Dakloos in New York - dag 8 - wie slaapt volgende winter op straat?

Blog

Dakloos in New York - dag 8 - wie slaapt volgende winter op straat?

Vandaag starten we onze werkdag in een driehoekig parkje waar een zevental mensen ligt te slapen. We herkennen Thomas en zijn vriendin van enkele dagen geleden in Midtown. De rest zijn nieuwe gezichten. Alweer ben ik verwonderd dat de meesten het niet erg lijken te vinden dat ze gestoord worden in hun slaap. Ze reageren vriendelijk en behulpzaam, ook vóór we de tien dollar vermelden. De gast die ik als eerste interview, zou je zo kunnen overflitsen naar een Belgische festivalweide. Hij ziet er zo gewoon uit, maar belandt iedere keer opnieuw op straat. Hij kent Common Ground, de non-profitorganisatie waarvoor wij op pad zijn. Een vriend van hem had niet zo lang geleden een woonst verkregen via hen. Hij hoopt dus dat hij ook in aanmerking zal komen.

Terwijl ik aan het eerste interview bezig ben, arriveren er drie mannen in het parkje, waarvan een met een behoorlijk wilde blik in de ogen. Ik zie hem naar het slapende meisje gaan. Hij port in haar buik en probeert haar wakker te maken. Daarna gaat hij haar nog een drietal keer lastig vallen, trekt de jas weg die over haar hoofd ligt, enzovoort. Op zich doet hij haar eigenlijk niet echt kwaad, maar de rillingen lopen over mijn rug bij de gedachte wat er zo’n meisje allemaal kan overkomen. Tijdens de training werd er al op gewezen dat dakloze vrouwen vaak afkeriger zijn om mee te werken dan mannen. Ze zijn veel meer op hun hoede omdat het leven op straat voor hen vaak extra zwaar is en ze heel vaak lastig gevallen worden. De drie jongens komen naar ons toe en willen ook geïnterviewd worden, maar daarin moeten we erg strikt zijn: we mogen niemand interviewen die zelf op ons afstapt. De gasten zijn teleurgesteld en hoewel ze niet echt boos zijn, lijkt het ons beter om eerst een ander deel van onze kaart af te werken en hen niet te provoceren door de andere mensen in het parkje wél te interviewen.

Iets wat me ook al opviel, en wat ik niet verwacht had, is dat veel daklozen - iets minder dan de helft ongeveer – toch een ziekteverzekering hebben. Toen wij zelf in het begin van ons verblijf in Amerika de rekening van onze ziekteverzekering kregen, vielen we haast stijl achterover. Ik was er dus van overtuigd dat armere mensen geen verzekering konden betalen. Dit is ook voor een groot deel zo, er zijn enorm veel onverzekerde Amerikanen. Maar er bestaat hier ‘Medicaid’, een staatsgestuurde ziekteverzekering voor mensen die zich geen verzekering kunnen permitteren. Er zijn wel een heel aantal voorwaarden vooraleer je zo’n verzekering krijgt, waardoor bijna zestig procent van de arme Amerikanen niet in aanmerking komt. Het bestaan van die verzekering is dus wel positief, maar voldoet duidelijk niet aan de noden. De daklozen die via Medicaid verzekerd zijn, kunnen dus medicatie krijgen (zoals Pedro zijn insuline) of op consult gaan bij een psychiater.

Ik interview Willie, die zeer optimistisch gestemd is. Hij heeft straks een afspraak bij de daklozenorganisatie en hoopt dat ze een kamer voor hem zullen hebben. Een wat oudere vrouw die door Ella wordt geïnterviewd is pas twee dagen geleden voor het eerst op straat beland. Ze ziet er wat verloren uit en we hebben allebei de neiging om ‘IETS’ te doen, maar wat? Ik herinner me dat er op de training verteld werd dat diegenen die al het langst op straat leven, eerst in aanmerking komen voor een woning. Toen leek dat inderdaad fair. Nu krijg ik daar twijfels over, want veel ‘anciens’ leven al zo lang op straat, terwijl zo’n dame die twee dagen geleden nog een huis had, misschien beter kan aanpassen aan een nieuwe woonst dan aan het leven op straat. Het moet voor de mensen van de organisatie keihard zijn om te moeten beslissen: wie wel en wie niet? Wie brengt volgende winter op straat door en wie krijgt een kamer?