Wanneer het oude afsterft en het nieuwe nog niet geboren is

Met verandering in het vaandel

© Brecht Goris

 

Niet zo lang geleden stond ons land genoegzaam bekend als een vrij geslaagd consensusmodel, waar overheidsbesluiten tot stand kwamen in samenspraak met belangenorganisaties. Die traditie bood ruimte voor een open communicatie en permanent overleg met het middenveld.

Waar men consensus beoogt, is het niet noodzakelijk de meerderheid die beslist en wordt men gedwongen de verzuchtingen van minderheden te horen en mee te nemen in de besluitvorming.

Natuurlijk heeft die gang van zaken z’n nadelen: besluitvorming gaat traag, besluiten dreigen “noch vis, noch vlees” te worden wanneer elke mogelijk ideologisch bezwaar in rekening wordt gebracht.

Radicaal anders

Met “verandering” in het vaandel kozen de huidige regeringen van bij de start voor een radicaal andere aanpak. Het sociaal overleg en het streven naar consensus moesten op schop. De kiezer had gekozen en werd kordaat verzocht z’n mond te houden tot de volgende stembusgang.

‘De macht ligt niet langer in het midden, overleg en consensus hebben plaats moeten maken voor polarisering en conflict’

De politieke verhoudingen zijn drastisch door elkaar geschud. De macht ligt niet langer in het midden, overleg en consensus hebben plaats moeten maken voor polarisering en conflict.

Het sociaal overleg met werkgevers en vakbonden is een schijnvertoning geworden. Ngo’s en middenveldorganisaties die een kritisch geluid laten horen, zoals het hun missie betaamt, worden afgeblaft of genegeerd.

Burgerprotest wordt weggewuifd of geridiculiseerd. Academici die evidenties aanreiken die niet in het frame van het beleid passen krijgen de wind van voor en worden weggezet als activistisch en “links.”

Wanneer men niet streeft naar rust en harmonie, valt verzet en tegenstand makkelijker te kleineren. De afbraak van het consensusmodel zet de ideologische verschillen terug op scherp. Er wordt duidelijk kant gekozen, maar eens gekozen wordt het kamp gebarricadeerd.

Links geweeklaag

De afgelopen week presenteerde een illustratieve casus op een zilveren plaatje: Unia, het voormalige Gelijkekansencentrum, stelde het derde luik van haar diversiteitsbarometer voor, een reeks van drie onderzoeken naar discriminatie, met name in tewerkstelling, huisvesting en onderwijs.

De opzet van het drieluik klonk als volgt: ‘een structureel meetinstrument uitwerken dat op een wetenschappelijk onderbouwde manier een stand van zaken van de diversiteit in België weergeeft, en in een bredere context de houding tegenover personen die gekenmerkt worden door onder meer hun leeftijd, afkomst, seksuele geaardheid of handicap.’ Een interfederale, openbare instelling die doet waarvoor ze opgericht is, het zou applaus moeten genereren.

‘Een luttele 5 minuten nadat het lijvige rapport werd gepubliceerd wisten heel wat mensen al dat het vol nonsens stond’

Applaus klinkt er al lang niet meer wanneer organisaties hun plicht vervullen. Het Unia-rapport omvat 368 pagina’s en bevestigt wat ons al jaren gesignaleerd wordt door de PISA-enquete van de OESO, Unicef en andere actoren, namelijk dat het Vlaamse onderwijs er niet in slaagt gelijke kansen te bieden aan alle leerlingen.

Een luttele 5 minuten nadat het lijvige rapport werd gepubliceerd wisten heel wat mensen al dat het vol nonsens stond. Dat het onderzoek werd uitgevoerd door drie erkende en hoog ingeschatte universiteiten deed er niet toe. De naam Unia en het woord discriminatie volstonden om het hele onderzoek te herleiden tot een hoopje links geweeklaag.

De onderzoekers zelf stonden erbij en keken er mistroostig naar. Wie zich bekommert om onderwijskansen en gehoopt had op de alarmbel en (zelf)reflectie was snel ontnuchterd. De kinderen zelf kunnen nog lang op hun gelijke kansen wachten.

Statistiek vs. anekdotiek

Hier zijn we dus beland. In een soort loopgravenoorlog die niet bewapend is met feiten, maar met oogkleppen en een angstaanjagend en machiavellistisch soort doelgerichtheid. Niet wat er gezegd of aangetoond wordt doet er toe, wel wie het zegt. Statistiek wordt bestreden met anekdotiek.

‘We hoeven niets meer te lezen of te meten, want we weten alles al, ook al is het aantoonbaar onjuist’

We hoeven niets meer te lezen of te meten, want we weten alles al, ook al is het aantoonbaar onjuist. Zelfs wanneer alles in dezelfde richting wijst, zijn er mensen die liever de andere kant uitkijken.

Een levende democratie is gebaat bij kritische bevraging en dialoog. Het middenveld mag en moet de overheid in vraag stellen en uitdagen en vice versa.

Elkaar ridiculiseren en feitenvrij aanvallen baat niets of niemand en doodt de dialoog. Een mens zou voor minder heimwee krijgen naar het consensusmodel.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift