Israël wil Brussel leren strijden tegen terrorisme, maar voedt zelf de frustratie

Na de aanslagen in Brussel wierp Israël zich op als voorloper en voorbeeld in de strijd terreur. Geen wonder: het land is ervaringsdeskundige tegen wil en dank. Maar onder de successen aan het oppervlak sudderen Palestijnse onvrede en frustratie door.

  • © Rik Rutten Israëlische politieagenten bewaken de Damascuspoort, een van de toegangspoorten tot de oude stad en de voorbije maanden het toneel van veel steekpartijen. © Rik Rutten
  • © Rik Rutten Palestijnse vrouwen passeren de scheidingsmuur in Betlehem. © Rik Rutten
  • © Rik Rutten De scheidingsmuur in Betlehem, gezien vanaf de Palestijnse zijde. © Rik Rutten
  • © Rik Rutten Een Israëlische soldaat neemt afscheid van zijn vriendin met een selfie op het busstation van Tel Aviv. © Rik Rutten
  • © Rik Rutten Israëlische politieagenten in de oude stad van Jeruzalem. © Rik Rutten
  • © Rik Rutten Israëlische soldaten bij het strand van Jaffa, Tel Aviv. © Rik Rutten

Snel en soepel, een geoliede machine: de veiligheidscontrole van luchthaven Tel Aviv-Ben Goerion gaat voor de meeste passagiers haast ongemerkt voorbij. Auto’s en bussen worden razendsnel doorgelicht, zojuist gelande passagiers worden onderworpen aan een korte ondervraging. Wat zijn de reisplannen, staan er verdachte buitenlandse stempels in het paspoort, wie heeft het vliegticket betaald? Professionals speuren ondertussen naar afwijkend gedrag: het is niet het antwoord op de vragen, maar de blik in de ogen die telt.

Europa worstelt na de terroristische aanslagen in Parijs en Brussel met het veiligheidsvraagstuk. De roep risico’s te minimaliseren botst meer dan eens op de beginselen van privacy, gelijke behandeling en de vrijheid een biertje te kunnen drinken op een Parijs terras. Een samenleving die op terreur is voorbereid en ingericht lijkt nog ver weg, maar kijk over de grens en zie: in Israël is die wereld al werkelijkheid.

‘In welke wereld leven de mensen die denken dat er niets hoeft te veranderen’, vraagt Tsilla Hershco zich hardop af. ‘Tralalaland? Een wereld van illusies, zoveel is duidelijk.’

Analist Tsilla Hershco stond vorig jaar vol verbazing in Brussel en Parijs. De aanslagen hadden nog niet plaats gevonden, maar toen al begreep ze niets van de gebrekkige beveiliging op stations en vliegvelden. Nu is haar toon nog kritischer. ‘In welke wereld leven de mensen die denken dat er niets hoeft te veranderen’, vraagt ze zich hardop af. ‘Tralalaland? Een wereld van illusies, zoveel is duidelijk.’

Hershco is werkzaam bij het Begin-Sadat Center for Strategic Studies, een conservatieve denktank. Van achter haar roodomrande brillenglazen schuwt ze geen felle woorden: ‘Terreur doet democratieën ontploffen.’ Hoog tijd, kortom, dat Europa eens een voorbeeld gaat nemen aan Israël, aldus Hershco.

Dat voorbeeld is voor de buitenstaander even wennen. Detectiepoortjes zijn op een doorsnee dag vaste prik. Soldaten buiten diensttijd laten hun M16-geweer nonchalant over hun T-shirts en korte broeken slingeren. Buiten beeld, maar even wijdverbreid, functioneert het onzichtbare web van inlichtingendiensten, technologische hoogstandjes (bij de uitvinding van de drone liep Israël voorop) en antiterreurwetten. Terwijl de Fransen redetwisten over een nieuwe voortzetting van de noodtoestand – en België officieel zelfs niet zo’n verordening kent – verlengt het Israëlische parlement haar noodtoestand traditiegetrouw ieder halfjaar, al sinds de oprichting in 1948.

© Rik Rutten

Een Israëlische soldaat neemt afscheid van zijn vriendin met een selfie op het busstation van Tel Aviv.

‘Het is een afweging tussen persoonlijke vrijheid en veiligheid’, zegt Hershco. ‘Stel dat iemand je vertelt dat de bus die jij dagelijks neemt binnen een maand wordt getroffen door een aanslag. Zou je dan ook niet zeggen: zorg voor meer politie, zorg alsjeblieft voor betere inlichtingen?’

Terreur went schrikbarend snel

Hershco staat in eigen land niet alleen. Premier Benjamin Netanyahu’s verpakte in zijn condoleances alvast de aanbeveling gebruik te maken van de kennis en ervaring van Israël. Zijn minister van Inlichtingen, Israel Katz, was een tandje feller: als de Belgen terreur adequaat wilden bestrijden, konden ze niet langer chocola blijven eten en van het leven genieten alsof er niets aan de hand was.

Die uitspraak was in België goed voor forse verontwaardiging, maar kon bij Israëliërs op instemming rekenen, zegt medicijnenstudent Aviv: ‘Told ya so, dat was het gevoel dat bij veel mensen overheerste, zeker bij degenen die het idee hebben dat hun land door Europa niet begrepen wordt.’ Met die gedachte in het achterhoofd zeggen de woorden van Katz minder over de levenshouding van de Belgen en meer over de sporen die de Tweede Intifada in de Israëlische bevolking heeft achtergelaten.

‘Ineens speelde het conflict zich niet meer ver weg af’, zegt Nir Hasson, journalist in Jeruzalem voor het liberale Ha’aretz. ‘De Intifada was in jouw straat, in jouw café, in jouw bus.’

Het is moeilijk de impact van die jaren (2000-2005) te overschatten. De doelwitten van toen – Disco Dolphinarium, bus 2, Sbarro, Café Hillel – staan in het collectieve geheugen gekerfd. Meerdere zelfmoordaanslagen in één week waren op de dieptepunten van de Intifada geen uitzondering. In totaal kostte de geweldsexplosie duizend Israëlische levens, een onuitwisbare afdruk op een bevolking kleiner dan die van België; aan Palestijnse zijde vielen nog eens drie keer zo veel doden.

© Rik Rutten

Israëlische politieagenten in de oude stad van Jeruzalem.

‘Uiteindelijk moet je wel werken, boodschappen doen, je leven weer oppakken’, blikt Hasson terug, nippend aan een espresso in het hippe Café Kadosh, dat is opgeleefd sinds het geweld geluwd is. De schok van toen heeft plaats gemaakt voor gewenning. Een aanval haalt nog steeds het nieuws, maar de weerslag op de samenleving is veranderd: gehard door de geschiedenis.

‘Schattig was het natuurlijk wel, die Fransen die zich na de aanslagen in Parijs in protest op het terras nestelden’, glimlacht Aurore, ‘maar ook naïef.’ Ze is zelf Française, maar beheert sinds negen jaar een kunstgalerie in Jaffa, een havenstadje dat inmiddels is opgeslokt door de metropool Tel Aviv.

In de ansichtkaartwaardige straatjes van Jaffa voelt de spanning van Jeruzalem ver weg. Toch vond ook hier recent een steekpartij plaats, de zoveelste in een landelijke reeks die door sommigen al de “messenintifada” is gedoopt. Tekenend was de reactie die volgde. ‘Ik vreesde dat mijn klanten weg zouden blijven, maar de volgende dag stroomde iedereen weer toe’, aldus Aurore. ‘Je schrikt ervan hoe snel het went.’

Op de rand van de vulkaan

Op het eerste oog lijkt de Israëlische methode doeltreffend. Steekpartijen en auto-rammen komen nog voor, maar grote bomaanslagen als voorheen zijn uiterst zeldzaam geworden. Wie naar de cijfers kijkt ziet dat het aantal terrorismeslachtoffers fors is gedaald. En de meeste Joodse Israëliërs zeggen zich in eigen land veiliger te voelen dan in Europa.

© Rik Rutten

Israëlische soldaten bij het strand van Jaffa, Tel Aviv. De meeste joden zeggen zich in eigen land veiliger te voelen dan in Europa

Situatie stabiel? Niet volgens Yaron Ezrahi, emeritus hoogleraar politicologie aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem: ‘Als dit een status quo is, is het een status quo op de rand van de vulkaan.’

Onder de laklaag van de bemoedigende cijfers schuilen het onrecht en de onvrede van de Palestijnse bevolking.

Onder de laklaag van de bemoedigende cijfers schuilen het onrecht en de onvrede van de Palestijnse bevolking. Die neemt alleen maar toe, zegt ook journalist Hasson. Israëlische politici gooien bovendien voortdurend olie op het vuur om hun eigen politieke ambities ruim baan te geven.

Neem de burgemeester van Jeruzalem, die vorig jaar op het hoogtepunt van de steekpartijengolf met een geweer door de oude stad paradeerde en zijn burgers aanraadde een wapen aan te schaffen uit zelfbescherming. ‘Dat was een breekpunt voor de Palestijnen’, zegt Hasson. ‘Hij sprak duidelijk voor de halve stad, niet voor de Palestijnse inwoners in Oost-Jeruzalem.’

Bovendien belooft de toekomst voor veel Palestijnen weinig goeds. ‘Je leert, studeert, zoekt werk en wat dan? Dan is er geen baan, geen toekomst, niks’, zegt Khalil. Onder het schijnsel van een lantaarnpaal aan de rand van Betlehem verkoopt hij koffie aan het autoverkeer dat zich naar het checkpoint haast. Onder de poort, achter de gewapende soldaten, daar ligt Israël. Verderop, aan een ander checkpoint, werd één van Khalils vrienden doodgeschoten. Een duidelijke verklaring heeft hij nooit gekregen, zegt hij.

© Rik Rutten

Palestijnse vrouwen passeren de scheidingsmuur in Betlehem.

Khalil is geen uitzondering. Zoals iedereen aan Israëlische zijde zich de uitgestorven cafés en ontplofte bussen van de Tweede Intifada kan herinneren, zo kent elke Palestijn wel een nabije of verre bekende die hardhandig door de ordediensten is aangegrepen.

Het zijn zulke verhalen die de schaduwzijde van het systeem blootleggen. Wie niet in het plaatje van de veiligheidsdiensten past, is immers de klos. Dat de controles voor veel Israëliërs zo soepel verlopen is mede te danken aan het etnisch profileren van Palestijnen en Israëlische Arabieren. Voor hen is een vliegveld geen geoliede machine, maar een onwillig apparaat vol hindernissen.

© Rik Rutten

Israëlische politieagenten bewaken de Damascuspoort, een van de toegangspoorten tot de oude stad en de voorbije maanden het toneel van veel steekpartijen.

Het is de prijs van het veiligheidsgevoel van Israëliërs: tegenover het voorkomen van grote aanslagen staat een groot aantal misstanden en mensenrechtenschendingen. Willekeurige arrestaties, het vernietigen van huizen als straf voor de families van aanslagplegers, het onrechtmatig doodschieten van Palestijnen aan checkpoints en daarbuiten: het jaarverslag van Human Rights Watch leest als een waslijst mensenrechtenschendingen.

Een mes uit de keukenla

De excessen van het antiterreurbeleid zijn niet alleen een terugkerend thema in de rapporten van ngo’s: ze zijn ook het vat waarin frustratie en radicalisering gisten.

De recente golf van steekpartijen bewijst het succes én het falen van dat beleid. Het Israëlische veiligheidsapparaat heeft zich zo verfijnd dat een bomgordel het grondgebied niet meer in te smokkelen is. Tegelijkertijd voedt datzelfde systeem de bestaande onvrede. Het gevolg, in de woorden van student Aviv: ‘Jonge gefrustreerde Palestijnen trekken nu een mes uit de keukenla.’

© Rik Rutten

De scheidingsmuur in Betlehem, gezien vanaf de Palestijnse zijde.

België is geen Israël en Brussel geen Jeruzalem, waarschuwt hoogleraar Ezrahi. Hij wijst naar de Israëlische bezetting en naar de kiem van Europa’s problematiek in de achterwijken van de grote steden. ‘In het geval van Israël schuurt het tussen twee samenlevingen, in Europa is de ongelijkheid binnen de samenleving het voornaamste probleem.’ Toch herkent hij in de publieke en politieke reactie van Europa ook de ingrediënten van de Israëlische omgang met terreur.

En wat die lessen betreft? Nir Hasson vat het simpel samen. Er zijn twee manieren om terreur te bestrijden, zegt hij. ‘De eerste is het controleren van tassen, meer politie: veiligheidsmaatregelen, kortom. Daarin kan Israël zeker een voorbeeld zijn. De tweede is nog belangrijker: bied perspectief, zodat mensen niet in de handen van terroristen gedreven worden. Daarin moet Europa vooral niet leren van Israël, want dit land doet het tegenovergestelde.’

LEES OOK

© ‘Amer ‘Aruri
In het Israël van Benjamin Netanyahu’s rechts-religieuze coalitie lijkt een vredevolle uitkomst voor de Palestijnse kwestie verder af dan ooit.
Public domain (CC0)
Aan de Amerikaanse oproep geen wapens meer te leveren aan het militaire regime in Myanmar zal niet zonder slag of stoot gehoor worden gegeven.
Foto: Kashfi Halford (CC BY-NC 2.0)
Tien jaar na de inname van de Gazastrook door Hamas, verslechteren de leefomstandigheden van de 2 miljoen mensen in de Palestijnse enclave ‘verder en sneller’ dan voorspeld was in 2012, zeggen
Bron: Flickr (CC BY-ND 2.0)
Terwijl de Israëlische bezetting deze week vijftig jaar wordt, zoekt de Palestijnse vluchtelingengemeenschap al bijna zeventig jaar een onderkomen.