Gent, Leuven, Tegucigalpa en andere steden werken aan slimme voedselstrategieën

Groeiende steden moeten eten, maar met minder boeren is dat niet evident

© Reuters / Jorge Cabrera

Tuinbouw in de omgeving van Tegucigalpa, Honduras. ‘Het huidige voedselsysteem stoot op de sociale grenzen van leefgemeenschappen en op de ecologische grenzen van de aarde.’

Voedselteams en groenteabonnementen, zelfplukboerderijen en CSA’s (Community Supported Agriculture), boerenmarkten en buurderijwinkels, de initiatieven om je wekelijkse voorraad vers voedsel in te slaan schieten als paddenstoelen uit de grond. Boeren worden weer hip. Maar zijn deze initiatieven een reëel alternatief om een groeiende stedelijke bevolking te voeden?​Meer dan de helft van de wereldbevolking woont in steden en tegen 2050 zal dat twee derde zijn, een trend die nog moeilijk te keren is. We staan nauwelijks stil bij de immense hoeveelheden voedsel die dagelijks de stad binnenstromen voor de bevoorrading van supermarkten, horeca, bedrijven, zorginstellingen en scholen.

Met zijn allen zijn we bijzonder kwetsbaar wanneer er een of andere kink in de kabel komt, een voedselcrisis of een aanvoerprobleem. “Slimme steden” bereiden zich daarop voor.
Al sinds 2013 bouwt Gent aan een traject voor duurzame omgang met voedsel. Het hoefde dan ook niet te verbazen dat de stad eind vorig jaar de Grote Prijs van de Toekomstige Generaties wegkaapte met haar Foodsavers, een logistiek platform dat voedseloverschotten uit heel de Gentse regio recupereert en herverdeelt over 45 armoedeverenigingen en sociale restaurants in de omgeving.

Nog afgezien van de positieve bijdrage aan de armoedeverlichting vermindert het project ook de klimaatimpact van de voedselstromen in en rondom de stad. In meer dan honderd horecazaken kan je in Gent bijvoorbeeld ook je “restorestjes” mee naar huis nemen, zoals doggybags daar genoemd worden.

Met “Gent en Garde” wil de stad de korte keten stimuleren, een sociale meerwaarde creëren in de voedselvoorziening, duurzame productie en consumptie promoten en voedselafval reduceren en/of hergebruiken.

Voedselverspilling tegengaan is een van de vijf doelstellingen van de voedselstrategie die de stad vier jaar geleden in het leven riep onder de vlag “Gent en Garde”. Hiermee wil de stad de korte keten stimuleren, een sociale meerwaarde creëren in de voedselvoorziening, duurzame productie en consumptie promoten en voedselafval reduceren en/of hergebruiken.

Hoewel het initiatief voor dit alles uitgaat van het kabinet van schepen Tine Heyse, bevoegd voor Milieu, Klimaat en Energie, wordt er ook met het OCMW, de schepen van Economie en die van Onderwijs, Opvoeding en Jeugd samengewerkt.

Geïnspireerd door de Canadese stad Toronto riep Gent ook een Voedselraad in het leven, een beleidsgroep met middenveldorganisaties, de academische wereld, en verder de Boerenbond en het Algemeen Boerensyndicaat. De raad is een klankbordgroep, die ook adviezen geeft en aan bewustmaking van het brede publiek doet.

Tine Heyse: ‘We werken ook samen met andere Europese steden, vooral daar waar we op barrières in de Europese wetgeving stoten, wanneer we voorrang willen geven aan lokale producenten bijvoorbeeld.’

Ook Leuven hoopt tegen de zomer een uitgewerkte voedselstrategie te hebben,als onderdeel van zijn Klimaatplan 2030. Trekker van het project is de netwerkorganisatie Leuven 2030. Michèle Jacobs, coördinator van het project: ‘Een kleine groep van deskundigen zou perfect een voedselstrategie voor Leuven kunnen uitwerken, maar wij kozen voor de brede aanpak, omdat we willen dat al de betrokken spelers het idee van duurzame voedselstromen mee dragen: zowel de traditionele landbouw als de bioboeren, zowel Carrefour als Bioplanet, zowel de horeca als de particuliere consumenten. Door alle spelers er vanaf het begin bij te betrekken, hopen we dat het project echt gedragen wordt. In de loop van het proces is ook de stad een noodzakelijke partner geworden om het veranderingsproces vorm te geven.’

Leuven 2030 laat zich in dit project begeleiden door de ngo Rikolto (het vroegere Vredeseilanden, dat ook de aanloopfase in Gent ondersteunde), als deskundige op dit gebied, en door participatie-expert Levuur, om het overlegproces tussen alle betrokkenen te bewaken.

Lunch met LEF

De moestuinen en het samentuinieren in de stad hebben zeker mee het terrein geëffend voor deze voedselstrategieën. Waar het om gaat, zegt Gert Engelen van Rikolto, is niet zozeer om de stad te voeden uit de stadstuinen, maar om een nieuwe relatie en een bewustere omgang met ons voedsel en de herkomst ervan te ontwikkelen.’

Een belangrijke schakel in dit bewustzijn zijn de schoolkinderen. Dat is waar Wervel, een beweging die opkomt voor een duurzame en rechtvaardige landbouw, op mikt met zijn “Lunch met LEF”. Dat zijn schoolmaaltijden, verzorgd door leerkrachten en/of ouders, met producten van lokale boeren – LEF staat voor “Lokaal, Ecologisch en Fair”.

‘Het is de voortzetting van een vorige campagne, “Denk globaal eet lokaal”, die mensen besef wilde bijbrengen van het her-lokaliseren van onze landbouw.’

Patrick De Ceuster: ‘Het is een voortzetting van een vorige campagne, “Denk globaal eet lokaal”, die mensen besef wilde bijbrengen van het her-lokaliseren van onze landbouw. Bijvoorbeeld geen soja meer voor het veevoer van onze koeien. Maar de boeren moeten ook een eerlijke prijs krijgen voor hun producten, en die producten moeten geproduceerd worden op een manier die goed is voor het milieu. Lokaal, ecologisch en fair, voedsel met LEF dus.’

Om scholen te stimuleren om van de schoolmaaltijden – nu vaak geleverd door grootschalige cateraars die werken met vacuüm verpakt voedsel in regeneratiekeukens – een lunch met LEF te maken, heeft Wervel welkomstpakketten in de aanbieding waarmee geïnteresseerde leerkrachten of ouders in hun school aan de slag kunnen. In de praktijk is het niet altijd bio, niet altijd volledig lokaal en fair, maar het werkt wel als bewustmakingscampagne en als een groeipad om tot deze kernwaarden te komen.’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Pact van Milaan

Behalve Gent behoorden ook Brugge en Brussel tot de vroege ondertekenaars van het Pact van Milaan, dat in 2015 tot stand kwam naar aanleiding van de expo Feeding the Planet, Energy for Life, een Europees project. Inmiddels hebben 150 steden dat pact ondertekend. Artikel 1 ervan stelt te willen werken aan ‘de ontwikkeling van duurzame voedselsystemen die inclusief, veerkrachtig, veilig en divers zijn, die gezonde en betaalbare voeding voorzien voor iedereen, binnen het kader van de mensenrechten. Systemen ook die afval minimaliseren en biodiversiteit bewaren, zich aanpassen aan de impact van de klimaatverandering en die impact tegelijk verminderen.’

Altijd al zijn beschavingen bepaald door de manier waarop de voedselvoorziening georganiseerd was, stelt de Britse architecte en auteur Carolyn Steel in haar boek De hongerige stad. Eeuwenlang kregen steden vorm rondom de voedselstromen die haar inwoners bevoorraden.

Getuigen daarvan zijn de namen van straten en pleinen in oude stadskernen: de Vismarkt, de Graanmarkt, de Waag, de Kaasrui, de Melkmarkt. Sinds de industriële revolutie en de opkomst van de spoorweg in de negentiende eeuw is de relatie tussen de stedelijke bewoners en hun voedsel revolutionair veranderd, omdat in één klap voedsel van veel verder naar de stad werd aangevoerd. Die evolutie is nooit meer opgehouden.

Omdat stedelingen – in 2050 twee derde van de hele wereldbevolking – goedkoop voedsel willen, kunnen boeren niet of nauwelijks leven van hun werk.

Het gevolg lezen we vandaag af aan het landschap: een stedelijke bevolking die nauwelijks weet waar haar voedsel vandaan komt en buiten de steden hele regio’s die omgetoverd worden tot monoculturele plantages met gewassen die de watervoorraden hebben opgeslorpt – met dank aan de Groene Revolutie –, sojawoestijnen die steeds meer Amazonewoud en andere waardevolle ecosystemen opslokken, zeeën die leeggevist worden.

Omdat die bevolking in de stad ook nog eens goedkoop voedsel wil, kunnen boeren niet of nauwelijks leven van hun werk. Ze verkopen hun schamele lapje grond, trekken naar de stad, vertrekken als vluchteling op zoek naar het beloofde land of plegen zelfmoord. Er wordt armoede geleden en er is ondervoeding, op de eerste plaats bij de boeren zelf, terwijl tegelijk een derde van het voedsel verloren gaat of verspild wordt.

Intussen groeit de wereldbevolking en zou de voedselproductie moeten toenemen, terwijl door de impact van de klimaatopwarming die voedselproductie steeds kritieker wordt en vruchtbare landbouwgrond verdwijnt door erosie. Gewoon doorgaan op de weg van intensivering en schaalvergroting is geen optie. Het huidige voedselsysteem stoot op de sociale grenzen van leefgemeenschappen en op de ecologische grenzen van de aarde. Het hele systeem achter hoe we ons voeden – zowel ons dieet als de productie en distributie – is rijp voor een grondige herziening, willen we onze beschaving veiligstellen voor de volgende generaties.

© Reuters / Nguyen Huy Kham

Annabell Guzman: ‘Het aanbod van verse groente en fruit in de stad liet te wensen over en de slechte organisatie van de toevoer zorgde voor een enorme verkeerschaos in het centrum. Ook de organisatie van de standhouders, de hygiëne, het bewaren van het voedsel en de afhandeling van het afval vormden een probleem.’

Van Gent naar Tegucigalpa

Dat klinkt groot en allesomvattend. Toch begint dat nieuwe systeem klein en heel concreet, bijvoorbeeld in de voedselstrategieën van bovengenoemde steden of in het project Food Smart Cities van Rikolto. De ngo bracht zes steden samen om elkaar te inspireren en te versterken in het uitbouwen van duurzame voedselstromen. In dit cluster werkt Gent samen met Quito (Ecuador), Tegucigalpa (Honduras), Arusha (Tanzania), Solo (Indonesië) en Da Nang (Vietnam). Gert Engelen van Rikolto: ‘Het zijn proefprojecten die Rikolto mee mogelijk wil maken, zodat deze steden hun best practices met elkaar kunnen delen. Een brede waaier van spelers is hierbij betrokken, wat ook kan leiden tot nieuwe businessmodellen.’

Annabell Guzman is coördinator voor Tegucigalpa, dat in 2015 ook het Pact van Milaan ondertekende en zich engageerde voor een fair en duurzaam stedelijk voedselbeleid. In een mail evalueert Guzman de samenwerking als puur positief: ‘Voorheen was er weinig aandacht van het beleid voor deze problematiek. Het aanbod van verse groente en fruit in de stad liet te wensen over en de slechte organisatie van de toevoer zorgde voor een enorme verkeerschaos in het centrum.’

‘De afgelopen jaren heeft het stadsbestuur al verschillende stappen gedaan om een en ander te verbeteren en de stadsbewoners voor te lichten.’

‘Ook de organisatie van de standhouders, de hygiëne, het bewaren van het voedsel en de afhandeling van het afval vormden een probleem. De afgelopen jaren heeft het stadsbestuur al verschillende stappen gedaan om een en ander te verbeteren en de stadsbewoners voor te lichten. Een volgende stap is deze inspanningen ook op districtsniveau te organiseren en te koppelen aan een coherent lokaal en nationaal beleid.’

Een concreet initiatief is de oprichting van El Consorcio (Consorcio Agrocomercial de Honduras), een vereniging van acht kleine en middelgrote landbouwbedrijven die een eigen merknaam in het leven riepen, El Agricultor, voor 32 producten. Die leveren ze onder meer aan de supermarktketen La Colonia, maar ook met supermarktketen Los Andes lopen gesprekken, zelfs met Walmart. Voor die samenwerking met de ketens bemiddelt Rikolto, dat sinds 2014 samenwerkt met El Consorcio voor het verduurzamen en versterken van hun werk.

El Consorcio is goed voor 771 banen. De afgelopen drie jaar is de productie systematisch gestegen. De samenwerking maakt ook dat de boeren sterker staan in onderhandelingen met de supermarkten. Die dragen zelf ook bij met hun knowhow, door opleidingen te geven over kwaliteitsnormen voor de producten en door kredietaanvragen voor de boeren te faciliteren. Rikolto geeft verder ook ondersteuning voor het productieplan, technische verbeteringen en de nodige infrastructuur van irrigatie en gewasbescherming.

De vruchten van dit project smaken zoet: een beter en stabieler inkomen voor de producenten, betere voedselkwaliteit voor de consumenten en de schoolkinderen maar ook – door de samenwerking en de optimalisering – een grotere voedselzekerheid bij klimaatverandering, waar Honduras steeds meer mee te kampen heeft.

Het systeem doen kantelen

Hoe kunnen deze stedelijke voedselstrategieën een onderdeel worden van een fair, ecologisch en duurzaam voedselsysteem, in een perspectief van internationale solidariteit en voedselzekerheid? Volgens Vera Dua is het heel belangrijk dat deze concrete initiatieven wezenlijke stappen zijn in een transitieproces naar een ander systeem. Dua, Vlaams minister van Landbouw en Leefmilieu van 1999 – 2003 en nu verbonden aan het Centrum voor Duurzame Ontwikkeling van de UGent, werkte mee aan een recent onderzoek van de stad Gent naar mogelijkheden om de horeca, de distributie en de grootkeukens meer te betrekken bij het duurzamevoedselbeleid.

Het rapport stelt drie proefprojecten voor, waaronder de oprichting van een Gents Kenniscentrum Korte Keten en Stadsgerichte Landbouw, kortweg GeKKoS.

‘Steden spelen een belangrijke rol: omdat de meeste mensen daar wonen, moet je je landbouw ook meer afstemmen op de stad.’

Vera Dua: ‘Zo’n GeKKoS zou bijvoorbeeld boeren die op de rand van een faillissement staan kunnen ondersteunen en begeleiden bij een omschakeling naar korteketenlandbouw. Het zou ook een rol kunnen spelen in de overdracht van landbouwgrond van oudere boeren aan jonge boeren. Lokaal kan er veel beweging gemaakt worden. Steden spelen daarin een belangrijke rol: omdat de meeste mensen daar wonen, moet je je landbouw ook meer afstemmen op de stad. Nu is het zo dat de boeren aan de rand van de stad met hun rug naar de stad toe leven. Ze zouden zich moeten omdraaien en zeggen: ‘Kijk wat ik hier voor u heb.’ En omgekeerd, de stedeling moet tot een nieuwe relatie komen met de boer, door diens werk te waarderen.’

Waar het om gaat, aldus Dua, is niet enkel een opschalen van de bestaande initiatieven. Het gaat om een transitieproces waarin je het bestaande voedselsysteem fundamenteel verandert. Daarbij moeten we komen tot een systeem dat rekening houdt met de planetaire grenzen, met sociale basiswaarden en met democratische inspraak. ‘Intensieve, eco-efficiënte landbouw op grote plantages zal allicht nog een hele tijd nodig blijven. Maar kleine initiatieven zullen aan kracht winnen en hopelijk kunnen ze krachtig genoeg worden om het huidige systeem wezenlijk te veranderen.’

Dit artikel werd geschreven voor het lentenummer van MO*magazine. Voor slechts €28 kan u hier een jaarabonnement nemen!

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3150   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.