Waarom Afghanistan dit jaar (nog) meer opium zal produceren

De VN kwam eind 2015 met goed nieuws: voor het eerst in vijf jaar daalde de opiumproductie in Afghanistan. De hoofdreden hiervoor, een slechte oogst, werd verzwegen. Wij spraken met Afghaanse ministers, veiligheidsdiensten en boeren over het drugsprobleem. Onze voorspelling: in 2016 zullen de papavers bloeien als nooit tevoren.

  • ResoluteSupportMedia (CC by 2.0) Kinderen spelen in een papaverveld in de Afghaanse provincie Helmand ResoluteSupportMedia (CC by 2.0)
  • davric (CC0) Een papaverveld voor de productie van opium davric (CC0)
  • Todd Huffman / Wikimedia (CC by 2.0) Anti-papaver propaganda poster. De vrije vertaling van de tekst luidt: ‘Papavers zijn de oogst van de dood. Je teelt beter tarwe zodat je kinderen kunnen eten en leven." Todd Huffman / Wikimedia (CC by 2.0)

Het nieuws kwam als een verrassing. In het jaarrapport van 2015 concludeerde de Verenigde Naties dat Afghanistan het voorbije jaar ‘maar’ 3300 ton opium had geproduceerd - dat is bijna de helft minder dan in 2014. Zeker in de zuidelijke provincie Helmand zag de VN de productie dalen. Daar groeien de helft van alle Afghaanse papavers, de bloem waaruit rauwe opium wordt gewonnen.

Een belangrijke reden hiervoor, zo stelt het rapport, is dat er veel meer papavervelden werden vernietigd. Een schouderklopje voor de Afghaanse overheid.

Tijdens ons bezoek aan Helmand in de herfst van 2015, stelden we echter iets anders vast. De Afghaanse veiligheidsdiensten vernietigden wel degelijk enkele papavervelden: 2% van het totaal aantal hectaren om precies te zijn. Maar de belangrijkste reden voor de daling was een uitzonderlijk slecht landbouwjaar voor het Zuiden van Afghanistan. En nog belangrijker: alle boeren wiens velden werden vernietigd, willen zo snel mogelijk terug papavers op hun veld.

Op droog zaad

Dat merken we wanneer we in een zware legertank over de hobbelige veldwegen van het district Nad-i-Ali rijden, tot bij de akkers van Hadj Abdul Hakin. Toen de politie zes maand geleden zijn papavers vernietigde, schakelde hij over op groene bonen.

‘Het kan me niet schelen wat de overheid zegt. We krijgen van niemand steun en ik moet 16 monden voeden!’

‘Mijn hele leven ligt in puin’, klaagt de magere boer. Hij wijst naar de schrale 20 kilogram die op een kleine hoop voor hem ligt uitgestald - zijn volledige oogst na 6 maanden. ‘Zodra het papaverseizoen start, begin ik opnieuw. Het kan me niet schelen wat de overheid zegt. We krijgen van niemand steun en ik moet 16 monden voeden!’

Hoewel papavers in vrij barre omstandigheden gedijen, kreeg ook de opiumteelt een deuk, vertellen de boeren ons. Maar voor één kilo opium krijg je 200 dollar. Voor één kilo bonen één dollar. Dat scheelt.

Onderzoeker David Mansfield, die de regio aan de hand van satellietbeelden bestudeerde, trekt dezelfde conclusie: door ziekten, veroorzaakt door droogte en mono-teelt, werden er minder papavers geoogst dan de voorbije jaren. Een verklaring die de VN - al dan niet bewust - over het hoofd zag.

Hoe meer papavers, hoe meer Taliban

Hier in het diepe Zuiden wordt duidelijk dat de kern van Afghanistan’s drugsprobleem armoede is, en niet de Taliban. De boeren zaaien vrijwillig papavers en worden door niemand gedwongen. Maar net zoals verschillende criminele groeperingen, corrupte veiligheidsdiensten en politici, wordt de Taliban er wel rijk van. Volgens schattingen verdient de jihadistenorganisatie jaarlijks $125 miljoen aan de drugshandel.

Volgens schattingen verdienen de Taliban jaarlijks $125 miljoen aan de drugshandel.

‘Ze eisen 5 kg opium per goede oogst’, vertelt Matin Khan ons, de stamoudste van Nawzad, een noordelijk district in Helmand waar de Taliban al lang sterk staat. ‘Daarnaast heffen ze tol aan de controleposten waar smokkelaars passeren, en escorteren ze smokkelaars tegen betaling door het wetteloze grensgebied tussen Afghanistan en Pakistan’.

Matin Khan haalt nerveus een gebedssnoer door de vingers. Hij heeft afgesproken met de stamoudsten van drie andere noordelijke districten.

De sfeer is gespannen. Hun rusteloze gebaren verraden paniek. Waar de Taliban hun districten vroeger elke maand aanvielen, gebeurt dat nu elke dag. Machteloos zien ze toe hoe de papavervelden zich achter de frontlijn vermenigvuldigen. Vorig jaar gaven smokkelaars de boeren nieuwe superzaden, waarmee ze niet één maar drie keer per jaar opium kunnen oogsten. En waaraan de Taliban dus drie keer zoveel kan verdienen. Dat belooft voor 2016.

