Tien jaar na de Arabische Lente verzetten jonge Tunesiërs zich nog steeds tegen politiegeweld

Analyse

‘Tunesische politievakbonden willen straffeloosheid’

Tien jaar na de Arabische Lente verzetten jonge Tunesiërs zich nog steeds tegen politiegeweld

Tien jaar na de Arabische Lente verzetten jonge Tunesiërs zich nog steeds tegen politiegeweld
Tien jaar na de Arabische Lente verzetten jonge Tunesiërs zich nog steeds tegen politiegeweld

Jozef Vandermeulen

17 december 2020

Tien jaar na de revolutie die het startschot gaf voor de Arabische Lente, blijft het hervormen van de gewelddadige veiligheidsdiensten een geladen politiek strijdpunt in Tunesië.

© Belga / AFP

Manifestanten tijdens een Hassebhom-actie voor het parlement in Tunis, 6 oktober 2020.

© Belga / AFP

Tien jaar na de revolutie die het startschot gaf voor de Arabische Lente, blijft het hervormen van de gewelddadige veiligheidsdiensten een geladen politiek strijdpunt in Tunesië. Conservatieve politievakbonden vinden hun vijand in een nieuwe generatie activisten. Die verzetten zich met z’n allen tegen een controversieel wetsvoorstel dat politieagenten zou beschermen van vervolgingen voor geweld.

Op dinsdag 6 oktober is de spanning te snijden voor het Tunesisch parlement. Honderden politieagenten staan oog in oog met een massa jonge activisten die met de slogan ‘Hassebhom’ — ‘Hou ze verantwoordelijk’ — de politie ter verantwoording roepen voor hun overmatig gebruik van geweld.

Uiteindelijk drijven agenten de manifestatie van Hassebhom hardhandig uiteen. Al snel verschijnen er op sociale media berichten dat agenten demonstranten bij hun arrestatie slaan, schoppen en zelfs aanrijden.

Mensenrechtenorganisaties hameren al langer op de nood aan diepgaande hervormingen binnen de veiligheidsdiensten.

Diezelfde dag verspreiden 38 organisaties uit het middenveld een open brief om dat politiegeweld te veroordelen. De onafhankelijke nieuwssite Nawaat verzamelde bovendien verschillende getuigenissen van activisten die werden gearresteerd en in het politiekantoor verdere aanvallen en vernederingen ondergingen.

Nawres Zoghbi, een mede-organisator van Hassebhom die ook werd opgepakt die dag_,_ vertelt aan MO* dat deze harde politierespons geen uitzondering is. ‘Dat is nu eenmaal wat er gebeurt als je hier actievoert. Ik ben al heel vaak hardhandig gearresteerd. Politieagenten hebben al aan mijn haar getrokken, mij geslagen en geschopt. En ik ben zeker niet de enige die dat meemaakt.’

Bescherming of straffeloosheid?

De directe aanleiding voor het protest in oktober was een controversieel wetsvoorstel voor de ‘bescherming van de veiligheidsdiensten’ dat in het Tunesisch parlement besproken zou worden. Die zogenaamde Beschermingswet stelde onder andere voor om elke politieagent die een ‘gevoel van dreiging’ ervaart, vrij te stellen van vervolging voor het gebruik van geweld.

‘Die regel is op zich al gevaarlijk, maar omdat de betrokken agent zelf het “gevoel van dreiging” mag bepalen, zou dat voorstel in feite tot een totale straffeloosheid leiden voor politiegeweld,’ zegt Zoghbi. ‘Het belangrijkste doel van ons protest was die wet tegenhouden, maar we vragen ook meer aandacht voor de slachtoffers van politiegeweld en meer controlemechanismen.’

Zowel Amnesty International en Human Rights Watch als verschillende Tunesische ngo’s hameren al langer op de nood aan diepgaande hervormingen binnen de veiligheidsdiensten. Sinds de val van het autoritaire regime van President Zine El Abidine Ben Ali tijdens de Arabische Lente in 2011, zijn zo’n hervormingen regelmatig het onderwerp van politiek conflict en maatschappelijke discussie.

‘Ook ik stak een politiekantoor in brand’

Tijdens het protest van Hassebhom tegen de Beschermingswet werd regelmatig verwezen naar de idealen van de opstand tegen Ben Ali, en werden voorstanders van de wet beschuldigd terug te willen keren naar de repressie van voor 2011.

Verwijzingen naar de Arabische Lente hebben een symbolische waarde wanneer het gaat over politiegeweld en gedrag van de veiligheidsdiensten. De protesten die tien jaar geleden uiteindelijk leidden tot de val van het autoritaire regime in Tunesië focusten zich in grote mate op de politie. Die vormde de ruggengraat van het regime en was ook het symbool van Ben Ali’s repressie. De politie was het belangrijkste tactische en symbolische doelwit van acties tegen het regime.

Zo werden in de loop van de opstand ongeveer 600 politiekantoren aangevallen, waarvan velen in brand werden gestoken. Die daad van brandstichting bleef achteraf een belangrijk symbool van populaire, revolutionaire actie. Toen in 2014 enkele Tunesiërs voor de rechter moesten verschijnen voor hun deelname aan brandstichting tijdens de revolutie, overspoelden hun medestanders Tunesische sociale media met de hashtag #حتى_أنا_حرقت_مركز (ook ik stak een politiekantoor in brand).

Ben Ali’s politiestaat

De politie was een belangrijk doelwit. Ben Ali’s controle over de staatsapparaten steunde namelijk op de civiele veiligheidsdiensten. Een nauwe band met het leger, wat we wel vaker zien bij dictators, had hij niet.

Dat komt deels omdat Ben Ali zich voor zijn coup omhoogwerkte doorheen diezelfde veiligheidsdiensten. Hij was een hooggeplaatst figuur binnen de geheime politie en kreeg uiteindelijk ook posities als minister van Nationale Veiligheid en van Binnenlandse Zaken te pakken voor hij in 1987 de macht greep en die meer dan twintig jaar lang niet zou loslaten.

Dissidenten en mensen die op straat kwamen tegen Ben Ali’s regime werden gevolgd of aangevallen door politieagenten, niet door het leger. Tijdens de wekenlange demonstraties in 2011 stierven honderden mensen door de politierepressie, terwijl het leger zich afzijdig hield en uiteindelijk zelfs de kant van de demonstranten koos.

Hervormingen

De belangrijke rol van de politie in Ben Ali’s regime wordt haar nog steeds kwalijk genomen. Na de revolutie begon de overgangsregering onmiddellijk met meerdere hervormingen in het veiligheidsapparaat. De ‘politieke politie’ werd afgeschaft en topfiguren binnen de veiligheidsdiensten werden vervangen. In samenwerking met de Verenigde Naties creëerde de Tunesische overheid richtlijnen en opleidingen voor de politie om respect voor de mensenrechten te garanderen. De grondwet van 2014 voorzag bovendien meerdere nieuwe controlemechanismen op de veiligheidsdiensten.

‘Mensen zijn nu minder bang om tussen te komen wanneer de politie iemand aanvalt’

Deze hervormingen leidden al tot veel verbeteringen, vertelt activist en lid van Hassebhom Heythem Guesmi: ‘Het politiegeweld is minder structureel en foltering wordt niet meer toegepast als politiek repressiemiddel zoals vóór de revolutie, maar er valt nog veel te verbeteren. Individuele gevallen van geweld en machtsmisbruik komen nog steeds veel te veel voor.’

Ook Nawres Zoghbi zegt dat de situatie onmiddellijk na de revolutie verbeterde: ‘Mensen zijn nu minder bang om tussen te komen wanneer de politie iemand aanvalt, om te filmen wat er gebeurt en om machtsmisbruik publiekelijk aan te klagen. Dat is alvast een groot succes van de revolutie en van onze beweging. Maar politiegeweld blijft wel een enorm probleem en de situatie lijkt weer erger te worden.’

Gewapende vakbonden

Dat politiegeweld een probleem blijft, komt volgens critici vooral door de enorme vertragingen die de hervormingen na 2011 opliepen. De slechte economische situatie in Tunesië en de dreiging van terrorisme speelden zeker een rol in die vertraging, maar Zoghbi legt de schuld vooral bij de politievakbonden.

Die werden na de val van Ben Ali zeer snel opgericht door agenten om hun belangen te verdedigen in de post-revolutionaire transitie. ‘Maar het zijn geen gewone vakbonden die enkel strijden voor betere werkomstandigheden. Ze zijn gewapend en doen alles om hervormingen tegen te houden en elkaar te beschermen. Ze bedreigen critici en zijn zelfs al met getrokken wapens tussengekomen bij een gerechtelijke procedure.’

Meer dan 50 politieagenten bestormden de rechtbank en dwongen de rechter hun collega’s vrij te laten.

Zoghbi verwijst hiermee naar de gebeurtenissen in de rechtbank van Ben Arous, een zuidelijke wijk van Tunis waar in 2018 vijf politieagenten terechtstonden voor foltering. De beschuldiging was dat ze begin dat jaar een verdachte vastbonden aan een stoel, ijskoud water over hem goten en hem vervolgens sloegen tot hij het bewustzijn verloor. Ze werden opgepakt en voor de rechter gebracht, maar hun vakbond was het niet eens met die beslissing.

Meer dan 50 politieagenten bestormden de rechtbank, drongen met hun dienstwapens de rechtszaal binnen en dwongen de rechter hun collega’s vrij te laten en alle aanklachten te laten vallen. ‘Dat soort schaamteloze acties dienen om politiegeweld te legitimeren en te tonen dat het onbestraft kan blijven, wat verder misbruik uitlokt,’ stelt Zoghbi. ‘Het zijn ook diezelfde politievakbonden die de recente Beschermingswet voorstelden en probeerden door het parlement te krijgen. Zij willen straffeloosheid en ze gebruiken elk mogelijk excuus om geweld te rechtvaardigen.’

Internationale ngo’s en onderzoekers treden Zoghbi bij in haar kritiek op de politievakbonden. Amnesty International stelde in een rapport uit 2019 dat ‘het niet aanpakken van bedreigingen door machtige politievakbonden een van de belangrijkste redenen is geworden dat het schenden van mensenrechten vaak onbestraft blijft in Tunesië.’

‘Marteling maakt een comeback’

De officiële noodtoestand waarin het land al sinds 2015 verkeert, is bovendien een voedingsbodem voor machtsmisbruik aangezien verschillende beschermingsmechanismen voor verdachten door de noodtoestand wegvallen. De vice-president van de Wereldorganisatie tegen Marteling (OMCT), Mokhtar Trifi, maakte zich in 2017 al zorgen over de situatie: ‘Marteling is een sterke comeback aan het maken in Tunesië en geen enkele verdachte is al veroordeeld.’

Zo werden in 2018 meer dan vijftig verschillende klachten van marteling door de veiligheidsdiensten neergelegd, maar de Tunesische afdeling van het OMCT schat de eigenlijke cijfers nog veel hoger in, aangezien niet veel slachtoffers naar voren komen met hun verhaal. Het OMCT ontvangt zelf elke maand 15 à 20 meldingen van marteling. De Tunesische Liga voor de Mensenrechten spoorde op twee jaar tijd 400 gevallen op, wat overeenkomt met de schatting van het OMCT.

Daarnaast treedt de politie regelmatig gewelddadig op tijdens demonstraties en na voetbalmatches, waardoor al meerdere jonge Tunesiërs stierven of zware verwondingen opliepen. De Tunesische vereniging van journalisten klaagt bovendien dat constante aanvallen door de politie en haar vakbonden een bedreiging vormen voor de persvrijheid.

Er ontwikkelt zich ook een zorgwekkende trend waarbij wetten die nog stammen uit het Ben Ali-tijdperk worden gebruikt om kritische bloggers en activisten op te pakken en aan te klagen voor hun berichten op sociale media.

Twee wegen

Ondanks deze schrijnende evoluties, blijven politievakbonden bepleiten dat de veiligheidsdiensten te veel worden gecontroleerd en niet genoeg beschermd. Volgens hen krijgt de politie op dit moment niet de nodige vrijheid om het land te beschermen van terrorisme. Ze beweren dat de kritiek die de politie verduurt in de weg staat van een efficiënte werking. De controversiële Beschermingswet, die veel politievakbonden uitgesproken steunden, moest dan weer dienen om een zogenaamde ‘legale leemte’ op te vullen die agenten kwetsbaar maakt tijdens hun dienst.

Maar critici van de Beschermingswet wijzen op een lange lijst wetten, veel ervan van voor de revolutie, die de politie en andere veiligheidsdiensten voldoende zouden beschermen. Onder andere Hassebhom en Nawres Zoghbi willen dus de andere richting uitgaan: ‘De politievakbonden moeten veel strenger gereguleerd worden, en eigenlijk zelfs ontbonden. Ze vormen een gevaar, geen bescherming voor de nationale veiligheid.’

Nieuwe generatie

Of er iets zal veranderen, wanneer, en ten voordele van wie, is voorlopig onduidelijk. Tunesië zit al jarenlang in een latente politieke en economische crisis die de overheid op veel vlakken heeft geïmmobiliseerd. Op dit moment is een technocratische regering aan de macht, gesteund door een fragiele parlementaire coalitie. Grote hervormingen staan dus niet in de steigers.

Toch is er een voorzichtig optimisme. De Beschermingswet is uiteindelijk niet tot bij het parlement geraakt en Heythem Guesmi vertelt aan MO* dat de succesvolle protesten tegen de wet een nieuwe generatie activisten voortbrachten: ‘Het waren vooral de jongere leden van Hassebhom die de acties organiseerden. Sommigen van hen zijn net twintig, zij waren nog kinderen toen de opstand tegen Ben Ali plaatsvond.’