Wie wordt president: Jokowi of Prabowo?

Op 9 juli gooien 185 miljoen stemgerechtigde Indonesiërs de teerling om te bepalen wie het grootste moslimland ter wereld de volgende vijf jaar zal leiden. Daarmee bepalen ze ook de richting die de tiende grootste economie ter wereld zal uitgaan. De meubelmaker neemt het op tegen de generaal.

  • (c) Gie Goris Jokowi tijdens een campagnespeech in Bojong Gede, Java (c) Gie Goris

Indonesiërs zijn evenaarsbewoners en dus best wat warmte gewoon. Maar dat betekent niet dat ze bereid zijn urenlang in de middagzon te staan om de presidentskandidaat van hun keuze op te wachten. Met kleurrijke doeken en professionele stellingen worden daarvoor schaduwtenten opgetrokken, waaronder de volwassenen plaatsnemen, terwijl de kinderen en jongeren zich het zweet uit lijf dansen op de combinatie van rock en reggae die op het podium afgewisseld wordt met korte –of soms ellendig lange- politieke toespraken.

De zaterdagse festivalsfeer die over het stukje braakland ten zuiden van Jakarta hangt, barst helemaal los op het moment dat de wagen met Jokowi het terrein oprijdt.  Joko Widodo, zoals de volledige naam van de populaire politicus luidt, was tot voor kort de gouverneur van Jakarta. Vandaag dingt hij, als een van de twee presidentskandidaten, naar het hoogste ambt in Indonesië.

Uit de Jokowi-scanderende massa komt een bescheiden man in blauw-wit-rood geruit hemd tevoorschijn, de campagne-uitrusting waarmee Jokowi onmiddellijk het signaal wil geven dat hij “een gewone man uit de kampong is”. De campagneslogan van de presidentiële campagne van Jokowi en zijn vice-presidentskandidaat Jusuf Kalla is dan ook: Jujur. Merakyat. Sederhana. (Eerlijk. Eenvoudig. Sober.)

Tijdens de langverwachte speech begeestert Jokowi bijna ondanks zichzelf: hij staat algemeen bekend als een weinig charismatische spreker, in tegenstelling tot zijn tegenstrever, Prabowo Subianto, die veel minder gehinderd wordt door natuurlijke bescheidenheid. Jokowi zwaait met een smartcard, tot groot enthousiasme van de menigte. 

Het is een verwijzing naar de hedendaags pragmatische aanpak van problemen die Jokowi voorstaat én belichaamt: hij introduceerde in Jakarta zo een smartcard waarmee de armsten recht krijgen op gratis onderwijs en gezondheidszorg, zonder dat die armen daarvoor moeten smeken of steekpenningen betalen aan corrupte ambtenaren. Zijn campagne belooft een dergelijk systeem van sociale zekerheid voor heel Indonesië.

Troefkaart Jokowi

Begin 2014 was Jokowi met grote voorsprong de populairste presidentskandidaat die geen kandidaat was. Een peiling van de grote krant Kompas gaf hem toen een onoverbrugbare voorsprong op alle toen bekende kandidaten: met een score van 43 procent zou Jokowi viermaal zo veel stemmen halen als ex-generaal Prabowo, die op de tweede plaats kwam. Intussen is er veel veranderd. Een opiniepeiling van eind juni gaf 45 procent voor Jokowi, maar Prabowo scoorde op dat moment 38,7 procent.

In de laatste rechte lijn naar de parlementsverkiezingen, die plaatsvonden op 9 april, gooide Jokowi zich uiteindelijk toch in het strijdgewoel en verklaarde de PDI-P dat hij de presidentskandidaat zou zijn voor de partij die ooit nog opgericht werd door de eerste president Soekarno.

Een opiniepeiling van eind juni gaf 45 procent voor Jokowi, maar Prabowo scoorde op dat moment 38,7 procent.

Bedoeling was op die manier zeker de drempel te halen die de Indonesische verkiezingswet oplegt voor een partij die wil deelnemen aan de presidentsverkiezingen. Die wet vereist namelijk dat twintig procent van de kiezers voor de partij stemden bij de jongste parlementsverkiezingen of dat een kwart van de parlementsleden tot de partij van de kandidaat behoren.

Dat plan liep niet helemaal zoals voorzien. De PDI-P werd weliswaar de grootste partij in het nieuwe parlement, maar moest genoegen nemen met 18,95 procent van de stemmen. Het resultaat was dan ook dat alle partijen op zoek moesten naar coalities om de wettelijke drempels voor de echt belangrijke presidentsverkiezingen te halen. Dat resulteerde uiteindelijk in een tweestrijd tussen Joko Widodo en Prabowo Subianto , met als respectievelijke vice-presidentskandidaten Jusuf Kalla en Hatta Rajasa.

Jokowi krijgt steun van zijn eigen PDI-P, maar ook van kleinere partijen als Hanura, NasDem en PKB. Prabowo kan rekenen op zijn eigen Gerindra partij, Golkar (de partij van voormalig sterke man Soeharto), en van de islamistische partijen PPP, PKS en PAN. In parlementaire sterkte uitgedrukt heeft Jokowi’s coalitie 207 zetels, die van Prabowo 292 zetels.

De ommekeer in de peilingen heeft volgens verschillende commentatoren te maken met de brede partijcoalitie die Prabowo op de been bracht. De aanwezigheid van Golkar verzekert hem bijvoorbeeld van een partijapparaat dat reikt tot in de verste uithoeken van de archipel. Bovendien krijgt zijn kandidatuur de steun van de meeste media-conglomeraten. Ten slotte blijkt de campagne die Jokowi ervan beschuldigt geen moslim, maar een christen van Chinese afkomst te zijn, behoorlijk wat impact te hebben.

Twee mannen, twee stijlen

De partijcoalities die de twee kandidaturen ondersteunen, hebben weinig ideologische samenhang, ze zijn eerder opportunistisch. ‘De ideologische inhoud van de Indonesische partijen is erg licht’, zegt Rahimah Abdulrahim, directeur van het Habibie Center, een denkdank in Jakarta. Dat wordt misschien nog het duidelijkst geïllustreerd door de banden tussen de huidige concurrenten PDI-P en Gerindra in het verleden: in 2009 gingen Prabowo Subianto en PDI-P supremo Megawati Sukarnoputri samen de verkiezingen in, respectievelijk als kandidaat vice-president en president. En in 2012 werd Jokowi tot gouverneur van Jakarta gekozen dankzij de steun van Gerindra, de partij die zijn huidige rivaal Prabowo Subianto oprichtte in 2008.         

‘De ideologische inhoud van de Indonesische partijen is erg licht’

De ideologische vaagheid belet niet dat er zich twee duidelijk verschillende projecten presenteren waartussen de Indonesische kiezers op 9 juli kunnen kiezen. De Jakarta Post schreef in een uitzonderlijk redactioneel standpunt op 4 juli dat deze verkiezingen zonder voorgaande zijn: polariserend tijdens de campagne en onzeker qua consequenties. ‘Indonesiërs moeten de toekomst van onspolitieke bedrijf bepalen met één gaatje in het stembiljet.’

En Vikram Nehru van Carnegie Endowment for International Peace schreef eind juni: ‘De Indonesiërs kiezen niet enkel tussen twee verschillende leiders. Ze hebben de keuze tussen twee verschillende toekomsten.’

Op het persoonlijke vlak zijn er duidelijke verschillen van stijl. Jokowi profileert zich als de bescheiden en toegankelijke no-nonsense politicus, een stijl die gesymboliseerd wordt in de geïmproviseerde marktbezoeken. Prabowo staat vooral gekend omwille van zijn heetgebakerd temperament en eerder autoritair –“can do” volgens zijn aanhangers- optreden.

Jokowi was een meubelproducent voordat hij zich als outsider in de lokale politiek begaf, eerst als burgemeester van de Centraal-Javaanse stad Solo, daarna als gouverneur van Jakarta. Prabowo was luitenant-generaal in het leger van dictator Suharto, van wie hij ook de schoonzoon werd. Hij bekleedde verantwoordelijke functies in de turbulente jaren van transitie in Oost-Timor en tijdens de reformasi-beweging die in 1998 de New Order van Suharto ten val bracht. Mensenrechtenactivisten wijzen steevast op de rol die Prabowo gespeeld heeft bij verdwijningen van activisten in die periode, waarvoor hij trouwens ontslag kreeg uit het leger.

Vereenvoudigend zou je kunnen stellen dat de presidentsverkiezingen van 2014 een strijd is tussen de twee grote politieke projecten uit het verleden: Jokowi vertegenwoordigt dan de erfenis van Soekarno, met alle nationale ambitie en waardigheid, door zijn nauwe associatie met Megawati, de dochter van de Vader des Vaderlands en nog steeds onbetwist leider van de PDI-P. Prabowo draagt in dat schema zijn eigen verleden met Soeharto mee.

Geen van beide kandidaten schuwt de symbolische associaties met de grote figuren uit het Indonesische verleden. Op de meeting in Bojong Gede (zie vooraan) prijkte de foto van Soekarno groot naast die van Jokowi en Kalla. Twee dagen later zou Prabowo een uitgebreid aangekondigd privébezoek brengen aan het graf van Soeharto in een uithoek van Java.

Toch liggen de kaarten niet zo simpel. Wat buitenlands beleid betreft, belooft Jokowi zeker niet de dramatische en offensieve opstelling die Soekarno kenmerkte, terwijl Prabowo alvast in zijn toespraken minstens even nationalistisch klinkt als Soekarno als het aankomt op de bescherming van de eigen economie.

‘De kiezer heeft op 9 juli de keuze tussen twee versies van Soekarno’, stelt de Canadese Indonesiëkenner John Roosa. ‘Jokowi neemt Soekarno’s linkse populisme over, terwijl hij gelukkig diens autoritaire trekken verwerpt. Prabowo neemt net die autoritaire tendens over terwijl zijn linkse populisme onecht klinkt. De ene komt op voor de rechtsstaat. De andere ziet zichzelf als een Duce.’

Nationalistisch en islamistisch

Een andere politieke analist, Ikrar Nusa Bhakti, leest de politieke projecten van de twee presidentskandidaten op de eerste plaats door de bril van hun coalities. Hij omschrijft de visie van Prabowo op die basis als “nationalistisch-islamitisch” en die van Jokowi als “nationalistisch-marhaenistisch”.

De aanwezigheid van de drie mainstream islamitische partijen in de Prabowo-coalitie weegt op het discours en later mogelijk ook op het beleid. In zijn programma heeft Prabowo het dan ook over het ‘zuiveren van de religie’, een formule die heel nauw aansluit bij het discours van de politieke strekkingen die van Indonesië een soennitisch islamitische staat willen maken. Bovendien sprak ook het Islamitische Verdedigingsfront (FPI), een radicaal-islamistische beweging die sektarisch straatgeweld niet schuwt, zijn steun uit voor de kandidatuur van Prabowo.

Een radicaal-islamistische beweging die sektarisch straatgeweld niet schuwt, sprak zijn steun uit voor Prabowo.

In zijn eigen toespraken legt Prabowo minder de nadruk op het islamitische aspect, des te meer op zijn economisch nationalisme. Hij is een groot voorstander van het vorig jaar ingevoerde verbod op de uitvoer van ruwe grondstoffen en belooft de vaag omschreven buitenlandse machten in te perken zodat landbouw, mijnbouw en industrie veel meer ten dienste staan van de nationale economie. Probowo stelt ook voor het landbouwareaal bestemd voor de productie biobrandstoffen met miljoenen hectaren uit te breiden.

De voornaamste rode draad doorheen de toespraken van Prabowo is de nood aan sterk leiderschap, een taak die hij met vreugde en volledige inzet belooft op te nemen.

Nationalistisch en sociaal-democratisch

Het “marhaenisme” van de coalitie rond Jokowi verwijst naar een Indonesische variant van marxistisch gedachtengoed, genoemd naar Marhaen, een boer die de jonge Soekarno ontmoette, en die hem inspireerde om in zijn socialistische principes niet het industrieel proletariaat centraal te plaatsen, maar wel de uitgebuite plattelandslandsbevolking in een koloniale context. In het beste geval kan je de ideeën van Jokowi echter situeren in de buurt van het gecorrigeerde marktdenken van de Europese sociaaldemocraten.

Soekarno plaatste niet het industrieel proletariaat centraal , maar de uitgebuite plattelandslandsbevolking in een koloniale context

Zijn sociaal-economisch programma is ook gericht op het versterken van het nationale belang, maar hij formuleert dat minder in tegenstellingen tussen nationale ondernemers of de staat en buitenlands kapitaal. Anderzijds geeft Jokowi meer concrete voorstellen om die sterkere nationale economie ook te gebruiken voor het verbeteren van de situatie van de armere helft van de bevolking.

Diezelfde bezorgdheid spreekt uit zijn voorstel om in de landbouwsector eerder te investeren in betere irrigatie van familiale landbouwbedrijven en in de handel vooral zorg te dragen voor een verbetering van vijfduizend traditionele markten, in plaats van verder te mikken op shopping malls voor de hogere middenklasse.

Investeren in toekomst

Beide presidentskandiaten beloven dat ze de enorme brandstofsubsidies zullen afbouwen, de scholingsgraad van de bevolking fors te verbeteren door twaalf jaar gratis en verplicht onderwijs op te leggen en dat ze de nationale veiligheid en de nationale economie zullen versterken. Ze zijn er ook allebei van overtuigd dat de groeiende economie behoefte heeft aan ernstige infrastructuurinvesteringen. Prabowo voorziet 3000 km nieuwe wegen en 4000 km nieuwe spoorwegen. Jokowi spreekt over 2000 km nieuwe wegen, 10 nieuwe zeehavens en 10 nieuwe luchthavens. En beiden herhalen voortdurend dat corruptie bestrijden bovenaan de politieke agenda zal staan de komende vijf jaar.

Beide campagnes mikken ook heel uitdrukkelijk op de 67 miljoen jonge kiezers. Jokowi-Kalla kan daarvoor onder andere rekenen op Generasi Optimis, een vrijwilligersinitiatief van geëngageerde communicatie- en designprofessionals. ‘Het was Jokowi’s oproep tot een “mentale revolutie” en het optimisme dat daarin vervat zat die ons zo aanspraken’, zegt Andri van GO. ‘Wat ons voor ogen staat is een modern, democratisch en marktgericht land. En we geloven dat Jokowi dat mogelijk zal maken.’ Het netwerk van jonge professionals produceert strips, video’s, muziek en computerspelletjes, en is heel erg actief op sociale media.

 

Volgens Andri moeten zij opboksen tegen een overmacht van Prabowo-gezinde media én tegen een legertje van goedbetaalde sociale mediawerkers die de jongeren moeten winnen voor het koppel Prabowo-Hatta.

Begin juli leverde die jongerencampagne een muziekvideo af, waarin enkele hardrockmuzikanten de Queen-song We will rock you coverden met de namen van Prabowo en Hatta in het refrein. Het probleem was dat de symboliek van de video heel nauw aanschurkte bij nazisymbolen –tot en met het uniform dat zanger Ahmad Dhani draagt en dat heel erg lijkt op het uniform dat SS-aanvoerder Heinrich Himmler  droeg. Eerst reageerden muzikanten en de campagneverantwoordelijken nogal lakoniek op de kritiek, maar heel snel daarna werd de video offline geplaatst.

Ex-generaal Prabowo wil graag de grote, sterke leider zijn van Indonesië, maar een heel expliciete verwijzing naar nazi-Duitsland is er toch over, blijkbaar.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur