Onder de radar escaleert het geweld

Q&A: hoe vredig Burkina Faso ten prooi valt aan extremistisch jihadisme

© Reuters

17 januari 2016. Uitgebrande wrakken zijn de stille getuigen van de aanslag die islamisten twee dagen eerder uitvoerden op hotel Splendid, in Ouagadoudou. De aanslag kwam voor velen als een donderslag bij heldere hemel

‘De verspreiding van terrorisme is een groeiende bedreiging over de Afrikaanse grenzen heen’, zei VN-secretaris-generaal António Guterres in oktober nog voor de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. ‘Dit is een strijd die we niet aan het winnen zijn.’

De feiten geven de VN-baas gelijk. Na Libië, Algerije en Mali wankelt nu ook Burkina Faso onder druk van het extremistisch geweld.

Hoe kan het dat het vredige Burkina Faso ten prooi valt aan extremistisch jihadisme?

Wat is er aan de hand?

Drie november 2019. In de noordelijke Sahelregio van Burkina Faso executeren gewapende mannen de burgemeester van Djibo, samen met drie van zijn reisgezellen.

Een dag later vallen jihadisten de gendarmerie van Oursi aan. Balans: vijf dode politieagenten.

Nog twee dagen later vallen jihadisten in het oosten een door het leger geëscorteerd konvooi van mijnwerkers aan. 39 doden.

Op kerstdag sterven 42 mensen tijdens een aanval op het noordoostelijke dorp Arbinda. Nadien zouden in schermutselingen met het leger 7 soldaten zijn omgekomen. Volgens president Roch Marc Christian Kaboré werden ook 80 extremisten ‘geneutraliseerd’.

Op 4 januari rijdt een bus vol studenten op een bermbom in het noordwesten. Veertien doden.

Eén destructieve band van jihadistisch geïnspireerd geweld die de centrale Sahellanden als strohalmen in de storm laat knakken.

De aanvallen komen gewoon bovenop het “normale aantal” waar vooral Burkina Faso sinds enkele jaren mee af te rekenen heeft: kleinschalige aanvallen op plattelandsdorpjes, politieposten, kerken en moskeeën. Telkens vallen er ergens tussen enkele en tientallen doden.

Ook in buurland Niger volgen de aanslagen zich sneller op. Op 12 december vielen jihadisten een militair kamp nabij het dorp Inates aan, waarbij 71 soldaten stierven.

Na Mali dreigt zo Burkina Faso, maar ook Niger, de volgende vallende dominosteen te worden in de spiraal van geweld die de Sahel teistert.

En vanaf Niger is het niet ver meer van de invloedszone van Boko Haram, die andere West-Afrikaanse terreurgroep. Boko Haram opereert voornamelijk in Noordoost-Nigeria, Zuidoost-Niger en de regio rond het Tsjaadmeer.

Zo komt het doemscenario wel erg dichtbij: één destructieve band van jihadistisch geïnspireerd geweld, die de centrale Sahellanden als strohalmen in de storm laat knakken.

Sinds wanneer vinden er aanslagen plaats in Burkina Faso?

De jihadistische groepen die verantwoordelijk zijn voor de aanslagen in Burkina Faso begonnen hun operaties in buurland Mali. Dat wordt sinds 2012 geteisterd door een burgeroorlog. In de laatste maanden van 2015 staken ze de grens over.

Op de avond van 15 januari 2016 floten de kogels voor de eerste maal door de straten van de Burkinese hoofdstad Ouagadougou. Bij een gecoördineerde aanval op Hotel Splendid en een café ertegenover vielen 30 doden en 56 gewonden. Bijna 200 hotelgasten werden gegijzeld.

Volgens Human Rights Watch zijn er in het land sinds april 2019 al 256 burgerslachtoffers gevallen in 20 gerapporteerde aanvallen.

De volgende dag trof ik het hoofd van het openbaar ministerie aan de ingang van het kapotgeschoten Hotel Splendid. Met tranen in haar ogen zat de topambtenaar op een stoel, zwijgend gade te slaan hoe forensisch experts de ene lijkzak na de andere naast haar op het zwartgeblakerde asfalt legden.

Haar tranen illustreerden hoezeer deze aanslag kwam als een donderslag bij heldere hemel. Hoe kon dit? “Het land van de oprechte mensen” (zoals de naam van het land zich laat vertalen) stond sinds mensenheugenis te boek als een tolerante, open maatschappij waar christenen en moslims elkaars feesten vieren. Waar vrouwen in felgekleurde jurken op scooters door de stad rijden, en waar op elke hoek van de straat wel een macquis te vinden is met frisse pils en geroosterd schapenvlees. Of varkensvlees – dat was er ook, als je wat zocht. Geen hond die zich er vragen bij stelde.

In toenemende mate begonnen de jihadistische groepen aanslagen te plegen, aanvankelijk geconcentreerd in het rurale noorden van Burkina Faso. In de daaropvolgende jaren vergrootte hun actieradius als een olievlek, richting het zuiden en het oosten van het land.

Die streken zijn zo afgelegen dat berichten over aanslagen niet altijd doorsijpelen. Dat bemoeilijkt de verificatie van het aantal slachtoffers. Volgens mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch zijn er in het land sinds april 2019 al 256 burgerslachtoffers gevallen in 20 gerapporteerde aanvallen. UNHCR tekent zo’n driehonderdduizend ontheemden op, een verdriedubbeling sinds het jaar ervoor.

Wie voert de aanvallen uit?

Slechts zeer zelden worden de aanslagen opgeëist. Daarom worden de gewapende groepen door de regering steevast aangeduid als ‘niet-geïdentificeerde gewapende mannen’.

Desondanks nemen waarnemers aan dat de aanvallen in Burkina Faso het werk zijn van een drietal groeperingen: Ansarul Islam, JNIM (Groep ter Ondersteuning van Islam en Moslims) en ISGS (Islamitische Staat in de Grote Sahara).

Van al deze bewegingen is Ansarul Islam de enige die ontstaan is in Burkina Faso zelf, in 2016. De groep opereerde onder leiding van Ibrahim Dicko, tot deze in mei 2017 werd gedood.

De andere groepen bouwden hun machtsbasis op in Mali en rekruteren vooral onder de etnische Peul – nomadische veetelers. Deze groep is vatbaar voor rekrutering omdat het gevoel leeft dat ze door de nationale overheden gemarginaliseerd worden.

Waar komt het jihadistische geweld in Burkina Faso zo plots vandaan?

Wie de opmars van het gewelddadige jihadisme in de regio omschrijft als een recent fenomeen, of als loutere import van ideeën uit het Midden-Oosten, negeert het feit dat de islam een lange en rijke traditie kent in West-Afrika.

Historici benadrukken dat het Sub-Sahara Afrika in de antieke moslimwereld bekend stond als Bilad al-Sudan (het land van de zwarten). Maar het is evenzeer is het geweten dat de grootste staten in de prekoloniale tijd moslimstaten waren: het elfde-eeuwse Ghana, het veertiende-eeuwse Mali-rijk en het Songhai-rijk in de zestiende eeuw. De Saywafa, heersers over het Bornu-rijk in hedendaags Nigeria, worden al sinds het einde van het eerste millennium geassocieerd met de islam.

De reden waarom de islam zich zo snel kon verspreiden in West-Afrika, ligt in het karakter van de religie. De islam is een religie die reizen aanmoedigt – denk aan de verplichting voor elke moslim om eenmaal in het leven Mekka te bezoeken. Via de uitgebreide handelsnetwerken in West-Afrika bereikte de nieuwe religie al snel de Golf van Guinee.

Ook het concept “jihad” (dat vertaald kan worden als ‘je inzetten voor God’) is inherent aan de regio. Vanaf het begin van de negentiende eeuw ontstonden in verschillende delen van West-Afrika verschillende “jihadstaten”: onder meer Massina (in hedendaags Centraal-Mali) en Sokoto (Noord-Nigeria).

Het is geen toeval dat de jihadistische activiteiten van vandaag zich ook concentreren in deze regio’s. Zowel Boko Haram als groeperingen in Mali en Burkina Faso die aan Islamitische Staat en Al Qaeda gelinkt zijn, beroepen zich op die historische jihadstaten. Bij de terreurbeweging van Hamadou Kouffa bijvoorbeeld wordt dat expliciet. Die heet simpelweg Katibat Massina (‘Bataljon Massina’).

De gewelddadige acties zijn de verderzetting van een eeuwenlange strijd tussen rondtrekkende nomadenstammen en de stedelijke culturen van Sub-Sahara Afrika.

Er zijn nog overeenkomsten tussen de moderne terreurbewegingen in West-Afrika en de historische jihadstaten. Net als vandaag ontstonden de jihadstaten in de negentiende eeuw uit onvrede met de heersende politieke elite. Uthman dan Fodio, de stichter van het Sokoto-rijk, wist zijn machtsbasis uit te breiden net omdat de onderdanen van de Hausa-staten die hij veroverde, zo ontevreden waren met het repressieve gezag van de arrogante, stedelijke elites.

Het is geen toeval dat zijn aanhangers destijds vooral nomadische Peul-herders waren, die zich uitgezogen en onderdrukt voelden door de despotische machtshebbers in de Hausa-koninkrijken.

Ook vandaag rekruteren de bewegingen die zich beroepen op het jihadisme voornamelijk onder de Peul-bevolkingsgroep. Die voelen zich tot op de dag van vandaag nog steeds gemarginaliseerd.

Zo is het bijvoorbeeld in Mali de praktijk dat Peul-herders per begraasd stuk land belastingen moeten betalen aan zogenaamde dioro’s, traditionele leiders die in contact staan met de nationale regering. ‘Als een minister in Bamako geld nodig heeft, geeft hij de opdracht aan de dioro’s om meer belastingen te heffen. Het is pure corruptie’, tekende MO* nog op in januari 2018, in het Malinese Mopti.

Het is dan ook verkeerd om de aanvallen van vandaag louter weg te zetten als de acties van misleide of knettergekke fanatiekelingen. Meer dan dat zijn ze de verderzetting van een eeuwenlange strijd tussen rondtrekkende nomadenstammen en de stedelijke culturen van Sub-Sahara Afrika.

Maar ook het concept jihad is geëvolueerd. De jihadisten van vandaag gaan veel militaristischer en gewelddadiger te werk dan hun historische voorgangers. Dat heeft vooral met de geopolitieke context te maken: met de val van Khadaffi in Libië en de daaropvolgende toestroom van wapentuig, de politieke verhoudingen met de voormalige Europese kolonisators en transnationale smokkel van illegale goederen. Maar ook het religieuze imperialisme van landen als Saudi-Arabië en Turkije, de opkomst van Islamitische Staat in het Midden-Oosten en de klimaatverandering — die de etnische verhoudingen in de regio nog meer op scherp zet — spelen een rol.

Het belangrijkste verschil zit hem in het concept “jihad” zelf. Een denkoefening: wat zou er gebeuren mocht Uthman dan Fodio (de stichter van het Sokoto-rijk) geteleporteerd worden naar hedendaags Boko Haram-gebied? Waarschijnlijk zou hij zich afvragen waarom er zo nodig minderjarige schoolmeisjes gehersenspoeld moeten worden tot ze een bomgordel laten ontploffen op de zaterdagmarkt. ‘Wat heeft dat in godsnaam te maken met de islam’?, zou hij zich ontzet afvragen, in samenzang met ambtsgenoot Seku Amadou in het Massina-kalifaat.

Hun interpretatie van jihad verschilt namelijk nogal van de hedendaagse. Waar de jihadstaten uit de negentiende eeuw vooral de soefi-traditie aanhingen, een mystieke interpretatie van de islam, beroepen de huidige terreurbewegingen zich op het salafisme (vorm van de islam die de Koran en islamitische leefregels strikt en letterlijk interpreteert, red.).

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur