Zoveel kost een windmolen en zoveel brengt hij op

Analyse

Zoveel kost een windmolen en zoveel brengt hij op

Zoveel kost een windmolen en zoveel brengt hij op
Zoveel kost een windmolen en zoveel brengt hij op

Hoeveel kost het om een windmolen te bouwen? Hoeveel steun krijgt een ontwikkelaar daarvoor van Vlaanderen? En hoeveel brengt hij op? MO* beantwoordt de vragen op basis van informatie van het Vlaams Energieagentschap.

EuroNoteCurrency (CC by-nc-nd 2.0)

EuroNoteCurrency (CC by-nc-nd 2.0)​

Anno 2021 werd dit artikel uit 2015 opnieuw goed gelezen. Daarom voorzag MO* een nieuw artikel met dezelfde vraag als basis: hoeveel kosten windmolens en hoeveel leveren ze op? Wil je de meest actuele cijfers en feiten, dan verwijzen we je graag door naar dat stuk.

Waarschuwing vooraf: dé windmolen bestaat niet. Elke windmolen is anders, en ook de plaats waar hij ingeplant wordt heeft een belangrijke invloed op het rendement.

Dat gezegd zijnde geeft onderstaande berekening wel een indicatief beeld van het financiële plaatje van een windturbine in Vlaanderen.

Voor elke kost wordt de “mediane waarde” gegeven (dat is de middelste waarde van een reeks kosten gerangschikt van klein naar groot, red.). Daarachter gaat telkens een brede verscheidenheid aan werkelijke kosten schuil. En die kosten kunnen een stuk hoger of lager zijn dan de mediaan.

1. Het kostenplaatje van een windmolen

De windturbine zelf

Op de prijs van de windturbine zelf –de mast, de wieken en de ingebouwde technologie– is doorgaans niet zo veel variatie. In speciale gevallen kan de kostprijs wel een stuk hoger liggen dan het gemiddelde.

De gemiddelde kostprijs van recente windturbines waarover het Vlaams Energieagentschap gegevens heeft, bedraagt 1070 euro per kilowatt. De gegevens van het Vlaams Energieagentschap zijn trouwens gebaseerd op informatie die de projectontwikkelaars eens per jaar en in vertrouwen aan de administratie overmaken – weliswaar voorzien van facturen om de gegevens te staven.

Laten we bij wijze van voorbeeld de rekensom maken voor een windturbine van 2300 kilowatt. De gemiddelde kostprijs daarvan is 2,46 miljoen euro (1070 euro/kilowatt x 2300 kilowatt).

© Ecopower cbva

© Ecopower cbva​

Andere investeringskosten

De aankoop van een turbine bedraagt gemiddeld 77 procent van het totale investeringsplaatje. Daarnaast moet de projectontwikkelaar nog een heel pak andere investeringskosten in rekening brengen.

Het gaat daarbij om:

  • projectontwikkeling (6 procent van het totale investeringsplaatje),

  • aansluitingskosten (5 procent),

  • belendende werken (8 procent)

  • en overige kosten (4 procent).

Onder de kosten voor projectontwikkeling valt de aanvraag van een milieu- en een bouwvergunning. Daarin inbegrepen zijn de kosten van de onderzoeken die op voorhand moeten gebeuren (bijvoorbeeld: studies om de ideale locatie te bepalen, berekeningen van de geluidsimpact en de slagschaduw, enzovoort). Deze ontwikkelingskost, aldus het Vlaams Energieagentschap, bedraagt gemiddeld 83 euro per kilowatt. Voor een fictieve windturbine van 2300 kilowatt spreek je dus van 190.900 euro ontwikkelingskosten.

Bij de bepaling van de ontwikkelingskost houdt Vlaanderen géén rekening met de kosten die een projectontwikkelaar maakt voor windturbines die uiteindelijk niet worden gebouwd, bijvoorbeeld omdat de vergunning wordt geweigerd.

De aansluitingskosten slaan op de kostprijs om een windturbine aan te sluiten op het elektriciteitsnet.

Onder de belendende werken vallen onder meer de aanleg van toegangswegen, werkplatformen, funderingen en eventuele studiekosten tijdens de bouw zelf.

De operationele kosten

Eens een windmolen draait en energie produceert, zijn er ook nog kosten aan verbonden: de operationele kosten. Die bedragen volgens het Vlaams Energieagentschap gemiddeld 43 euro per kilowatt. Voor een windturbine met een vermogen van 2300 kilowatt spreek je dus van zo’n 98.900 euro operationele kosten.

Onder de operationele kosten vallen het onderhoudscontract met de leverancier van de windturbine, de verplichte studies die een ontwikkelaar moet uitvoeren eens de windmolen draait (bijvoorbeeld om de werkelijke geluidsimpact in kaart te brengen), de injectiekosten (moeten betaald worden door sommige producenten van elektriciteit als ze de geproduceerde elektriciteit injecteren op het net) en de exploitatiekosten –denk aan verzekering, klachtenbeheer, juridische kosten, groen onderhoud, het afhandelen van verkoopscontracten van stroom, beheer van de portefeuille met groenestroomcertificaten, boekhouding, en ga zo maar door.

Lance Cheung / Flickr (CC by 2.0)

Een technicus doet onderhoudswerken aan een windmolen op Sint Helena Ascension

Lance Cheung / Flickr (CC by 2.0)​

Een laatste operationele kost is het zogenaamde opstalrecht: het bedrag dat een windmoleneigenaar jaarlijks betaalt aan de eigenaar van de grond om zijn windmolen daar te laten draaien. Volgens Bart Bode, algemeen directeur van de sectorfederatie Organisatie Duurzame Energie, bedraagt dat opstalrecht doorgaans tussen de 20.000 en 25.000 euro.

Maar voor de berekening van de subsidies voor windenergie moet het Vlaams Energieagentschap wettelijk uitgaan van 5000 euro opstalrecht per jaar per turbine. Dat was een politieke beslissing.

2. De opbrengsten van een windmolen

Hoeveel geld een eigenaar van windturbines krijgt voor de stroom die hij in het elektriciteitsnet injecteert, hangt af van het contract dat hij afsluit met de energieafnemer. Een deel van de windmoleneigenaars is zelf evenwichtsverantwoordelijke en leverancier van elektriciteit. Voor die categorie is het moeilijk om de exacte opbrengsten van de elektriciteit te bepalen. Andere eigenaars van windmolens verkopen hun stroom aan een afnemer.

Belangrijk om weten is dat elektriciteit uit windenergie minder opbrengt dan de marktprijs van elektriciteit.

Belangrijk om weten is dat elektriciteit uit windenergie minder opbrengt dan de marktprijs van elektriciteit, om de eenvoudige reden dat er geen gegarandeerde toevoer is. Waait het minder hard, dan is er minder energie. De toevoer is dus niet constant, en bijgevolg is de stroom minder waard. In het jargon heet dat: groene stroom heeft geen base load-profiel.

Het Vlaams Energieagentschap gaat er momenteel van uit dat windmoleneigenaars voor hun geleverde elektriciteit een bedrag krijgen ter waarde van 90 procent van de _base load-_prijs.

Veel hangt natuurlijk ook af van hoeveel uur een windmolen daadwerkelijk draait. In het jargon spreekt men van ‘equivalente vollasturen’: het aantal uur op jaarbasis dat een turbine energie produceert omgerekend naar het maximale vermogen van die windmolen.

Het Vlaams Energieagentschap gaat voor de berekening van de steunhoogte uit van 2130 vollasturen per windturbine. Dit is het resultaat van een berekeningsmethode die verplicht moet toegepast worden, waarbij windturbines met een te lage productie niet in rekening gebracht worden. Een gemiddeld recent windpark in Vlaanderen zal daarom mogelijk minder dan 2130 vollasturen draaien.

3. Steun voor windmolens

Beoogde rendement

Om de subsidies voor windenergie te becijferen, vertrekt de Vlaamse administratie vanuit een beoogd projectrendement over een periode van 15 jaar. De investeringskosten en operationele kosten worden in rekening gebracht, alsook de verwachte opbrengst van de verkochte elektriciteit, en zo wordt de steunhoogte berekend.

Dat beoogde projectrendement is het resultaat van een politieke keuze. Bij de opstart van het steunmechanisme heeft voormalig Vlaams minister van Energie Freya Van den Bossche (sp.a) het beoogde projectrendement vastgelegd op 8 procent.

Wat wil een projectrendement van 8 procent dan precies zeggen voor een investering in een gemiddelde windturbine? Stel dat een ontwikkelaar 3,2 miljoen euro investeert in een windmolenproject, dan levert dat gemiddeld genomen jaarlijks meer dan 350.000 euro op, inclusief de steun in de vorm van groene stroomcertificaten (de gedetailleerde berekening besparen we u). En dat gedurende vijftien jaar.

Groenestroomcertificaat

Tot slot nog een woordje uitleg over de precieze berekening van de steunhoogte, vertrekkende vanuit het vooropgestelde projectrendement van 8 procent. Waarschuwing: dit is best complexe materie.

Ieder jaar wordt de overheidssteun opnieuw berekend voor toekomstige projecten, in functie van de kosten en baten die dan gelden.

Wat berekend wordt, is de steun die projectontwikkelaars nodig hebben per megawattuur (MWh) stroom die ze produceren, en dit heet in het jargon de ‘onrendabele top’. Dat bedrag wordt vervolgens gedeeld door de ‘bandingdeler’ (de theoretische waarde van een certificaat, vastgelegd op 97 euro) om de ‘bandingfactor’ te bekomen. Dat getal geeft het aantal certificaten aan dat je krijgt per MWh opgewekte groene stroom.

Ieder jaar wordt de steun opnieuw berekend voor toekomstige projecten in functie van de kosten en baten die dan gelden. Voor windturbines (en zonnepanelen) kan de steunhoogte in de loop van de vijftien jaar nog aangepast worden als blijkt dat de werkelijke elektriciteitsprijs hoger of lager was dan oorspronkelijk aangenomen.

Vandaag kunnen ontwikkelaars voor windturbines per megawattuur maximaal 0,857 certificaten krijgen. Bij de berekening van de bandingfactor wordt aangenomen dat de gemiddelde prijs van een certificaat 97 euro bedraagt. Door het overschot aan certificaten ligt de marktwaarde echter lager. De gegarandeerde minimumprijs voor certificaten bedraagt 93 euro. In feite is er dus een verschil van 4 euro per certificaat, tussen de doorgerekende theoretische waarde van een certificaat en de reële waarde die de ontwikkelaar ervoor kan krijgen aan minimumsteun.

Fictief voorbeeld

Een afsluitende berekening ter illustratie: hoeveel euro steun krijgt een projectontwikkelaar voor een denkbeeldige turbine van 2300 kilowatt?

Als we uitgaan van 2000 vollasturen per jaar, dan komen we uit op een jaarlijkse productie van 4600 megawatt uur per jaar. Installaties met een startdatum in 2015 krijgen 0,681 certificaat per megawattuur. Uitgaande van de berekende jaarlijkse productie zullen ze 3013 certificaten per jaar ontvangen.

Nemen we aan dat de certificaten verkocht worden aan 93 euro per certificaat, dan zorgt dit voor een jaarlijkse inkomst van 280.209 euro.