De maand van Kelia Kaniki Masengo

Aan mijn kind vertel ik dit jaar inclusieve sinterklaasverhalen

© Konstantinos Tsanakas

Kelia Kaniki Masengo: ‘Jarenlang hield ik sinterklaas op een afstand. Tot ik moeder werd.’

MO*columniste Kelia Kaniki Masengo worstelde zich jarenlang zo goed mogelijk door de sinterklaasperiode. Ze hield zich buiten het zwartepietendebat en stoorde zich aan de activistische discussies. Tot ze moeder werd. ‘Voor mijn peuter ben ik een superheld, en superhelden zorgen voor een betere wereld.’

Wie is Kelia Kaniki Masengo?

Kelia is dertiger, aspirant-schrijfster en bescheiden blogster. Op haar blog bozebruinevrouw.com schrijft ze haar identiteitscrisis van zich af. Momenteel werkt ze als inclusiemedewerker bij Hands-on Inclusion.

Ik voerde de afgelopen weken een intense strijd met mijn klavier om deze column te kunnen schrijven. Ik ben geen activiste, ben dat nooit echt geweest en doe me stoerder voor dan ik eigenlijk ben. Activisten zijn moedig, vrank en vrij, en spreken zich uit als iemand een verkeerde uitspraak doet. Ik laat meestal begaan, omdat ik de fut niet heb om in discussie te gaan.

Ik ben daarom alles behalve een voortrekker op het vlak van antiracisme. Terwijl anderen in de frontlinie bergen werk verzetten, paste ik jarenlang de struisvogeltactiek toe bij discussies waar ik me ongemakkelijk bij voelde: ik stak mijn kop in het zand.

Zo lukte het me om sinterklaas* op afstand te houden. Vanaf het begin van de zomervakantie bereidde ik me al mentaal voor. Vanaf oktober schakelde ik over op concrete actie: boodschappen online bestellen, een strikt socialmediadieet volgen en warme bakkers en artisanale chocolatiers vermijden. Kwam het ter sprake in een sociale setting, richtte ik mijn blik naar beneden en hield me muisstil tot het onderwerp was gepasseerd.

Sinterklaas tikt dit jaar zachtjes op ons raam, want mijn struisvogeltactiek is onverenigbaar met het moederschap.

Dat leek te werken… Tot ik moeder werd. Met een peuter van 2,5 jaar oud tikt sinterklaas dit jaar zachtjes op ons raam. En die sint is onlosmakelijk verbonden met zwarte piet*. En zwarte piet is racisme.

Ondertussen leerde ik dat mijn struisvogeltactiek onverenigbaar is met het moederschap. Voor mijn peuter ben ik een superheld en superhelden houden zich niet afzijdig. Die zorgen voor een betere wereld voor hun kinderen. In die betere wereld speelt antiracisme een essentiële rol.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Warme herinneringen

Ik heb nochtans warme herinneringen aan de sinterklaasfeesten uit mijn kindertijd. Ik kreeg het verhaal met de paplepel mee. Zwarte piet was de knecht van sinterklaas en een boeman die stoute kinderen in zijn zak stopte. Zo werd het me verteld, en ik aanvaardde dat zonder meer.

Toen ik te weten kwam dat de sint niet echt is, was dat een schok. Mijn jongste levensfase kwam daarmee ten einde. Later kwam ook het besef dat zwarte piet racisme is. Die schok was nog groter. Het feest waar ik als kind van genoot, is racistisch. Het was een schok zo groot dat ik er jarenlang mijn ogen voor sloot en alles dat met het feest te maken had uit de weg ging. Ik kon er niet mee om.

Zelf ben ik talloze keren vergeleken met zwarte piet. In supermarkten, op werkplekken, in zogenaamde progressieve middens.

Wat zwarte mensen ervaren en meemaken met betrekking tot dit ogenschijnlijk onschuldige kinderfeest, is schrijnend. Een vrouw vertelde hoe de crècheleidster van haar peuter, het enige kind van kleur, er niet beter op had gevonden dan hem als zwarte piet te verkleden voor het sinterklaasfeest. Hem alleen. Toen de ouders haar erover aanspraken, trok ze de kaart van onwetendheid.

Zelf ben ik talloze keren vergeleken met zwarte piet. In supermarkten, op werkplekken, in zogenaamde progressieve middens. Meestal in de vorm van grapjes. Ik reageerde er bijna nooit op. Vandaag kan ik me niet inbeelden dat dit gebeurt in het bijzijn van mijn kind. Kan ik dan nog blijven zwijgen?

Alsof ik woordvoerder was

Doorheen de jaren trok ik mijn hoofd beetje bij beetje meer uit het zand. Meer en meer ben ik me beginnen uitspreken tegen racisme en tegen zwarte piet. Maar ik ben ook bang voor reacties.

Toen auteur Dalilla Hermans zich hier in België voor het eerst over zwarte piet uitsprak, wilde ik eigenlijk dat ze haar mond hield. Ik zag hoe het pietendebat en de bijhorende demonstraties in Nederland onthaald werden op witte woede. Dalilla zou het hier moeilijk maken voor iedereen, vond ik toen.

Vandaag kan ik niet anders dan respect opbrengen voor zij die oog in oog staan met geweld, met als enige doel het beter te maken voor iedereen.

En ja, in vergaderruimtes vol witte mensen waren alle ogen plots op mij gericht, wachtend tot ik me zou uitspreken voor of tegen zwarte piet. Alsof ik de woordvoerder was van iedereen die bruin of zwart is.

Vandaag schaam ik me dat ik al die tijd liever zweeg en me stoorde aan antizwartepietactivisten. Ik kon alleen denken aan mijn eigen ongemak. Vandaag besef ik dat Dalilla in net dezelfde situatie zat, alleen, met al die camera’s op haar gericht, onder schroeiend hete studiolampen. Het is een gedeeld lot voor vele mensen van kleur. Vandaag kan ik niet anders dan respect opbrengen voor zij die oog in oog staan met geweld, met als enige doel het beter te maken voor iedereen.

Ondertussen zet ik kleine stappen op het pad van antiracisme. En bij elke stap leer ik bij. Zoals de wetenschap dat ik over heel wat privileges beschik. Lichtbruin is de meest acceptabele vorm van kleur in onze samenleving. Het beschermt me tegen de ergste uitwassen van racisme.

Als vrouw van kleur word ik aanzienlijk minder gecriminaliseerd dan mannen van kleur. Ik heb ook geen handicap of beperking. Ik ben cultureel wit en Vlaams opgevoed, waardoor ik makkelijk kan navigeren in witte omgevingen. Ik spreek accentloos Nederlands en in bepaalde contexten zal ik een dialect gebruiken omdat me dat een voetje voor geeft.

Ook mijn seksuele voorkeur en genderidentiteit volgen de heersende norm. Mijn witte partner verleent me toegang tot bepaalde omgevingen en zorgen voor een zeker spreekrecht waarover anderen niet beschikken.

Lichtbruin is de meest acceptabele vorm van kleur in onze samenleving.

Ik weet dat zowel mijn kind als ik nooit even racistisch zullen behandeld worden als mensen met een donkerdere huidskleur en/of mensen die zich op andere intersecties bevinden die minder worden getolereerd in onze maatschappij. Voor ons gaan deuren open die gesloten zullen blijven voor anderen. Maar ook voor ons zullen deuren gesloten blijven.

Een ander verhaal?

Wat is het beste dat ik kan doen voor mijn kind? Moet ik hem volgend jaar een week thuishouden rond de sinterklaasperiode?

Vriendinnen vertellen me dat er intussen heel wat geëvolueerd is en dat er positieve veranderingen zijn. Dat er andere verhalen over sinterklaas worden verteld. Dat scholen ogenschijnlijk meer openstaan voor inclusieve sinterklaasfeesten.

Ik zie de hoop in hun ogen, zie hen de ruggen rechten. Ze vertellen met daadkracht over hun plannen om leerkrachten en directies aan te spreken om een echt inclusief sinterklaasfeest te organiseren. Een feest dat leuk is voor alle kinderen.

Daarom stapte ik onlangs vol goede moed de supermarkt binnen, ging ik langs bij mijn warme bakker en keek ik eens in de etalage van de chocolatier om de hoek. Ik kwam terug thuis van een kale reis.

De moed zonk me verder in de schoenen toen ik in de kinderboekhandel de zogezegde vernieuwde sinterklaasverhalen zag liggen. In die verhalen wordt nog steeds vastgehouden aan stereotiepe kenmerken als de krullen en het kostuum. Ze houden vast aan het gekende narratief en voeren slechts lichte aanpassingen uit om ogenschijnlijk tegemoet te komen aan de steeds luider wordende vraag van mensen van kleur. Het zijn nieuwe verhalen die de volgende generatie met de paplepel zal binnenkrijgen, en ze zijn in essentie even problematisch als de verhalen waarmee ik opgegroeid ben.

De kinderen van mijn vriendinnen komen nog steeds naar huis met knutselwerkjes waarin zwarte piet de hoofdrol speelt.

Ook de hoop in de ogen van mijn vriendinnen maakte plaats voor tranen. Tranen die ze niet willen laten rollen, waartegen ze vechten.

Tranen omwille van de holle excuses die ze aanhoren: ‘ze kunnen toch niet verwachten dat de school alle aangekochte decoratie van de hand doet’; ‘ze kunnen toch niet verwachten dat er geen zwarte piet-knutselwerkjes meer gemaakt worden op school?’; ‘ze kunnen toch niet verwachten dat hun kinderen niet meer uitgemaakt worden voor zwarte piet?’

Van struisvogel tot superheldin

Gelukkig zijn er wel de verhalen van Queen Nikkolah en De Nieuwe Sint. Mooie verhalen van moedige mensen die een ander narratief vooropstellen. Die verhalen vertel ik dit jaar aan mijn kind. En als hij volgend jaar op school zit, dan kan ik aan de slag met de tools en tricks die schrijfster Zarissa Windzak op haar website verzamelde om een inclusief sinterklaasfeest te organiseren.

Niemand is immuun voor racisme. Ik wil mijn kind weerbaar maken en ervoor zorgen dat hij de moed en durf heeft om zich uit te spreken en slachtoffers van racisme bij te staan.

Ik doe mijn best om daarin iemand te zijn waaraan hij zich kan spiegelen. Voor hem transformeer ik van struisvogel tot superheld. De angst en het ongemak neem ik er met plezier bij.

*Noot van de auteur: ik heb er lang over nagedacht, maar ik schrijf ‘sinterklaas’ en ‘zwarte piet’ bewust niet met een hoofdletter. Dat is voor mij een statement. Het is voor mij het schriftelijke/literaire equivalent van het omverwerpen van de standbeelden van Leopold II. Dekolonisatie en deconstructie gaan hand in hand.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3246   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur