Niemand is vrij

Blog

Niemand is vrij

Niemand is vrij
Niemand is vrij

Ik zit neer aan de voet van een rijzige vlaggenstok in Ramallah, het stadje dat bij gebrek aan controle over Jeruzalem dienst doet als facto administratieve hoofdstad van de Palestijnse Autoriteit. Een enorme Palestijnse vlag wappert fier in de hoogte, gevoed door de sterke heuvelwind die het klimaat rondom Jeruzalem ietwat draaglijk maakt in de zomer. Een in brons gegoten knaap, glimmend in de avondgloed, lijkt de vlag te hijsen.

Mijn blik stelt zich scherp op een tentenkamp, of wat daarvoor moet doorgaan, van enkele activisten aan het uiteinde van het plein. Enkele lokale helden kijken me tegemoet, weliswaar vanop de knullig gefotoshopte affiches die zo typisch zijn in de Arabische wereld. De mannen zitten immers achter slot en grendel in Israël.

Er plakt een royale laag roest op mijn Arabische skills, dus ik vraag gemakshalve aan de local naast me wat de heerschappen op hun kerfstok hebben. “What? You don’t know about them!?” roept de vijftiger met de verontwaardiging van een volbloed indignado. Ondanks het gebroken Engels ratelt hij gebelgd door over de misdaden van de bezetter. Palestijnen babbelen graag en veel, is me al opgevallen. Geen uitzondering hier.

Ik bevind me op walking distance van Al-Muqata’a, het hoofdkwartier van de Palestijnse Autoriteit, waar Arafat tijdens de tweede intifada in 2002 maandenlang getrakteerd werd op een militair beleg. Op een steenworp ligt Mīdān Al-Manara, het plein dat routinematig door Palestijnse activisten bezet wordt, of het nu gaat om solidariteit met hongerstakers in Israëlische gevangenissen, of om verzoening tussen Hamas en Fatah.

Een politieke babbel

Dat de brave man, wiens hart overduidelijk een revolutionair vuur herbergt, zich net op deze plek heeft genesteld is wellicht geen toeval. Hij is hier zowat dagelijks te vinden sinds hij zonder werk zit. Ontslagen en nadien zelfs gedwongen uit Abu Dhabi gezet wegens de gevolgen van de financiëel-economische crisis, zo goed als geen ‘career opportunities’ in de Westbank en verstoken van een ‘permit’ om in Israël te aan de slag te gaan. Hij bekijkt de wereld door de duistere bril van de werkloosheid. Uitzichtloosheid is zijn deel, klaagt hij.

Na verzekerd te hebben dat ik geen Amerikaan ben, is het de beurt aan de brave man om me te ondervragen. “Wat vind ik van dit land? Van de situatie in het Midden-Oosten? Waarom kruipen de Europeanen voor de Amerikanen en de Israëli in het stof? Waarom vindt Europa de economische banden met Israël belangrijker? Waarom heeft het zolang geduurd vooraleer Europa haar kar keert ten aanzien van Israël?” Hij is duidelijk op de hoogte van de actualiteit. “Wat vind ik van Egypte, en heeft men het in het Midden-Oosten nu beter sinds de Arabische lente uitbrak?”

Tot dusver zijn alle clichés over het Israëlisch-Palestijnse conflict de revue gepasseerd, maar hier neemt het gesprek een andere wending. “Egypte is sinds de troonwissel na Mubarak volledig naar de haaien,” besluit hij teleurgesteld. Uit pure balorigheid werp ik hem het westers cliché voor de voeten: voor de eerste keer eisen burgers in Arabische landen hun vrijheden op. De stand van zaken ziet er momenteel beroerd uit, maar goed, de geest is uit de fles. No pain, no gain – en zoals alles doet de eerste keer een beetje pijn, nietwaar?

Vrijheid is een illusie

Hij vuurt een onverwacht salvo af als repliek. “Freedom? Freedom??? Nobody is free. Really, we are all slaves,” zegt hij gelaten. Klinkt bekend in de oren. Zoals die keer wanneer je halfbezopen vriend zich om 3u ‘s morgens, na de zevende Orval van de avond en bijna van zijn barkruk vallend, tijdelijk bekeert tot nieuwbakken adept van Bakoenin en co. Alleszins, tot de ochtend aanbreekt, en hij alweer als loonslaaf aan de slag moet.

Welk goed leven kunnen we überhaupt nog leiden?” gaat de man verder. “Tegenwoordig zijn we gebonden aan de plicht om aan onszelf te denken, en niet aan de ander. We hebben geen tijd en ruimte meer om te investeren in datgene dat we echt belangrijk vinden, in de relaties met familie en vrienden. Wat betekent die zogezegde vrijheid dan nog, als je in die mallemolen van werken om te werken wordt meegezogen? Heeft de chaos in Egypte daar ook maar iets aan veranderd?” Enigszins vreemd om te horen uit de mond van een werkloze.

Zou hij beseffen dat hij het westers kapitalisme slash corporatisme in het vizier neemt? Moeilijk in te schatten, hij lijkt me een geschoolde maar niet erg ideologisch geborneerde kerel, maar coherent met zijn kritiek op the Evil Empire en Bush is het alleszins wel. Schieten op Bush en de Amerikanen is overigens vaste prik hier. Het zal nog enkele Obama’s duren vooraleer dat terug goed komt. In elk geval, op deze noot neem ik instemmend afscheid van de man.

Het motto van mijn hostel in Jeruzalem indachtig (‘stop working, start travelling’) keerde ik terug naar Bethlehem, via een werkelijk irritante weg langs twee Israëlische checkpoints en drie overstappen. Het zeldzame moment van wijsheid in de hersenpan van de ogenschijnlijk gewone man in de straat zinderde nog even na tijdens de rit. Legt deze pientere knaap de eerste ‘groene’ kiemen in Palestina? De aberrante vervuiling en de onhebbelijke gewoonte om werkelijk alle rotzooi op straat te gooien indachtig, lijkt me dat geen slechte zaak.