleen is dat allang een nogal vanilla vorm van belastingontwijking. Wie genoeg geld heeft om zijn zaken te laten regelen via dure vermogensbeheerders had lang voor de invoering van gegevensuitwisseling zijn geld al via andere, meer ondoorzichtige manieren, verborgen.

Trusts, offshorebedrijven, anonieme holdings, en vaak combinaties daarvan zijn technieken die daarvoor gebruikt worden. Sowieso is het al zeer complex om daar dan door te prikken, en als een van die entiteiten zich in een land bevindt dat geen gegevens uitwisselt blijft het quasi onmogelijk.

CC Shelby McIntosh (CC BY-NC 2.0)

 

3. Kan het tweede initiatief van de OESO, dat BEPS (Base Erosion and Profit Shifting) genoemd wordt, echt iets betekenen tegen het wegdraineren van winsten naar landen met nulbelastingtarieven?

Wouter Lips: BEPS staat voor een reeks technieken die multinationale ondernemingen gebruiken om hun fiscale verantwoordelijkheid te ontlopen. Dit project, onder leiding van de OESO bestaat uit 15 actiepunten die een efficiëntere aanpak van belastingontwijking mogelijk moeten maken. Concreet had men drie ruimere doelstellingen: verzekeren dat belastingen worden betaald daar waar meerwaarde wordt gecreëerd, de financiële transparantie verhogen en ervoor zorgen dat ook ontwikkelingslanden de vruchten kunnen plukken van de acties. BEPS heeft een aantal loopholes gesloten, maar heeft op andere punten het systeem nog complexer en dus meer bespeelbaar gemaakt. Het antwoord is hier dus een voorzichtige ja.

Het belangrijkste waar BEPS voor gezorgd heeft, is de invoering van Country-by-Country Reporting. Een rapport waarin bedrijven in een document hun winst land per land moeten opbreken, in plaats van een geconsolideerd cijfer te geven voor de hele groep. Dit document stelt ons in staat te zien in welke landen een bedrijf welke belasting betaalt, wat overheden een goed zicht zou moeten geven waar er ontweken wordt.

Helaas worden de rapporten niet openbaar gemaakt, onder druk van multinationals, waardoor het publiek en de pers er geen toegang toe heeft. Deze informatie openbaar maken zou de nood aan perslekken kleiner maken. Wie het belastingsysteem eerlijker wil maken, zou publieke Country-by-Country reporting hoog op de agenda moeten houden.

Het is zoals met doping: een eeuwige wedloop tussen ontwijkers/ontduikers en overheden. Overheden maken nu een beetje van hun achterstand goed

Koen Schoors: BEPS is absoluut een stap in de goed richting, maar net zoals met doping is het een eeuwige wedloop tussen ontwijkers/ontduikers en overheden. Ik zou zeggen dat de overheden nu een beetje van hun achterstand goedmaken.

Jan Van de Poel en Emma Bossuyt: BEPS bevat onder andere richtlijnen voor het toepassen van verrekenprijzen en het aanpassen van bilaterale belastingverdragen. Hiervoor ontwikkelde de OESO nog een ander instrument, het zogenaamde Multilaterale Instrument, dat moet vermijden dat ieder bestaand bilateraal belastingverdrag opnieuw afzonderlijk moet onderhandeld worden. Het MLI instrument past meer dan 3000 bilaterale dubbelebelastingverdragen aan opdat ze ‘BEPS-proof’ zouden gemaakt worden. De landen kunnen echter vrij kiezen welke aanpassingen ze wel of niet wensen te doen alsook diverse reservaties maken bij de voorgestelde opties. Daarnaast moet er ook een ‘match’ zijn met andere landen alvorens men concreet overgaat tot aanpassingen. Naast de enorme complexiteit is het dus twijfelachtig dat dit instrument een aardverschuiving zal teweeg brengen.

De OESO-richtlijnen hebben geen kracht van wet. Naast enkele minimumcriteria bevat het vooral aanbevelingen waarin landen vrij worden gelaten of ze deze al dan niet volgen. De grootste teleurstelling is dat de OESO blijft vasthouden aan het ontoereikende ‘single entity-principe’. Dit is gebaseerd op de fictieve veronderstelling dat de verschillende segmenten van een multinationale groep handelen alsof ze los staan van elkaar. Echter, gezien ze deel uitmaken van dezelfde groep kan de prijszetting van transacties tussen delen van de groep gemakkelijk gemanipuleerd worden om winsten naar belastingparadijzen door te sturen.

Om dergelijke manipulaties tegen te gaan beschikken belastingautoriteiten over richtlijnen voor ‘interne verrekenprijzen’. Maar dit is bijzonder complex. Vaak is het onmogelijk om een marktprijs te bepalen voor zaken als intellectuele eigendommen en royalties. Bedrijven wijzen in dit verband ook op de problemen waarmee ze geconfronteerd worden door mismatch ten gevolge van verschillende belastingregimes in landen waar ze actief zijn. Op zich is dit geen onbegrijpelijk punt, maar het toont vooral aan dat er dringend heldere internationale normen moeten komen.

De intenties van BEPS zijn goed, maar het hele systeem wordt er vooral veel complexer op. Dat leidt tot nieuwe opportuniteiten voor “optimalisatie”.

De intenties van BEPS zijn dan wel goed, maar het hele systeem wordt er vooral veel complexer op. Meer complexiteit leidt tot meer discussie en nieuwe opportuniteiten voor optimalisatie technieken. Een alternatief, de unitary taxation, waarbij je de internationale groep beschouwt als één entiteit, wordt voorlopig tegengehouden door het merendeel van de landen. Ze klampen zich vast aan het ‘single entity’ principe. Europa heeft reeds stappen gezet om dit aan te pakken. Zo werkte de Europese Commissie in 2011 een voorstel tot een Common Consolidated Corporate Tax uit.

Dit zou inhouden dat multinationale bedrijven slecht één Europees systeem moeten volgen voor het berekenen van hun belastbaar inkomen, in plaats van diverse nationale regelboeken. Bedrijven kunnen een belastingaangifte indienen voor al hun EU-activiteiten en verliezen in de ene lidstaat compenseren met winst uit de andere. De geconsolideede belastbare winst wordt verdeeld tussen de lidstaten waarin de groep actief is volgens een verdeelsleutel. Elke lidstaat belast dan zijn aandeel in de winst tegen zijn eigen nationale belastingtarief. Een revolutionair voorstel dat wegens ‘te ambitieus’ geen lang leven was gegund. Inmiddels ligt er een nieuw en gematiger voorstel op tafel. De vraag is echter of dit voorstel de Raad zal overleven. Gezien belastingskwesties in Europa unanimiteit verreisen, is dit twijfelachtig.

4. Waarom blijven staten de tarieven van de vennootschapsbelasting verlagen, ondanks deze initiatieven? België en de VS zijn maar de twee laatste voorbeelden van staten waar dit gebeurt?

Wouter Lips: Die vraag draait de zaken wat om. Door de initiatieven worden de mogelijkheden voor staten om in het kader van belastingcompetitie papieren winsten aan te trekken door het aanbieden van oneigenlijke belastingvoordelen kleiner. Nog meer dan BEPS zijn de state aid cases van de Europese Commissie daar een grote factor in de EU. Als die mogelijkheden dus kleiner worden, zullen staten meer en meer op het tarief beginnen competitie voeren.

Op zich hoeft dat niet zo problematisch te zijn. Ten eerste is het eerlijker, transparanter en democratischer om op het tarief competitie te voeren dan op ondoorzichtige loopholes. Het is ook eerlijker tegenover lokale bedrijven. Als multinationals (voor een stuk) fysiek moeten verplaatsen om te genieten van het lagere tarief maakt dat competitie ook eerlijker.

Er is een ondergrens aan de gevreesde race to the bottom. Bedrijven zullen niet tot in het oneindige blijven verplaatsten voor een lager belastingtarief.

Bovendien is er een ondergrens aan die gevreesde race to the bottom. Bedrijven zullen niet tot in het oneindige blijven verplaatsten voor een lager belastingtarief. Andere factoren zoals locatie, opleiding van de beroepsbevolking, infrastructuur spelen evenzeer mee in de keuze van een multinational voor een land. Kleinere landen en landen met een Angelsaksisch geïnspireerd liberalisme zullen met een lager tarief eindigen. Grote landen en landen met een Scandinavisch of Duits model zullen hogere tarieven kunnen blijven hanteren.

Koen Schoors: Ik denk dat juist door het sluiten van alle achterpoortjes de stille fiscale comparatieve voordelen van landen verdwijnen en dat ze, in de geest van fiscale concurrentie, meer en meer concurreren waarmee ze nog kunnen concurreren, namelijk met de officiële tarieven van de vennootschapsbelasting. Dus deze evolutie is eigenlijk een symptoom van het feit dat de grote misstanden er langzaamaan uit gaan.

Jan Van de Poel en Emma Bossuyt: In Europa is die verlaging van de vennootschapsbelasting ironisch genoeg een reactie op de drive van de Europese Commissie om fiscale concurrentie aan te pakken (denk maar aan de veroordeling van landen als Ierland en ook België omwille van ‘illegale staatssteun’ via fiscale voorkeursbehandeling van multinationals). Het kadert in de fiscale concurrentiestrijd tussen landen. Bedrijven creëeren immers jobs en welvaart. Om aantrekkelijk te blijven, denkt men aan het langste eind te trekken door het nominaal tarief in de vennootschapsbelasting naar beneden te halen.

Als iedereen het doet, kan je niet anders dan meedoen. De vraag is natuurlijk waar dat eindigt. Belastingen zijn geen Europese bevoegdheid. Iedere lidstaat heeft het recht zijn belastingtarief te bepalen. Initiatieven voor harmonisering worden vaak met argusogen bekeken. Het wordt voor landen steeds moeilijker een nichebeleid uit te tekenen om multinationals in de watten te leggen (zoals de Belgische notionele interestaftrek).

Zodra Amazon had aangekondigd dat ze een tweede vestiging zou oprichten in de VS, ontstond er onder de staten een echte wedstrijd om de gigant naar hun steden te lokken

Ook in de VS hebben we dit recent nog gezien. De case van Amazon is hierbij een goed voorbeeld. Zodra Amazon had aangekondigd dat ze een tweede vestiging zou oprichten in de VS, ontstond er onder de staten een echte wedstrijd om de gigant naar hun steden te lokken. Als je bedenkt hoeveel miljarden Amazon in zo’n tweede hoofdkantoor pompt, en nog belangrijk hoeveel jobs dit genereert, is dit eigenlijk een politiek rationele keuze. Maar het leidt er wel toe dat bedrijven eenvoudig de kans krijgen om te ‘shoppen’ naar vestigingslocaties. En waar ga je het liefste winkelen? Waar je het meeste voordelen krijgt.

Opvallend is dat we dezelfde trend ook zien in ontwikkelingslanden. Ook daar wordt fiscaliteit meer en meer ingezet om investeringen aan te trekken, bijvoorbeeld via zogenaamde sweetheart deals, waarbij verregaande belastingvoordelen worden toegekend aan bedrijven. Vraag is of dat wel werkt. Uit onderzoek, onder meer van UNCTAD, blijkt dat zeker in ontwikkelingslanden heel wat andere factoren vaak een belangrijkere rol spelen in het aantrekken van investeringen: politieke stabiliteit, institutionele ontwikkeling, infrastructuur, “menselijk kapitaal”.

CC Kathrin & Stefan Marks (CC BY-NC-NA 2.0)

 

5. Zijn er veel krachtigere initiatieven nodig om ervoor te zorgen dat ook rijke mensen hun aandeel in de belastingen betalen? Zo ja, wie zou die dan moeten nemen? Is er politiek draagvlak voor of moet de woede nog veel groter worden? Of spoort de huidige mondialisering gewoon niet met fiscale rechtvaardigheid?

Wouter Lips: Er zijn fundamentelere hervormingen van de internationale vennootschapsbelasting nodig om ervoor te zorgen dat multinationals hun deel betalen. Zowel de EU als de VS hebben dergelijke projecten gelanceerd. De Europese Commissie probeert met de Common Consolidated Corporate Tax Base (CCCTB) de winsten van multinationals meer in lijn te brengen met de economische realiteit en minder met de papieren boekhouding. Alleen lijkt het erop dat de tegenkanting van staten zoals Luxemburg, Nederland en ook België ervoor zal zorgen dat dit er niet komt.

Er is een punt waarop het meer zal kosten om te achterhalen hoe de allerlaatste superrijken of koppige bedrijven hun zaakjes ergelen en hoe we hen kunnen belasten, dan de eigenlijke belastingopbrengst. Of we als samenleving daarom moeten ophouden om er toch achteraan te gaan is dan weer een andere vraag. Ik kan me voorstellen dat dit niet strookt met het rechtvaardigheidsgevoel van velen.

Koen Schoors: een beetje Europese coördinatie over tarieven zou een goede zaak zijn. Je ziet aan de andere kant een massale hervorming in de VS, die nu ook voor VS bedrijven de winsten in het buitenland onbelast laat.

Het maatschappelijk draagvlak voor eerlijke belastingen is zeer groot, politiek ligt de kwestie heel wat gevoeliger.

Jan Van de Poel en Emma Bossuyt: Het maatschappelijk draagvlak voor eerlijke belastingen is zeer groot, zo bleek nog maar eens uit een recente bevraging bij het brede publiek. Politiek ligt de kwestie van belastingen natuurlijk heel wat gevoeliger. Kijk bijvoorbeeld naar de Financiële Transactietaks. Als gevolg van de Brexit heeft men dit dossier voor de zoveelste maal ‘on hold’ gezet omdat men eerst wil afwachten hoe de onderhandelingen verlopen, teneinde massale kapitaalvlucht te vermijden. Of denk maar aan het de beslissing van de EU-Commissie om geld terug te vorderen in het kader van excess profit rulings voor bedrijven in België. De Belgische regering ging in beroep, omdat de aantrekkelijkheid van ons land in het gedrang zou komen. Voor politici zou dit politieke zelfmoord zijn. Men wil het niet op zijn geweten hebben dat de miljarden wegstromen naar andere landen.

