Les Murray, 1938-2019

Bij de dood van een dikke dichter

Op 29 april laatstleden overleed Les Murray. In een paar van onze kranten (ik heb weet van De Morgen en de Volkskrant) was zijn dood een kort bericht waard. Want ja, wie in Godsnaam was Les Murray?

Om te beginnen, een dichter. Dichters zijn in deze hyperkapitalistische, hypertechnische, hypercommunicatieve tijden per definitie marginalen. Wij, dichters, blijven koppig en tegen beter weten in onbruikbare, onverkoopbare, tot overmaat van ramp ook nog eens onbegrijpelijke spullen produceren. Lager kun je nauwelijks vallen, vandaag de dag.

Ten tweede, een dichter uit Australië. Dat is het verre land waar ze vluchtelingen naar eilanden verbannen zonder enige hoop op terugkeer.

Ten derde, hij schreef veel gedichten over marginalen in Australië zelf.

Hij was zelf marginaal. Hij werd geboren in een dorp, of was het veeleer een losse verzameling boerderijen, meer dan elfhonderd kilometer van Melbourne, bijna zevenhonderd kilometer van Brisbane, net geen driehonderd van Sidney en meer dan vijfhonderd van de hoofdstad Canberra. In die vier steden woont meer dan de helft van de Australische bevolking. Murray kwam uit de marge. Hij heeft gestudeerd in Sydney en gewerkt in Canberra, maar hij is de marge nooit ontrouw geworden. Niet in geschrifte en niet in daden. Hij is uiteindelijk teruggekeerd naar zijn geboortegrond.

Ten vierde, hij was katholiek. Hij bekeerde zich tot het katholicisme toen hij ging trouwen, met een Hongaarse, maar dat vertelt niet het hele verhaal. Hij neigde tot depressie. Het roomse geloof zag hij als een redplank. Hij begreep heel goed dat verlossing het centrale woord is in het christendom en zeker in het katholicisme. De verzamelde gedichten die ik bezit, editie 1998, hebben als motto: to the glory of God, tot Gods glorie. Uit overtuiging, maar ook als provocatie.

Ten vijfde, hem beschrijven als dik doet de waarheid geweld aan. Hij was niet zomaar zwaarlijvig. Hij was kolossaal. Vlezig zijn, corpulent, buikig, het is in onze gezondheidsdictatuur één van de zeven hoofdzonden, zo niet de hoofdzonde bij uitstek. Laat alsjeblieft de modieuze term obesitas achterwege, dat dunne woord schiet grievend tekort om zijn mateloze lichaamsomvang ook maar te benaderen. Les Murray had daar trouwens allemaal lak aan.

Ik heb hem één keer ontmoet, eind jaren negentig van vorige eeuw, tijdens een poëziefestival in Maastricht. Hij kon niet anders dan opvallen. Hij nam één derde van het podium in beslag. Maar uit die berg kwabben bereikte ons een enigszins aarzelende stem, een verlegen stem, helemaal geen donderende bas of bariton, nog veel minder een in spekvet pruttelende stem, hij had een zoekende stem, of liever, een stem die woorden had gevonden die wij niet konden vermoeden. Herinneringen kunnen bedrieglijk zijn, maar ik meen te weten dat hij een gedicht over de Australische liervogel las – zong haast. Naar het schijnt kunnen liervogels zowat elk geluid nabootsen. Ik dacht, straks zweeft die vleesmassa weg als een pluisbal. Vederlicht, elegant, precies, dansend. Nooit eerder en nooit sindsdien heb ik zo’n ongeloofwaardig contrast gezien tussen stem enerzijds, en anderzijds een alle conventies en grenzen tartend lijf. Maar ik kon onmogelijk twijfelen aan wat ik tegelijkertijd zag en hoorde. Ik was verpletterd. Niet door kilo’s, door ontroering.

Les Murray moeten we beschouwen als één der zeer grote dichters van de twintigste en deels van de eenentwintigste eeuw

Wie zou opwerpen dat ik de mensen niet lastig mag vallen met mijn excentrieke voorkeuren, kan ik moeiteloos de mond snoeren. Les Murray werd overladen met prijzen in eigen land en buitenland. Nobelprijswinaars literatuur als Josif Brodsky uit Rusland, Derek Walcott uit de Caraïben en Seamus Heaney uit Ierland hebben het werk van Murray hoog geprezen. Les Murray moeten we beschouwen als één der zeer grote dichters van de twintigste en deels van de eenentwintigste eeuw.

Les Murray was op zijn hoogstpersoonlijke, onsystematische manier een poeta doctus, een geleerd dichter. Zijn huis stond volgestouwd met boeken, ook toen hij teruggekeerd was naar het afgelegen dorp waar hij opgroeide (Bunyah, New South Wales, voor wie het wil opzoeken). Hij was zich bewust van zijn eigen geografische ligging en trok daar de consequenties uit. Hij leerde bijvoorbeeld Chinees.

Maar al was Murray een zeer geleerd dichter, hij schreef niet geleerd. Men noemde hem weleens de bush-bard, de zanger van het bush en dat betekent veel meer dan zomaar wat struikgewas of een bosje. De Australiërs noemen bush het gehele dun bevolkte gebied buiten de grote centra. Zelfs kleine mijnsteden kunnen bij het bush horen. Murray was zeker niet de eerste bush bard, maar wel de allergrootste, wars van voos nationalisme en idealisering.

Misschien kan ik op een andere manier duidelijk maken hoe Murray zelf zijn poëtische opdracht opvatte, een opdracht die hij met hart en ziel volvoerde. In 1996 schreef hij een bundel met de titel Subhuman Redneck Poems. Rooie nekken? Het is een zwaar minachtende benaming, oorspronkelijk gebruikt voor arme blanke landarbeiders in de Verenigde Staten, de jongste jaren veralgemeend naar blanken die het niet zo breed hebben in welk land dan ook en in het algemeen, gasten met rechtse opvattingen (hebben ze wel opvattingen?), die door hoog opgeleide, verlichte, weldenkende, stedelingen bodemloos worden veracht. En dan ook nog eens subhuman, minder dan menselijk. Denk aan wie Hillary Clinton tijdens haar verkiezingscampagne de deplorables noemde. Murray verafschuwt, vooral in zijn eigen Australië, maar ook daarbuiten, wat hij noemt de intellectuele kaste die enkel misprijzen toont voor de lager opgeleide, minder verdienende medemens.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Murray verafschuwt, vooral in zijn eigen Australië, wat hij noemt de intellectuele kaste die enkel misprijzen toont voor de lager opgeleide, minder verdienende medemens

Hemelt Murray de rooie nekken dan op? Zeker niet. Uit eigen ervaring kende hij maar al te goed het penibele leven van dergelijke mensen. Schrijft hij ironisch over hen? Nog veel minder. Hij is en blijft een van hen, maar dan een die de prachtige, grote intellectuele en artistieke wereld heeft ingezogen. Zijn immense bagage gebruikt hij om te schrijven over hun wereld – grotendeels zijn eigen wereld: koeien – niet als waarnemer, nee, als was hij zelf een koe. Houthakkers. Bulldozers. Elektrische zagen. Hijskranen. Of slabonen. Lees deze kleine beschrijving maar eens, in de voortreffelijke vertaling van Maarten Elzinga:

rijpe, knobbelige, vlezig-dikke, dun-rechte, dun-halvemaanvormige, breed gefronste, vogelschouderige, kielgebogene, geknokkelde bonen of met een enkele bult, zogende piepkleine groene dolfijnen…

Tot slot nog iets over Murray’s katholicisme – je kunt zijn schitterende poëzie niet begrijpen zonder zijn religieuze overtuiging en die zat diep, hoewel hijzelf ooit geschreven heeft: ik geloof omdat ik agnost ben. Murray had een gloeiende afkeer van rationalisme. Hij noemt het funest, dodelijk. Murray had een gloeiende afkeer van rationalisten en wereldwijze kunstenaars die neerkijken op gelovige mensen alsof gelovigen een lagere diersoort vormen. In een gesprek met zijn Nederlandse vertaler Maarten Elzinga gaat hij daarin heel ver. ‘In mijn leven doe ik niets op een rationele manier’, zegt hij. En verder: ‘Ik doe alles op poëtische basis. Maar ik leef in een wereld vol rationalistische taal, en ik gebruik zelf soms ook taal die rationeel klinkt, omdat ik niet te extreem wil overkomen, denk ik. Maar in feite geef ik er geen stuiver voor. Mijn verzet tegen de moderniteit, tegen Voltaire en Rousseau, is absoluut.’

Hij omarmde het katholicisme omdat hij in die godsdienst een paar geloofspunten vond die iedere rationele uitleg tegenspreken, bijvoorbeeld de onbevlekte ontvangenis of de transsubstantiatie (brood en wijn veranderen in vlees en bloed van Christus). Het komt dicht bij het credibile quia ineptum est van kerkvader Tertullianus (het is geloofwaardig omdat het ongerijmd is). Maar er is nog iets anders, iets dat hem in de nabijheid brengt van credo ut intelligam (ik geloof om te begrijpen), toegeschreven aan Augustinus (of Anselmus van Kantelberg). Voor Les Murray vielen het poëtische en het religieuze samen en beide hadden hem gered – of verlost.

‘Alleen dankzij poëzie en religie (en voor mij is dat hetzelfde) ben ik er niet aan onderdoor gegaan. Zonder poëzie zou ik iets heel slechts zijn geworden — en zonder religie vermoedelijk net zo goed — of anders zou ik gewoon zijn doodgegaan.’

Wie mocht denken dat het bovenstaande rijkelijk levensvreemd is, ijl en ijdel gezwets voor fijne luiden, die moet ik ongelijk geven. Lees volgend fragment van een gedicht, in de voortreffelijk vertaling van Maarten Elzinga. Bijna een krantenartikel, maar zoveel beter geschreven. Actueel, geëngageerd, alles wat Les Murray allerminst ten toon spreidde, maar wel was. Op zijn onnavolgbare zijdelingse en toch ook weer directe manier. O ja, dit fragmentje verscheen in 2006. Wie sprak toen al van vluchtelingencrisis? De dikke dichter.

Hiernamaals. Waar het al bestaat

zullen er mensen in een scheepsromp kruipen

of stikken in vrachtwagencontainers

om er te komen, ze zullen het bezweren

vanaf hun stranden, hun beslijkte straten,

ze spuiten het in, of trouwen in die sferen.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Schrijver & voormalig journalist

    Geert van Istendael (°Ukkel, 1947) studeerde sociologie en wijsbegeerte. Hij werkte bij het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, over ruimtelijke ordening.