Wat brengt 2020 voor Latijns-Amerika?

Sociaal protest in Latijns-Amerika gaat verder in 2020: ‘We zijn niet bang’

© Ursula Fadic Peña

Een muurschildering over politiemisbruik bij de sociale protesten in Santiago, Chili

Het Latijns-Amerikaanse najaar was er één van intens protest. Over heel het continent trokken burgers de straat op voor democratie, vrede en sociale rechtvaardigheid.

Presidenten konden geen gepast antwoord bieden op de eisen van burgers en de politie gebruikte buitensporig geweld tegen demonstranten. Dat bracht een breed segment van de Latijns-Amerikaanse maatschappij op de been. Bij de aanvang van het nieuwe jaar is de laatste strijd nog niet gestreden.

Woelige jaarovergang

Het intense protest belooft ook in 2020 te worden voortgezet. Duizenden Chilenen ontvingen het nieuwe jaar met een duidelijke nieuwjaarsboodschap op het Plein van de Waardigheid, iconisch voor de protestbeweging. ‘Een verenigd volk is een onoverwonnen volk’ en ‘(president) Piñera moordenaar, Piñera buiten’, klonk het.

Colombianen hebben een nieuwe protestagenda voor het nieuwe jaar. De kerstperiode bleek alles behalve vredevol: acht sociale leiders werden vermoord.

In Ecuador is het traditie om met oudjaar poppen te verbranden om het slechte van het voorbije jaar achter zich te laten. President Lenín Moreno en zijn ministers van Binnenlandse Zaken en veiligheid bleken deze keer kop van Jut. Ook de nationale staking zindert er nog steeds na.

Op alternatieve en sociale media zie je het beeld van een bevolking die niet van plan is terug te keren naar een verleden van dictatuur, oorlog en diepe ongelijkheid. De roep van de mensen op straat klonk zo luid dat de politieke macht zich genoodzaakt zag om de dialoog aan te gaan en veranderingen te beloven. Maar deze keer zijn holle beloften niet voldoende.

De echte oorlog op het continent is er een van diepgewortelde ongelijkheid.

Het antwoord van de staatshoofden op het straatprotest, de stakingen en sociale onrust was niet minder dan onverbloemde oorlogstaal. Want de presidenten brachten hun televisieboodschap aan de zijde van leger- of politiehoofd, en intussen gaven de ordediensten de burgers op straat een boodschap van repressie.

Latijns-Amerika reageert: ‘Wij zijn niet in oorlog.’ De echte oorlog, volgens de mensen op straat, is er een van diepgewortelde ongelijkheid en historische uitsluiting van grote groepen van de bevolking.

© Nicolás Valdebenito González

Een manifestant in Santiago, Chili slaat in protest op een kookpot: We zijn niet bang’

Ongelijkheid, autoritaire regimes en corruptie

Sociale en economische ongelijkheid geldt als gemene deler voor de onrust. Bovendien bleef de protestgolf niet beperkt tot de drie bovengenoemde landen. Het afgelopen jaar — en bij uitbreiding decennium — was er in andere Latijns-Amerikaanse landen en zelfs wereldwijd protest als reactie op ongelijkheid, autoritaire machthebbers en corruptie.

Zo richt het straatprotest in Venezuela, dat al langer gaande is, zich tegen een verdere aantasting van een democratie die steeds kwetsbaarder wordt, net als in Nicaragua en Bolivia.

Daarnaast zijn er de vergeten broertjes Haïti, Paraguay en Peru. Daar speelden respectievelijk corruptie, een politieke en een institutionele crisis. In Puerto Rico staat het volk na de natuurrampen en corruptie van neerbuigende machthebbers recht tegen de politieke klasse. Het corruptieschandaal van het Braziliaanse bouwbedrijf Odebrecht beroerde de voorbije jaren het hele continent.

Tot slot uitte Latijns-Amerika zich als feministisch continent. Overal kwamen vrouwen de straten op tegen gendergeweld, voor gelijkheid en met een brede sociale agenda. De rol van het Latijns-Amerikaans feminisme en de vrouwenbewegingen is onmiskenbaar binnen het sociaal protest in Latijns-Amerika vandaag.

