Van Oeigoerse dwangarbeid, povere arbeidsomstandigheden voor katoenboeren tot een nefaste impact op milieu

Er schort wat aan de katoenteelt en zowat alle grote modemerken blijken daar bij betrokken

Chris Shervey (CC BY 2.0)

Een op vijf katoenen kledingstukken wordt gelinkt aan dwangarbeid. Volgens een coalitie van 180 ngo’s zijn zo goed als alle grote modemerken betrokken bij de gedwongen tewerkstelling van de Oeigoeren door China. Maar ook in Oezbekistan komt dwangarbeid in de katoenpluk voor. Daarnaast is ook de impact op het milieu immens. ‘Consumenten beseffen te weinig wat voor impact dat ene T-shirt heeft.’

Wie zijn of haar kleerkast opentrekt en er iets uithaalt, heeft al snel een kledingstuk vast dat gemaakt is van katoen, of tenminste deels uit katoen bestaat. Een vijfde van die katoenen kledingstukken kunnen gelinkt worden aan dwangarbeid.

Dat stelt een coalitie van maar liefst 180 ngo’s, waaronder de Schone Kleren Campagne, Worker Rights Consortium, Anti-Slavery International en het Uyghur Human Rights Project. De coalitie linkt ‘zo goed als de volledige kledingindustrie’ aan katoenplantages en -spinnerijen in de Chinese autonome regio Xinjiang. In die noordwestelijke provincie wonen zo’n 11 miljoen Oeigoeren, een moslimminderheid met Turkse achtergrond.

China is de grootste katoenproducent ter wereld — het levert stof voor de kledingindustrie van onder andere Cambodja en Myanmar, die aan het begin van de coronacrisis zonder kwamen te zitten. 84 procent van al dat katoen komt uit de provincie Xinjiang.

De afgelopen jaren trokken verschillende mensenrechtenorganisaties en journalisten aan de alarmbel dat honderdduizenden Oeigoeren en andere moslimminderheden ‘gescreend, opgesloten, gefolterd en gebrainwasht’ worden in heropvoedings- en detentiecentra. Naar schatting gaat het om 1 tot 1,8 miljoen mensen.

Een deel daarvan komt terecht op boerderijen en plantages, een ander deel in katoenspinnerijen, ook buiten Xinjiang, ver weg van hun familie. ‘Die fabrieken zijn zoals de centra zelf: vol camera’s, overal politie, zonder enige mogelijkheid om te ontsnappen’, getuigt Gulzira Auelkhan aan BBC. Ze is een Kazachse vrouw die na haar internering verplicht werd om in zo’n fabriek te werken.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Comfortabel bij genocidebeleid?

De Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) definieert dwangarbeid als ‘arbeid waarbij slachtoffers onvrijwillig in penibele arbeidsomstandigheden werken waar ze niet weg kunnen’. Maar Jasmine O’Connor, het hoofd van Anti-Slavery International, gaat een stap verder en gebruikt de term slavernij. ‘De verschrikkelijke misbruiken en slavernij van Oeigoeren en andere Turkse minderheden in China moet gestopt worden’, stelt O’Connor in een persbericht. ‘Merken moeten de banden met leveranciers uit Xinjiang doorknippen. Zo moeten ze ervoor zorgen dat hun toeleveringsketen niet meer gelinkt is aan de uitbuiting van de Chinese overheid.’

‘Merken moeten de banden met leveranciers uit Xinjiang doorknippen, zodat hun toeleveringsketen niet meer gelinkt is aan uitbuiting.'

Anti-Slavery International en de andere ngo’s lijsten op dat onder andere de Wall Street Journal en de denktank Australian Strategic Policy Institute ‘geloofwaardige rapporten en onderzoeksjournalistiek’ over de mensenrechtenschendingen aan het licht gebracht hebben.

Welke merken zijn betrokken?

Abercrombie & Fitch; adidas; Amazon; Badger Sport (Founder Sport Group); C&A; Calvin Klein en Tommy Hilfiger (PVH); Carter’s; Cerruti 1881 (Trinity Limited); Costco; Cotton On; Dangerfield (Factory X Pty Ltd); Esprit; Fila; Gap; H&M; Hart Schaffner Marx; Ikea; Jack & Jones, Only en Vero Moda (Bestseller); Jeanswest (Harbour Guidance Pty Ltd); L.L.Bean; Lacoste (Maus Freres); Li-Ning; Marks & Spencer; Mayor; Muji (Ryohin Keikaku Co., Ltd.); Nike; Patagonia; Polo Ralph Lauren; Puma; Skechers; Summit Resource International (Caterpillar); Target Australia (Wesfarmers); Uniqlo (Fast Retailing); Victoria’s Secret (L Brands); Woolworths (Woolworth Corporation, LLC.); Zara (Inditex); Zegna

Hoe reageren de merken op de aantijgingen?

Nieuwsagentschap Reuters nam contact op met de 38 merken. Slechts een merk (Costco) weigerde te reageren. Alle andere merken stelden dat zij geen afnemers zijn van fabrieken in Xinjiang, maar de meerderheid kon niet bevestigen of in hun toeleveringsketen helemaal geen katoen uit die regio voorkomt. Het Amerikaanse PVH, moederbedrijf van Tommy Hilfiger en Calvin Klein, zegt dat het ‘binnen een jaar de banden zal doorknippen met fabrieken die stof produceren of katoen gebruiken uit Xinjiang’.

Ook C&A, de bekende retailer met hoofdzetel in België die eerder weigerde geannuleerde orders in volle coronacrisis volledig uit te betalen, ontkent te werken met leveranciers uit de regio. Niet onbelangrijk detail: de Thompson Reuters Foundation, een stichting gelinkt aan het nieuwsagentschap, prees C&A nog in 2017 voor zijn inspanningen om dwangarbeid in de textielketen te voorkomen.

Welke bronnen heeft de coalitie geraadpleegd?

Naast onderzoeksjournalistiek van de Wall Street Journal en een vernietigend rapport van Australian Strategic Policy Institute verwijst de coalitie ook naar rapporten en reportages van Associated Press, Australian Broadcasting Corporation, Axios, de Congressional-Executive Commission on China en Global Legal Action Network.

Onder de noemer ‘End Uyghur Forced Labour’ wil de coalitie de merken die genoemd zijn in de rapporten en reportages aansprakelijk stellen. ‘Merken moeten zichzelf de vraag stellen hoe comfortabel ze zich voelen bij het genocidebeleid dat de Chinese overheid voert tegen de Oeigoerse bevolking’, zegt Omar Kanat, directeur van het Uyghur Human Rights Project, in datzelfde persbericht. ‘Om welke reden moesten zij nooit verantwoording afleggen voor hun betrokkenheid bij de gedwongen arbeid? Dat moet nu stoppen.’

Van school gehaald om katoen te plukken

Het is niet de eerste keer dat mensenrechtenorganisaties dwangarbeid op katoenplantages vaststellen. Ook in Centraal-Azië is meermaals dwangarbeid geconstateerd.

De coalitie Cotton Campaign, waartoe ook Anti-Slavery International behoort, roept merken op om niet meer af te nemen uit Oezbekistan en Turkmenistan door middel van een “Cotton Pledge”. Nog meer dan zijn buurland, is Oezbekistan berucht omwille van kinderarbeid en dwangarbeid in de textielketen.

In haar eerste boek To Die For: Is Fashion Wearing Out the World? beschreef Britse journalist en auteur Lucy Siegle al in 2011 hoe kinderen in het oogstseizoen van school gehaald werden om mee te helpen in de katoenpluk, zonder dat ze contact mochten hebben met hun ouders.

Volgens Cotton Campaign werden kinderen en jonge tieners tot 15 jaar sinds 2012 niet meer geviseerd. Studenten vanaf 16 jaar worden wel verplicht te spijbelen om mee te helpen, vaak samen met hun leerkrachten. Daardoor komen lokale voorzieningen zoals onderwijs, maar vaak ook gezondheidszorg, in het gedrang.

In totaal gaat het om meer dan een miljoen mensen die in het oogstseizoen tegen hun wil katoen moeten helpen plukken. Cotton Campaign beschrijft de Oezbeekse dwangarbeid als ‘uniek’. ‘Het is een systeem dat gecontroleerd wordt door de staat, in handen van een president die aan de macht is sinds de val van de Sovjetunie, dat ieder jaar opnieuw de mensenrechten van miljoenen Oezbeekse inwoners schendt’, staat op hun website te lezen.

De coalitie raadt consumenten aan om merken te bevragen waar het katoen in hun producten vandaan komt, informatie die in tegenstelling tot de productielocatie niet standaard in labels staat. ‘Consumenten kunnen druk zetten zodat merken zich publiek uitspreken om katoen uit die landen niet meer te af te nemen.’

Een kerkhof voor boten

Voor hun documentaire The Story of a Panty and of Those Who Make It reisden Brusselse regisseurs Stéfanne Prijot en Yann Verbeke in 2018 naar Oezbekistan. In de film volgen ze de katoenproductie van plant tot onderbroekje.

'Het grootste meer in Oezbekistan droogde op door de katoenproductie.’

Meer dan de schrijnende arbeidsomstandigheden, viel Prijot de milieuproblemen in de omgeving van de katoenplantages op. ‘Beeld je een kerkhof voor boten in’, beschrijft ze haar bezoek aan het Aralmeer, op de grens met Kazachstan. ‘Dat is wat katoen telen op grote schaal aanricht: het grootste meer in Oezbekistan droogde op door de katoenproductie.’

Aan de lijn vanuit Chili, waar ze momenteel woont, vertelt Prijot over de ellenlange reis naar de vlakte die ooit een meer was. ‘De mensen in de omgeving noemen het nu geen meer of zee meer, maar een woestijn. Voor de boeren die er leven, is er geen leven meer. Hoe kunnen zij nog verder?’

Ook voor boeren aan de overkant van de Kazachse grens is dit dramatisch. ‘Het is een immens diplomatisch geschil, want door de katoenteelt in het ene land is het andere land zijn grootste waterbron kwijt.’

NASA Earth Observatory (CC BY 2.0)

Het Aralmeer in 2014 (links) en 2010 (rechts). De dunne zwarte lijn toont de omvang in 1960.

In Oezbekistan merkte Prijot vooral de impact op vissers. ‘Zij moeten noodgedwongen een andere job zoeken. Het beetje water dat overblijft in het Aralmeer zit vol pesticiden, die gebruikt worden in de katoenproductie. Zo kunnen vissers niet overleven.’

‘Ook voor de katoenboeren zijn de gevolgen immens.’ Dat benadrukt Nederlandse duurzame mode-expert en auteur Marieke Eyskoot, die in haar boeken Dit Is Een Goede Gids en Talking Dress. ‘Als het water opgeraakt in een gebied, is dat desastreus. Landbouwmogelijkheden hangen samen met de watervoorziening, omdat katoen een gewas is waar net heel veel water voor nodig is.’

2000 liter water en een halve kop vergif

In Dit Is Een Goede Gids schrijft Eyskoot dat er eigenlijk maar weinig natuurlijk is aan katoen. ‘In elk T-shirt zit een halve kop vergif’, legt ze verder uit per telefoon. Daarmee verwijst ze vooral naar pesticiden, waar ook regisseur Prijot over sprak. Tien procent van alle verbruikte pesticiden ter wereld en 25 procent van alle insecticiden worden gebruikt op katoenplantages. Dat is immens, als je weet dat de plant op “slechts” 2,5 procent van de mondiale landbouwgrond geteeld wordt.

‘Een miljoen boeren zou het slachtoffer zijn van pesticidevergiftiging.'

‘Een miljoen boeren zou het slachtoffer zijn van pesticidevergiftiging, waarvan een vijfde het leven laat: velen van hen zijn katoenboeren’, zegt Eyskoot. ‘Bovendien komt zelfdoding relatief vaak voor bij bijvoorbeeld Indische katoenboeren. Ze kopen ggo-zaden op bij multinationals, vaak terminator seeds die zich niet voortplanten tot nieuwe zaden. Na elke oogst moeten de boeren opnieuw zaden aankopen bij de grote bedrijven. Op den duur zien ze geen uitweg meer.’

IFPRI (CC BY-NC-ND 2.0)

‘Een miljoen boeren zou het slachtoffer zijn van pesticidevergiftiging'

Professor textielkunde Paul Kiekens (UGent) vreest dat consumenten te weinig stilstaan bij wat de katoenteelt kan aanrichten. ‘Katoen is een van de meest intensieve, vernietigende teelten op de wereld. De meeste mensen weten niet eens dat ze 2000 liter water verprutsen als ze een T-shirt van 200 gram katoen kopen. Als we de volledige wereldbevolking zouden moeten kleden in katoenvezels, geraken we er niet. We hebben niet genoeg land en niet genoeg water.’

Op weg naar beter katoen

Is biokatoen beter?

Bij biokatoen zijn pesticiden en genetische manipulatie verboden. Het vraagt iets minder water. Boeren krijgen er beter voor betaald. Biokatoen is dus beter dan gewoon katoen.

Toch is het geen evidente keuze voor boeren. Biologische teelt opstarten, vraagt kennis en investeringen. Omschakelen kan in bepaalde gebieden, veelal zuidelijke landen, sterke verliezen in de oogst veroorzaken. Professor textielkunde Paul Kiekens benadrukt dat biokatoen meer oppervlakte nodig heeft en dat de kwaliteit minder kan zijn dan conventioneel katoen. Minder dan 1 procent van alle katoen is biologisch.

Kies je voor biologisch katoen, let dan op labels. Zo kan GOTS (Global Organic Textile Standard) garanderen dat de productie van biologisch textiel op een milieuvriendelijke en sociaal verantwoorde wijze gebeurt.

Is Better Cotton beter?

Better Cotton is een tussenoplossing: het is niet biologisch, ggo-zaden zijn nog steeds toegestaan, maar het water- en pesticidenverbruik ligt wel lager dan bij gewoon katoen.

Duurzame mode-expert Marieke Eyskoot wijst aan dat het Better Cotton Initiative (BCI) opgericht is in samenwerking met de industrie en beduidend lagere eisen stelt dan bio. Daardoor is het voor merken laagdrempeliger. Intussen is 14 procent van de wereldwijde katoenproductie al “beter”.

In De Correspondent vraagt journalist Emy Demkes zich af hoeveel “beter” better is. Ze waarschuwt dat de daadwerkelijke impact van BCI-katoen nog niet bewezen is en omschrijft de tussenoplossing als een ‘een waterig compromis’. In haar artikel verwijst Demkes naar de stichting Changing Markets, die aanbeveelt dat BCI zou moeten toewerken naar een biologische standaard.

Better Cotton Initiative wordt bovendien gelinkt aan de dwangarbeid in de regio Xinjiang. Daar haalde het een vijfde van zijn “beter” katoen. Eerder dit jaar stelde BCI dat het geen katoen uit die regio meer zou certificeren. Merken zoals H&M en Ikea, die katoen afnemen via BCI, hebben die beslissing publiekelijk gesteund. BCI wil zelf ook aanbevelingen doen en onderzoekt de zaak via een (ongenoemde) externe reviewer. Het in juli beloofde rapport heeft vertraging opgelopen door de coronacrisis en zal pas in oktober verschijnen.

Is Fairtrade beter?

Fairtrade gecertificeerd katoen garandeert betere arbeidsomstandigheden voor de boer en legt ook enkele ecologische spelregels op. Ggo’s zijn uit den boze. Voor pesticiden bestaat er een zwarte lijst met verboden chemicaliën en een grijze lijst, waarbij de boeren begeleid worden om die pesticiden af te bouwen.

Fairtrade International ondersteunt ook boeren om watervervuiling te vermijden en hun waterimpact te meten, te verlagen of zelfs tot nul te herleiden (door gebruikt water te herkanaliseren). Fairtrade katoen is niet biologisch, maar de twee standaarden gaan vaak samen.

Lees meer over katoen in het magazine Slow Fashion Forward of in het dossier Eerlijk Textiel Onder De Loep van Gent Fair Trade.

Gevaarlijke mix

‘Als de ecologische kosten blijven groeien, zullen ook de sociale kosten blijven groeien.’ Dat zegt Charles Snoeck, woordvoerder van Fairtrade Belgium, in het duurzame modemagazine van Gent Fair Trade, Slow Fashion Forward.

Snoeck spreekt niet (alleen) over onmenselijke situaties, zoals de onthullingen over dwangarbeid, maar over elke vorm van katoenteelt. ‘Boeren staan aan de frontlinie, hangen volledig af van hun productie. Miljoenen boeren zitten in een situatie van extreme armoede, omdat ze een te lage prijs krijgen voor hun gewassen. Bovendien ontvangen ze de rechtstreekse klappen van milieuproblemen, zoals waterschaarste.’

De woordvoerder noemt de wisselwerking tussen de ecologische impact van katoenteelt en de povere arbeidsomstandigheden dan ook een ‘zeer gevaarlijke mix’.

Wie zelf vragen heeft rond zelfdoding, kan terecht op de Zelfmoordlijn via het nummer 1813.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Freelance journalist met focus op eerlijke mode

    Sarah Vandoorne is freelance journalist, hispanoloog, Latijns-Amerika aficionada en – voor zover die term steek houdt – een rasechte Belgisch Britse Bengalees.