Zit Syrië opnieuw mee aan tafel dankzij volgehouden desinformatie?

Analyse

Desinformatie vergoelijkte het nietsdoen van de internationale gemeenschap

Zit Syrië opnieuw mee aan tafel dankzij volgehouden desinformatie?

Zit Syrië opnieuw mee aan tafel dankzij volgehouden desinformatie?
Zit Syrië opnieuw mee aan tafel dankzij volgehouden desinformatie?

In 2011 begon het Syrische regime in te zetten op desinformatie. Met succes. Want de wereld ging twijfelen over de waarachtigheid van beelden over oorlogsmisdaden van het Syrische regime. In deze terugblik lees je hoe desinformatie ook een rol speelde in de normalisering van het Syrische regime.

© Gheleyne Bastiaen

© Gheleyne Bastiaen

Het Syrische regime en bondgenoot Rusland zetten al jaar en dag volop in op een cyberoorlog. Hun doel is om twijfel te zaaien over oorlogsmisdaden en over de oppositie. En het heeft succes: tot vandaag beïnvloedt die desinformatie de houding van de internationale gemeenschap tegenover Syrië.

Juli 2012, Londen. Op het hoofdkantoor van persagentschap Reuters heeft het digitale beveiligingsteam de handen vol. Er zijn gaten geslagen in de digitale dijk: Reuters-accounts zijn gehackt en verspreiden desinformatie over de oorlog in Syrië.

De aanval duurt vier dagen. Op vrijdag ziet Reuters zich genoodzaakt om het blogsysteem op zijn website te sluiten. Valse accounts storten er berichten uit met valse rapporten over een verzwakte Syrische oppositie. Op zondag wordt een Twitter-account van het agentschap gekaapt om desinformatie te verspreiden over de militaire staat van de oppositie. En op maandag worden de journalisten van Reuters en andere westerse media om de tuin geleid: een “Russische diplomaat” bericht via Twitter dat de Syrische president Bashar al-Assad gedood is in Damascus.

Het nepnieuws gaat met een rotvaart de wereld rond en maakt duidelijk dat ook de Syrische oppositie niet vies is van een tegenaanval in de cyberoorlog.

‘Van bij de start hanteerde Syrië heel bewust frames om de werkelijkheid naar de hand te zetten.’
Fernande Van Tets, journaliste

Het effect van deze desinformatie is gelukkig minimaal, schrijft Reuters later die week. Reuters citeert daarbij een expert van cyberbeveiligingsbedrijf Imperva: ‘Dergelijke aanvallen van desinformatie worden snel opgemerkt. Ook al misleiden ze mensen massaal, ze zijn amateuristisch. Ze tonen hooguit aan dat Assad nog steun heeft bij een aantal mensen. Meer niet.’

Maar naarmate het conflict in Syrië verglijdt in een langetermijnoorlog, zou deze minimalisering een fikse onderschatting blijken. De aanhoudende stroom van desinformatie, ofwel foute informatie met het bewuste doel om mensen te misleiden, werkt. De aanhouder wint, zeker als die almaar tactischer te werk gaat.

Valse info naar 1,8 miljoen mensen

Waar het begon: in maart 2011 gingen burgers in Syrië de straat op om democratisering te eisen, net als elders in de Arabische wereld die lente. Het regime onderdrukte de protesten gewelddadig, en dat ontaardde in een bloedige oorlog die tot vandaag blijft duren.

‘Van bij de start hanteerde Syrië heel bewust frames (taal- en beeldgebruik met bepaalde associaties, red.) om de werkelijkheid naar de hand te zetten’, zegt Fernande van Tets, Nederlands journaliste en auteur van het boek Vier seizoenen in Damascus. ‘Iedereen die kritiek op het regime liet horen, werd van bij het begin weggezet als terrorist. De oppositie radicaliseerde later wel degelijk (onder andere doordat het Syrische regime Al Qaeda-gevangenen vrijliet, die infiltreerden in de oppositie, red.), maar de beeldvorming werd almaar waziger. Ook vreedzame activisten kregen een “verdacht” stempel opgeplakt.’

Vier jaar later, in 2015, zette het Syrische regime het offensief in de cyberoorlog pas echt goed in. Niet toevallig bemoeide Rusland zich dat jaar in toenemende mate met het conflict. Vanaf september investeerde Rusland niet alleen in een luchtoorlog maar ook in desinformatie als een cruciaal oorlogswapen.

‘Kon het toch niet dat de Russen een legitieme strijd voerden tegen radicale en extremistische groepen in Syrië die chemische aanvallen uitvoerden?’

De Britse denktank Institute for Strategic Dialogue (ISD) onderzocht de impact van desinformatie over Syrië op Twitter en Facebook. ISD volgde de bewegingen van een netwerk van 28 accounts tussen 2015 en 2021. Deze accounts waren, zo stelde ISD vast, goed voor maar liefst 47.000 desinformatieberichten over Syrië. Ze stuurden met vaste regelmaat valse verhalen de wereld in. Hun geschatte bereik: minstens 1,8 miljoen mensen.

© Gheleyne Bastiaen

© Gheleyne Bastiaen

De accounts waren van zelfverklaarde journalisten, activisten en bloggers uit anti-imperialistische hoek: Vanessa Beeley, Aaron Maté, Carmen Ranieri, Max Blumenthal… Ook een groep Britse academici met universiteitsposten in Edinburgh, Sheffield en Leicester verspreidde regimegezinde desinformatie en complottheorieën van Russische makelij.

De doelwitten van de desinformatie? Internationale instituten en organisaties: het onderzoeksplatform Bellingcat, academici en journalisten die zich kritisch opstelden tegenover Syrië, de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW), de Commission for International Justice and Accountability, die oorlogsmisdaden documenteert. Iedereen bij wie getuigenissen over aanvallen op burgerdoelwitten te veel weerklank kregen, liep gevaar om het doelwit te worden van desinformatiecampagnes. Ook burgers, hulpverleners en eerstelijnsartsen.

Vooral in 2018 draaide de desinformatiemolen volop. In april van dat jaar voerde het Syrische regime een chemische aanval uit op Douma. In januari 2023 nog bevestigde de OPCW in een derde onderzoeksrapport daarover dat ‘er redelijke gronden zijn om te geloven dat de Syrische luchtmacht de daders zijn’. Maar van meet af aan werd twijfel gezaaid: Syrië en zijn bondgenoten bestempelden de aanval meteen als een ‘valsevlagoperatie van de Syrische oppositie’.

Het twijfeleffect

‘Vandaag is de communicatiestrategie van het Syrische regime heel duidelijk’, zegt Fernande van Tets. ‘Alle ellende die Syrië nu te beurt valt, is volgens Assad het gevolg van de sancties door de internationale gemeenschap.’ Het is een uitgekiende strategie, want die sancties bestaan echt en ze hebben ook reële gevolgen. Maar door de focus enkel te leggen op de gevolgen, gaat het regime voorbij aan de oorzaak ervan: de continue schendingen van de mensenrechten van zijn burgers.

Van Tets werkte in 2017 en 2018 voor de VN-organisatie UNRWA in Syrië en zag hoe ook taal een instrument kan zijn om de waarheid te verdoezelen. ‘Westerse media schreven over folteringen door het Assadregime in bedekte termen als “ondervragingstechnieken”. Maar ook binnen de VN gebruikten we vage termen als “moeilijk te bereiken” gebied in plaats van te spreken over “belegerd” gebied, wat correcter was. We spraken niet over “oorlog” maar over “crisis”. We hanteerden dus eufemistische taal, die bijdroeg aan de normalisering van mensenrechtenschendingen door het regime van Assad.’

Het doel was bereikt: de wereld begon te twijfelen over de waarachtigheid van beelden die ons bereikten over oorlogsmisdaden van het Syrische regime.

De informatie over die schendingen was oorspronkelijk nochtans helder, vertelt Rashad Ali, onderzoeker bij denktank ISD. ‘Je had een regime dat zijn eigen bevolking afslachtte en verdreef via luchtbombardementen en uithongering. Ziekenhuizen en andere medische faciliteiten werden gebombardeerd. Verschillende chemische aanvallen werden geverifieerd door Artsen Zonder Grenzen, de Verenigde Naties, onafhankelijke dokters en buitenlandse journalisten die ter plekke waren.’

Maar plots werd dat “evidente” beeld troebel. Fernande van Tets vertelt hoe ze in Damascus sprak met mensen die er stellig van overtuigd waren dat authentieke videogetuigenissen over chemische aanvallen waren opgenomen in filmstudio’s in Qatar. ‘Complottheorieën over de Syrië-oorlog zijn hoe langer hoe meer een ongezien leven gaan leiden’, zegt Rashad Ali. ‘Plots werd pro-regimepropaganda meer en meer gewoon.’

Het doel was bereikt: de wereld begon te twijfelen over de waarachtigheid van beelden die ons bereikten over oorlogsmisdaden van het Syrische regime, zoals de chemische aanval op Douma. ‘Politici in het Britse Parlement begonnen vragen te stellen over de chemische aanvallen, net als een aantal grote media’, zegt Rashad Ali. ‘Of het toch niet de Syrische oppositie was die erachter zat, in plaats van het Syrische regime en Rusland? Kon het toch niet dat de Russen een legitieme strijd voerden tegen radicale en extremistische groepen in Syrië die chemische aanvallen uitvoerden?’

Ook bekende figuren gingen mee in de complottheorieën. Zo postte Roger Waters, de voormalige frontman van rockband Pink Floyd, desinformatieberichten op Facebook: over de “moorddadige” Witte Helmen en over de chemische aanval op Douma, die hij een valsevlagoperatie noemde. Het waren ‘twee van de meest gedeelde berichten met desinformatie’ over Syrië op Facebook, zegt ISD daarover.

Witte helmen

Vooral de campagne tegen de Syrische reddingswerkers van de Witte Helmen was bijzonder succesvol, vertelt Rashad Ali. ‘Er werd openlijk twijfel geuit over hun profiel, ook door democratische stemmen. En ze werden niet alleen het doelwit van propaganda, ze werden ook fysiek aangevallen door Russiche bommen.’

‘Leugens kosten levens’, schrijft mensenrechtenorganisatie The Syria Campaign in het rapport Deadly Disinformation (najaar 2022), waarvoor ze samenwerkte met ISD. ‘Sinds 2012 zijn 296 vrijwilligers – Witte Helmen en medisch personeel – gedood tijdens hun dienst.’

© Gheleyne Bastiaen

© Gheleyne Bastiaen

Desinformatie, zegt The Syria Campaign, probeert die gerichte aanvallen te rechtvaardigen. Het werkte, zegt Ali, want donoren trokken zich terug. ‘Op een gegeven moment trok USAID (het ontwikkelingsagentschap van de VS, red.) zijn steun voor de groep in. Toen de Witte Helmen een jaar lang geen fondsen meer kregen, was dat een grote klap voor hun werk.’

Ook Nederland trok zich terug: in 2018 stopte de Nederlandse regering zijn hulpprogramma aan de Witte Helmen. ‘Terwijl de crisis in de provincie Idlib verhevigde en de Witte Helmen harder nodig waren dan ooit’, schrijven onderzoeksjournalisten van De Groene Amsterdammer.

Ze zochten uit hoe desinformatiecampagnes aandeel hadden in het faillissement van Mayday Rescue, de steunorganisatie achter De Witte Helmen. En concludeerden dat de Witte Helmen het slachtoffer werden van een samenspel van de haatcampagnes en een omstreden hulpprogramma van de Nederlandse regering waarbij steun terechtkwam bij een terreurgroep in Syrië. Nederland trok zich terug uit dat programma en schrapte daarbij meteen ook de steun aan de Witte Helmen.

Handen af van Syrië

De twijfel en de desinformatie maakten het gemakkelijker voor de internationale gemeenschap om de handen af te trekken van Syrië, denkt Rashad Ali. ‘Mondiale machten kwamen ermee weg dat ze geen duidelijk beleid ten aanzien van Syrië hadden, dat ze de wreedheden in Syrië niet konden voorkomen. Er kwam nooit een antwoord op de redelijke vraag om een no-flyzone af te dwingen in een land waar burgergebied wordt platgegooid door het regime en zijn Russische bondgenoot. In de VN zal geen tribunaal komen tegen de oorlogsmisdaden van Rusland in Syrië. Ook de vraag om echte hulp te voorzien, voorbij de goedkeuring van het regime, Rusland en de VN-Veiligheidsraad, blijft onbeantwoord.’

Jaar na jaar slinkt het bedrag voor internationale hulp aan Syrië.

Naast het dataonderzoek interviewde ISD 16 beleidsmakers over hoe zij de impact van desinformatie op beleidsbeslissingen over Syrië inschatten. Daaruit kwam naar voren dat desinformatie zeker geleid heeft tot twijfel en mist, en dat die twijfel zeker resulteerde in politieke discussies. De beleidsmakers gaven aan dat die twijfels ook leidden tot terughoudendheid, bijvoorbeeld in engagementen tegenover de oppositie.

Jaar na jaar slinkt het bedrag voor internationale hulp aan Syrië. In 2022 leverde de donorconferentie 6,4 miljard euro op – meer dan 2021 maar wel veel minder dan het bedrag van 10 miljard euro dat de VN vroegen. Dat heeft zonder twijfel te maken met een zekere “oorlogsmoeheid” van de internationale gemeenschap tegenover Syrië.

Er is afstand gekomen tegenover Syrië en dat is gevaarlijk, vindt Ali. ‘Dit conflict is niet zomaar een conflict op een ander continent. Het heeft ons mondiaal klimaat beïnvloed. Het heeft geleid tot verschuivingen, tot anti-Europese gevoelens, tot een antimigratieklimaat en tot de opkomst van extreemrechts in Europese lidstaten. Van het vacuüm dat in Syrië werd gecreëerd, heeft IS geprofiteerd. Dat moeten we blijvend in het achterhoofd houden.’

Samenwerken met Assad

‘Er is zeker sprake van oorlogsmoeheid’, zegt de Syrische activist Artino. ‘Maar de continue stroom van desinformatie voedt net die donormoeheid. En hoe langer je leugens blijft vertellen, hoe gemakkelijker het is om de waarheid te doen wankelen. Mensen gaan over alles twijfelen en dat leidt de aandacht af van de echte gebeurtenissen.’

Kan desinformatie over Syrië ook leiden tot de normalisering van het Assad-regime? Dat is niet zeker. De sancties tegen het regime blijven overeind, maar tegelijk heeft president Assad het conflict wel overleefd. De wereld snakt naar een normalisering van de situatie, wat leidt tot pragmatische politieke keuzes.

Alle Arabische staten, Qatar uitgezonderd, hebben het afgelopen jaar hun diplomatieke relaties met Damascus verbeterd. De Verenigde Arabische Emiraten en Bahrein heropenden er hun ambassades. En zeer recent kreeg de Syrische president opnieuw een plekje aan de tafel van de Arabische Liga. Die normalisering leidde tot verontwaardigde reacties van de westerse wereld. Waarmee meteen ook de vraag rijst hoe lang die verontwaardiging nog standhoudt.

Ook Turkije liet weten dat het opnieuw aan de tafel wil zitten met het regime dat het zo verachtte. ‘Eigenbelang’, zeggen mensenrechten- en vluchtelingenorganisaties daarover. ‘Turkije, en niet alleen de oppositie, wil af van de vele Syrische vluchtelingen’. Ook Van Tets deelt die mening, ‘en die kijk van Turkije is niet uniek. Ook Europa bekijkt de heropbouw van Syrië met een zekere agenda: de terugkeer van de Syrische vluchtelingen.’

Deze analyse werd geschreven voor het lentenummer van MO*magazine. Vind je dit artikel waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je van tal van andere voordelen.