Waarom “geven” niet altijd slecht hoeft te zijn

Begin juni werd het nieuws bekend dat Microsoft-stichter en filantroop Bill Gates op een nieuw plan aan het broeden was om extreme armoede in Sub-Sahariaans Afrika een halt toe te roepen: de miljardair zou 100.000 kippen weggeven. Volgens mr. Gates zou een boer met vijf hennen meer dan 1000 dollar per jaar kunnen verdienen.

  • © Ellen Debackere In 2013 ontving Emérance haar eerste koe via het one-cow-per-poor-family-programma Girinka. © Ellen Debackere
  • © Ellen Debackere De eisen voor het vervoer van melk zijn hoog in Rwanda. Transport moet gebeuren in inox-kannen, terwijl in de DRC plastic bidons nog zijn toegelaten. © Ellen Debackere
  • © Ellen Debackere Een jonge melkventer op weg naar Goma met een lading melk voor de Congolese markt. © Ellen Debackere
  • © Ellen Debackere Dagelijks steken niet minder dan 25.000 mensen vanuit het Rwandese Gisenyi de grens naar Goma (DRC) over. © Ellen Debackere

Het plan doet meteen denken aan een ander ontwikkelingsprogramma dat exact tien jaar geleden in Rwanda werd opgestart en daarom nu een grootscheepse nationale audit ondergaat: Girinka. Dit programma bewijst dat soortgelijke plannen wel degelijk positieve effecten kunnen oogsten.

100.000 kippen

Na de lofbetuigingen voor Gates’ nobel idee, kwam meteen de stroom aan kritiek op gang. Het plan roept immers enkele vragen op. Wie zal al die kippen te eten geven bijvoorbeeld? En met welk geld? Bovendien zou de plotse invoer van “externe” kippen de markt danig kunnen verstoren.

Ontwikkelingstechnisch zijn heel wat experts bovendien ook gewoon gekant tegen het “geven” van zaken, of het nu om productiefactoren of ander materiaal gaat. De ontvangers van dit soort steun zouden het materiaal immers niet naar waarde schatten en er bijgevolg niet voldoende zorg voor dragen.

Dat dergelijke plannen niet zomaar over éénzelfde kam geschoren mogen worden, bewijst evenwel het Rwandese one-cow-per-poor-family-programma. Rwanda is, na de Democratische Republiek Congo en afwisselend met Burundi, het tweede belangrijkste partnerland van België inzake ontwikkelingssamenwerking.

Belangrijker is de manier waarop het programma bijdraagt tot de versteviging van de sociale cohesie in post-genocide Rwanda.

Net zoals Bill Gates recent deed, besloot de Rwandese president Paul Kagame in 2006 om een koe te schenken aan de armste huishoudens. Hiermee beoogde men de levensstandaard van deze families te verhogen. De melk zou in eerste instantie voor een meer gebalanceerd dieet zorgen. Vervolgens zou de mest die de koe zou produceren in een verhoogde output op het land resulteren. Het geld dat de verkochte melk met zich zou meebrengen, zou tot slot leiden tot een stijging van de inkomsten.

De grootste verdienste van het programma ligt echter niet op economisch terrein. Belangrijker is de manier waarop het programma bijdraagt tot de versteviging van de sociale cohesie in post-genocide Rwanda. De effecten van het programma op de mensen in westelijk Rwanda, een melkrijke streek, liegen er niet om.

236.204 koeien

Het is 08u30 in Rugerero (district Rubavu, westelijk Rwanda). De zon is al een tijdje op. Moses, onze chauffeur van Congolese afkomst, maar intussen al meer dan dertig jaar in Rwanda wonend, kent de streek als geen ander. Vlotjes voert hij ons naar Emérance Mukagatore. Emérance is 55 jaar oud, weduwe en moeder van zes kinderen. De diepe littekens in hals en benen verraden dat ook zij, zoals vele anderen, niet gespaard is gebleven van de gruwelen van de genocide die het land teisterde in 1994.

In 2013 ontving Emérance haar eerste koe via het one-cow-per-poor-family programma, of ook wel Girinka genoemd. In tegenstelling tot de meeste anderen – in het kader van de decentralisering van het systeem is het immers gebruikelijk dat de begunstigden hun koe krijgen van de lokale autoriteiten – wendde Emérance zich rechtstreeks tot de president’s offices. De lokale overheid was er immers niet van overtuigd dat zij recht had op een koe, en stuurde haar herhaaldelijk weg met een kluitje in het riet. Emérance kon haar kinderen echter niet meer voeden, maakte zich sterk en ging haar armoede bewijzen in Kigali.

© Ellen Debackere

In 2013 ontving Emérance haar eerste koe via het one-cow-per-poor-family-programma Girinka.

In mei 2016 werd becijferd dat sinds de opstart van het programma niet minder dan 236.204 koeien over de meest kwetsbare families van Rwanda werden verdeeld. Dat daarbij niet altijd de meest economisch lucratieve besluiten werden getroffen, werd al snel duidelijk. Zo schrijft het programma wel voor dat de begunstigde de ruimte en de middelen moet hebben om een koe waardig in leven te houden, maar blijken de beesten ook op plekken terecht te komen waar niet aan die voorwaarden is voldaan.

Ook Emérance bezit niet genoeg land om haar koe voluit te kunnen laten grazen. Het dier staat met één poot vastgebonden aan een houten voederbak die gevuld wordt wanneer daar geld voor is.

Dit soort omstandigheden zorgt er natuurlijk voor dat de productiviteit van de koeien beperkt blijft. Zo kan Emérance haar koe tweemaal daags melken, waarbij ze ’s ochtends vier liter verzamelt en ’s avonds drie liter. De ochtendmelk verkoopt ze meteen, de melk die de koe haar ’s avonds geeft, is voor eigen consumptie. ‘De koe brengt niet genoeg op’, geeft Emérance toe. ‘Opdat ze meer zou produceren, zou ik voedsel voor haar moeten kopen. Maar daar heb ik nu geen geld voor.’

Grotere verandering op individueel niveau

Het ontwikkelingsprogramma maakt deel uit van het ambitieuze Vision2020-plan dat van Rwanda een middeninkomensland wil maken tegen 2020. Met het geld dat erin werd gestopt, hadden ongetwijfeld andere zaken verwezenlijkt kunnen worden die het BBP spectaculairder hadden doen groeien.

Op individueel niveau valt de impact van Girinka niet te onderschatten. Voor Emérance betekende de koe een wereld van verschil.

Toch lijken de juiste keuzes te zijn gemaakt. Op individueel niveau valt de impact immers niet te onderschatten. Voor Emérance betekende de koe een wereld van verschil. Het geld dat ze ’s ochtends ontvangt van de verkoop van de melk, stelde haar in staat twee van haar kinderen naar school te sturen én schoolmateriaal aan te schaffen. ‘Ndashimira cyane President wa Republika y’u Rwanda. (Dat ik de president heel dankbaar ben)’, herhaalt ze meermaals.

Ook andere mensen grepen hun kans om deel uit te maken van de positieve gevolgen van de gestegen melkproductie. Vooral de verkoop van verse, rauwe melk blijkt winstgevend te zijn dankzij de minieme operationele kosten. Zo steken dagelijks niet minder dan 25.000 mensen vanuit het Rwandese Gisenyi de grens naar Goma (DRC) over. Velen onder hen doen dat om in de Democratische Republiek Congo enkele liters melk te verkopen.

Dagelijks steken niet minder dan 25.000 mensen vanuit het Rwandese Gisenyi de grens naar Goma (DRC) over.

Eén van die vrouwen die dagelijks met een bidon melk de grens oversteekt, is Antoinette Mukamutara. Ze is 52 jaar oud en erg frêle van gestalte. Zij koopt haar melk elke ochtend van fietsers die de melk uit de Gishwati-streek halen. Waar ze exact vandaan komen, weet ze niet. Zij koopt een bidon van twintig liter melk aan voor 3500 Rwandese frank, doet er verder niets mee behalve dan de grens oversteken om de liters aan Congolezen te verkopen. Op de Congolese markt van Gahembe kan zij de twintig liter kwijt voor een bedrag equivalent aan 5000 Rwandese frank. Zij kiest voor de verkoop in Goma omdat er in Gisenyi al genoeg melk is.

Zo stak in 2015 niet minder dan 8,5 miljoen liter rauwe melk informeel de grens over van het Rwandese Gisenyi naar het Congolese Goma. Dat had een waarde van 1,84 miljard Rwandese frank (wat aan de huidige wisselkoers overeenkomt met een slordige 2 miljoen euro). Heel wat individuen vonden met andere woorden een originele manier om de nieuwe melkmarkt te exploiteren.

Sommigen onder hen ondervonden daarbij dat de verkoop in Goma (DRC) nog lucratiever kan zijn dan in Rwanda, ook al is de weg met hindernissen bezaaid. Heel wat instanties menen immers lukraak geld te kunnen eisen van de exporterende Rwandezen. Toch is de risicovolle onderneming voor velen de moeite waard. Niet enkel is de vraag in Goma – een stad met meer dan 600.000 inwoners – vele malen groter dan in het aangrenzende Gisenyi, maar tegelijkertijd resulteert het gebrek aan regelgeving in het oosten van de DRC in opportuniteiten voor de melkverkopers.

In Rwanda afgekeurde melk vindt niet zelden haar weg naar de Congolese markten, waar zowat alles verkocht raakt. À Goma on achète tout.

Zo krijgt minderwaardig bevonden Rwandese melk een tweede kans in buurland DRC omdat in Rwanda de eisen erg hoog zijn. Het is er verplicht om melk te transporteren in inox-kannen, terwijl in de DRC de plastic bidons nog zijn toegelaten.

Bovendien installeerde de Rwandese overheid her en der melkverzamelingscentra die onder andere de kwaliteit van de melk mee in het oog moeten houden. Maar dat zijn zaken die niet hoeven in de DRC. Het resultaat is dat afgekeurde melk niet zelden haar weg vindt naar de Congolese markten, waar zowat alles verkocht raakt. À Goma on achète tout.

Ook Théophile D., een veertiger uit Gisenyi, speelt handig in op de gestegen melkproductie in Rwanda en het gebrek aan controle in de DRC. Omdat het in Rwanda verplicht is melk te verwerken aan de hand van automatische – en dus dure – machines, bedacht hij een ander plan. In plaats van eenvoudigweg rauwe melk over de grens te verkopen, trekt hij vier maal per week met zijn camionette naar de melkrijke streek in Gishwati waar hij verse melk aankoopt. Met zijn jerrycans steekt hij de grens naar Goma (DRC) over waar hij ter plekke de melk naar yoghurt transformeert en aan kleine supermarktjes doorverkoopt. Zo laat het ontwikkelingsprogramma zich zelfs tot in de DRC voelen.

© Ellen Debackere

De eisen voor het vervoer van melk zijn hoog in Rwanda. Transport moet gebeuren in inox-kannen, terwijl in de DRC plastic bidons nog zijn toegelaten.

Sociale relevantie

Maar misschien nog belangrijker voor een land als Rwanda, zijn de sociale doelstellingen die met het Girinka-programma beoogd worden. Die vallen niet te onderschatten in een land waar na de genocide zoveel gebroken families van verschillende etnische afkomst terug naast elkaar moesten zien te leren leven. Het one-cow-per-poor-family-programma draagt haar steentje bij in deze poging tot verzoening.

Het schenken van een koe zorgt er in de Rwandese cultuur voor dat men voor eeuwig met elkaar verbonden blijft.

Zo schrijft het ontwikkelingsprogramma voor dat de eerstgeborene van een verkregen koe door de begunstigden aan een andere kwetsbare familie geschonken moet worden. Het schenken van een koe zorgt er in de Rwandese cultuur voor dat men voor eeuwig met elkaar verbonden blijft.

Emérance had pech toen haar koe voor de eerste maal beviel. Het kalfje stierf vrijwel meteen na de geboorte. Maar het tweede kalfje werd geschonken aan haar buren, waar Emérance naar eigen zeggen intussen een goede band mee heeft opgebouwd.

Een nog mooier verhaal overkwam echter één van de dorpelingen van Emérance. Het betrof een oude vrouw die via het Girinka-programma een koe zou ontvangen. Zelf was ze echter te zwak en niet in staat om voor de koe te zorgen en werd vanuit de overheid beslist dat haar buren voor de koe zouden zorgen. Dagelijks zouden ze de oude vrouw een paar liter melk moeten komen geven.

© Ellen Debackere

Een jonge melkventer op weg naar Goma met een lading melk voor de Congolese markt.

De oude vrouw behoorde evenwel tot een andere etnische groepering dan haar buren en met de gebeurtenissen van 1994 in het achterhoofd was ze ervan overtuigd geraakt dat haar buren haar via het schenken van die melk zouden trachten te vergiftigen. Maanden aan een stuk weigerde ze de melk van haar buren aan te nemen. Tot de dag gekomen was dat ze uit armoede niet anders kon dan de liters te aanvaarden. Ze dronk de melk en merkte dat er niets gebeurde. De weken nadien begon ze de melk in toenemende mate te aanvaarden en op een zekere dag ontstond er een praatje tussen haar en haar buren die de melk kwamen leveren. Op deze manier zorgde het Girinka-programma voor een nieuwe vertrouwensband.

Schoonheidsfoutjes

Dat de ontwikkelingskritiek op het “geven” van materiaal niet altijd terecht is, toont het one-cow-per-poor-family-programma mooi aan. Ondanks de schoonheidsfoutjes die in de implementatie van het programma terug te vinden zijn – zo blijkt er al eens gefraudeerd te worden inzake de verdeling van de koeien – en de beperkte impact die enkele liters melk her en der op de economische cijfers op geaggregeerd niveau hebben, oogst het programma belangrijke resultaten op individueel en sociaal niveau.

Dankzij de koe is ze niet enkel in staat om haar kinderen in leven te houden, het verhoogde ook haar sociale status.

Emérance, die voor de aankomst van haar koe enkel van horticultuur diende te leven, geeft dat ook toe. ‘De koe heeft mijn leven veranderd’, vertelt ze. Niet enkel is ze in staat om haar kinderen in leven te houden, het verhoogde ook haar sociale status. En hoewel ze de mest die het dier met zich meebrengt niet kan inzetten omdat haar land te klein is, zou ze zeker nog meer koeien willen hebben. Dat zit er, binnen het kader van het Girinka-programma waarbij enkel geschonken wordt aan mensen zonder koe, voorlopig echter niet in.

Of de kippen van Bill Gates een soortgelijk resultaat zullen oogsten in andere Sub-Sahariaanse landen, valt evenwel af te wachten. In ieder geval toont het one-cow-per-poor-family-programma aan dat het “geven” van productiegoederen niet zonder meer ‘slecht’ hoeft te zijn. Het bewijst net dat het van uiterst belang is om de lokale context en gewoonten in acht te nemen. Of hoe koeien in staat zijn gebleken om van vijanden terug vrienden te maken.

Pascal Niyonsaba (Rwanda) en Ellen Debackere (België) realiseerden dit onderzoek met de steun van Journalismfund.eu.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift