Veel Syrische vluchtelingen zijn eigenlijk Roma

De wereld beleeft op een pijnlijke manier de etnische en religieuze diversiteit van Syrië. Er zijn soennieten, sjiieten, alawieten en ook christenen, druzen, Koerden, Turkmenen en Armeniërs. Veel minder bekend is dat er ook een Dom-minderheid is, de Roma van het Midden-Oosten. Een significant deel van de Syrische vluchtelingen die in België verblijven behoort tot deze minderheid.

  • © Wiepke Bogaerts Ibrahim vindt het jammer dat de rijke Arabische landen geen moeite doen om de Syrische vluchtelingen op te vangen © Wiepke Bogaerts
  • © Wiepke Bogaerts Veel vluchtelingen die in Verviers wonen kennen elkaar © Wiepke Bogaerts
  • © Wiepke Bogaerts 'Assad heeft ons woningen gegeven.' © Wiepke Bogaerts

‘I k was brood gaan halen. Toen ik terugkwam vond ik mijn man en mijn kinderen niet’, zegt Assia. ‘Ik moest heel vroeg opstaan om mijn beurt af te wachten. Het in de rij staan begon zelfs voor zonsopgang en kon soms tot de middag duren. De oorlog had onze regio in Hama bereikt en in een paar uur tijd kon er van alles gebeuren’, legt ze verder uit. Drie jaar lang wist Assia niet waar haar man en haar kinderen waren. Pas vorig jaar ontdekte ze via haar zus, die nu in Algerije woont, dat de meisjes en hun papa in Tunesië waren.

‘We waren gevangen genomen in gevechten waarvan we niet wisten wie tegen wie aan het strijden was.’

Het flatje op de eerste verdieping in een arbeiderswoning in Verviers ruikt naar bleekwater. Hier wonen sinds een paar maanden de schoonzus van Assia en drie van haar kinderen. Assia is sinds de verdwijning van haar vier dochters bij de familie gebleven. Waar zij ook heen gingen, ze ging met hen mee. Nicht Touffaha (28 jaar) is thuis. Ze bevestigt Assia’s verhaal. ‘We waren gevangen genomen in gevechten waarvan we niet wisten wie tegen wie aan het strijden was. Door de chaos nam ook diefstal en misdaad toe. We zijn verschillende keren op de vlucht geslagen in Syrië zelf. Als het rustiger werd, kwamen we naar huis terug. Het duurde nooit lang voor we weer moesten vertrekken. Vaak trokken we in bij familie of kennissen. Zo hebben we op verschillende plaatsen in Syrië tijdelijk gewoond.’

Het is februari en ondanks de zon waait er een koud briesje dat tot op het bot weet door te dringen. Verviers, stad van rond de 50.000 inwoners, ligt in de provincie Luik in het oosten van het land. Deze stad, waar migranten uit Italië en later Marokko en Turkije in de mijnen kwamen werken, is begin 2015 in het nieuws gekomen naar aanleiding van een antiterreuractie van de politie. Twee verdachten kwamen om. Een derde werd opgepakt. Maar hoe zijn Syrische vluchtelingen hier beland? Wat heeft hen hier gebracht?

Het zijn zigeuners

‘De zoektocht naar een woning’, vertelt Yamina, een van de vrijwilligsters die mee aan de wieg staat van het Plateforme Citoyenne de Soutien aux Réfugiés et Démunis in Verviers en die mij in contact heeft gebracht met Assia en haar familie. ‘Het zijn geen gewone Syriërs’, fluistert Yamina. ‘De vluchtelingen hier in Verviers komen bijna allemaal uit de provincie Aleppo en behoren tot dezelfde stam. Het zijn zigeuners.’

Boven op de kast ligt een stapeltje, dat Touffaha in de schoot van Yamina werpt. Documenten en rekeningen. ‘Ben jij naar de les geweest?’ vraagt Yamina op een achterdochtige toon. ‘Vandaag niet’, antwoordt Touffaha en ze kijkt naar mij. ‘De Franse taal is zo moeilijk.’ ‘Maar je hebt geen keuze’, zegt Yamina. ‘Je moet naar de les. Je moet Frans leren, anders lukt het je nooit om hier je weg te vinden.’ Yamina bekijkt de documenten heel snel en zegt een andere keer te zullen terugkomen om alles rustig te bekijken.

Assia grijpt naar haar gsm en toont me een foto van haar dochters. Eerst de tweeling. ‘Ze waren twee jaar oud toen ik hen kwijtraakte’, zegt ze. Een brede glimlach tekent zich af op haar gezicht. ‘Kijk hoe groot ze geworden zijn. Ze zijn ondertussen zes.’ Assia laat me ook de foto’s van de twee andere dochters zien. De oudste heeft een tijdlang haar toevlucht gezocht bij de Tunesische autoriteiten. ‘Haar stiefmoeder wilde haar uithuwelijken. Maar alles is nu weer in orde.’

Smeden en tandartsen

Als Touffaha begint te praten, springt de vinnige Assia de keuken binnen. Ze haalt een schaal met bloemkool en begint de groente te snijden. Straks komen de broers van Touffaha van school. Er moet gekookt worden. De twee vrouwen praten door elkaar. Assia heeft het bijna uitsluitend over haar dochters. Dat haar man ondertussen in Tunesië hertrouwd is en een nieuw gezin heeft is voor haar bijzaak. ‘Zo zijn mannen’, zegt ze. Nu wil ze vooral weten of ze als vluchteling het recht heeft om te reizen. Haar man had namelijk beloofd om de kinderen naar Marokko te laten komen als ze hen wilde zien. Als ik haar vraag waarom haar man naar Zuid-Afrika is gegaan, zegt ze: ‘Voor zijn werk. Hij is dokter.’ Een ambachtelijke tandarts, om precies te zijn.

Ze zijn uit India afkomstig en hebben via Perzië het Midden-Oosten bereikt

De Doms, de Roma van het Midden-Oosten, zijn in verschillende landen aanwezig, maar het grootste deel woont in Syrië. Ze zijn uit India afkomstig en hebben via Perzië het Midden-Oosten bereikt. Hun migratie is niet in één keer gegaan, er waren verschillende migratiebewegingen in de loop van de geschiedenis. Hun taal, het Domari, is sterk beïnvloed door het Arabisch van het land waar ze wonen. De Syrische Doms spreken dan ook het Arabisch dat de Syriërs spreken. In Syrië wonen ze vooral in de regio’s rond Aleppo en Idlib, waar ze werken als smeden en als ambachtelijke tandartsen. Ze wonen ook in Homs en Hama. Hun levensstijl lijkt heel erg op die van de Europese Roma. Ze spelen muziek, treden op op feesten. Vrouwen kunnen ook bedelen.

Familieleden kwijtraken is geen uitzondering in deze burgeroorlog. Touffaha zegt dat haar vader en vier van haar broers al drie jaar spoorloos zijn. ‘Ze zijn op een dag met de bestelwagen vertrokken om goederen te kopen en zijn nooit teruggekeerd’, vertelt ze. Een ander familielid is zes maanden spoorloos geweest. Hij zat in de gevangenis. En haar broer werd op een dag van de straat geplukt, door het leger. Twee maanden lang wisten ze niet of hij dood was of nog leefde. De broer had eerder een oproepingsbrief gekregen van het leger maar weigerde zich aan te melden. Hij is ondertussen gevlucht en woont nu in Antwerpen. ‘Gekidnapt worden om mee te vechten kon evengoed gebeuren door het leger als door de opstandelingen’, zegt Toeffaha.

De weg naar Verviers

Veel vluchtelingen die in Verviers wonen kennen elkaar, ze zijn familie van elkaar of behoren tot dezelfde stam. ‘Wij zijn van Aleppo en onze stam heet Al-Qawadra’, vertelt Ibrahim, die een paar straten verderop woont. Ook hij is naar Verviers gekomen omdat hij op zoek was naar een woning. Zijn broer is hem voorgegaan naar Verviers.

‘Twee maanden voorschot en een maand huur betalen, dat is veel geld’, zegt hij. In tegenstelling tot andere steden aanvaardt het CPAS van Verviers, de Waalse tegenhanger van het OCMW, het voorschot zelf te betalen om nadien het verschuldigde bedrag van de uitkering af te trekken.

Ibrahim en zijn gezin wonen sinds een jaar in België. Hij zegt dat hij samen met zijn gezin via Turkije hierheen is gekomen. Ook hij vluchtte eerst binnen Syrië zelf. ‘In Tartoes, een kuststad aan de grens met Libanon, werden we opgevangen in een bejaardentehuis. We woonden met drie gezinnen op één kamer’, vertelt hij. ‘We zijn daar zeven maanden gebleven. Toen ging ik af en aan naar Libanon, om in de velden te werken. Ik ging olijven plukken voor zes of zeven euro per dag.’

 ‘Ik ben de bommen ontvlucht en in de bommen ben ik terechtgekomen’

Zijn schoonmoeder en haar dochters, die ook in Tartoes waren, zijn via de Spaanse enclave Melilla in Marokko Europa binnengekomen. Nu is ze bij Ibrahim ingetrokken na een val van de eerste verdieping. Amper een week nadat ze in Verviers kwam wonen is er door een gaslek een ontploffing geweest in haar flat. De voorgevel is ingestort en ze viel op de grond. ‘Ik ben de bommen ontvlucht en in de bommen ben ik terechtgekomen’, klaagt ze, terwijl ze met haar hand op haar rug drukt. Ze heeft nog altijd heel veel pijn, aan haar rug maar ook aan haar been. ‘Was ik maar nooit gekomen’, kreunt ze.

Ibrahim kent de situatie in zijn land heel goed. ‘De mensen zijn in het begin op straat gekomen voor hervormingen, maar de overheid heeft heel agressief gereageerd. En dat heeft tot oorlog geleid’, zegt hij. ‘In het begin was het Vrije Syrische Leger, het leger van de opstandelingen, goed voor ons, daarna verslechterde de situatie. In onze wijk is het plafond van een woning ingestort. Een moeder en haar kinderen zijn gestorven. De vader werd gek, letterlijk. Wij hebben eerst bij de Koerden aangeklopt voor hulp. Pas later zijn we naar Tartoes gevlucht.’

‘Maar wij, onze stam, wij zijn nooit in opstand gekomen. We hebben ook nooit partij gekozen’, zegt Ibrahim. ‘Waarom zouden wij tegen Assad zijn?’ vraagt zijn schoonmoeder zich af. ‘Wij hadden niets te kort. Assad heeft ons woningen gegeven. Benzine is in Syrië spotgoedkoop en voedsel wordt gesubsidieerd. Waarom zouden wij in opstand komen?’

Ibrahim vindt het jammer dat de rijke Arabische landen geen moeite doen om de Syrische vluchtelingen op te vangen. Zijn vrouw Malak en zijn schoonmoeder vinden het leven hier moeilijk. Voor Malak is Frans leren een verschrikking. Ze is totaal niet geïnteresseerd in het leren van de taal. Ibrahim geeft het toe. ‘Het is waar dat we geen belang hechten aan onderwijs. Voor de meisjes zeker niet, maar ook niet voor de jongens. We willen zo snel mogelijk werken.’ Het liefst zou Malak in Marokko of Algerije willen wonen. ‘Hier is de taal anders, de gewoonten zijn anders. Er zijn heel veel regels en voor elke stap die je zet moet je je verantwoorden.’

Het zijn Nawar

Hoeveel Syrische vluchtelingen er wonen in Verviers wil het gemeentebestuur niet meedelen. Hoeveel van de Syrische vluchtelingen in België behoren tot de Dom-minderheid is ook niet bekend. ‘Van de 700 Syrische vluchtelingen die in Anderlecht wonen, behoort ruim de helft tot de Doms’, zegt Koen Geurts van de Foyer in Brussel. Er is ook een grote groep die in Schaarbeek woont. ‘Het voordeel dat ze hebben is dat ze erkend zijn als vluchteling. Ze hebben een uitkering en hun kinderen gaan naar school. Wat een eerste en een belangrijke stap is naar hun integratie in de samenleving’, zegt Koen Geurts.

‘Dat zijn geen Syriërs, dat zijn Nawar’, zegt Moessa* verontwaardigd. “Nawar” is de naam die men geeft aan de Dom-minderheid in Syrië. De naam is beladen met negatieve connotaties. Moessa is enorm boos op zijn landgenoten. ‘Ze gaan naar de moskeeën en vragen om een aalmoes terwijl ze een uitkering krijgen’, zegt hij.

Moessa heeft zelf een heel moeilijke parcours achter de rug. Hij is in verschillende Arabische landen geweest op zoek naar een nieuw vestigingsplaats, zonder succes. Na een lange omzwerving van Algerije over Egypte en de Verenigde Arabische Emiraten is hij uiteindelijk via Libië Europa binnengekomen. ‘In een volgepropte kleine boot. Het was levensgevaarlijk’, zegt hij. Zijn vrouw en kinderen hebben zich in Turkije tien maanden lang van de ene hotelkamer naar de andere moeten verplaatsen met heel weinig geld en een schrijnend tekort aan voedsel.

‘Deze Nawar bezorgen ons een slecht imago, overal waar ze aankomen.’

‘Ik had het goed in Syrië’, zegt Moessa. ‘Ik had één van mijn huizen in Aleppo opengesteld voor de opvang van mensen die de oorlog elders in het land waren ontvlucht. Ik heb geholpen bij het vervoer van gewonden. Toen ik uit Syrië vertrok, had ik zestigduizend euro op zak. Iedereen verdient aan de Syriërs, niet alleen de smokkelaars. Voor elke stap die je zet moet je betalen. Ook hulporganisaties in Turkije vragen geld aan de vluchtelingen. In België krijgen christenen voorrang bij hun asielaanvraag. Was ik maar als christen geboren’, zegt Moessa. ‘Als ik Assad te pakken krijg, zou ik hem rauw opeten. Want hij heeft ons gereduceerd tot vluchtelingen.’

En toch, ondanks de opgestapelde woede en de administratieve en financiële verschrikking waarin hij zit om samen met zijn gezin hier een nieuw begin te maken, heeft Moessa een prioriteit. Dat iedereen, en de moskeeën op de eerste plaats, zouden moeten weten dat de mensen die bij hen aankloppen, ‘Nawar’ zijn en geen Syriërs. ‘Een Syrische vrouw bedelt niet, een Syrische vrouw prostitueert zich niet. Deze Nawar bezorgen ons een slecht imago, overal waar ze aankomen. Het zijn bedriegers.’

Het zijn geluksvogels

‘Deze mensen bevinden zich eeuwenlang in een achtergestelde positie’, zegt van haar kant Naïma, een andere vrijwilligster van Plateforme Citoyenne pour les Réfugiés et Démunis van Verviers. ‘Ze hebben geen scholing gehad en hebben een eigen levensstijl. In plaats van hen te veroordelen zouden we hen moeten helpen om onze cultuur over te nemen’, zegt ze. ‘Een belangrijk aandachtspunt zou de jeugd moeten zijn en onderwijs’, zegt Naïma. ‘Ze blijven te veel onder elkaar en beseffen het belang van zich openstellen voor anderen niet. Het is onze verantwoordelijkheid om hen dat inzicht bij te brengen’, zegt Naïma.

Het heeft een paar maanden geduurd voor ik aan het juiste telefoonnummer van Assia kon komen. Ze is nu in Algerije, bij haar dochters. Ze kon niet op de behandeling van de aanvraag voor de gezinshereniging wachten. Assia klinkt gelukkig aan de telefoon. Of ze terugkomt? ‘Ik wacht op de goedkeuring van de gezinshereniging’, zegt ze aarzelend. Ook de schoonmoeder van Ibrahim is nu in Algerije. Ze woont daar met twee van haar dochters. Ze komt niet terug. ‘Geluksvogels!’ reageert Touffaha.

*Om de persoon in kwestie onherkenbaar te maken, hebben we een pseudoniem gebruikt.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur