Trekt China ten oorlog?

Analyse

Hoe oorlog in Oost-Azië vermeden kan worden

Trekt China ten oorlog?

Trekt China ten oorlog?
Trekt China ten oorlog?

Nu de supermacht China de spierballen rolt in de Zuid Chinese Zee, is de vraag of het land zich blijvend inschrijft in een geopolitieke logica gestoeld op verdragen,... of niet. Intussen groeit China’s militaire apparaat met de dag. Dat leidt tot een wapenwedloop met de buurlanden, die de bescherming van de VS inroepen. Zolang Peking en Washington conflicten via economische weg oplossen, hoeft dat geen gewapend conflict tot gevolg te hebben.

China’s opkomst blijft voor velen iets ongrijpbaars. De intenties en de toekomst van het land zijn onderwerp van debat. De ene expert voorspelt een onvermijdelijke oorlog in de regio, de andere kondigt een vreedzame Chinese verovering van de wereldeconomie aan. In het Westen domineert het beeld van een asociale reus die zich de laatste jaren steeds assertiever opstelt. Het militaire apparaat dat China razendsnel uitbouwt – na het Amerikaanse en Russische het grootste ter wereld – baart andere grootmachten zorgen.

Midden jaren negentig was China’s krijgsmacht nog een schroothoop: een verzamelplaats voor afgedankt militair materieel, slecht opgeleide soldaten en corrupte leiders. Uitgedaagd door Amerika’s militaire successen tijdens de eerste Golfoorlog en in de straat van Taiwan, besloot China zijn leger te moderniseren. Volgens schattingen van het Stockholm International Peace Research Institute (SIPRI) stegen China’s defensie-uitgaven van 26 miljard dollar in 1997 naar 191 miljard dollar in 2014.

Zowel de VS als regionale spelers Zuid-Korea en Taiwan besteden een groter deel van hun budget aan defensie dan China.

Een heuse militaire inhaalbeweging, die voortkomt uit een minderwaardigheidscomplex, maar ook parallel loopt met China’s economische opkomst. De militaire uitgaven groeiden met andere woorden mee met het economische succes. In verhouding met andere landen steekt China’s leger er niet bovenuit. Zowel de VS als regionale spelers Zuid-Korea en Taiwan besteden een groter deel van hun budget aan defensie.

Kortom, je zou kunnen stellen dat China, als op twee na grootste land, als tweede economie en als land met het grootste aantal inwoners (1,4 miljard) ter wereld, voor zijn militaire apparaat nu pas de juiste grootte heeft bereikt. En Peking heeft nog ambitieuzere plannen. Begin dit jaar ging een grote structurele hervorming van start die toont waar China de prioriteiten legt. Een apart leiderschapsorgaan en een vergaande centralisatie moeten zorgen voor een efficiëntere organisatie – een gevoelig werkpunt. Met een nieuwe raketmacht zet China in op middel- en langeafstandsraketten. En een aparte instantie zal zich met ruimte-, cyber- en elektronische oorlogsvoering bezighouden.

D. Myles Cullen (CC0)

China’s defensie-uitgaven stegen van 26 miljard dollar in 1997 naar 191 miljard in 2014

D. Myles Cullen (CC0)

Op ramkoers

‘China zal niet aanvallen, tenzij het wordt aangevallen’, staat te lezen in het Chinese Witboek over defensie van 2015, en dat wordt ook internationaal aangenomen. Expansie zit niet in het Chinese DNA. ‘Zoals het Westen gelooft China dat het de hoogste vorm van beschaving, en een model voor anderen is’, schrijft China-kenner Martin Jaques, ‘maar dat uitte zich nooit in het veroveren van kolonies. China heeft altijd naar binnen gekeken, niet naar buiten, en wilde niets met de “barbaren” buiten zijn grenzen te maken hebben.’

China houdt voet bij stuk als het gaat om de “verloren gebieden”

Wat China wel wil, is zijn land verdedigen. Zo bouwt het militaire faciliteiten uit langs de grens met India, waar de spanningen het laatste decennium opliepen. Daarnaast wil het zijn “verloren gebieden” terugwinnen: Taiwan en grote delen van de Chinese Zeeën – waarover China ruziet met Japan, Taiwan, Vietnam, Brunei, Maleisië en de Filipijnen.

Hoewel Peking zich vanaf de jaren negentig economisch en diplomatiek steeds meer openstelt voor buurlanden, houdt het voet bij stuk als het gaat om de “verloren gebieden”. Zeker na de internationale financiële crisis van 2008, waar het vrijwel ongeschonden uitkwam, liet China zich van zijn zelfverzekerdste kant zien. Het land voelde zich internationaal sterker, maar tegelijkertijd kwamen de problemen thuis meer aan de oppervlakte (politieke schandalen, corruptie, sociale ongelijkheid, ecologisch wanbeleid, en ga zo maar door).

Michael Chu (CC by-nc-nd 2.0)

Michael Chu (CC by-nc-nd 2.0)​

De Communistische Partij van China hoopte aan populariteit te winnen door zich onverzettelijk op te stellen tegenover zijn buurlanden en de VS. En een ruime meerderheid van de Chinezen staat ook vierkant achter deze militaire machtsontplooiing. Pekings spierballenvertoon lokte reactie uit. Japan investeerde in zijn marine, en India vergrootte zijn nucleaire arsenaal. Bovendien zochten Oost-Aziatische landen de bescherming van (de nucleaire paraplu van) de VS op.

Volgens een officieel Amerikaans rapport beschikt China intussen over 57 gewone en vijf nucleair aangedreven onderzeeërs.

Opgeschrikt door deze Chinese assertiviteit kondigde de Amerikaanse president Obama in 2012 een “spilstrategie” af. Hij wil Oost-Azië opnieuw in balans krijgen door een economisch en militair tegenwicht tegen China te bieden. Hoewel deze strategie eigenlijk vooral een voortzetting van het Amerikaanse beleid in de regio is, wordt de forse retoriek door de Chinezen met argwaan beluisterd. Wantrouwen tast de relatie tussen de VS en China verder aan. De wapenwedloop krijgt een extra duwtje in de rug.

USMC (CC0)

USMC (CC0)​

Vooral op zee wordt een nek-aan-nekrace gestreden. Volgens een officieel Amerikaans rapport beschikt China intussen over 57 gewone en vijf nucleair aangedreven onderzeeërs. Technisch zijn deze schepen geen partij voor die van de VS. Maar dat kan snel verkeren en dus werkt de VS aan geavanceerdere systemen.

Het heetste hangijzer vandaag is de Zuid-Chinese Zee, die China voor 90% claimt. Er lopen belangrijke scheepvaartroutes door en er liggen vermoedelijk grote olie- en gasvoorraden.

Onder luid protest van Vietnam organiseerde Peking vanaf januari verschillende vluchten naar de kunstmatige eilandjes die het op de riffen van de Spratly-eileanden (zo’n 200 kilometer ten westen van het Filipijnse eiland Palawan) heeft aangelegd. Voorzien van havens en landingsbanen is deze artificiële archipel de ideale plaats om buren nauw in het oog te houden.

De VS zit lelijk in zijn maag met China’s houding. Het blijft marineschepen langs de eilandjes sturen om het recht op vrije doorvaart te verdedigen. Maar China heeft geen oren naar dit internationale rechtsprincipe en wil zijn marine nog meer inzetten in open zee ‘om er de Chinese belangen te beschermen vanwege provocerende acties van buitenstaanders’.

Verschillende analisten voorspellen dat deze strubbelingen vroeg of laat uitmonden in een oorlog. Maar wat als China en de VS voor een alternatieve wapenwedloop kiezen?

Charmeoffensief

China wil duidelijk af van de Amerikaanse suprematie in zijn regio. Het beseft dat louter een groter leger daarvoor niet de aangewezen weg is. President Xi Jinping zoekt sinds zijn aantreden in 2013 dan ook toenadering tot de kleinere buurlanden, die hij volgens de Chinese analist Yan Xuetong ‘economisch wil laten profiteren in ruil voor goede politieke relaties’.

Ondanks bittere politieke relaties blijven China en Japan elkaars belangrijkste handelspartners.

Zo bedaarde China in 2013 de gemoederen in de Zuid-Chinese zee door zijn vrijhandelsverdrag in het voordeel van de ASEAN (Associatie van Zuidoost-Aziatische Naties) aan te passen. Ook de spanningen met Japan over de Senkaku/ Diaoyu eilanden in de Oost-Chinese Zee bekoelden na een succesvol staaltje diplomatie en twee ontmoetingen tussen de Japanse premier Shinzo Abe en de Chinese president Xi Jinping. Want ondanks bittere politieke relaties blijven de twee Aziatische zwaargewichten elkaars belangrijkste handelspartners.

USAF (CC0)

USAF (CC0)​

In Taiwan past China dezelfde strategie toe: harten winnen via economische integratie. De in januari verkozen Taiwanese president Tsai Ing-wen beseft dat Taiwan het vasteland nodig heeft om de tanende economie – de grootste kopzorg van de bevolking – opnieuw op te krikken.

Daarnaast probeert China zijn toegenomen economische macht te vertalen in meer politieke invloed in de internationale arena. Met het One Belt, One Road-initiatief, de bouw van een nieuwe zijderoute over land en over zee, steekt President Xi Jinping de hand uit naar Centraal-Azië en het Midden-Oosten. Hij doet dat om toegang te krijgen tot de gas- en olievoorraden die China zo broodnodig heeft, maar ook om vrienden te maken en internationaal respect te winnen.

Zo probeert Peking ook zoveel mogelijk landen aan boord te krijgen van zijn nieuwe Asian Infrastructure Investment Bank (AIIB), een tegenhanger voor de Wereldbank in de regio. Waar landen als het Verenigd Koninkrijk, Australië en Zuid-Korea al toehapten, houdt de VS de deur dicht.

Amerika’s antwoord

Hoe kleiner de militaire én economische kloof tussen China en de VS in Oost-Azië, hoe groter de behoefte aan een alternatief voor de wapenwedloop. Niemand zit te wachten op een oorlog waar iedereen slechter van wordt. Douglas H. Paal, vicepresident van de denktank Carnegie Endowment for International Peace, onderstreept ook de verantwoordelijkheid van de VS hierin: ‘De nieuwe Amerikaanse president zal creatievere manieren moeten zoeken om met maritieme geschillen om te gaan, en kan niet steeds teruggrijpen op een duur militaire machtsspel.’

Als China erin slaagt de economische banden met zijn buurlanden duurzaam te versterken, en als de VS een constructief antwoord bieden op China’s opkomst, dan hoeft er geen oorlog te volgen. Met een stabiel Oost-Azië is niet enkel de regio zelf, maar de hele wereld gebaat.

Dit artikel werd geschreven voor het lentenummer van MO*magazine. Voor slechts €20 kan u hier een jaarabonnement nemen!