De slag om het papierwerk

Blog

De slag om het papierwerk

Het is zover, ik heb exact anderhalve week terug de knoop finaal doorgehakt en een ticket gekocht. De beslissing was al langer met vastberadenheid genomen, maar zolang ik niet kon antwoorden op de vraag “En wanneer vertrek je?”, bleef het een plan zonder credibiliteit voor de buitenwereld.

24 oktober: van België naar Egypte

Het is zover, ik heb exact anderhalve week terug de knoop finaal doorgehakt en een ticket gekocht. De beslissing was al langer met vastberadenheid genomen, maar zolang ik niet kon antwoorden op de vraag “En wanneer vertrek je?”, bleef het een plan zonder credibiliteit voor de buitenwereld. Zondagmiddag 24 oktober, ik kus mijn familie gedag in de luchthaven van Zaventem. Mijn jongste broer krijgt er drie, zoals het hoort voor jarigen. Via Athene reis ik naar Caïro. Egypte is mijn verhoopte poort naar de Gazastrook.

’s Avonds omhelst het tropische Egyptische klimaat me. Ik smelt weg in mijn sportschoenen, fleecetrui én jas waarmee ik de Belgische kille koude poogde te trotseren. De zompige warmte bekoort me echter in de eerste plaats tot een genoegzame glimlach. I like it hot! Mijn chauffeur rijdt me naar Wustan Balad, Downtown Caïro, het centrum van de hectisch claxonnerende verkeersgekte. Auto’s vliegen hier. Egyptische chauffeurs beheersen de kunst om rakelings langs mekaar heen te scheren tot op de millimeter. Ik ben blij dat ik gepantserd wordt geherintroduceerd en dat ik me pas morgen stapvoets moet overgeven aan het verkeersmonster.

25 oktober: ik versus de bureaucratie

Ik wandel langs de machtige Nijlrivier naar het Media en TV gebouw, op zoek naar gouden documenten die me door Rafah naar Gaza zullen gidsen. Ik ben gewapend met een brief van MO*Magazine dat bevestigt dat ik vanuit Gaza verslag zal uitbrengen, een internationale perskaart, een uitnodiging van een Palestijnse NGO in Gaza waarvoor ik zal werken en een blinkend Europees paspoort.

De veiligheidsbeambte stuurt me terug naar de receptie. Achter de balie zitten vier mannen koffie te slurpen terwijl ze kauwen op baladi, Egyptisch brood, met foel, een bonenpasta. Het is een typisch Egyptisch ontbijttafereel, dat op weekdagen voornamelijk buitenshuis plaatsvindt; onderweg of op de werkvloer.

Ik vraag de heren om mijn contactpersoon op het derde verdiep op te bellen. Er wordt vriendelijk geknikt, maar ik moet wachten. Iedere keer dat ik aanstalten wil maken om aan te dringen op mijn verzoek, stuit ik op een minzame lach en een handgebaar dat appeleert op mijn geduld. Zodus wacht ik beleefd op de stoel die me opnieuw toegewezen word. Drie kwartier later verschijnt er een jonge kerel die me door het gebouw gidst. Mijn mannelijke contactpersoon is een vrouw van het eerste verdiep, die pas over drie kwartier op post is.

Schijnbaar goed nieuws: de papieren die ik indiende bij de Egyptische ambassade van België zijn goed toegekomen. Nu zijn ze echter in handen van de Egyptische veiligheidsdienst die een finale beslissing zal nemen. Neen, ze weet niet hoe lang dat zal duren. Misschien tien dagen, misschien 15. Ze dringt er wel op aan zo snel mogelijk het document van de ambassade door te sturen. “This is very important.”

Op naar de ambassade! Het document dat ik zoek is een document waarin staat dat ik ondanks het negatieve reisadvies van het Belgisch Ministerie van Buitenlandse Zaken toch naar Gaza wens te reizen op eigen verantwoordelijkheid.

Een bedenkelijke blik en vervolgens deze woorden:

“Ik kan uw aanvraag opsturen mevrouw, maar ik ben behoorlijk zeker van het antwoord. België heeft een negatief reisadvies voor de Gazastrook. De regel is dat dit document niet verstrekt wordt, ook niet aan journalisten. Alleszins: ik stuur uw aanvraag op en binnen enkele dagen heeft u een antwoord.”

Ze voegt er aan toe dat men Belgische onderdanen niet kan verbieden om naar Gaza te reizen en dat dit document op zich niet veel verschil uitmaakt. Dit laatste wordt rechtstreeks tegengesproken door de Egyptische persdienst.

28 oktober: nog steeds geen nieuws van de ambassade

Ik bel. ”Dat is inderdaad bizar. Ik had al eerder nieuws verwacht. Ik stuur hen een herinnering en hoop je vandaag meer nieuws te kunnen geven.”

’s Avonds: geen nieuws.

29 oktober

Ik word ’s ochtends wakker met het besef dat het vandaag vrijdag is. Vrijdag is hier zondag, zaterdag blijft zaterdag, maar zondag is maandag, maar maandag is het… Allerheiligen. Ik bel. Deze keer rechtstreeks naar het Belgisch Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Een mechanische stem leidt me door het meerkeuzemenu. Vijf minuten en 50 Egyptische pond later krijg ik menselijk geluid: “En waar gaat ge naartoe!? Naar de Gazaplaats? Amai.”

Ik word nog vier keer doorverbonden tot ik bij de woordvoerder van de persdienst beland. “Inge Neefs? Dat zegt me wel iets. Ik denk dat ik een negatief antwoord heb zien passeren op uw aanvraag”