Het einde van 2019 bood voor Latijns-Amerika een hoopvolle verzameling van (re)acties van een bevolking die niet zomaar alles meer duldt van de politieke elite. Maar het toonde ook complexe, gewelddadige en polariserende situaties.

© Joce Deux

De Ecuadoraanse hoofdstad Quito veranderde tijdens de nationale staking in oktober in een scene van protest en repressie.

Inheemse geleid protest in Ecuador

Dokter Jose Velazquez is een Ecuadoraanse oncoloog van inheemse afkomst uit Otavalo, in de noordelijke provincie Imbabura. Hij maakt deel uit van het Instituut van Professionele Gezondheidswerkers in Quechua en trok tijdens de nationale staking in oktober naar de hoofdstad Quito om er gewonden te verzorgen.

‘We laten niet meer toe dat een kleine groep met economische macht het leven van een heel land bepaalt.’

Velazquez verwoordt het gevoel dat leeft in Ecuador: ‘Wij vragen dat de regering niet in de zakken van de allerarmsten zit. Wij zijn niet gewapend. Wij hebben onze visie en ideeën over de economie en de politieke situatie, en daarom komen wij op straat tegen deze regering.’

‘Dit is geen oorlog. Het is een strijd om het systeem dat ons schaadt te veranderen. Als we hiervoor moeten vechten en sterven, doen we dat. Maar we laten niet meer toe dat een kleine groep met economische macht het leven van een heel land bepaalt.’

De nationale staking in Ecuador begon begin oktober 2019 bij de transportsector als reactie op het afschaffen van de brandstofsubsidies. Wie zich direct geraakt zag door de maatregelen, nam het protest over.

In het verleden maakte de inheemse bevolking van Ecuador al naam als onverzettelijke game changers. Tijdens de nationale staking arriveerden dag na dag, afhankelijk van de afstand van hun territoria tot de hoofdstad, inheemse Ecuadoranen. Te voet en in vrachtwagens kwamen families aan in Quito. Eerst vanuit de Noord-Ecuadoriaanse Andes en vervolgens vanuit de Amazone. De manifestanten applaudisseerden voor die inheemse strijdbaarheid.

Velazquez duidt de rol van de inheemse bevolking als deel van het grotere protest: ‘De inheemse bevolking bevond zich weliswaar op de eerste rij, maar de strijd is van alle Ecuadoranen. Er waren mensen van de middenklasse, gezinnen in armoede en ook mensen die in extreme armoede leven. We waren er allemaal. Misschien kon niet iedereen de strijd op straat voeren, maar velen hielpen mee. De mensen in Quito, bijvoorbeeld, gaven ons levensvoorzieningen zoals water, eten, kledij. Dit toont dat het een collectieve strijd is.’

De doden zijn niet vergeten en de economische problemen niet opgelost.

Maar Quito veranderde in een scene van repressie. Velazquez vertelt hoe er bij de manifestanten vrouwen met jonge baby’s waren die mee op de eerste rij manifesteerden en belaagd werden. ‘Er waren slachtoffers met verschrikkelijke verwondingen. Verstikking als gevolg van de traangasbommen, en zelfs schedelbreuken waarbij de slachtoffers gespecialiseerde hulp nodig hadden’, betreurt hij.

De vele financiële middelen die al tijdens het presidentschap van Rafael Correa (2007-2017) naar het leger gingen, worden vandaag ingezet tegen Ecuadoraanse manifestanten. Er kwam na de dagenlange staking een akkoord tussen de Ecuadoraanse regering en de Conaie, de Nationale Koepel van Inheemse Organisaties. Maar daarmee zijn de doden niet vergeten en de economische problemen niet opgelost.

© Nicolás Valdebenito González

Manifestant in Santiago met een masker van dictator Pinochet.

Een sociaal-artistieke interventie in Quito plaatste begin dit jaar de namen van de elf Ecuadoranen die overleden tijdens de protesten op stenen die als barricades waren gebruikt. De stenen maken deel uit van het nu iconische park El Arbolito (Het Boompje), waar de inheemse beweging zich tijdens de protesten verzamelde.

Velazquez voorspelt ook voor dit jaar strijdbaarheid: ‘Tijdens de protesten zijn er mensen gewond geraakt, vermist en overleden door de impact van wat “niet-dodelijke politiewapens” wordt genoemd. Er zijn compañeros gestorven. Dit alles is een reden om te blijven vechten.’

In Chili: het leven is anders dan drie maanden geleden

Constanza Candia, cineaste van opleiding, groeide op in Zuid-Chili. Ze leidt in de hoofdstad Santiago haar eigen nationale schoenenbedrijf. Wanneer in november de protesten in Chili aanvangen, tovert ze haar Instagram om tot een live nieuwsblog over wat er zich in de hoofdstad afspeelt.

Ze filmt zichzelf, duidelijk aangedaan, op een plein in de hoofdstad Santiago, waar ze samen met anderen in protest op potten en pannen slaat. De jonge vrouw vertelt haar digitale volgers hoe haar moeder haar aanzette om de straat op te gaan. Haar onzekere ogen en camera registreren nu die moeder, die standvastig op haar pot klopt.

Twee generaties vrouwen in protest. De ene vrouw groeide op tijdens de dictatuur van generaal Augusto Pinochet (1973- 1990), de andere is geboren in democratie. ‘We zijn niet bang’, vertelt de dochter in haar Instagram-verhaal. Ze is duidelijk bezorgd, maar overtuigd van de noodzaak angst niet de bovenhand te laten nemen. ‘We moeten tonen dat we rustig zijn. We zijn niet in oorlog.’

‘We zijn in oorlog tegen een machtige, onbuigzame, vijand’, probeert de Chileense president Piñera wel in een persconferentie op 21 oktober. Protestborden op straat spreken over een ander soort geweld. Emotionele verhalen over ziekte en verlies vertellen over een gezondheidszorg die er niet in slaagt voor alle Chilenen te zorgen. Studenten verwoorden de ongelijkheid van het onderwijssysteem. Bejaarden getuigen over hoe onmogelijk het is om waardig oud te worden met de huidige privatisering van het pensioensysteem.

Vandaag neemt Candia haar rol op zoals ze dat het best kan. Ze beschrijft haar persoonlijke activisme als volgt: ‘Ik heb een kleine zaak, dus ik moet doorgaan en ingenieus te werk gaan om het hoofd boven water te houden. We bevinden ons momenteel allemaal een beetje in deze situatie. Maar thuis schilder ik mijn protestborden voor in de winkel en ik zet muziek op van Los Prisioneros (een Chileense rockband die verboden was tijdens de dictatuur en die ook bij de protestmarsen klinkt, lc).’

Op straat gaat het hart tegen hard.

Op straat gaat het hart tegen hard. Het Nationaal Instituut voor de Mensenrechten (INDH) maakte na drie maanden protest een balans op van 3.649 gewonden. Daarbij zijn 2.063 slachtoffers met verwondingen door vuurwapens en 405 met verwondingen aan het oog, een doelbewuste strategie.

Er zijn 9.129 arrestaties geregistreerd, waarbij 1.445 personen schendingen van hun rechten aangaven, zoals seksueel geweld (191), foltering (412) en het buitensporig gebruik van geweld (842). Er zijn al zeker 27 doden te betreuren.


In een land als Chili, waar de bevolking 27 jaar lang gebukt ging onder een militaire dictatuur, is het repressief optreden van leger en politie een traumatische ervaring.

Afgezien van de gewelddadige confrontaties op straat is er ook plaats voor creatieve acties. Manifestanten in Latijns-Amerika nemen de straat in, en zo symbolisch ook hun plaats in de maatschappij. Straatnamen in heel Chili kregen nieuwe namen, van inheemse en sociale leiders. Terwijl alles wat te maken heeft met de Spaanse veroveraar Pedro de Valdivia aangevallen werd.

De Chilenen in protest herdefiniëren hun land. De openbare ruimte, en vooral het “Plein van de Waardigheid” in het centrum van Santiago (waar alles losbarstte), is het epicentrum van de sociale expressie. ‘Het is prachtig’, zegt Candia. ‘De straten in Chili zijn vandaag een museum in openlucht.’

‘Het land waar alles perfect was veranderde, en dat is prachtig.’

‘Het mooiste van allemaal,’ vertelt de jonge zakenvrouw, ‘is de sfeer van samenwerken. Er is een interactie tussen de mensen op straat die voordien niet bestond. Wat we nu moeten doen, is onze privileges opgeven en uit onze comfortzone stappen, het individualisme achter ons laten om samen een meer inclusieve maatschappij op te bouwen.’

‘Het leven in Chili is anders dan drie maanden geleden’, vindt ze. ‘Het land waar alles perfect was veranderde, en dat is prachtig. Chili is wakker geworden.’ Candia drukt hiermee een vaak terugkerend lemma van de protesten uit.

© Nelson Cárdenas

De ESMAD maakte zich afgelopen twintig jaar in Colombia schuldig aan mensenrechtenschendingen.

Colombia laat meer dan vijftig jaar angst achter zich

Fotograaf Nelson Cárdenas was tijdens het presidentschap van Juan Manuel Santos (2010-2018) in Colombia een van de officiële fotografen van het vredesproces. Samen met María Johana Cadavid Mesa maakte hij in 2019 het boek Bicientenario: La libertad pendiente over 200 jaar Colombiaanse onafhankelijkheid. Cadavid is antropologe en feministe.

Op 21 november zette in het Zuid-Amerikaanse land de eerste nationale staking sinds 1977 een brede protestbeweging in gang. Na meer dan vijftig jaar probeert Colombia het idee van oorlog met een binnenlandse vijand achter zich te laten. Burgers kwamen op straat met een lange lijst van eisen, met voorop: het respecteren van het vredesakkoord van 2016 tussen de overheid en de guerillabeweging FARC.

‘Sinds het vredesakkoord is ondertekend, ondergingen protestmarsen in Colombia een fundamentele transformatie’, vertelt fotograaf Cárdenas. ‘Voor het vredesproces deed de staat alle sociale manifestaties af als subversief, in de logica van de “binnenlandse vijand” die tijdens het conflict het discours overheerste. Met het ondertekenen van het vredesakkoord begrijpen de mensen dat ze nu terug de straat op kunnen zonder dat ze als terrorist of communist bestempeld worden’, aldus Cárdenas.

In Colombia zorgt het Mobiele Anti-Oproer Eskader (ESMAD) voor de repressie tegen burgers. Het onderzoeksmedium Pacifista stelt dat de ESMAD zich sinds zijn oprichting schuldig maakte aan willekeurige arrestaties, folterpraktijken en verdwijningen. Het geweld tegen manifestanten op straat escaleert tijdens de aanhoudende nationale staking, en parallel met het voorstel van de Colombiaanse president Duque tot nationaal overleg,

Colombianen op straat schrijven een ander verhaal.

De Colombiaanse overheid zet een geschiedenis van geweld voort, maar intussen schrijven de Colombianen op straat een ander verhaal. ‘De staat gebruikt een script van tientallen jaren geleden, maar de mensen reageren met instrumenten en gedachten van vandaag de dag', zegt Cárdenas. 'De machthebbers regeren het land alsof het nog 2010 is, maar er zijn heel veel zaken gebeurd en veranderd de afgelopen tien jaar. Ook de mentaliteit van de mensen.'

De fotograaf legde niet alleen officieel het vredesproces vast met zijn lens, maar op straat nam hij zijn rol op als fotograaf van het hernieuwde middenveld in protest. Cárdenas beschrijft wat hij tijdens de protesten vastlegde met zijn fototoestel als iets dat helemaal anders is dan wat hij kent.

Voordien was het ieder voor zich. Bij deze nationale staking is er geen onderscheid in leeftijd, sociaal-economische afkomst en politieke overtuiging — met uitzondering van ultrarechts — om te tonen dat de bevolking het niet eens is met hoe de zaken in het land lopen. ‘We zagen manifestanten in arme en rijke wijken, bejaarden, studenten, ouders en kinderen, en met een standvastigheid die ik nooit eerder zag’, aldus Cárdenas.

© Nelson Cárdenas

‘Ik ben landbouwster en ik wil Colombia beschermen, van fracking, bommen, glisofaat en de ESMAD‘

‘Eindelijk kunnen we weer de straat op om te protesteren.’

Antropologe Cadavid omschrijft het belang van het sociaal protest in Colombia vandaag: ‘Na de regering van Uribe (2002-2010, red.) en het vredesproces met de FARC, dat zijn opvolger Santos inzette, begonnen in het land de manifestaties. Waar de mensen ook een vergrootglas plaatsen, vinden ze redenen om op straat te komen’, verklaart Cadavid.

Ze vertelt hoe tegenstanders voormalig president Santos in vraag stelden omdat hij het land niet in de hand zou hebben gehad, gezien de vele protestmarsen. ‘Maar zo was het niet. Eindelijk kunnen we weer de straat op om te protesteren’, beschrijft Cadavid de mogelijkheid tot sociaal protest als een hervonden vrijheid voor het naoorlogse Colombia.

‘De verschillende groepen herontdekten het recht op sociaal protest de afgelopen tien jaar herontdekten en werden daardoor gesterkt', vult Cárdenas aan. Met deze regering kwamen ze samen de straat op in verdediging van de vredesakkoorden: de boerenbeweging, studenten, de vrouwenbeweging, LGTB-activisten en de inheemse beweging. Deze groepen, die historisch uitgesloten zijn geweest, brengen vandaag hun eisen naar voren. De weg is het sociaal protest.'

Het momentum terug aanwakkeren

De protestbewegingen over heel het continent kwamen telkens tot stand omwille van heel eigen redenen. Maar uiteindelijk ging het overal over pijnpunten die tot in het diepst van de samenleving doordringen.

De presidenten in Ecuador, Chili en Colombia kijken aan tegen een historisch lage populariteit.

De Ecuadoraanse arts Velazquez benadrukt dat in Ecuador presidentsverkiezingen voor de deur staan (in februari 2021). ‘Dit zal meespelen komende maanden.’ Moesten er vandaag verkiezingen zijn, dan staat volgens de peiling van de krant El Mercurio de inheemse leider Leonidas Iza Salazar op de tweede plaats (met 34,1 procent van de stemmen), na voormalig president Rafael Correa. De sociale onrust in oktober heeft een duidelijke politieke impact gehad.

In Chili houden de protesten aan. Vorige zaterdag, drie maanden na het losbarsten van de protesten, vond weer een massale samenkomst plaats. In januari en februari is het zomervakantie in Chili en is het dan ook rustiger op straat, maar Instagram-activiste Candia voorspelt dat het sociaal protest bij het begin van het schooljaar in maart opnieuw zal losbarsten.

© Nicolás Valdebenito González

repressie bij straatprotest in Santiago, Chili

Ook de Colombiaanse fotograaf Cárdenas voelt dat de protesten in zijn land zullen aanhouden: ‘De mensen op straat zijn zij die historisch altijd buitengesloten zijn geweest. Maar de sectoren die nu niet deelnemen zouden wel eens in de protestbeweging kunnen stappen, als de economische situatie slecht blijft.’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Latijns-Amerika staat bekend als een strijdbaar continent. De afgelopen maanden namen burgers samen de straat in en daagden ze een historisch, politiek en sociaal gevoel van angst uit. Inheemse gemeenschappen legden daarbij de link met hun strijd voor vrede, zelfbeschikking en sociale rechtvaardigheid op het platteland.

‘De angst verschuift naar de achtergrond.’

Velazquez: ‘We kunnen wel angst voelen, dat is menselijk. Maar dit betekent niet dat het volk dit soort regering verder zal aanvaarden. Het is een regering die het recht van vrij en vreedzaam manifesteren niet erkent, in een land waar de economische maatregelen bijna tachtig procent van de Ecuadoranen raken. De angst verschuift naar de achtergrond.’

‘Er leeft geen angst’, vertelt Constanza, met nadruk, bij de aanvang van een nieuw Chileens jaar in verzet, drie maanden nadat ze voor het eerst op straat kwam in Santiago.

Cárdenas: ‘De mensen stellen vandaag zelfs instellingen in vraag die altijd als noodzakelijk gezien werden, zoals het leger. Het wordt een interessant jaar.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift