Afrikaanse Unie vormt front tegen COVID-19

Terwijl Europa ruziede en hamsterde, kreeg Afrikaans A-team 75 miljard bijeen

© Reuters / Thomas Mukoya

 

Een “A-team” van de Afrikaanse Unie zoekt 130 miljard euro voor een marshallplan voor Afrika. Dat moet het continent behoeden voor de meest apocalyptische scenario’s. Want ook al lijkt het coronavirus zelf er niet zo snel terrein te winnen, de gevolgen van de coronacrisis worden er de grootste uitdaging. En wat opvalt: terwijl de Europese Unie ruziet en hamstert, slaat de Afrikaanse net de handen ineen.

190.000: zoveel coronadoden op het Afrikaanse continent werden in mei voorspeld. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) schatte toen ook dat dit jaar 29 tot 44 miljoen Afrikanen besmet zouden worden. De gezondheidszorg dreigde er snel verzadigd te raken, zo waarschuwde men, met een gemiddelde capaciteit van negen bedden op intensieve zorgen per miljoen inwoners.

‘Het doembeeld van straten vol doden is voorlopig uitgebleven. Maar die verontrustende voorspelling heeft de landen wel verenigd.’

Maar in werkelijkheid lijkt het virus zich in Afrika veel trager te verspreiden dan voorspeld. Het continent overschreed op 23 augustus de kaap van een miljoen besmettingen (ter vergelijking: op dat moment zat Europa net niet aan de vier miljoen). Onderrapportering zou de cijfers vertekenen, maar van een opmerkelijke oversterfte of een toevloed aan patiënten met longproblemen is in de meeste landen geen sprake.

Afrika blijft voorlopig gespaard van de meest apocalyptische scenario’s. Met uitzondering van het meest zuidelijke land, Zuid-Afrika. Dat neemt meer dan de helft van de besmettingen op het continent voor zijn rekening en er viel tot nu toe meer dan 13.000 van de 21.000 doden in Afrika.

Lessen uit ebola

Er wordt druk gespeculeerd over demografische of klimatologische oorzaken van de vertraagde verspreiding in Afrika. Maar zeker is dat de snelle en verenigde reactie van de Afrikaanse landen een sterk wapen is in de strijd tegen het virus.

‘COVID-19 is pas in februari op het continent aangekomen. We hadden dus wat tijd om ons voor te bereiden’, reageert Martin Rupiya, analist bij Accord, een pan-Afrikaanse middenveldorganisatie. ‘Het doembeeld van straten vol doden is voorlopig uitgebleven. Maar die verontrustende voorspelling heeft de landen wel verenigd.’

Bovendien heeft Afrika lessen getrokken uit de ebola-epidemie van 2014 tot 2016, die in West-Afrika meer dan 11.000 dodelijke slachtoffers maakte. Als antwoord op die crisis werd in 2016 in de schoot van de Afrikaanse Unie het Africa CDC opgericht, het African Centres for Disease Control and Prevention.

COVID-19 komt als de eerste grote test voor de nieuwe instelling. ‘De Afrikaanse Unie toont zich verenigd en is er wel degelijk in geslaagd een structuur op te zetten om de 54 Afrikaanse landen te coördineren’, oordeelt Rupiya.

Voorlopig lijkt het jonge pan-Afrikaanse centrum vooral een goede indruk te maken. Het Africa CDC versnijdt de informatie van de WHO op maat en verspreidt ze via een netwerk van lokale partners. Voor het eerst is niet een internationale organisatie, maar wel deze nieuwe regionale actor de spil in de continentale aanpak van een gezondheidscrisis.

Verenigd in schaarste

Rupiya ziet grote contrasten tussen Afrika en Europa. ‘Terwijl de landen van de Europese Unie de grenzen sloten en medisch materiaal hamsterden, zochten de Afrikaanse landen samen naar oplossingen.’ De Afrikaanse Unie en het Africa CDC lanceerden een platform voor de gezamenlijke aankoop van medisch materiaal en het bevorderen van de regionale productie. Uit noodzaak weliswaar, want de extra druk op de gezondheidszorg dreigde snel tot nijpende tekorten te lijden.

Het COVID-19 Response Fund van de Afrikaanse Unie zocht vervolgens naar de nodige financiële middelen om het platform te financieren en de sociaal-economische gevolgen van de pandemie op te vangen.

Voor de preventieve maatregelen wilde men op korte termijn 130 miljoen euro bijeen krijgen. Nog eens 350 miljoen euro moet de medische sector voorzien van een buffer op middellange termijn.

De eerste bijdragen voor het fonds kwamen onder andere van enkele lidstaten van de Afrikaanse Unie, maar maakte dat de teller slechts op een erg magere twintig miljoen kwam te staan. Een grootschalige crowdfunding werd opgezet, maar hoeveel dit heeft opgeleverd is nog onduidelijk. Het continent blijkt verenigd omwille van de noden, maar ook door het ontbreken van grote financiële bazooka’s.

Om die reden werd de privésector onmiddellijk aangevuurd de schouders te zetten onder het fonds en het platform voor medisch materiaal. Cyril Ramaphosa, de Zuid-Afrikaanse president en huidig voorzitter van de Afrikaanse Unie, spande daarom enkele van Afrika’s meest befaamde ondernemers voor de kar.

Een van die opmerkelijke figuren is de Zimbabwaanse miljardair Strive Masiyiwa. Hij kreeg het statuut van speciaal gezant voor de gemeenschappelijke aankoop van testkits en medisch materiaal, en werd geacht zijn ondernemersnetwerk aan te spreken voor dat doel. Hij probeert met bevriende ondernemers de lokale productie te verhogen.

‘Na mijn aanstelling als speciaal gezant nam ik contact op met onder andere ondernemers Richard Branson en Jeff Skoll (toplui van respectievelijk Virgin en eBay, red.). We maken nu bijvoorbeeld samen een helm waarmee zuurstof kan worden toegediend, die door NASA ontworpen werd’, deelde Masiyiwa mee aan de Amerikaanse denktank Milken Institute.

Masiyiwa zet daarnaast vooral in op een digitaal platform, dat zowel aankopende landen als leveranciers zoveel mogelijk transparantie biedt. In juni ging het African Medical Supply Platform online. ‘Het platform is uniek en helpt Afrikaanse overheden en ngo’s makkelijk de nodige leveranciers van medisch materiaal te identificeren, zowel op als buiten het Afrikaanse continent.’

© Reuters / Pool Nieuw

Ook schuld- en interestaflossingen uitstellen moet mogelijk zijn, vindt de Zuid-Afrikaanse president Cyril Ramaphosa, huidig voorzitter van de Afrikaanse Unie.

Het A-Team

Ramaphosa bracht in april bovendien een bijzonder team van speciale gezanten op de been. Dit “A-team” kreeg als opdracht om internationale organisaties en westerse landen tot solidariteit aan te sporen. Want steun verzamelen voor de medische gevolgen van het virus is één ding, het verzinkt in het niets bij de hulp die nodig zal zijn om de sociale en economische gevolgen op te vangen.

Afrika zal voor het eerst in 35 jaar in een recessie belanden, zo voorspelt Donald Kaberuka, een van de gezanten. De economische gevolgen hakken er nu al hard in. De pandemie komt op hetzelfde moment als de oliecrisis, waar olie-exporterende landen als Nigeria, Angola en Congo-Brazzaville zwaar onder te lijden hebben, en de sprinkhanenplaag, die in Oost-Afrika verwoestend huishoudt.

Het zorgt voor nog meer onrustwekkende voorspellingen. Een sterke toename van de armoede dreigt meer levens te tekenen dan het virus zelf.

‘In het licht van de verwoestende sociaal-economische en politieke impact van de pandemie zullen internationale instellingen Afrikaanse economieën moeten stutten met een groot stimuluspakket’, stelde Ramaphosa op 12 april. Ook schuld- en interestaflossingen uitstellen moet volgens hem mogelijk zijn.

Volgens de Afrikaanse Unie is 130 miljard euro nodig om een gevaarlijke crisis af te wenden, met een marshallplan voor Afrika. Drie gewezen ministers van Financiën, Ngozi Okonjo-Iweala van Nigeria, Donald Kaberuka van Rwanda en Trevor Manuel van Zuid-Afrika, samen met de Ivoriaanse bankier Tidjane Thiam, vormen het A-team dat dit geld moet vinden.

Het A-team dat 130 miljard moet bijeenkrijgen: Ngozi Okonjo-Iweala (Nigeria), Donald Kaberuka (Rwanda), Trevor Manuel (Zuid-Afrika) en de Ivoriaanse bankier Tidjane Thiam.

Ramaphosa gaf al meteen mee dat de gezanten hun pijlen in de eerste plaats op de G20, de EU en de internationale financiële instellingen moeten richten.

De vier gezanten beschikken samen over een erg waardevol adressenboekje en hebben heel wat jaren financiële ervaring op de teller. Maar de macht van de Afrikaanse landen in die internationale financiële instellingen is beperkt. En de relatie met de EU is nog steeds lang geen evenwaardig partnerschap. Uitstel van schuldaflossingen vragen, nieuwe leningen afsluiten en schenkingen losweken, uitzonderingen vragen op de de spelregels van internationale organisaties: het sterrenteam kreeg een ambitieuze missie.

Zowel het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank toonden zich snel bereid om wereldwijd financiële buffers ter beschikking te stellen. Het IMF werpt 846 miljard euro op als dam tegen de coronacrisis.

Trekkingsrechten

Vooral het systeem van de speciale trekkingsrechten (of Special Drawing Rights, SDR) is een uniek middel van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) om de financiële reserves van landen aan te sterken in tijden van crisis. STR zijn certificaten, die een soort kunstmatige munt moeten voorstellen.

De waarde van STR is gebaseerd op de grote vijf munteenheden: de Amerikaanse dollar, de euro, de Chinese renminbi, de Japanse yen en het Britse pond. Ze geven landen een buffer, zodat ze onverwacht grote betalingen in buitenlandse valuta zouden aankunnen. Het IMF wil zo vermijden dat de internationale handel stilvalt.

Om de lidstaten van het IMF een buffer te geven na de financiële crisis van 2008, werden ook in 2009 STR’s toegekend. De toekenning ervan gebeurt op basis van het aandeel van elk land in de wereldeconomie. Toen kregen de lage-inkomenslanden samen slechts 20 van de 283 miljard aan trekkingsrechten toebedeeld.

Speciaal gezant Donald Kaberuka riep op om niet dezelfde fout te maken als toen, en om de meest kwetsbare economieën dit keer een groter aandeel te geven. ‘De wereld heeft een effectief aandeel van Afrika nodig in een mondiaal stimuleringsplan.’ In het huidige plan van het IMF zouden de landen uit Sub-Sahara-Afrika samen slechts vijf procent van die speciale trekkingsrechten toegewezen krijgen.

Niet in dovemansoren

Hoe dat alles gedaan te krijgen? Videobellen, zo gaat het dan dezer dagen, ook voor een A-team. ‘Fantastisch gesprek deze ochtend met de speciaal gezanten van de AU’, tweette IMF-directeur Kristalina Georgieva, vergezeld van de groepsfoto met videovergaderaars: Georgieva en de gezanten verdeeld in de hokjes van een computerscherm. ‘Ik onderstreep de nood aan uitzonderlijke internationale steun voor de regio’, viel ze hen bij.

Na twee maanden hadden de gezanten al 50 miljard euro bijeen, meer dan een derde van het bedrag dat nodig is voor het Afrikaanse marshallplan. Vandaag zitten ze al aan 75 miljard euro. Mooi, maar nog niet genoeg, dus. Het gaat vaak ook niet om giften, maar om leningen of schenkingen in goederen.

Verschillende landen kregen intussen ook een opschorting van schuldaflossingen. De Wereldbank, het IMF en enkele andere kredietverleners beloven daarnaast een rist nieuwe leningen en schenkingen.

In juni bracht het A-team uitgebreid verslag van de vorderingen uit aan de staats- en regeringsleiders van de Afrikaanse Unie. Die gaven blijk van tevredenheid met het werk. ‘We moedigen de speciaal gezanten aan onze belangen verder uit te dragen en krachtig de zaak van het continent te verdedigen, om zo de ongeziene slag die COVID-19 de wereld toebrengt op te vangen.’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
De AU-leiders beklemtoonden na het eerste verslag nog eens het belang van het opschorten van de terugbetaling van schulden. Maar een derde van de schulden van Afrikaanse landen staat open bij private kredietverleners, die de schulden als koopwaar kunnen verhandelen. De hoop op uitstel of respijt van deze private kredietverleners lijkt ijdel. Tegen private schuldeisers lijkt zelfs een A-team niet opgewassen.

Tegenover politieke partners zijn landen zelf wel bereid het spel wat harder te spelen. Zambia werd geacht om 11 miljard schulden bij het Westen en bij China af te lossen tegen 2022, maar liet al weten dat dit niet langer haalbaar zal zijn. Zambia sloot daarom een contract af met het Franse bedrijf Lazard, goed voor 4,5 miljoen dollar, om opnieuw over de schulden te onderhandelen. Op de speciaal gezanten heeft dit land niet gewacht.

Dit artikel werd geschreven voor het herfstnummer van MO*magazine. Voor slechts 32 euro kan je hier een jaarabonnement nemen! Je kan ook proMO* worden voor slechts 4 euro per maand. Je krijgt dan ook ons magazine toegestuurd en je steunt daarmee ons journalistiek project. Opgelet: Knack-abonnees ontvangen MO* automatisch bij hun pakket.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2916   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift