Uruguay toont de weg

In december 2013 verraste de regering van Uruguay de wereld met haar beslissing om cannabis – van productie over verkoop tot consumptie – te legaliseren. Uruguay is daarmee het eerste land dat de hele keten officieel regulariseert – tegen de VN-conventies in.

 

Op 23 december 2013 zette de Uruguayaanse president Mujica zijn handtekening onder de nieuwe wet, na de goedkeuring door de senaat op 10 december en door het parlement in juli. Dat de Uruguayaanse regering de stap zet naar legalisering, is op zich niet echt een verrassing. Ook in andere dossiers, zoals de legalisering van abortus en het homohuwelijk, nam de regering-Mujica een progressief standpunt in. Bovendien waait de wind voor legalisering nergens zo gunstig als in Latijns-Amerika, dat overspoeld wordt door het geweld van de illegale netwerken. 

© Gonzalo G. Useta / Creative Commons

Mars voor de legalisering van cannabis, Montevideo, december 2013.

De hele keten

Met de nieuwe wet worden productie, verkoop en consumptie gereglementeerd en onder staatscontrole gebracht. Vanaf achttien jaar kan je voortaan volledig legaal je dosis cannabis kopen, maar enkel in de apotheek en maximaal veertig gram per maand. Elke gebruiker moet zich eerst registreren en krijgt een pasje dat de maandelijkse consumptie bijhoudt. Alleen Uruguayanen kunnen zich laten registreren. Toeristen of inwoners uit de buurlanden zijn uitgesloten.

Je mag ook zelf je cannabis kweken, zij het tot maximum zes planten per persoon en met een maximale opbrengst van 480 gram per jaar. Dat is de technische schatting van een redelijke hoeveelheid marihuana, zonder dat de gebruiker de kans loopt om in een problematisch druggebruik te vervallen, motiveert senator Roberto Conde van het regerende Frente Amplio.

Voor kleine en middelgrote producenten komen er cannabisclubs, maar steeds onder controle van de staat. Voor die grootschaligere productie en verkoop via de apotheken is het nog wachten tot half april, omdat heel de administratie omtrent de nieuwe regelgeving nog op punt moet gesteld worden.  Met de nieuwe wet wordt er een Instituut voor de Reglementering en Controle van Cannabis (IRCCA) in het leven geroepen.

Mensenrechtenorganisaties zijn van mening dat de volksgezondheid gebaat is bij deze nieuwe wet omdat legalisering mee kan voorkomen dat gebruikers met de clandestiene markt in contact komen, waar ze ook worden blootgesteld aan andere drugs zoals cocaïne.

Legaliseren om te voorkomen

Uruguay bevindt zich op de smokkelroute naar Europa.

Sinds de jaren zeventig wordt het bezit en de consumptie van kleine hoeveelheden marihuana voor persoonlijk gebruik niet meer bestraft in Uruguay. De illegale verkoop en doorvoer hebben in de loop der jaren echter voor steeds meer overlast gezorgd. Uruguay bevindt zich op de smokkelroute naar Europa voor cocaïne uit Bolivia en voor cannabis uit Paraguay.

‘Vijftig jaar lang hebben we slechts één instrument gebruikt om het drugsprobleem in te dijken en dat is de bestraffing. Vandaag stellen we vast dat dit instrument faliekant heeft gefaald’, zegt Julio Calzado, hoofd van de Uruguayaanse drugscommissie. ‘De vrucht van deze aanpak is meer consumenten, grotere criminele organisaties, witwas praktijken, wapenhandel en onnoemelijk veel negatieve neveneffecten.’

Wereldwijd zijn er 162 miljoen cannabisgebruikers, dat is vier procent van de volwassen bevolking, aldus het VN-Drugsrapport van 2013.  Uruguay zelf  telt tussen de 18.000 en 20.000 regelmatige gebruikers, op een bevolking van 3,3 miljoen inwoners.

© Gonzalo G. Useta / Creative Commons

Productie, verkoop en consumptie zijn in Uruguay gereglementeerd en onder staatscontrole gebracht.

Het laatste redmiddel

In Latijns-Amerika heeft de strijd tegen de drugs alleen maar voor escalerend geweld gezorgd, zowel het uitroeien van illegale teelten als het bestrijden van de kartels in Brazilië, Colombia, Mexico en Guatemala. Maar ook elders in het continent gaan regio’s gebukt onder  de aanwezigheid van de illegale netwerken.

Vanuit die vaststelling lanceerden drie Latijns-Amerikaanse ex-presidenten in 2009 een oproep voor een alternatieve aanpak. Het initiatief van César Gaviria (Colombia), Fernando Henrique Cardoso (Brazilië) en Ernesto Zedillo (Mexico) groeide uiteindelijk uit tot de Global Commission on Drugs, die invloedrijke figuren samenbrengt om het debat te voeden over een alternatieve aanpak  van het drugsprobleem wereldwijd.

© Gonzalo G. Useta / Creative Commons

Elke gebruiker moet zich eerst registreren en krijgt een wietpas.

In 2012 was Colombia gastland voor de Top van de Organisatie voor Amerikaanse Staten (OAS). President Juan Manuel Santos maakte van de gelegenheid gebruik om van het thema een centraal agendapunt te maken. Het resultaat daarvan was een “historisch” rapport, dat in mei vorig jaar door de OAS-secretaris-generaal Insulza is voorgesteld, met diverse scenario’s voor de evolutie van de drugsproblematiek voor de komende jaren, naargelang het gevoerde beleid.

De studie, die door de 35 OAS-staten positief is onthaald, bevat ook een oproep tot een ernstige discussie over de mogelijkheid tot legalisering van marihuana. President Santos van Colombia overweegt publiekelijk om ook tegen het VN-verbod in te gaan en legalisering bespreekbaar te maken. Het thema is ook een van de vijf punten op de agenda van de vredesgesprekken met de Colombiaanse rebellenbeweging Farc, die momenteel lopen in Havana.  

Worst case scenario

De sterkste roep voor een andere aanpak komt van Guatemala. Vorig jaar gaf president Otto Pérez Molino zich gewonnen. Overspoeld door het geweld van de drugssmokkelaars stelde hij voor de deur open te zetten en een corridor voor vrije doortocht naar de VS in te richten – in de hoop zo onschuldige slachtoffers te sparen. Die noodkreet lag aan de basis voor verdere bespreking van het onderwerp op de OAS-top in Antigua, Guatemala, vorig jaar.  

In de aanpak die de Latijns-Amerikaanse presidenten voor ogen hebben, is legalisering één van de onderdelen in een totale alternatieve aanpak.

‘Als we een oorlog moeten verklaren, dan is het de oorlog tegen het geweld.’

In het voorstel dat Guatemala deed, worden vijf domeinen aangehaald: het versterken van de gezondheidssystemen voor de preventie en behandeling van drugsmisbruik, het reduceren van het geweld en de misdaad gelieerd aan de drugs, en de rol van de staat als verantwoordelijke voor vrede. Het reduceren van wapensmokkel en witwaspraktijken – die de drugsnetwerken versterken en de mogelijkheden van de staat onderuit halen om geweld te controleren. Verder moet Guatemala de optie overwegen om sommige gewassen te legaliseren. En tot slot moet men de mogelijkheid bestuderen om druggebruik te decriminaliseren, wat een ernstige positieve bijdrage zou zijn om de gevangenispopulatie in te krimpen.

‘Als we een oorlog moeten verklaren, dan is het de oorlog tegen het geweld. Die oorlog moeten we winnen door veiligere samenlevingen te creëren, ’ aldus de Guatemalteekse minister van Buitenlandse Zaken.

© Gonzalo G. Useta / Creative Commons

In Latijns-Amerika heeft de strijd tegen de drugs alleen maar voor escalerend geweld gezorgd.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.