Enkele weken later horen we dat de Taliban ook het district van boer Hajj Abdul Hakin veroverde. Zijn akkers (en die van zijn buren) staan vandaag terug vol met papavers, vertelt Mahmood Noorzai me, een politiecommandant in Helmand.

Geen enkele andere Afghaanse provincie kende vorig jaar zoveel aanslagen als Helmand – en dat is natuurlijk geen toeval. Volgens de Afghaanse onderzoeker Borhan Osman, wordt drugsgeld alsmaar belangrijker voor de Taliban. Sinds buitenlandse troepen zich in 2014 terugtrokken, droogden immers ook de buitenlandse fondsen op die de Taliban konden afromen. Bovendien investeren rijke Golfdonoren hun geld nu meer in jihadistengroeperingen dichter bij huis, en minder in de Taliban.

Dat de Taliban aan kracht wint, is duidelijk te merken. Niet alleen in Helmand - waar ze volgens de onderzoeksorganisatie Afghanistan Analysts Network (AAN) nu al 11 van de 14 districten controleert - maar in heel Afghanistan.

davric (CC0)

Een papaverveld voor de productie van opium

Hoe meer Taliban, hoe meer papavers

Hoe meer de Taliban aan terrein wint, hoe rijker ze dus wordt. En hoe rijker de Taliban, hoe armer de Afghaanse overheid - die meer geld in de oorlog moet pompen.

‘Er is geen geld’, weerklinkt unaniem uit de Afghaanse ministeries. Noch om boeren te steunen die kiezen voor alternatieve gewassen. Noch om op grote schaal papavervelden te vernietigen. Dat is een groot probleem als je weet dat armoede juist de drijfveer is bij iedereen die bij de opiumhandel betrokken is – van de boer, tot de werkloze smokkelaar, tot de families die in hun lemen hutjes de opium tot heroïne verwerken.

Politici roepen om meer buitenlandse steun, met als argument dat de drugs uiteindelijk voor het Westen zijn bestemd. Baz Mohammed, vice-minister van Binnenlandse Zaken, vertelt gefrustreerd hoe alle personeel en middelen voor de strijd tegen drugs, door de oorlog tegen de Taliban wordt opgeslokt. ‘Onze drugspolitie stond al 32 helikopters af aan het Afhaanse leger omdat die er te weinig hebben; en omdat de VS zijn buitenlandse hulp terugschroefde, moesten we ons 850-koppig drugsbestrijdingsteam opdoeken! Iedereen vecht nu mee aan de frontlijn!’

Todd Huffman / Wikimedia (CC by 2.0)

Anti-papaver propaganda poster. De vrije vertaling van de tekst luidt: ‘Papavers zijn de oogst van de dood. Je teelt beter tarwe zodat je kinderen kunnen eten en leven.”

Corruptie: de grootste verslaving

Je vraagt je toch af waar al die miljarden buitenlandse hulp zijn gebleven. Volgens de woordvoerder van het Ministerie voor Volksgezondheid, dokter Mahidullah Mayar, heeft Afghanistan zijn kansen verspeeld toen het land nog een magneet voor buitenlandse hulp was. ‘Indien de veiligheidsdiensten eerlijk hun werk hadden gedaan, was de situatie nu anders. Corruptie is ook een verslaving’, merkt hij zuur op.

Integrity Watch schat dat er in 2014 tot 2 miljard dollar aan overheidsgeld in verkeerde zakken is verdwenen - een verdubbeling ten opzichte van 2010. Gerecht en politie zijn volgens de Afghanen het meest corrupt.

‘Als politiehoofd was ik niet bang van de Taliban of drugsdealers, maar van politici die mij bedreigden.’

Dat sommige regeringsleden direct betrokken zijn bij de drugshandel wordt pijnlijk duidelijk wanneer we Abdali spreken, het voormalige politiehoofd voor drugsbestrijding in Helmand. Op twee en half jaar tijd arresteerde hij 72 dealers en verbrandde hij 28 ton drugs. Maar vorige zomer werd hij plots overgeplaatst, volgens hem op verzoek van machtige parlementariërs. ‘Als politiehoofd was ik niet bang van de Taliban of drugsdealers, maar van politici die mij bedreigden. Zelfs de huidige minister van binnenlandse zaken weet van deze corruptie, maar doet er niets aan’.

Heroïnedeal in de woestijn

Er zijn er meer die een deel van de kluif willen. We horen talloze verhalen over corrupte politeagenten. Sommige komen er mee weg, andere hebben pech.

Zo reed er afgelopen herfst een konvooi van 14 politieagenten van het drugsbestrijdingsteam van Helmand naar een afgelegen plaats in de woestijn - vermomd als Taliban met witte vlaggen op hun landcruzers. Ze hadden er afgesproken met drugsdealers om in het geheim een lading heroïne te kopen. Amerikaanse soldaten kregen de groep in het vizier en belden naar de politie in Helmand voor meer informatie. Toen die hen verzekerde dat er geen missie gepland stond, lanceerden de Amerikanen een drone-aanval. 17 personen kwamen daarbij om het leven.

Intussen blijft Afghanistan gevangen in de cirkelvormige hel van oorlog en drugs. Van drugs en oorlog. Waarvan iedereen armer wordt. En een paar criminelen heel rijk.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3184   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Na haar studies Politieke Wetenschappen liep Hanne stage bij de VN-mensenrechtenraad in Genève, werkte ze met vluchtelingen in een Brusselse ngo, en gaf ze les op een deeltijds beroepsschool.