Internationale Arbeidsconferentie: eind goed, al goed

Blog

Internationale Arbeidsconferentie: eind goed, al goed

Internationale Arbeidsconferentie: eind goed, al goed
Internationale Arbeidsconferentie: eind goed, al goed

De Internationale Arbeidsconferentie zit er op. Gemakkelijk ging het niet, maar al bij al zijn we in alle commissies geland met een bevredigend resultaat. Chris Serroyen, Stijn Sintubin en Bart Vannetelbosch maken de eindbalans op.

Na een aanval van de werkgevers op de rol van de Internationale Arbeidsorganisatie in de handhaving van het stakingsrecht, beleefde het IAO van 2012 tot 2015 een zware crisis. Vorig jaar kon die crisis worden afgewend, al was de vraag of dat definitief was. Niet in het minst omdat de werkgevers not amused waren met de aandacht die ineens ging naar de multinationals en hun mondiale toeleveringsketens, voorwerp van een algemene discussie hier op de Conferentie.

“Speciale paragraaf”

In de tripartiete Commissie van de Normen, met Marc Leemans als voorzitter van de werknemersgroep, werden 24 landen op het matje geroepen voor overtreding van een van de IAO-conventies. Dat liep niet van een leien dakje. Twee gevallen, Bangladesh en El Salvador, kregen “speciale paragraaf”. Dat is een speciale vermelding wegens bijzonder ernstige overtredingen. In de beide gevallen gaat het om ernstige overtredingen van de vrijheid om vakbonden of werkgeversorganisaties op te richten (IAO-conventie 87). Naar Zimbabwe en Venezuela wordt dan weer een tripartite missie van de IAO gestuurd. Naar het eerstgenoemde land door de aanhoudende schendingen van het recht voor vakbonden om zich te organiseren en het recht op onderhandelen (Conventie 98). Naar het tweede land voor het ondermaatse werkgelegenheidsbeleid, in strijd met Conventie 122.  Meer detail vind je in het eindrapport van de Commissie.

3 Europese landen ondermaats

Drie van de 24 onderzochte landen behoren tot de Europese Unie. Ierland moet met de sociale partners bekijken of er geen rek zit op het recht op collectief onderhandelen voor personen met andere contractuele arbeidsrelaties dan werknemers. Dit is in Europa geen evidentie, omdat er een verbod bestaat op prijsafspraken tussen ondernemingen en zelfstandigen. Tsjechië kreeg de vraag zijn antidiscriminatiebeleid op punt te stellen, met bijzondere zorg voor de Roma’s. En het Verenigd Koninkrijk wordt gevraagd bij de hervorming van zijn collectief arbeidsrecht (IAO-conventie 87) de verenigingsvrijheid te respecteren.

Qatar Airways

Het siert de Belgische regeringsdelegatie dat ze een kritisch geluid liet horen.

Ook Qatar kreeg bijzonder veel aandacht. Het land werd op de rooster gelegd voor discriminatie van vrouwen en migranten, in strijd met Conventie 111. Het meest opvallende: de werknemersgroep had hier meer problemen met de Europese Unie dan met de werkgevers. Europa bleek namelijk niet in staat uit één mond te spreken. Naar verluidt kwam dat vooral door Frankrijk. Ondanks de aanklacht van IAO-experts dat Qatar Airways de vrouwenrechten schendt, wil Frankrijk goede maatjes blijven met Qatar. Dit is namelijk zo omdat het aast op een bestelling van een vloot Airbusvliegtuigen voor Qatar Airways. Het siert de Belgische regeringsdelegatie dat ze, samen met de Scandinavische landen, toch een kritisch geluid liet horen. Op de andere EU-banken bleef het muisstil.

Arbeidsmigranten

De Commissie van de Normen werkte ook de General Survey af over de ratificatie en de toepassing van de IAO-conventies voor arbeidsmigranten. Een bijzonder geladen discussie, niet enkel omwille van het recente vluchtelingenvraagstuk, maar ook doordat de werkgevers conventies die slecht worden geratificeerd liever willen herzien dan toegepast. Met daardoor al bij al vage besluiten. Volgend jaar te hernemen in een bijzondere commissie.

Waardig werk wereldwijd?

De algemene discussie rond waardig werk in de mondiale toeleveringsketens bleef moeilijk tot het einde door de stugge houding van de werkgevers. De werknemersgroep kreeg gelukkig en soms verrassend steun van heel wat regeringen, met name van de Europese Unie, het Afrikaanse blok en de Verenigde Staten. Die spraken zich regelmatig uit voor meer regelgeving en voor het structureel aanpakken van de problemen. Het bleek vooral een moeilijke opdracht om de werkgevers laten erkennen dat er inderdaad problemen zijn met de arbeidsvoorwaarden in deze ketens. Maar het was heel belangrijk om dit in de tekst te houden voor alle mensen die dagelijks in harde omstandigheden moeten werken. En ook omdat daarmee wordt erkend dat hieraan moet worden gewerkt worden en dat de IAO hier een rol kan opnemen.

Experten?

De toekomstige rol van de IAO vormde de inzet van een heftig debat. Voor de werknemersbank moet er op termijn een nieuwe IAO-norm komen, liefst van al een nieuwe conventie. Het was daarom belangrijk dat er in de eindconclusies op zijn minst sprake zou zijn van een expertencommissie die zich zou buigen over de nood aan een nieuwe IAO-norm. Dat is een noodzakelijke tussenstap. De werkgevers spartelden fel tegen. Zij zijn sowieso al gekant tegen het aannemen van nieuwe normen, laat staan over een belangrijk onderwerp dat hen in het hart raakt. Uiteindelijk bereikten we een compromis: dat stelt in vraag of de huidige IAO-normen wel voldoende zijn om waardig werk te promoten in de wereldwijde toeleveringsketens. En dat een expertengroep moet worden samengeroepen om te bekijken welke programma’s, initiatieven of normen er nodig zijn om hier een antwoord op te beiden. De scope van deze experten wordt dus ruimer gedefinieerd dan gehoopt, maar belangrijk is toch dat deze ook de discussie over een norm kan verderzetten en de deur openblijft.

Robbertje vechten

Daarnaast werd er nog een flink robbertje uitgevochten rond het al dan niet opnemen van arbeidsnormen in internationale handels- en investeringsakkoorden. Hier lag onder mee de Braziliaanse regering dwars. Al heeft die zich uiteindelijk moeten neerleggen bij de eensgezindheid die er bij de regeringen, werkgevers en werknemers groeide doorheen de discussies.

Verdienstelijke tekst

De tekst heeft de verdienste dat het probleem van de mondiale ketens op de agenda wordt gezet

De tekst van de eindconclusies is niet revolutionair en door de vele discussies hier en daar flink afgezwakt. Maar dat is ook eigen aan een organisatie als de IAO die moet werken op basis van consensus, zeker over gevoelig thema’s. Zonder brede consensus zouden de eindbesluiten dode letter blijven. Heel wat werknemers uit het zuiden waren dan ook wat ontgoocheld. Zij hadden graag al heel concrete stappen vooruit gezien. Logisch ook als je elke dag geconfronteerd wordt met de miserie waar de werknemers die zij vertegenwoordigen, in moeten werken. De tekst heeft echter de verdienste dat het probleem van de mondiale ketens verder op de agenda wordt gezet en dat regeringen, sociale partners en ondernemingen opgeroepen worden om actie te ondernemen. Met soms heel concrete aanbevelingen, zoals rond de vrijhandelszones. De IAO krijgt met deze teksten ook mandaat om hierin een verdere ondersteunende rol te spelen. Daarmee is de switch gemaakt van een territoriale benadering, land per land, naar een benadering over de grenzen heen, doorheen de hele waardeketen. Het is nu aan de Governing Body, het hoogste bestuursorgaan van de IAO, om verdere uitvoering te geven aan deze besluiten.

Werknemers na de ramp

In een bijzondere commissie moest IAO-aanbeveling nr. 71 over de overgang van oorlog naar vrede worden herzien. Met op deze Conferentie een eerste lezing. Een tweede lezing is gepland voor de Conferentie van volgend jaar. Dit bleek onverwacht moeilijk. De eerste lezing geraakte maar rond doordat de meest heikele punten (vluchtelingen en de omschrijving van de noodsituaties) voorlopig tussen haakjes werden geplaatst.

Uiteindelijk heeft de werknemersgroep wel verschillende slagen binnengehaald (http://www.mo.be/wereldblog/tolstoj-commissie-geland-na-oorlogje-over-vrede): 
Op basis hiervan zal nu, na verdere discussie, een nieuw ontwerp van IAO-aanbeveling worden voorbereid, voor tweede lezing op de volgende Conferentie.

Sociale rechtvaardigheid

Zo moeilijk het ging in de andere Commissies, zo vlot ging het in de Commission for the Whole. Die moest de Social Justice Declaration van 2008 en zijn opvolging evalueren. Zonder heroïsche discussies bereikten we hier al snel de consensus dat niet moet worden afgedongen op die verklaring. Integendeel, die blijft bijzonder relevant. Ook het opvolgingsmechanisme, met zijn jaarlijkse discussies rond één van de vier strategische doelstellingen (werk, sociale bescherming, fundamentele arbeidsnormen en sociale dialoog) blijft best bewaard. Dit moet dan zowel gaan over eventuele nieuwe IAO-normen als over de wijze waarop de IAO steun kan bieden aan de lidstaten en de sociale partners. Maar de opvolging kan misschien worden geoptimaliseerd met een kortere cyclus. Nu is dat een cyclus van zeven jaar, maar dat kan gerust korter, bijvoorbeeld vier jaar. Dat zal de Governing Body verder moeten uitmaken. De werknemersgroep zou graag hebben dat de twee onderdelen van de strategische doelstelling van sociale bescherming – arbeidsbescherming enerzijds en sociale zekerheid  anderzijds – apart zouden worden besproken.  Maar als we naar een vierjarige cyclus zouden gaan, dan vergt dit dat twee van de drie andere strategische doelstellingen – bv. werk en sociale dialoog – worden samengevoegd.  Ook al niet evident.  Maar, geef toe, er zijn moeilijker debatten dan dat.

Chris Serroyen
Stijn Sintubin
Bart Vannetelbosch

Dit was de laatste bijdrage van de “hackers” van de blog van Luc Cortebeeck. Met ook dank aan de andere auteurs: Alexis Fellahi van de studiedienst van ACV-Voeding & Diensten en aan Bart Verstraeten en Sara Ceustermans van Wereldsolidariteit.  Tot volgend jaar, op de 106ste Conferentie.