Zwart of wit werk: vluchtelingen in de grijze wachtzone

Stel, je bent een van de één miljoen vluchtelingen die in 2015 in Duitsland arriveerden. Je bent jong, flexibel, en je wilt wat, maar je mag niet werken. Wat doe je: wacht je af of ga je zwart aan de slag?

  • Bwag (CC by-sa 430) Migranten wachten in Wenen op een trein die hen naar München moet brengen. Volgens het IAW zouden in 2016 tot 300.000 vluchtelingen zich door het verbod op werken in de schaduweconomie kunnen begeven. Bwag (CC by-sa 430)
  • © Michiel Petitjean Vluchtelingen en niet-Europese immigranten vinden minder snel toegang tot de arbeidsmarkt dan geboren Europeanen. © Michiel Petitjean
  • Benny Wijaya (CC by-nc 2.0) De impact van statusverlies is een terugkerend onderwerp in gesprekken met vluchtelingen die hun leven en netwerken plots achterlieten. Benny Wijaya (CC by-nc 2.0)
  • Global Panorama (CC by-sa 2.0) Global Panorama (CC by-sa 2.0)

‘Mevrouw, u stelt het te rooskleurig voor. Voor vluchtelingen maatschappelijk kunnen bijdragen, moeten ze werk vinden. Maar de meesten zijn niet opgeleid en gaan in het zwart werken.’ Het was de reactie van een vrouw die mijn lezing over vluchtelingen en beeldvorming bijwoonde. Mijn afsluitende woorden over hoe vluchtelingen fiscaal en sociaal kunnen bijdragen aan de samenleving van hun nieuwe land zette ze subiet bij het vuilnis.

Het was, zo leerde het verdere gesprek, in de eerste plaats buikgevoel dat ze omschreef. Maar dan een buikgevoel dat wel meer mensen delen. Belgische en andere Europese burgers maken zich zorgen, en stellen legitieme vragen. Een van de vragen is of onze economieën dit wel aankunnen. Schaffen wir das echt? Kunnen we nieuwkomers gemakkelijk aan een baan helpen? En staat anders de poort naar zwartwerk open?

Het vinden van een eerlijke baan is een van de hoekstenen voor een succesvolle integratie van nieuwkomers. Alleen, vluchtelingen die asiel aanvragen in Duitsland, mogen net zoals in België niet meteen werken. Na hun erkenning, die gelet op de massale instroom even kan duren, moeten ze drie maanden wachten voor ze zich op de arbeidsmarkt mogen begeven.

Volgens het IAW zouden in 2016 tot 300.000 vluchtelingen zich op de schaduweconomie kunnen begeven.

In 2015 alleen al registreerde het Duitse federale bureau voor Migratie en Vluchtelingen (BAMF) 1.090.000 asielzoekers. Twee derde daarvan is afkomstig uit Syrië, Irak en Afghanistan. Daarmee zijn onze oosterburen wereldleider in de categorie ‘landen met de meeste asielaanvragen in 2015’. Het betekent echter ook dat een half miljoen vluchtelingen in de Duitse procedure in de wacht is gezet. Natuurlijk zijn hier ook kinderen bij, en is dit cijfer overdreven. Maar volgens de gegevens van het BAMF is de “typische” Duitse vluchteling in 2015 mannelijk, jonger dan dertig en dus klaar voor de arbeidsmarkt. En juist daarom vindt het IAW, een Duits economisch onderzoeksinstituut, de vluchtelingensituatie geen goede zaak voor de officiële Duitse economie. Volgens het IAW zouden in 2016 tot 300.000 vluchtelingen zich immers op de schaduweconomie kunnen begeven.

‘Die schatting is echter onrealistisch hoog’, reageert de Duitse hoogleraar economie Herbert Brücker in een recent artikel op de website van omroep Deutsche Welle. Ook de toegang tot de illegalebanenmarkt heeft immers grenzen en werkt volgens het eigen-volk-eerstprincipe, meent hij. En dus vinden nieuwkomers die nog geen netwerk hebben niet meteen illegale klussen, mochten ze dat al willen. ‘Bovendien’, zegt hij, ‘piekeren veel vluchtelingen er niet over om zich in illegale circuits te begeven, precies omdat het hun kansen op erkenning in gevaar brengt.’ En dat wordt ook bevestigd in onderzoek van het IMF en de OESO.

Eigen teugels eerst

© Michiel Petitjean

Vluchtelingen en niet-Europese immigranten vinden minder snel toegang tot de arbeidsmarkt dan geboren Europeanen.

‘Ik zit letterlijk te wachten op mijn integratie. Het gaat zo langzaam’, verzucht Yassin[*], die via hervestiging vijf maanden in België is en al erkend werd als vluchteling. Yassin is, eigenlijk zoals veel Syriërs die ik het voorbije jaar ontmoette, het actieve type: ongeduldig om de teugels van zijn leven opnieuw in eigen handen te nemen. Maar het vervolg van de taalcursus laat op zich wachten. En dus ook de toeleiding naar werk, en ja, de teugels in zijn handen. Want toen hij vanwege zijn werkervaring als nationale Apple-inkoper voor de Syrische markt werd uitgenodigd bij Apple Antwerpen, was het gesprek vlot en lang. Maar het eindigde met: ‘We zien je heel graag terug als je Nederlands spreekt.’

Vluchtelingen en niet-Europese immigranten vinden minder snel toegang tot de arbeidsmarkt dan geboren Europeanen. Dat wijst het recente IMF-rapport The Refugee Surge in Europe uit. De tijd mag de kloof dan wel dichten, intussen blijven taal, ontbrekende of niet erkende opleidingen, het ontbreken van netwerken, discriminatie bekende barrières voor nieuwkomers om snel werk te vinden.

De schrijvers van het IMF-rapport bekritiseren het te lange verbod op werk dat veel lidstaten hanteren. Ze pleiten voor sneller recht op werk, nog tijdens de asielprocedures, en voor stimuli voor werkgevers die vluchtelingen aannemen.

En België?

De laaggeschooldheid van de recent ingestroomde asielzoekers in België is een probleem. Dat zegt de VDAB in De Morgen, dat de cijfers opvroeg over de activiteitsgraad van asielzoekers van 2009 tot en met februari 2016. Uit onderzoek blijkt dat na één jaar slechts 33,3 procent werk vindt, en drie jaar later nog steeds maar 44,5 procent. ‘Geen cijfers om vrolijk van te worden’, zeggen experts.

Dat beaamt VDAB-woordvoerder Piet Cosemans. Hij ziet grote uitdagingen. ‘De recente instroom van vluchtelingen, voornamelijk uit Irak, Syrië en Afghanistan, is immers gemiddeld jonger, lager geschoold en mannelijker dan de groep asielzoekers in zijn geheel. We zien zelfs meer mensen uit die landen die analfabeet zijn, 17 procent, tegenover 8 procent in de totale groep. Irakezen, Syriërs en Afghanen samen zijn goed voor 47 procent laaggeschoolden, tegenover 35 procent laaggeschoolden in de totale groep asielzoekers.’

‘Er is ook een probleem aan de aanbodzijde: de Vlaamse werkgevers zijn minder geneigd dan die in de buurlanden om asielzoekers in dienst te nemen.’

Maar, gaat Cosemans verder, laaggeschooldheid is niet het enige probleem. ‘Er is ook een probleem aan de aanbodzijde: de Vlaamse werkgevers zijn minder geneigd dan die in de buurlanden om asielzoekers in dienst te nemen.’ De goodwill die er is bij de werkgevers- of sectorfederaties sijpelt niet door tot bij hun leden. ‘Er zijn maar een paar bedrijven die aanstalten maken om meer asielzoekers aan te nemen. Tot nu is het wachten tot ze de stap ook zetten.’ Uit onderzoek van de OESO uit 2014 bleek dat alleen Turkije, Griekenland en Spanje het slechter deden dan België om niet-Europese nieuwkomers aan werk te helpen.

In 2010 was bijna 40 procent van de mensen die in 2002 in België aankwamen aan het werk, slechts 25 procent van de erkende vluchtelingen is afhankelijk van een sociale uitkering. Dat zegt dan weer het academisch rapport Careers (2015), dat besteld werd door het federaal migratiecentrum Myria. De onderzoekers trokken de werkgelegenheid na van personen die tussen 2001 en 2010 een asielaanvraag indienden. De studie toont aan dat hoe sneller een vluchteling of asielzoeker aan het werk gaat, hoe groter de kans dat hij of zij aan het werk blijft.

In november 2015 verkortte België de termijn waarna asielzoekers die in de procedure zitten mogen werken: van zes maanden naar vier maanden. ‘Dat juichen we toe, samen met andere pleitbezorgers’, zegt Elhasbia Zayou van Vluchtelingenwerk Vlaanderen. ‘Maar we weten ook dat het tijd vraagt voor vluchtelingen hun leven op de rails krijgen.’

Hooggeschoold – máár

Sinds 2014 kunnen asielzoekers in België nog tijdens hun procedure vrijwilligerswerk doen. Cruciaal noemt Zayou dat, ‘maar we zijn er nog lang niet. Het aanbod is te mager, taal en ook wantrouwen tegenover vluchtelingen vormen hier een drempel.’

Jamil[*], een Syrische fysicus-astronoom die sinds anderhalf jaar een erkend vluchtelingenstatuut heeft, mag zichzelf wellicht vrijwilliger van het jaar noemen. ‘Ik wilde zo snel mogelijk onafhankelijk zijn. Maar ik wist dat mijn kansen zonder taalkennis laag waren. Ik wilde niet gewoon thuisblijven. En dus begon ik via het internet als een gek te zoeken naar vrijwilligerswerk.’

Benny Wijaya (CC by-nc 2.0)

De impact van statusverlies is een terugkerend onderwerp in gesprekken met vluchtelingen die hun leven en netwerken plots achterlieten.

Jamil verzond meer dan vijftig onbeantwoorde mails, tot iemand hem adviseerde om bij Natuurpunt aan te kloppen. Daar is hij tot vandaag nog actief als vrijwilliger. Van het een kwam het ander. Jamil deed nog vrijwilligerswerk bij Vluchtelingenwerk Vlaanderen, Rode Kruis Vlaanderen en tolkte bij verschillende organisaties en instituten. ‘Als ik alles bij elkaar optel, deed ik vorig jaar tien vrijwilligersbanen.’ De fysicus heeft intussen een contract van een jaar bij de dienst Internationale Relaties van de VUB.

Andere hooggeschoolden hebben het moeilijker. ‘Vaak wordt tijdens de arbeidsbemiddeling voor hooggeschoolde nieuwkomers geen rekening gehouden met hun opleidingsniveau en krijgen ze echt banen onder hun niveau aangeboden. Dat tast de waardigheid van mensen aan.’

‘Ik wil beslist niets arrogant klinken, maar ik verlang ernaar te kunnen spelen op mijn niveau, niet eronder.’

De impact van statusverlies is een terugkerend onderwerp in gesprekken met vluchtelingen die hun leven en netwerken plots achterlieten. Neem Ali Shaker Hassan, sinds drie jaar in België en erkend als vluchteling, een statuut waar hij het moeilijk mee blijft hebben. Hassan, een zeer getalenteerde en bekende jonge muzikant in Irak, volgde een strenge klassieke muziekopleiding in Bagdad en Egypte. Alleen, zijn repertoire is dat van de Arabische meesters, en zijn prachtige snaarinstrument, de kanoen, niet Europees. Het hoeft geen drempel te zijn, maar de Belgische deuren naar een professionele voortzetting van zijn muziekcarrière blijven voorlopig gesloten. ‘De eerste maanden speelde ik nauwelijks. Tot ik werd uitgenodigd om met andere muzikanten op amateurniveau te spelen. En nu wil ik beslist niets arrogant klinken, maar ik verlang ernaar te kunnen spelen op mijn niveau, niet eronder.’

Behalve voor loonsubsidies pleit Vluchtelingenwerk Vlaanderen sterk voor een betere beleiding bij het erkennen van diploma’s en vaardigheden. ‘Het gaat nog steeds erg langzaam’, zegt Elhasbia Zayou. ‘Bovendien moeten mensen daar alweer geld voor neertellen, wat voor velen niet makkelijk is. En vaak is het een hele bureaucratische, ingewikkelde administratieve procedure, wat ook alweer niet eenvoudig is voor nieuwkomers.’

‘Louter de erkenning van mijn diploma middelbaar onderwijs heeft al zes jaar geduurd. Bleek dat de dame die mijn dossier beheerde gewoon met pensioen was’, zegt Hassan[*], theatertechnicus in de kunstensector, onder meer bij Festival des Arts. Hassan, afkomstig uit Bagdad en intussen acht jaar in België, noemt ons land het land van papieren. ‘Ze pushen je, terecht, om werk te zoeken, maar je krijgt nauwelijks begeleiding in het papierwerk. Ik heb alles zelf moeten ontdekken, met vallen en opstaan.’

Zo viste hij naast het kunstenaarsstatuut, waar hij nochtans helemaal voor in aanmerking komt. ‘Omdat ik constant op andere plekken werk, en vaak ook seizoensgebonden, grijp ik zo naast bepaalde beschermingsmaatregelen. Ik doe vandaag hetzelfde werk als mijn collega, die een bediendenstatuut heeft, maar zit zelf nog altijd vast aan een arbeidersstatuut.’

Hoe zit het nu met zwartwerk?

Onderzoek wijst echter uit dat asielzoekers wier asielaanvraag is afgewezen niet noodzakelijk terugkeren. Zij die blijven hangen en vluchtelingen die om diverse redenen geen asiel aanvragen, komen sneller in het zwarte circuit terecht. In het recente rapport The Rise of European Sweatshops pleit het het Europees instituut voor Aziatische Studies voor meer legale wegen voor asielzoekers om mee te kunnen doen. Hoe dat moet, schrijven ze er helaas niet bij. Maar ze hebben een punt met de stelling dat de enorme afscherming van de formele arbeidsmarkt en het ontbreken van een beleid dat gericht is op arbeidsmigratie de weg banen voor zwartwerk.

Er is een heuse maffia in de steden, die zich richt op illegale adressenhandel.’

Global Panorama (CC by-sa 2.0)

Anders is het dus gesteld voor asielzoekers in de procedure of met een erkend statuut. De grijze zone bevindt zich daar veeleer in de huisvesting. Door het grote gebrek aan betaalbare woningen gaan mensen “illegaal” samenhokken. Dat zegt ook Yassin. ‘Zonder de steun van een goede Belgische vriendin zat ik nu niet legaal in mijn studio in hartje Antwerpen. Er is een heuse maffia in de steden, die zich richt op illegale adressenhandel.’ En er is de onzekerheid op de arbeidsmarkt. De baan die Yassin eerder aangeboden kreeg, heeft hij geweigerd. ‘Het was te onzeker, ik werd gevraagd door een internationale activistische organisatie die sterk van projectsubsidie afhankelijk is. Ik had geen zin om mijn OCMW-geld, dat ik nu echt nodig heb om te overleven, mijn medische kosten en huur te betalen, te verliezen.’

De keuze tussen een onzekere baan of OCMW-steun herkent Elhasbia Zayou wel. ‘België heeft ook een bijdrageregeling volgens loonschijven geïntroduceerd voor vluchtelingen en asielzoekers die nog in de opvangstructuren zitten. Dat is logisch, maar de bijdragen zijn soms ontzettend hoog.’ Zo moet een werkende asielzoeker, zodra hij meer verdient dan 500 euro per maand, 75 procent van zijn loon bijdragen. ‘Op die manier kunnen mensen niet sparen voor huisvesting, en vergeet niet dat ze twee maanden na hun erkenning uit de opvang moeten. Het is geen stabiel inkomen om zich na de opvang te kunnen settelen? En toch dreigen ze uit de boot te vallen voor een installatiepremie en andere subsidies.'
‘Maar’, voegt ze eraan toe, ‘we kunnen het niet genoeg herhalen, werk biedt op langere termijn veel meer garanties.’

[*] Deze mensen wilden liever anoniem spreken.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur