Een ultieme stabiliteitstest voor ons voedsel- en landbouwsysteem

Lokale boeren en handelaars weer populair dankzij coronacrisis

© Elke Van Daele

Gijs van bioboerderij Kempengoud: ‘We besloten om door de grote vraag onze veldwinkel te sluiten en enkel nog met pakketten te werken.’

De coronacrisis lijkt een boost te geven aan lokale boeren en handelaars. Maar hoe goed is onze lokale voedingssector uitgerust om dat op te vangen? En is de toegenomen interesse in lokale producten een blijver, of waait die weer over van zodra de crisis voorbij is?

Een uitgeputte bioboer postte afgelopen maandag dit bericht op Facebook: ‘Na een week van chaos, gezinsverwaarlozing, slaaptekort, stress (…) maar ook dankbaarheid, hoop, (…) en voldoening maken we (…) de balans op. Het nieuwe virus heeft ons allemaal voor het blok leven in coronatijden gezet en ons leven een halt toegeroepen. We besloten dat we als bioboeren meer dan ooit een maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben.’

‘De laatste weken kwamen er heel wat nieuwe klanten op de boerderij, en ze kwamen ook van verder.’

Aan het woord is Gijs Van den Bleeken van bioboerderij Kempengoud in Essen. Net als vele boeren en lokale handelaren kwam hij in een wervelwind terecht. Terwijl de stormloop op de supermarkten plaatsvond, gingen ook steeds meer mensen op zoek naar lokale producten en kleinschalige verkoop.

Heel wat nieuwe klanten meldden zich. Verschillende bioboeren en lokale winkels spreken van een overrompeling.

Kunnen boeren en handelaars de extra vraag aan?

Dat de crisis heel wat extra interesse voor lokale voeding wekt, voelde ook bioboer Jean-Pierre Smets van bioboerderij Groen te Kracht uit Herent: ‘De laatste weken kwamen er heel wat nieuwe klanten op de boerderij. En ze kwamen ook van verder. Ze zijn vooral op zoek naar basisvoeding: wortelen, prei, pastinaak en groene groenten die veel vitaminen bevatten. Mensen beginnen zelf wat meer te koken, hé. En de bestellingen die we via het Boeren en Buren-platform verkopen, zijn groter dan anders.’

Lukt het om die toegenomen vraag naar lokaal voedsel te verwerken? De werklast is zwaar, zo klinkt het op het veld. ‘We moeten meer dan een tandje bijsteken. We zitten momenteel op de limiet, zelfs erover. Maar we proberen het nog de baas te kunnen. Mensen zijn heel dankbaar dat ze hier nog terechtkunnen’, zegt boer Jean-Pierre Smets.

Bij kleine handelaars leidde het hamstergedrag, waarbij mensen een grote voorraad goederen inslaan, tot veel stress. Toiletpapier, handzeep en basisproducten als brood, eieren en vlees gingen de afgelopen weken in de winkels aan een sneltempo de deur uit. Winkeliers moeten hun schappen sneller aanvullen.

Maar ook voor magazijniers en vrachtwagenchauffeurs is het tempo erg hoog. ‘Bij de groothandel was het pure chaos’, stelt Wim Vanlee van biowinkel Natuurbron in Heide.

‘De vraag is zo groot geworden dat we het logistiek en fysiek niet meer kunnen dragen.’

En die toegenomen druk is niet zonder gevolg. ‘Vorige week dinsdag beslisten we om de winkel te sluiten, omdat we geen goede dienstverlening meer konden garanderen’, zegt Vanlee. ‘Voorlopig werken we nog enkel op bestelling.* Uiteraard vragen we ons af of dat rendabel en haalbaar is. Iedereen zoekt naar een strategie om met de veranderde omstandigheden om te gaan.’

Ook Gijs Van den Bleeken paste afgelopen week zijn businessmodel aan. ‘We besloten om onze veldwinkel te sluiten en enkel nog met pakketten te werken. De vraag was zo groot geworden dat we het logistiek en fysiek niet meer konden dragen. Ik heb geen idee of en hoeveel ik aan deze crisis financieel overhoud. En dat is dan ook maar zo. Ik denk dat deze crisis voor veel mensen, ook voor ons, een leerschool zal zijn.’

© Isabelle Vanhoutte

‘Wanneer bioboeren werken met groenteabonnementen, is de bevoorrading gegarandeerd.’ (foto: archiefbeeld bioboerderij Kempengoud)

Stabiele systemen voor landbouw

Myriam Dumortier merkt een grotere interesse naar lokale voeding doordat er meer bestellingen kwamen in haar voedselteam (een groep van mensen uit dezelfde buurt die samen online voedingsproducten aankopen, rechtstreeks bij de boer of producent, IV). Dumortier doceert bos- en natuurbeleid aan de UGent en is overtuigd consument van lokaal biovoedsel.

Al is de absolute sterkhouder in dit verhaal, stelt ze, de Community Supported Agriculture of CSA-model. Dat is een relatief nieuwe vorm van landbouw, waarbij leden van een gemeenschap een jaarlijkse bijdrage betalen voor het loon van de boer. In ruil hebben de leden recht op een deel van de oogst. CSA’s kunnen werken met pakketten of met zelfoogst, waarbij deelnemers hun groenten zelf op het veld plukken. Volgens vzw CSA-netwerk bestaan er vandaag 51 CSA’s in Vlaanderen en Brussel.

‘Als de boer en de eters samenwerken, streef je zowel naar voedselzekerheid als naar een zeker inkomen voor de boer.’

‘Het gaat om gezamenlijke projecten, en daarom zijn CSA’s stabiele systemen’, stelt Dumortier. ‘In een samenwerkingsverband streef je als gemeenschap zowel naar voedselzekerheid voor de eters als naar inkomenszekerheid voor de boer. Omdat die twee partijen op elkaar zijn afgestemd, is het een veel veerkrachtiger systeem dan de globale systemen.’

‘Hetzelfde geldt voor bioboeren die met groenteabonnementen werken. In die systemen is de bevoorrading gegarandeerd.’

Lokale economie

Voorspeld wordt dat de Belgische lockdown-light, waarbij iedereen zoveel mogelijk binnen moet blijven, verlengd wordt. Dan bestaat de kans dat die verhoogde druk op lokale boeren en handelaars nog wel even blijft duren. Is onze lokale voedselvoorziening daarop voorzien?

‘Uiteraard kan lokale voedselproductie niet binnen drie maanden naar een vijfvoud gaan’, reageert Johan Albrecht, milieu-econoom en professor aan de UGent. ‘Maar als duidelijk wordt dat de bevolking kiest voor lokale voeding, kan je wel investeren. De vooruitzichten voor de marktevolutie zijn daar belangrijk.’

‘Het hoeft trouwens niet allemaal achter de hoek te gebeuren. Lokale landbouw stopt wat mij betreft niet aan onze landsgrenzen, er is ook een Europees perspectief. Samenwerken met Noord-Franse of Duitse boeren, dat valt te organiseren.’

Maar het gaat uiteraard niet enkel om voeding. ‘Alle economische sectoren beginnen nu duidelijk te begrijpen dat onze bevoorradingsketens complex en verweven zijn. Door zo’n onverwachte crisis wordt duidelijk we dat we zeer afhankelijk zijn van het buitenland.’

‘Je voelt een soort respect omdat we blijven doorgaan, om ervoor te zorgen dat mensen eten op hun bord krijgen.’

‘We moeten de hele lokale economie versterken’, zegt Albrecht. ‘Dat betekent overigens niet dat je alles lokaal moet beginnen produceren. Je kan er ook voor zorgen dat onze de bestaande industrie uitgerust is om snel over te schakelen in wat ze maken. We hoeven bijvoorbeeld niet massaal lokaal mondmaskers beginnen te produceren. Maar we willen wel voorbereid zijn om dat te kunnen doen, moest het nodig zijn. Met de huidige robottechnologie kan dat. Daarvoor moeten we uiteraard samenwerken met de industrie.’

‘Onze onafhankelijkheid als land kunnen we vergroten door in te zetten op flexibele productiecapaciteit’, suggereert hij. ‘Ook de lokale landbouw moet wel flexibel genoeg zijn om te kunnen reageren op rampen zoals deze. Ik pleit ervoor om als samenleving te investeren in instellingen die anticiperen op zo’n mogelijke volgende dreiging.’

Meer waardering en extra handen

Achter de toegenomen interesse in lokale voeding zit niet zelden ook een waardering voor het werk van die lokale boeren en handelaars. Bioboer Jean-Pierre Smets: ‘Je voelt een zekere fair play naar de boeren toe. Een soort respect omdat we blijven doorgaan, om er mee voor te zorgen dat mensen voedsel op hun bord krijgen.’

Regelmatig bieden zich nu ook vrijwilligers aan om mee te helpen op het veld. Gezien de toegenomen druk is het niet onlogisch om hen in te schakelen, maar met de huidige wetgeving is dat niet mogelijk: alle werkkrachten op het veld moeten ingeschreven zijn als seizoensarbeider of werknemer.

‘De komende weken zal duidelijk worden dat onze fruitteelt afhankelijk is van seizoensarbeiders om te plukken. Het is bang afwachten.’

Bioboer Gijs Van den Bleeken: ‘Ik kreeg al een tiental aanbiedingen van mensen die kosteloos mee willen helpen op het veld, of ze willen pakketten klaarmaken of leveren. Al is het hartverwarmend, toch ik ben er nog niet op ingegaan. Omdat ik zelf niet goed weet hoe we dat officieel kunnen regelen. Ik zou hen kunnen inschrijven als seizoensarbeider, dat gaat gemakkelijk. Maar dat willen ze niet, en er is ook niet altijd budget voor.’

Ook bij boerderij Groen te Kracht speelt dat dilemma, zegt Jean-Pierre Smets: ‘Verschillende klanten boden zich ondertussen al aan om mee te helpen als vrijwilliger. Die hulp kunnen we goed gebruiken: bij het oogsten, groentepakketten maken en het verpakken, of bij het voorzaaien in de serres en tunnels. Het echte topseizoen van de buitenteelt begint binnenkort, in april. Dan wordt het nog veel drukker. Maar aangezien we een gewoon, winstgevend landbouwbedrijf zijn, mogen we geen vrijwilligers aannemen. Daar zitten we mee gewrongen.’

© Isabelle Vanhoutte

Kan de landbouwsector tewerkstellingskansen bieden voor een groeiende groep laaggeschoolden? (foto: archiefbeeld bioboerderij Kempengoud)

‘De komende weken zal duidelijk worden dat onze fruitteelt afhankelijk is van seizoensarbeiders om te plukken’, beaamt Johan Albrecht, de milieu-econoom. ‘Laten we hopen dat de lokale arbeidsmarkt daar iets aan kan doen. Voorlopig is het bang afwachten.’

Het is in ieder geval interessant om na te gaan of en hoe de landbouwsector tewerkstellingskansen kan bieden voor een groeiende groep laaggeschoolden, argumenteert Albrecht: ‘In de industrie is steeds minder plaats voor klassieke laaggeschoolden. Dat moet je ook zien in het grotere verhaal van de automatisering, die overigens niet zal stoppen door de coronacrisis. We moeten er hoe dan ook rekening mee houden dat een deel van de jobs gaat verdwijnen, en dat treft vooral laaggeschoolden. Dan is de landbouwsector interessant. Als we daar veel laaggeschoolden kunnen integreren, gaat dat ons als samenleving heel wat opleveren, ook als het gaat over besparingen op uitkeringen.’

Lessen voor na de crisis

De volgende maanden zal duidelijker worden wat deze crisis betekent voor de lokale economie. ‘Belangrijk is dat we de lessen die we nu leren, niet snel vergeten’, zegt Albrecht. ‘We maakten de laatste jaren nogal wat crisissen mee: 9/11, de financiële crisis in 2008, de eurocrisis. Maar doorgaans, wanneer de pijnlijkste momenten van die crisis achter de rug waren, betekende dat ook dat we collectief vergaten wat er was misgelopen.’

‘We moeten voorkomen dat we in het jaar 2021 de lessen van deze crisis negeren. Dat we doen alsof het niet echt is gebeurd, of geen tweede keer zou kunnen gebeuren. Daar moeten we alert voor blijven.’

 

*Ondertussen is deze winkel terug open, met beperkte openingsuren, om leveringen te kunnen afwerken en de gezinsbalans te behouden.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2540   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Journaliste, tentoonstellingsmaker en leerkracht

    Isabelle Vanhoutte (º1987) is freelance journaliste en geeft sinds 2016 verslag over bottom-up-initiatieven rond duurzaamheid en circulaire economie.