‘Ook in België wordt dekolonisatie eindelijk ernstig genomen, maar nu ontbreekt het aan een visie in Congo’

Een nieuwe bestemming voor teruggegeven roofkunst in Benin

Jean-Pierre Dalbéra (CC BY 2.0)

Enkel van de topstukken zijn drie levensgrote beelden van drie koningen van Dahomey, het rijk dat bestond voor het huidige land Benin..

Vorig jaar werden 26 kunstwerken uit Benin door Frankrijk gerestitueerd. In de hoofdstad Cotonou worden ze nog tot 22 mei tentoongesteld in het presidentiële paleis. Benin heeft verder grootse plannen met tal van nieuwe musea. Ook in België staan de deuren stilaan op een kier voor de teruggave van roofkunst. ‘Alleen ontbreekt het in Congo nog aan een beleid en visie voor cultuur.’

De 26 kunstwerken die terugkeerden naar Benin, zijn hofkunst die tussen 1892 en 1894 door Franse militairen uit de toenmalige, historische hoofdstad Abomey werden geroofd tijdens de koloniale oorlog. De kunstwerken kwamen daarna in verschillende Franse musea terecht. De president van Benin, Patrice Talon, haalde de kunstschatten zelf op in Frankrijk. Benin is ambitieus en wil met tal van nieuwe musea die dit decennium nog moeten openen bezoekers de kans geven om de cultuur en de geschiedenis van het land grondig te leren kennen.

Nog voor er sprake was van het huidige Benin, werd in de binnenlanden in 1610 het koninkrijk Dahomey gesticht. In de eeuwen nadien breidde het rijk zich verder uit. Het was betrokken bij de slavenhandel, maar toen die in de negentiende eeuw verboden werd, schakelde het rijk over op de productie van palmolie. In 1894 hield het rijk op te bestaan als onafhankelijke entiteit.

De 26 kunstwerken die de Franse kolonialen roofden zijn slechts een fractie van wat er aan patrimonium uit Benin naar Frankrijk en andere Europese landen werd verscheept. Ze maakten deel uit van de collectie van Behanzin, de laatste koning van Dahomey. Die werd in 1894 gevangen genomen en verbannen naar Martinique.

Musée du quai Branly (CC BY-SA 3.0)

Koning Behanzin wordt afgebeeld met het lichaam van een haai.

Het gaat onder meer over koninklijke tronen, standbeelden en majestueus gebeeldhouwde deuren. De topstukken zijn de houten troon van koning Ghezo, die regeerde van 1797 tot 1818, en drie levensgrote beelden uit de voduncultus, een lokale spirituele cultus die tot vandaag doorleeft. Ook oude paleisdeuren werden teruggegeven aan Benin.

De beelden stellen Ghezo voor, en zijn opvolgers Glele en Behanzin. Ghezo wordt voorgesteld met een vuurrood verenkleed van een vogel. Glele als een leeuwenkop op mensenpoten en Behanzin met het lichaam van een haai.

De beelden hebben voor Beniners niet alleen historische en culturele waarde, het zijn ook krachtbeelden, met een rituele en spirituele waarde. Ze benadrukken de bovenmenselijke aard van de koningen en werden tijdens processies door de stad gedragen.

Miguel Hermoso Cuesta (CC BY-SA 4.0)

De houten troon van koning Ghezo, die regeerde van 1797 tot 1818, is een van de topstukken.

Plechtig

Benin drong al enkele jaren aan op de teruggave van de kunstwerken door Frankrijk. Tot begin november 2021 stonden ze in het bekende etnografische Musée du Quai Branly in Parijs. In 2016 weigerde toenmalig president François Hollande nog principieel om Afrikaans patrimonium terug te sturen, op basis van de ‘onvervreemdbaarheid van Franse bezittingen’.

Een jaar later beloofde zijn opvolger Emmanuel Macron bij een toespraak in Burkina Faso toch Afrikaans erfgoed te zullen restitueren. In dezelfde toespraak erkende hij ook ‘de onmiskenbare misdaden van de kolonisatie’.

Voor Macron was dit een belangrijke eerste stap in het zoeken van een nieuwe relatie tussen Frankrijk en het Afrikaanse continent. Daarbij hoort het ontmantelen van de Françafrique, de wurggreep waarin het moederland de voormalige kolonies decennialang gehouden heeft.

In 2018 vroeg Macron de Senegalese academicus en schrijver Felwine Sarr en de Franse kunsthistorica Bénédicte Savoy om een studie te maken over de restitutie van cultureel Afrikaans erfgoed. Daaruit bleek dat 90.000 Afrikaanse kunstwerken zich in Frankrijk bevinden, waarvan 70.000 alleen al in het Parijse Musée du Quai Branly. Ongeveer 3700 van de kunstwerken komen uit Benin.

Het duurde dan nog tot 2020 vooraleer het Franse parlement een wet goedkeurde die toeliet dat Afrikaanse kunst en gebruiksvoorwerpen worden teruggegeven. In eerste instantie zou dat gebeuren aan Benin en Senegal. Zo werden de 26 kunstvoorwerpen op 9 november 2021 overhandigd aan de Beninse president Talon, die ze een dag later weer naar huis bracht.

‘Hiermee geven we het Beninse volk een deel van zijn ziel, geschiedenis en waardigheid terug’, zei Jean-Michel Abimbola, de Beninse minister van Cultuur, aan persagentschap AFP. Het publiek reageerde laaiend enthousiast en emotioneel. Weinigen hadden al de kans om de koninklijke voorwerpen te gaan bekijken, weinigen durfden dromen om ze ooit met eigen ogen te kunnen aanschouwen.

Ji-Elle (CC BY-SA 4.0)

Ghezo wordt voorgesteld met een vuurrood verenkleed van een vogel.

Ambitieus

Vandaag heeft Benin grootse plannen. Het hoopt West-Afrikaanse culturele aantrekkingspolen zoals Lagos (Nigeria), Dakar (Senegal) en Abidjan (Ivoorkust) naar de kroon te steken. In afwachting van de nieuwe musea worden de kunstwerken nu tentoongesteld in het presidentiële paleis, samen met werken van 34 hedendaagse kunstenaars uit Benin.

De teruggegeven hofkunst zal haar definitieve plek krijgen in het Museum van het Epos van de Amazones en de Koningen van Dahomey. Verwacht wordt dat het eind 2024 de deuren zal openen. Het museum zal deel uitmaken van het paleizencomplex in het hart van het historische Abomey, dat sinds 1985 op de Werelderfgoedlijst van Unesco staat. Het museum, een nieuw gebouw, ontworpen door de Frans-Kameroense architecte Françoise N’Thépé.

Het ministerie van Cultuur wil in de nabije toekomst nog drie andere musea openen. In de kuststad Ouidah komt eind 2022 een museum over de geschiedenis van de slavernij. Benin is één van de landen die het zwaarst getroffen werden door de trans-Atlantische slavenhandel. In Ouidah werd naar schatting een miljoen mensen verkocht en ingescheept.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

In Porto Novo komt een derde museum dat de Beninse cultuur en geschiedenis voor Beniners en buitenlanders moet ontsluiten. Voodoo kent zijn wortels in de Beninse vodun-cultus. Voodoo is een spirituele ritus van Afrikaanse origine die ontstaan in is de diaspora van de slavernij en het best gekend is in de Haïtiaanse variant. Benin wil afrekenen met de stereotypen die bestaan rond voodoo. Het museum moet tonen dat voodoo en vodun meer betekent dan met spelden doorprikte beelden, zwarte magie en de hekserij die gekend is uit verhalen.

Tenslotte wordt nagedacht over een museum voor hedendaagse kunst in Cotonou. Hierbij hopen de autoriteiten samen te werken met het Louvre, zoals dat ook elders gebeurd is. Het Louvre Abu Dhabi kan hiervoor model staan. De minister van Cultuur gaf aan dit museum binnen vijf of tien jaar te openen.

Die ambitieuze plannen gaan natuurlijk geld kosten. De overheid rekent op massale belangstelling van het publiek en hoopt ook private bronnen aan te boren. De officiële Franse ontwikkelingssamenwerking legt 35 miljoen euro op tafel voor het nieuwe museum in het paleizencomplex van Abomey, 10 miljoen als schenking en 25 miljoen als lening tegen preferentiële tarieven. De Wereldbank leent 30 miljoen euro voor het slavernijmuseum in Ouidah. Een deel van de Franse bijdrage gaat naar opleiding en omkadering.

En België?

Ook in België bevinden zich kunstwerken uit de voormalige kolonies. ‘Dat proces loopt nog moeizaam, maar er is nu toch sprake van een nieuwe dynamiek’, stelt Nadia Nsayi, auteur van Dochter van de dekolonisatie. De afgelopen jaren werkte ze intensief rond Afrikaanse kunst in Belgische musea.

Eindelijk wordt de discussie over dekolonisatie serieus genomen, zegt ze. ‘Het maatschappelijke debat, versneld door protesten na de dood van George Floyd, deed dat kantelen. En er is een nieuwe regering die ervoor open staat. Er ligt nu een voorontwerp voor een wet klaar over de restitutie van kunst uit de voormalige kolonies. Het kernkabinet keurde dat al goed, als het bij de Raad van State is geweest, gaat het naar het parlement.’

Ji-Elle (CC BY-SA 4.0)

Koning Glele wordt voorgesteld als een leeuwenkop op mensenpoten.

Het probleem nu, zegt Nsayi, ligt vooral in Congo zelf. ‘Er is geen beleid, visie of budget op vlak van cultuur. Er zijn geen plannen om musea te bouwen. Ook Congo heeft een juridisch kader nodig over de restitutie, maar daar lijkt niemand echt mee bezig te zijn.’

Op het wetsontwerp kwam amper reactie, gaat ze verder. ‘President Tshisekedi en zijn achterban investeren niet in de cultuursector, terwijl dat net een bindmiddel zou kunnen zijn die de nationale basis versterkt. Benin illustreert mooi wat cultuur kan betekenen voor natievorming.’

Congo heeft momenteel problemen met opslag en conservatie van kunst. Omdat het museum van Mont Ngaliema in hoofdstad Kinshasa wordt gesloten zoeken de autoriteiten nog een veilige plek voor meer dan 30.000 kunstwerken. ‘Voor roofkunst zijn evenwel tussenoplossingen mogelijk. Kunstwerken kunnen wettelijk opnieuw eigendom worden van Congo, maar pas terugkeren op een latere datum. Ook zou Congo kunnen samenwerken met andere musea in Afrika door stukken tijdelijk onder te brengen in bijvoorbeeld Dakar.’

Maar daar is de politiek niet mee bezig, aldus Nsayi. ‘Die is vooral bezig met zijn voortbestaan. Het Tshisekedi-kamp weet niet of het aan de macht zal blijven en concentreert zich op de korte termijn. Maar zonder Congolese partner met een visie blijft dit een Belgisch initiatief wat niet de bedoeling kan zijn. Dan blijven we vastzitten in een paternalistisch verhaal.’

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3196   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur