Bloed of hoop aan het eind van de regenboog?

Blog

Tussen toerisme en het echte leven

Bloed of hoop aan het eind van de regenboog?

Bloed of hoop aan het eind van de regenboog?
Bloed of hoop aan het eind van de regenboog?

Zuid-Afrika, ge trekt en ge duwt. Ge droomt en ge faalt, en ge droomt opnieuw. Ge vergeeft en ge neemt wraak. De ene dag denk ik U te kennen. De volgende dag doet ge ’t weer; mij verrassen. Zuid-Afrika, met al uw dromen en al uw falen, met al uw bergen en al uw dalen, met al uw oceaan, uw water, uw verdriet, met al uw lelijkheid en al uw schoonheid... Zuid-Afrika, ik begin van U te houden.

Een jonge man met petje op het hoofd, oorbel, en lichtjes scheel kijkende blik begroet mij zodanig snel dat ik niet eens kan antwoorden. ‘Morning, miss!’

Hoge alertheid, geschreeuw, getoeter en gefluit. Altijd op zoek naar meer mensen. Het taxibusje moet vol. En als het vol is, dan proppen we er altijd nog minstens één iemand bij.

Hier is de muziek afhankelijk van de voorkeur van de chauffeur. Aangezien dat meestal een nogal opgefokt typeke is, kom ik met een loeiharde ‘I don ‘t give a fuck, bitch’ en ‘I’m gonne love you until you hate me’ op een schokkende achterbank terecht. Op het moment dat iemand een Rand te weinig op zak heeft, of het moment waarop het wisselgeld niet blijkt terug te komen, is het busje pas echt te klein…

Winter in mijn gedachten

De winter doet subtiel maar zeker zijn intrede in Kaapstad. Meer wolken in de lucht. Regen op de ramen. Het uitzicht op de cape flats is nog grijzer en grauwer dan voorheen.

Als ik ‘s avonds thuis kom, voel ik mij een groot verwend nest.

En ik heb helaas soms de neiging dat grauwe in mijn gedachten op te nemen. Ik zie mensen met honger. Ik zie mensen met drugsogen. En ik weet dat mijn theaterjongeren geweerschoten horen als ze ‘s avonds in hun bed liggen. Wat doe ik hier? Wat wil ik eigenlijk? Met ‘t leven? Waar kom ik vandaan en waar ga ik naartoe? Hoe kan ik iets betekenen in deze veel te grote wereld?

Maar als ik ‘s avonds thuis kom bij mijn nieuwe Keniaanse vriend, die in ruil voor kost en inwoon een oogje in het zeil houdt in ons studentenhuis in Observatory, dan voel ik mij een groot verwend nest.

Mijn Keniaanse vriend is vroeger meerdere keren op straat in elkaar geslagen, omdat hij verliefd wordt op mannen. Mijn Keniaanse vriend verloor zijn moeder, zijn vader, zijn tante en zijn vrienden, en drinkt wijn om dat alles te vergeten. Hoe meer wijn hij naar binnen heeft, hoe harder hij mij vastpakt. Ben ik, groot verwend nest, nu niet degene die de trooster zou moeten zijn?

© Margot Van Wauwe

Township.

© Margot Van Wauwe

Het beloofde land

Voor mijn Keniaanse vriend, en voor zovele anderen op het Afrikaanse continent, bleek Zuid-Afrika het beloofde land.

Het is toch hier waar men ruimdenkender is dan elders in Afrika? Het is toch hier waar men iets meer lijkt op het jaloersmakende Westen? En het is toch hier waar de kip pas echt veranderd is in KFC?

‘Oh girl, count your blessings, every day. That is the way to deal with it.’

Ja, maar het is ook hoofdzakelijk hier waar in de townships van Johannesburg, Durban, en Pretoria mensen uit andere Afrikaanse landen door Zuid-Afrikanen worden vermoord. Omdat er honger is. Omdat er geen jobs zijn.

Omdat racisme de noodkreet is waar Zuid-Afrika steeds naar teruggrijpt. Omdat men door de geschiedenis niet van zichzelf en van elkaar heeft leren houden. Omdat deze jonge democratie een lange puberteit door moet. Er wordt gesproken van ‘bloed aan het einde van de regenboog’.

© Margot Van Wauwe

Addo National Park.

© Margot Van Wauwe

En terwijl dit alles gebeurt, zit ik, groot verwend nest, plots met een Chinees koppel toeristen, en twee vrienden, in een tourbusje op de Garden Route. Uren lang blijven de prachtige landschappen aan mij voorbijgaan. De muziek op de achtergrond maakt van deze gelegenheid een mooi moment voor reflectie, mijmering. Wat wil ik eigenlijk? Met ‘t leven? Waar kom ik vandaan en waar ga ik naartoe? Hoe kan ik iets betekenen in deze veel te grote wereld?

© Margot Van Wauwe

Garden Route.

© Margot Van Wauwe

Enkele keren per dag vliegt er plots een selfie stick boven mijn hoofd. ‘Say hello’, zegt de Chinees. Het koppel is op huwelijksreis, enkele maanden lang, in elk continent een land. Ze zijn in Zuid-Afrika voor zeven dagen. De man is teleurgesteld, omdat hij 400 Rand betaalde voor een open safari vehicle in camouflagekleur en slechts twee dieren van The Big Five heeft gezien. Vervolgens vraagt hij mij of een t_ownship tour_ de moeite is. Ik zeg hem vriendelijk van niet.

Er is altijd hoop

’s Avonds sta ik op een strand. Ergens in een klein dorpje op het platteland kan dit. Ik voel me veilig. De golven in de oceaan lijken licht te geven. Het geluid maakt me rustig. Boven mij een donkere hemel waar ik de Melkweg doorheen kan zien.

Nog nooit eerder heb ik zoveel sterren aanschouwd, af en toe valt er één. En daar ga ik weer: reflectie, mijmering, maar steeds minder grauw…

© Margot Van Wauwe

Zonsondergang bij Jeffrey’s Bay.

© Margot Van Wauwe

Wat Zuid-Afrika mij in deze maanden geleerd heeft, is dat er altijd hoop is. Er is hoop in het talent van mijn vijftienjarige speler die openhartig een persoonlijke monoloog op scène brengt. Er is hoop in de kunst, in de theatervoorstellingen die reageren op de xenofobie.

Er is hoop in de studenten die na Rhodes must Fall blijven debatteren. Er is hoop in degene die durft op te staan tijdens zo’n debat en duidelijk maakt dat de oude woede niet zal helen met nieuwe woede, dat we ‘t moeten doen met wat er nu is.

Er is hoop in het geloof, in de Xhosa Gospel, in de kerk. Daar waar Desmond Tutu destijds ook de zalf op de wonde legde. Daar waar alles samenkomt en ik eens niet de blanke ben, maar één van hen. Daar waar dansend, zingend, huilend, alles mag.

Wens

En terwijl de sterren naar beneden vallen, besef ik meer dan ooit, dat we allemaal hetzelfde zijn. Dat ieder mens op deze aarde hoogstwaarschijnlijk hetzelfde zou wensen bij het vallen van de ster.

‘We zijn allemaal kinderen van God’, en of ik nu in die God geloof of niet, hij heeft gelijk.

Ook de Chinees, die ik in mijn rechterooghoek naast zijn lief zie staan, smartphone en camera eindelijk opgeborgen, als een kind verwonderd kijkend naar diezelfde sterrenhemel.

Zuid-Afrika, met al uw bergen en al uw dalen, met al uw oceaan, uw water en uw verdriet: het wordt tijd om van uzelf te houden. Misschien moeten wij U op dit moment maar gewoon aanvaarden zoals ge zijt, en daar het beste van maken, want met U te willen plooien en buigen, nee, zo werkt de liefde niet.

I’m not gonne love you until you hate me. Zuid-Afrika, met al uw dromen en al uw falen, gij zult uw weg wel vinden. Gij komt er wel.