Een reis naar het Zuiden

Blog

Een reis naar het Zuiden

Een reis naar het Zuiden
Een reis naar het Zuiden

Begin deze maand zijn we tien dagen door het zuiden van Ethiopië gereisd, vergezeld door de ouders van Kobe. Wat we wel al gehoord hadden maar nog niet gezien, waren de landschappen en mensen die zo anders zijn dan hoe we het kennen in het noorden van Ethiopië.

Wie denkt dat hij dit land kent door enkel de Addis Ababa of Gondar te hebben bezocht zit mis. Dit land barst immers van verschillende mensen, tradities, kleuren, talen, kunst, cultuur. Je waant je in een ander land en begrijpt haast niet dat al deze mensen onder de noemer “Ethiopiër” vallen. Dit land mag trots zijn op zijn verscheidenheid.

Arba Minch en omstreken

De weg vanuit de hoofdstad naar Arba Minch in indrukwekkend. Niet alleen omdat we na twee uur al onze eerste platte band hebben (er volgen nog vele) en de eerste enset-bomen (gekend als ‘valse banaanboom’ en in eten, traditionele kledij en meubels verwerkt) zien, maar ook omdat de overgang zo zichtbaar is. Vanuit de stad vertrekken en steeds meer de natuur in, de beschaving uit. Stenen huizen veranderen in ronde huisjes van zand, daken van golfplaten veranderen in stro daken en deuren van metaal worden vervangen door prachtig beschilderde houten deuren. De huidskleur van de mensen wordt opvallend donkerder, de kleder- en haardracht steeds meer in overeenstemming met de specifieke bevolkingsgroep waartoe ze behoren.
Arba Minch is een aardig stadje gelegen tussen twee meren en bergen. Het is er tropisch warm, bijgevolg dus ook veel muggen (en malaria, maar daar zijn we gelukkig genoeg allen van bespaard gebleven). Vanuit deze plek doen we verschillende uitstappen. Een dagje naar de bergdorpen Dorze en Chencha die bekend staan om hun weefwerk en keramiek. Een paradijs voor de ouders van Kobe en meer dan interessant voor ons om deze ambachten eens van zeer dichtbij te zien. We brengen ook een dag door in het nabij gelegen natuurreservaat.
Het Nechisar Park is (gelukkig genoeg) het minst bezocht park in heel Afrika en maakt een zeer bijzondere indruk op ons. Hier is het niet aanschuiven om “wild” te zien, hier ben je helemaal alleen in al het weidse en mooie dat dit land te bieden heeft. We staan tussen zebra’s, spotten vogels en zien talrijke dikdiks wegspringen als we voorbij rijden. Met een bootje gaan we het meer op en zien onze eerste krokodillen en nijlpaarden in de vrije natuur.

Jinka en omstreken

Een dag rijden van Arba Minch tot Jinka over bruine en rode zandwegen, door uitgedroogde rivierbeddingen en door dorpen waar de tijd duizend jaar heeft stil gestaan. Als we onderweg stoppen worden we binnen de korste keren omsingeld door mensen die ons even vreemd, soms beangstigend, soms grappig, vinden als wij hen. In Jinka en de plekken waar we daarna overnachten is er bijna geen elektriciteit en stromend water, voor en beetje comfort moet je veel geld neer tellen. We bezoeken de zaterdagmarkt in Jinka en bevinden ons tussen een mix van mensen uit allerlei verschillende stammen en verstaan geen woord. Nadien bezoeken we een museumpje, opgericht met behulp van onderzoekswerk van antropologen, met bijzonder veel boeiende informatie over de huidige levenswijze van de stammen.
We besluiten om een lokale gids onder de armen te nemen, Kala is zijn naam, een uitzonderlijke jongen uit de Hamar-stam. Hij gaat immers naar een reguliere school en dat komt maar zeer weinig voor. Hij brengt ons tot bij de Basheda-stam, een deelgroep van de Hamar die zich voornamelijk bezig houdt met het maken van potten. Weerom is het handwerk indrukwekkend en hun levenswijze doet ons niet minder verbazen. We bevinden ons in een gebied, een tijd, die wij enkel uit de geschiedenislessen kennen. Prehistorie of nederzettingentijd? Onze auto beschouwt Lea voortaan als een teletijdsmachine.

Awassa en omstreken

Op de terugweg houden we nog halt in Awassa. We bezoeken er de vismarkt, niet om vis te kopen maar om het hele gebeuren errond te aanschouwen. De kleurrijke bootjes, de vele kinderen die de netten ontwarren en met hun tanden de vis villen en het contrast tussen de prachtige pelikanen en aartslelijke maribu’s die op hun maaltijd wachten. We doen een uitstap naar de warmwaterbronnen in Wondo Genet en nemen een duik in een bad gevuld met dit “helende” water.
Kobe leert Tesfaye, onze chauffeur die ondertussen een fijne vriend geworden is, zwemmen. We passeren langs Shashemene, naast Jamaica het tweede bedevaartsoord van de rastafari’s over de hele wereld. Het dorpje komt wat troosteloos over, de zeldzame rastaman heeft er niets te doen of is uit op geld, aldus ons reisgids. We lassen uiteindelijk nog een laatste stop in aan Lake Langano waar nog een duik wordt genomen in het bruine water en schelpjes worden gezocht op het strand.