Vredesduif Abiy Ahmed verliest pluimen met Ethiopische burgeroorlog

Analyse

‘Red jezelf, we zullen geen genade tonen’

Vredesduif Abiy Ahmed verliest pluimen met Ethiopische burgeroorlog

Vredesduif Abiy Ahmed verliest pluimen met Ethiopische burgeroorlog
Vredesduif Abiy Ahmed verliest pluimen met Ethiopische burgeroorlog

Een herhaling van de geschiedenis lijkt haast onafwendbaar in de Ethiopische provincie Tigray. Maar een verrassing was het allerminst. Want heel wat etnische minderheden huiveren bij het idee dat hun regio’s weer in een met strakke hand geregeerde eenheidsstaat worden ingepast.

© Eduardo Soteras / AFP

De burgeroorlog die zich vandaag in de Ethiopische provincie Tigray afspeelt, werpt een donkere schaduw over de Nobelprijs voor de Vrede die premier Abiy Ahmed vorig jaar nog in ontvangst nam. Maar het geweld komt niet als een verrassing voor wie de regio kent, en al zeker niet voor de Tigreeërs zelf. ‘Abiy met zijn geveinsde politiek van verzoening liet ons in de steek.’

‘Ik geloof dat vrede een aangelegenheid is van het hart. Vrede is een werk van liefde, vrede bewaren is hard werk. Er is een handvol mensen nodig om oorlog te voeren, maar een natie om vrede op te bouwen.’

Met die woorden nam Abiy Ahmed eind 2019 in Oslo de hoogste vredesprijs, de Nobelprijs, in ontvangst. De flamboyante Abiy was op dat moment pas anderhalf jaar aan de slag als premier van Ethiopië. Vanaf zijn aantreden had hij zich meteen laten opmerken met ingrijpende hervormingen: hij liet honderden journalisten en dissidente politici vrij, hief de censuur op, vormde een regering die voor de helft bestond uit vrouwelijke ministers en privatiseerde grote staatsondernemingen.

Met een verrassende diplomatieke demarche sloot Abiy vrede met aartsrivaal Eritrea, een klus die weinigen voor mogelijk hielden. Daarmee maakte hij een einde aan een conflict dat tussen 1998-2000 aan vele tienduizenden mensen het leven kostte. Dagenlang gingen feestvierende Ethiopiërs overal in het land de straat op, de messias was eindelijk thuisgekomen.

Een jaar later blijft er van de ‘Abiymania’ weinig meer over. Sinds enkele weken is de noordelijke regio Tigray het toneel van bloedige gevechten tussen het Ethiopische regeringsleger en de lokale strijdkrachten van het Tigray People’s Liberation Front (TPLF). Honderden, misschien duizenden mensen zouden al zijn gedood. Doordat verslaggevers de toegang tot de regio wordt ontzegd en internet, telefoonverbindingen en elektriciteit afgesloten zijn, is het vooralsnog onduidelijk wat er precies gebeurt.

Verslaggevers wordt de toegang tot de regio ontzegd. Internet, telefoonverbindingen en elektriciteit zijn er afgesloten.

Wel zeker is dat het geweld niets of niemand ontziet: naar schatting 40.000 Ethiopiërs zouden al de grens met Soedan zijn overgestoken, onder hen zeker 12.000 kinderen. Ze zwerven vaak dagen door onherbergzaam gebied, afgetobd en doodsbang, met hun armzalige hebben en houden op het hoofd. Sommigen zijn inmiddels al teruggekeerd, want ook in Soedan is er niet genoeg eten voor iedereen. Het is de slotsom van elke oorlog: de burgers worden steeds het hardst getroffen.

Bewogen geschiedenis

Kwam het militaire aanvaren uit de lucht vallen? Neen, helemaal niet. Toen ik vorig jaar Tigray bezocht, waarschuwden verschillende inwoners al voor een gewelddadige escalatie.

In Mekele, de charmante hoofdstad van de regio, vertelde een hoteleigenaar dat hij bereid was om de wapens op te nemen tegen de regering in Addis. De man was al aardig op leeftijd en kon nog maar met moeite stappen. Maar als het moest, zou hij zijn volk tot het bittere eind verdedigen. ‘Premier Abiy en zijn geveinsde politiek van medemer (‘samenkomen’, red.) heeft de Tigreeërs in de steek gelaten,’ foeterde hij. ‘Wanneer wordt hij hiervoor op het matje geroepen?’

© Tom Claes

Het rotsachtige berglandschap van Tigray leent zich tot een guerillaoorlog

© Tom Claes

De hoteleigenaar had nooit een ander leven gekend dan oorlog. In de jaren negentig had hij met het TPLF gevochten tegen Eritrese troepen, een decennium daarvoor tegen het militair-communistische regime van de Derg. Dat had in 1974 op zijn beurt afgerekend met de knotsgekke keizer Haile Selassie, wiens decadente hofleven op onnavolgbare wijze werd beschreven door de Poolse journalist Ryszard Kapuscinski.

Aanvankelijk was het TPLF niet veel meer dan een groepje rebelse studenten dat komaf wou maken met de Provisional Military Government of Socialist Ethiopia, beter bekend als de Derg. Het had geen duidelijke leider, noch enige militaire ervaring. Bovendien stond het, zeker in de beginjaren, in de schaduw van een andere rebellengroep: het Eritrean People’s Liberation Front (EPLF), geleid door de latere president van Eritrea, Isaias Afewerki.

Hoewel ze vochten tegen dezelfde vijand, verschilden de twee rebellengroepen wat betreft hun ideologie en militaire aanpak. Maar ondanks die verschillen boekten ze samen relatief snel aanzienlijke successen. Eind jaren tachtig, na talrijke militaire nederlagen en het verlies van belangrijke wapenarsenalen, moesten de Derg-troepen zich terugtrekken uit de rebellengebieden. Op 28 mei 1991 marcheerden de soldaten van het TPLF Addis Ababa binnen, nog geen week nadat het EPLF de Eritrese hoofdstad Asmara had bevrijd.

Machtswissel

Van bij het begin wilden de nieuwe machthebbers breken met het verleden en streefden ze naar een nieuwe, zogezegd democratische samenleving. Er werd in één trek een regeringscoalitie op de been gebracht, met vier partijen, van verschillende etnische achtergrond. Daarin zou alle partijen, althans op papier, verregaande autonomie worden gegarandeerd, zelfs het recht op onafhankelijkheid.

De Tigreeërs vertegenwoordigen maar zes à zeven procent van de totale Ethiopische bevolking.

Maar in de praktijk bleek dat binnen de regeringscoalitie vooral het TPLF de lakens uitdeelde. Bijna dertig jaar hield het de touwtjes in de politiek, de economie en het leger stevig in handen. Alleen: de Tigreeërs vertegenwoordigen maar zes à zeven procent van de bijna 110 miljoen Ethiopiërs. Vroeg of laat moest de bom ontploffen.

Op de rug van aanhoudende volksprotesten kwam Abiy Ahmed in april 2018 aan de macht. Als premier had hij alles mee om het land weer in evenwicht te brengen: hij was jong, ambitieus en had als jonge knaap aan den lijve ondervonden wat oorlog kon aanrichten. Vooral zijn gemengde afkomst werd gezien als een troef: zijn vader was Oromo en moslim, zijn moeder Amhaars en christen. De twee grootste etnische groepen van het land, samen goed voor meer dan de helft van de bevolking. Abiy sprak bovendien behoorlijk Tigre, wat de argwaan bij de TPLF-scherpslijpers moest temperen.

Het pakte anders uit. Vanaf Abiys aantreden ging het etnisch federalisme op de schop. Ook maakte hij meteen komaf met de de jarenlange bevoorrechte positie van het TPLF: hij draaide de geldkraan naar Tigray dicht en zette verschillende TPLF-partijbonzen uit hun ambt, onder wie ook Getachew Assefa, de kopman van de nationale inlichtingendienst.

Van meet af aan ervoer het TPLF Abiys hervormingsdrift als een klopjacht.

Van meet af aan ervoer het TPLF Abiys hervormingsdrift als een klopjacht. Dat meende het ook te zien bevestigd in het harde taalgebruik van de premier. Hij noemde de TPLF-kopstukken ye-qen jiboch (‘hyena’s die overdag actief zijn’), een term die zijn achterban gaandeweg voor alle Tigreeërs ging gebruiken. Ook omschreef hij het TPLF-bewind als ‘27 jaar duisternis’. Veelzeggend voor Ethiopië, het zogeheten land van 13 maanden zon.

Toen Abiy eind vorig jaar de regeringscoalitie ontbond en verving door een eenheidspartij (de pan-Ethiopische Prosperity Party), weigerde het TPLF deel te nemen. Voor het eerst in dertig jaar werd het een oppositiepartij. Vanuit die positie liet het evenwel geen kans onbenut om dwars te liggen.

Tegen de wil van Addis organiseerde Tigray in september eigen regionale verkiezingen, nadat de geplande nationale stembusgang wegens corona was uitgesteld. Het TPLF won overtuigend met 98 procent van de stemmen. Maar Abiy weigerde de resultaten te erkennen en verklaarde dat hij een zelf gekozen bestuur in de regio wou installeren. Toen het TPLF – vermoedelijk – een militaire basis van het federale leger aanviel en met alle zware wapens aan de haal ging, liep het volledig mis: Abiys troepen openden het offensief op Tigray.

© Tom Claes

Behalve het menselijk leed dat de burgeroorlog met zich meebrengt, wordt ook historisch erfgoed, zoals deze rotskerken bedreigd.

© Tom Claes

Joegoslavië-scenario

Rekende de premier op een snelle overwinning? Wellicht. ‘Het slotoffensief is ingezet’, liet Abiy zich enkele dagen geleden ontvallen. Toch is de kans groot dat hij zich heeft vergist.

Het TPLF kan een leger van naar schatting 250.000 manschappen op de been brengen. Bovendien beschikt het over de nodige wapens en militaire expertise. Veel van de Tigrese strijders zijn gepokt en gemazeld in de oorlog. Ze hebben gevochten tegen de Derg of in de oorlog met Eritrea. Voor sommigen, zoals de hoteleigenaar in Mekele, is dit al de derde oorlog in nog geen halve eeuw tijd.

Voor sommigen, zoals de hoteleigenaar in Mekele, is dit al de derde oorlog in nog geen halve eeuw tijd.

Maar zelfs al zou Tigray niet het Waterloo van Abiy worden, de Tigreeërs zijn allerminst de enige etnische groep die kritisch staat tegenover de hervormingsplannen van de premier. Dat baart Abiy zorgen. Heel wat Oromo’s, Amharen of Somaliërs — om enkele voorbeelden te noemen — huiveren bij het idee dat hun regio’s weer in een met strakke hand geregeerde eenheidsstaat worden ingepast.

Deze zomer leidde de dood van Hachalu Hundessa, een populaire Oromo-nationalistische zanger, nog tot grote protesten. In de Amhara-regio was er vorig jaar een mislukte staatsgreep. De Sidama, een etnische groep uit het zuiden van land, eisten een eigen provincie op, nadat 98 procent van hen hier bij referendum mee had ingestemd. Ingrediënten genoeg dus voor een Joegoslavië-scenario als Abiy niet snel oproept tot een nationale dialoog, concluderen sommige waarnemers.

Regionaal conflict

Intussen raken ook steeds meer buitenlandse spelers bij het conflict betrokken. Somalië bijvoorbeeld, waar ongeveer 5000 Ethiopische troepen actief zijn in de AU-vredesmacht AMISOM. Daarnaast zijn er nog troepen gestationeerd die niet tot die vredesmacht behoren, maar tot het Ethiopische regeringsleger. Daarvan trok Abiy intussen al een flink deel terug, om ze in Tigray in te zetten.

Een forse vermindering van militaire slagkracht in Somalië speelt ongetwijfeld in de kaart van al Shabaab. De islamistische terreurbeweging controleert nog steeds grote delen van het land. Bovendien staan in december/februari federale verkiezingen op de Somalische agenda, wat traditioneel de veiligheidssituatie al op scherp zet.

Daarnaast heeft de grote influx van Ethiopische vluchtelingen een ingrijpende invloed op buurland Soedan. Dat maakt na de verwijdering van dictator Omar al Bashir zelf een turbulente politieke omwenteling door. Er is een acuut gebrek aan voedsel, water, geld en medicijnen. Soedan is nu al niet bij machte om het miljoen vluchtelingen dat het opvangt uit de omringende landen te onderhouden, laat staan de 4000 Ethiopiërs die dagelijks arriveren.

Het conflict in Tigray kan de onderhandelingen over de GERD en de Fashqa-driehoek een onvoorziene wending geven.

Soedan en Ethiopië zijn bovendien al jaren verwikkeld in een dispuut over de zogenaamde Fashqa-driehoek, een vruchtbaar grensgebied dat door de beide landen wordt opgeëist. Fashqa is ook een twistappel in de onderhandelingen over de GERD, de megadam die Ethiopië heeft gebouwd op de Nijl. Soedan en Ethiopië raken het maar niet eens over de snelheid waarmee het waterreservoir van de dam wordt gevuld. Het conflict in Tigray kan de onderhandelingen over de GERD en de Fashqa-driehoek een onvoorziene wending geven.

Eritrea

Dan is er ten slotte nog Eritrea. Jarenlang vochten Eritrese troepen met het TPLF tegen het militair-communistische Derg-regime. Later stonden de twee lijnrecht tegenover elkaar in een oorlog over een onbeduidend stukje grensgebied. Ondanks het recente vredesverdrag — waarvoor Abiy de Nobelprijs ontving — blijft het water diep tussen Eritrea en het TPLF. Dat blijkt ook andermaal in deze crisis.

Het TPLF beschuldigt Eritrees president Isaias Afewerki ervan onder een hoedje te spelen met het Ethiopische regeringsleger. Ook zou hij de Verenigde Arabische Emiraten toestemming hebben gegeven om militaire drones in de regio in te zetten vanuit Assab, een Eritrese luchtmachtbasis. Hoewel Afewerki alle aantijgingen ontkende, aarzelde het TPLF niet om als vergeldingsactie raketten af te vuren op Asmara, de hoofdstad van Eritrea.

Hoe Eritrea zal reageren, is vooralsnog onduidelijk. Maar vergis je niet: de spanningen tussen het TPLF en de Eritreeërs gaan ver terug. Toen de beruchte hongersnood van 1984-1985 de regio Tigray zwaar trof, weigerden de Eritrese EPLF-rebellen het TPLF — nochtans hun medestanders in het verzet tegen de Derg — de toegang tot hun gebieden om voorraden in te slaan. Het TPLF reageerde door een sluipweg naar Soedan te bouwen die met een grote boog om Eritrea liep. Op die manier konden 100.000 noodlijdende burgers, vooral boeren, ontkomen aan het oorlogsgeweld.

‘Red jezelf, we zullen geen genade tonen.’

Een herhaling van de geschiedenis lijkt haast onafwendbaar. Nog voor de eerste bommen vielen, was Tigray al getroffen door hongersnood, waterschaarste, corona en sprinkhanenplagen. Meer dan twee miljoen kinderen zouden humanitaire hulp nodig hebben, maar die komt te traag op gang of wordt systematisch tegengewerkt. De regio biedt bovendien onderdak aan 100.000 Eritrese vluchtelingen en minstens evenzoveel intern ontheemden. Ze moeten nu wederom op de vlucht. Maar waarheen?

De Verenigde Naties, de Afrikaanse Unie en enkele andere landen hebben al aangestuurd op onderhandelingen, maar Abiy wijst die vooralsnog van de hand. Intussen maakt zijn leger zich op om de Tigrese hoofdstad Mekele met de grond gelijk te maken. Vredesduif Abiy had daarbij slechts één boodschap voor het volk: ‘Red jezelf, we zullen geen genade tonen’.

Bij het horen van zulke retoriek zullen ze zich bij het Nobelcomité in Oslo ongetwijfeld even in de haren hebben gekrabd.