Er moeten dus inderdaad krachtigere initiatieven komen op internationaal niveau om het shopping gedrag van bedrijven en de fiscale concurrentiestrijd- die zichzelf in stand houdt- een halt toe te roepen. De huidige initiatieven van de OESO en Europa zijn een stap in de goede richting, maar ze zijn ontoereikend in een globale economie waarin het kapitaal circuleert.

Ook nu mogen we vooral de ontwikkelingslanden niet vergeten. Zij dragen een disproportionele impact van belastingontwijking en fraude. Huidige internationale fora zoals de OESO betrekken deze landen wel maar vergeten vaak dat de institutionele draagkracht van ontwikkelingslanden doorgaans tekortschiet om effectieve fraudebestrijding en belastingontwijking op korte termijn mogelijk te maken. Vaak hebben deze landen ook te kampen met zware corruptieschandalen. Een wereld zonder belastingontduiking is waarschijnlijk een utopie. Maar we kunnen er wel voor zorgen dat potentiële fraudeurs of misbruik van fiscale loopholes aan banden wordt gelegd.

Ontwikkelingslanden dragen een disproportionele impact van belastingontwijking en fraude

De laatste jaren zijn er zeker al positieve stappen gezet. Maar om het shoppinggedrag van bedrijven tegen te gaan moeten er internationale akkoorden over fiscaliteit komen, net zoals we reeds internationale handelsakkoorden hebben. Enkel dergelijke internationale afspraken zullen de fiscale concurrentiestrijd aanpakken. Daarnaast moeten we blijven inzetten op transparantie. Ook hier zijn al goede stappen gezet, denk maar aan het UBO-register in Europa, dat moet aangeven wie de uiteindelijke begunstigde is achter niet-gepersonaliseerde rekeningen, of de Automatische Informatie-uitwisseling.

Door dergelijke registers publiek toegankelijk maken geeft men het signaal dat zowel burgers, investeerders als overheden kunnen achterhalen wie er achter constructies schuilt. Toch kan men ook hier gerust meer ambitie aan de dag leggen. Als je ziet hoe gevoelig het eeuwenoude bankgeheim de Belgische politici blijft verdelen, wordt duidelijk dat men toch een tandje zal moeten bijsteken.

LEES OOK

Welcome Collection (CC0)
De Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) heeft opnieuw het besluit uitgesteld om de banden met de tabaksindustrie te verbreken.
Brookings Institution (CC BY-NC-ND 2.0)
De Britse econoom Lord Nicholas Stern (London School of Economics) breekt een lans voor een eerlijke CO2-prijs.
Edwin Leong (CC BY-SA 2.0)
Lobbyisten en sponsors speelden een grote rol tijdens de afgelopen klimaatconferentie in Bonn en eerdere klimaatgesprekken. Met name de energiesector roert zich krachtig.
CC Gie Goris (CC BY-NC 2.0)
MO* sprak met Joan Clos, directeur van UN Habitat, over het belang van steden en openbare ruimte voor migranten.

Meest recent van Gie Goris

CC IOM (CC BY-NC-NA 2.0)
De belangrijkste opdracht voor 2018: een wereldwijd verdrag over migratie
Binnen de Verenigde Naties wordt gewerkt aan twee nieuwe, mondiale verdragen: eentje over vluchtelingen, en ander over migranten.
CC Gie Goris (CC BY-NC 2.0)
‘De stad leeft in haar publieke ruimte -soms als ontmoeting, soms als conflict’
MO* sprak met Joan Clos, directeur van UN Habitat, over het belang van steden en openbare ruimte voor migranten.
© Marco Delogu
Jhumpa Lahiri: ‘In een eentalig universum bekijk je de wereld door één oog. Je mist perspectief.’
Als kind voelde Jhumpa Lahiri zich vaak een soort alien, zowel in Rhode Island als in Calcutta, de twee polen in haar leven.
2 miljoen gastarbeiders in Qatar profiteren van conflict met Saoedi-Arabië
Vorige week sloten Qatar en de Internationale Arbeidsorganisatie een akkoord af waardoor de 2 miljoen migrantenarbeiders in de kleine Golfstaat eindelijk rechten en betere werkomstandigheden krijge