Ahlan fi Gaza - Welkom in Gaza!

Blog

Ahlan fi Gaza - Welkom in Gaza!

Mijn wekker kraait pijnlijk in mijn oor om zes uur ’s ochtends. Ik doe een strompelende sprong uit mijn bed. Me verlatend op kinderlijke hoop kruis ik mijn vingers en douche ik me wakker. De eetzaal is gevuld met mannen die me met verbazing gade slaan. Het is een dagelijks tafereel, dat iedere alleenreizende vrouw in het Midden-Oosten ten beurte valt.

De receptionist belt een taxi voor me en tien minuten later stap ik in een schamel krakende wagen bij een oude rustige man die me door de Sinaï naar de grens met Rafah gidst. De zee blijft ons begeleiden door het dorre landschap dat een zekere tristesse heeft omarmd. We kruisen enkele ezelskarren bestuurd door in niqab gehulde vrouwen, een misplaatst blitse BMW en een vergeelde minitraktor. Een uur later, het is nu 8u15, doemt de poort van Rafah voor ons op. Tien jonge kerels springen op de taxi en overdonderen ons. Mijn bagage wordt uit de taxi gesleurd “It’s ok!”, maar de rekening wordt me uiteraard enkele minuten later gepresenteerd. Een 45-jarige man poogt zich over me te ontfermen en loodst me weg van de wachtende menigte. Ik heb geen zin om te betalen voor vriendelijkheid en murw me terug naar de poort ondanks zijn aanmaningen om te wachten.

Enkele Palestijnen worden doorgelaten. Een soldaat vraagt me of ik journalist ben en vraagt me om te wachten. Vijf minuten. Naast me staat een 31 jarige Palestijnse vrouw met haar twee dochters. “Mijn zoontje zit aan de andere kant. Ik heb hem al vier jaar niet meer gezien.” De man achter me is een Palestijn met een Amerikaans paspoort en wil zijn oude moeder in Gaza bezoeken. Vorig jaar heeft hij twee weken vruchteloos gewacht. Hij heeft haar al lang niet meer gezien. Ik absorbeer hun trieste verhalen en durf niets te zeggen over mijn “ellendig wachten”.

Een man in burger passeert ons en neemt mijn papieren mee. “Wait five minutes.” Twintig minuten later sluit de metalen poort achter me en bevind ik me binnenin de grenspost. Mijn metgezellen spreken me bemoedigend toe

Ik koop een zegel van 2 EP, wacht her en der, toon al mijn papieren, betaal 105 EP om het land te verlaten en koop een busticket naar Palestijns Rafah. Als enige buitenlander word ik ter zijde genomen en vraagt men mij wat ik zal doen in Gaza, waar ik zal overnachten, of ik getrouwd ben (met fronsende wenkbrauwen) en wie me zal komen ophalen. “Don’t worry you will be safe and you are always welcome in Gaza!”

Het is in niets te vergelijken met de Israëlische “grenshospitaliteit”, waar ik de laatste twee keer als een crimineel behandeld werd. Hier word ik begroet door de grensofficieren met “Ahlan fi Gaza! Welcome in Gaza!”