België’s blinde vlek

Waarom we Congolese kunst niet naar waarde schatten

© Sammy Baloji

Een werk uit de reeks “Mémoire” (2006)

Bambi Ceuppens is antropologe en senior-onderzoeker bij het AfricaMuseum. Ze is gespecialiseerd in de Congolese diaspora in België en stelt vragen bij het beperkte Belgische sociaal-culturele besef van Congo. Daarmee geeft ze een nieuwe dimensie aan het publieke debat over de relatie tussen België en Congo.

Ceuppens is als senior-onderzoeker verbonden aan het recent heropende AfricaMuseum in Tervuren. Daarnaast redigeerde ze het boek Pietpraat (2018) over Zwarte Piet in België en schreef ze Onze Congo? Congolezen over de kolonisatie (2003) over Congolese herinneringen aan de koloniale periode en Congo made in Flanders? Koloniale visies op “blank” en “zwart” in Belgisch Congo (2003).

Volgens Ceuppens is er in België te weinig publieke interesse voor Congolese kunst. Ze is ook kritisch over de Belgische omgang met het koloniale verleden: ‘Wij hebben te weinig sociaal-cultureel besef van Congo’, zei ze vorige maand tijdens een Open Les over de Congolese kunstgeschiedenis aan de Universiteit Antwerpen. ‘Er heerst bijvoorbeeld nog altijd een algemene overtuiging dat er iets bestaat als traditionele kunst die authentiek is en al eeuwen niet veranderd is.’

Ceuppens pleit daarom voor een publiek debat over het koloniale verleden. Een debat dat moeilijk te voeren is. ‘Er zijn verhoudingsgewijs minder mensen van Afrikaanse origine in België. Dat is een van de redenen waarom er weinig ruimte wordt vrijgemaakt voor debat. Binnen die Afrikaanse groep is er geen eensgezindheid over de omgang met het Congolese verleden. Is het dan voldoende om evenementen als de Black History Month te organiseren? Of zou er altijd en op een breder niveau aandacht voor moeten zijn?’

Dezelfde geschiedenis in een nieuw perspectief

Ceuppens draait met deze redeneringen het westers perspectief op Congo om. Ze baseert zich in haar analyses niet op ervaringen van Belgen, maar vertelt het verhaal van Congolese kunstenaars en hun werken. Dat noemt ze een geschiedenis van de moderne Congolese kunst. Daarmee sluit ze aan bij de Europese aanname dat de moderne tijd in de vijftiende eeuw begon met de eerste contacten tussen Europeanen en bewoners van de Amerika’s, Afrika en Azië.

Maar waar die moderniteit door de band genomen wordt beschouwd als een exclusief Europees verhaal, wil Ceuppens aantonen dat die eerste contacten met Europa onmiddellijk hun invloed hadden op de Afrikaanse kunst. Tegelijkertijd bestrijdt ze de gedachte dat de ontdekkingsreizen beschaving brachten. ‘Het was juist de trans-Atlantische slavenhandel die ongelijkheid bracht. Daarvoor vond er wederzijdse uitwisseling plaats.’

Recent gaf Ceuppens een lezing bij de tentoonstelling Congo Art Works die ze in 2016 en 2017 cureerde met kunstenaar en fotograaf Sammy Baloji. De expo bestaat uit een selectie van meer dan tweeduizend schilderijen, gemaakt tussen 1968 en 2012, die het AfricaMuseum verwierf in 2013. De werken gingen een dialoog aan met zogenaamd traditionele objecten. Doel was om aan te tonen dat ze deel uitmaken van dezelfde geschiedenis, ook al gebruiken de kunstenaars andere materialen en vormen. De schilderijen zijn afkomstig uit verschillende Congolese steden.

‘Onder de zogenaamde meesterwerken in musea zoals het AfricaMuseum zijn er een aantal die nooit werden gebruikt, maar louter gemaakt werden om verkocht te worden.’

Het succes van de tentoonstelling verraste Ceuppens. De expo reisde daarna verder naar Moskou, en onder gewijzigde vorm naar Graz in Oostenrijk. Momenteel is ze onder de naam Congo Stars te bezichtigen in het Duitse Tübingen. ‘In Moskou werd binnen de tentoonstelling een expositie getoond over populaire kunst uit Tsjoekotka, dat in 1920 werd gekoloniseerd door de Sovjet-Unie. In Congo Stars dialogeren de schilderijen met werken van hedendaagse Congolese kunstenaars om aan te tonen dat ook die in relatie staan tot elkaar’, zegt Ceuppens daarover.

Met deze tentoonstelling lieten Ceuppens en Baloji zien dat de Congolese kunst zeker als modern beschreven kan worden. ‘We moeten af van de stereotyperingen als “etnografisch” en “traditioneel” versus “koloniaal”, “modern” en/of “populair”, of van het idee dat tourist art recent is en per definitie van slechte kwaliteit’, zegt ze. Met tourist art bedoelt Ceuppens Congolese kunst die gemaakt is om verkocht te worden aan mensen in het Westen. Uit haar onderzoek blijkt dat er minstens vanaf 1560 Congolese tourist art voorkomt. ‘Onder de zogenaamde meesterwerken in musea zoals het AfricaMuseum zijn er een aantal die nooit werden gebruikt, maar louter gemaakt werden om verkocht te worden.’

Kritiek en excuses

Congo Art Works breekt met de reeds bekende geschiedenis van Congo, zoals recent nog beschreven in ‘Congo, een geschiedenis’, van de Vlaamse schrijver David van Reybrouck. ‘In het publieke debat en in populaire boeken zoals Congo, een geschiedenis gaat het bijna exclusief over politieke geschiedenis, maar amper over de culturele kant van het verhaal.’

© Stampmedia

Bambi Ceuppens

Ceuppens vraagt zich bovendien af of Congolese kunstenaars, maar ook wetenschappelijke onderzoekers voldoende kansen krijgen om hun interpretatie op Congolese kunst te tonen. ‘Er is gigantisch veel onderzoek, bijvoorbeeld naar Congolese populaire muziek, maar dat is in België nauwelijks bekend. Daarom schenken we er in het nieuwe AfricaMuseum ruim aandacht aan.’

Toch lijkt er enigszins vooruitgang in het publieke debat te zitten, al is die volgens Ceuppens maar schijn. Op 17 februari zei Bart de Wever in De Zevende Dag dat er een historisch pardon nodig is voor de wreedheden in Congo. Hij legde de verantwoordelijkheid daarvoor bij de koning. Ceuppens vraagt zich af waar dat pardon over zou gaan: ‘Alleen over het beleid van Leopold II of ook over dat van Belgen in Belgisch Congo?’ Dat alleen koning Filip verantwoordelijk moet zijn voor dat pardon begrijpt Ceuppens niet: ‘Die verantwoordelijke van de koning suggereert dat alles in Belgisch Congo peis en vree was en er alleen onder het bewind van Leopold II dingen zijn gebeurd waarvoor excuses nodig zijn.’

Bovendien bood eerste minister Charles Michel op 4 april in naam van de regering excuses aan voor de behandeling van een driehonderdtal kinderen met een Afrikaanse moeder en een Europese vader in Rwanda, Burundi en Congo tijdens de koloniale periode. ‘Gaan die excuses alleen over dit specifieke geval of over de kolonisatie als systeem?’, vraagt Ceuppens zich af.

Kunst in het dagelijkse leven

Ceuppens toont aan dat de Congolezen tijdens de koloniale periode kritiek uitten op hun overheersers via kunstwerken die ze maakten in opdracht van de koloniale overheid, zonder dat die zich daarvan bewust was. ‘Er is een duidelijk verschil tussen de seculiere objecten (niet-religieuze objecten, red.), kunstwerken die bedoeld waren voor de Europeanen, en de rituele objecten voor eigen gebruik. Personen in seculiere kunstwerken waren vaak realistischer.’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Door de rondreizende tentoonstelling Congo Art Works toont ze dat er in ieder geval winst te behalen valt op het sociaal-culturele besef van Congo. ’Kunst speelt een duidelijke rol in het dagelijkse leven in Congo’, aldus Ceuppens.

Ceuppens zal zich de komende tijd bezighouden met het optimaliseren van de permanente tentoonstelling in het AfricaMuseum. Daarnaast gaat ze zich verder verdiepen in de geschiedenis van Afrikanen in België. Maar aandacht voor Congolese kunst zal ze nooit verliezen: ‘Als antropologe ben ik vooral begaan met de sociale betekenis van kunst, meer dan met de esthetische kwaliteiten, ook al kan ik die individueel uiteraard op prijs stellen.’

© 2019 StampMedia - Castor van Dillen

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • StampMedia versterkt de stem van jongeren tussen 16 en 26 jaar. Ze dichten de inhoudelijke en vormelijk kloof tussen media en jongeren door hen (en hun begeleiders) mediawijs te maken en