Brexit, fort Hongarije en andere volksorakels

De resultaten van de referendums die dit weekend werden gehouden in Hongarije, Colombia en voor de zomer in Groot-Brittannië, doen Olivia Rutazibwa serieus nadendenken over volkssoevereiniteit en democratie zoals we die vandaag bezigen. 

  • © Brecht Goris © Brecht Goris

De kogel is door de kerk. Het ziet ernaar uit dat de logge Brexitmachine dit weekend resoluut in gang is getrokken. Theresa May, Groot-Brittannië’s kersverse premier liet er tijdens de Tory Conventie dit weekend geen twijfel over bestaan. Tegen 2019 zal haar land uit de EU gestapt zijn, en het wordt geen Brexit-light. Geen toegevingen over migratie-soevereiniteit om een betere economische deal met de EU uit de brand te slepen bijvoorbeeld. May klinkt vastbesloten om de ‘wil van het volk’ op de letter na te volgen.

Welk volk en welke wil? vraag ik me af. De andere referenda dit weekend werden gehouden, in Colombia – over een vredesakkoord met FARC na 52 jaar conflict (NEEN) – en Hongarije – over een (fictief) Europees bindend quota systeem voor het verdelen van vluchtelingen en migranten in de lidstaten (NEEN) - doen me twijfelen aan mijn buikgevoel enthousiasme voor zelfbeschikking, soevereiniteit, en luisteren naar de wil van het volk.

Want Brexit-land, Fort Hongarije en Anti-vredesakkoord Colombia geven de indruk dat referenda de minst sympathieke menselijke karaktertrekken naar boven doen drijven. Angst, xenofobie, wraak: eng groepsdenken en eigenbelang?

Het plaatje is allicht heel wat gecompliceerder, maar hoe ik er ook naar kijk, mooi kan ik het niet vinden.

Maar dat is het net. Dit is mijn visie op de dingen, en uiteindelijk zijn referenda een (toegegeven: zeer gebrekkige) poging om een ontmoetingsplaats te creëren voor verschillende visies, waarin die van de meerderheid wint. Ze zijn een momentopname van een samenraapsel van persoonlijke visies, die op hun beurt weer een combinatie zijn van iemands positie in de samenleving, persoonlijke ervaringen en toegang tot informatie. De eerste twee zijn wat ze zijn, en maken ook de rijkdom uit van een gemeenschap. De laatste is echter variabel, en wat mij betreft wordt het hoog tijd dat we daar heel wat verantwoordelijker mee omspringen.

Neem nu Brexit.

Ik zag het Brexit-circus – haast schouderophalend – vooral als het zoveelste stormpje in een xenofoob glas water.

De hele aanloop ernaartoe dreigde een ver van mijn bed show te worden voor mij. Drie jaar geleden installeerde ik me in Engeland, maar het afgelopen jaar was ik in Duitsland voor onderzoek. Niet dat ik een Brexit helemaal had uitgesloten – maar ergens nam ik het hele circus niet al te serieus. Ik was me vaag bewust van de mogelijke gevolgen van een exit voor een EU-onderdaan als ik, maar ik zag het – haast schouderophalend – vooral als het zoveelste stormpje in een xenofoob glas water. Ervaring genoeg met die dingen back home in België en mijn dagelijks bestaan in Engeland was zo veel minder racistisch dan dat in België of Duitsland dat ik er onbewust veel te gerust in was.

Toen de lokale politica Jo Cox op 16 juni werd vermoord werd ik toch langzaam wakker. ‘Britain first!’ zou de dader geschreeuwd hebben. Ik zat in een hotelkamer ergens in het Schotse Edinburg toen het nieuws binnen waaide. Het was een druilerige grijze ochtend, en ik sleutelde aan een presentatie over soevereiniteit, zelfbeschikking en internationale solidariteit voor een conferentie van de British International Studies Association.

De avond voordien had ik tussen pot en pint nog een minutieuze uiteenzetting gekregen van Schotse Lexit vrienden, voorstanders van een Brexit voor linkse-kameraden-redenen zeg maar. Hun bedenkingen bij de technocratische en neoliberale uitwassen van het Europese project deel ik volmondig, maar, als kind van de Brusselse Europese wandelgangen kon ik me er toch niet toe brengen om voluit pro Brexit te zijn.

Beter de vijand die je kent, dacht ik, maar bovendien weinig relevant, want stemmen mocht ik toch niet als Belgisch staatsburger in Engeland.

Op 23 juni kwam dan de uitslag – (Brexit: JA). Een diep politiek verdriet dat vandaag door velen wordt gevoeld in Hongarije of Colombia, overspoelde me toen ook. Het glas water leek plots een oceaan.

Ook al ben ik tot op zekere hoogte een Eurobrat, ik rouwde niet per se om Europa – het enige Europa waar ik echt zou kunnen rouwen, is er eentje dat we nog moeten waarmaken. (Eens we afstappen van ons mythologisch beginverhaal, bijvoorbeeld, of stoppen met het outsourcen van onze conflicten, Fort Europa ontmantelen en de technocratie en vrijhandelsdogma’s inruilen voor alternatieve samenlevingsmodellen.)

Waar ik om rouwde, was het Engeland dat ik bijeen had gedroomd in mijn hoofd.

Waar ik om rouwde, was het Engeland dat ik bijeen had gedroomd in mijn hoofd. Om de (onterechte) tevredenheid met de ‘mindere’ racistische optie die mijn nieuwe thuisland me bood. Niet dat ik ooit echt de illusie had gehad dat er in het VK geen racisme is, maar in mijn nieuw (academisch, middenklasse) bestaan werd mijn aanwezigheid niet constant in vraag gesteld en was ik vrij van starende blikken of domme vragen. In mijn hoofd verwarde ik mijn persoonlijke oude en nieuwe ervaringen allicht met een algemene werkelijkheid die voor velen niet bestond – Brexiters, Lexiters én Bremainers.

Voor elk een van die stemmers – en de meerderheid niet het niet eens mocht of de moeite vond om naar stembusgang te trekken, is er een ander persoonlijk relaas.

Wat de referenda, in het VK, Schotland voordien, Hongarije of Colombia vandaag, gemeen hebben, is een uiterst onverantwoordelijke politieke klasse en media gekoloniseerd door korte termijn electoralisme en sensationele en verkleuterende marktlogica. Alle andere logica’s die een samenleving warm, divers en groot maken, raken stillaan volledig ondergesneeuwd. Entertainen en sloganesk angst en haat zaaien blijven dan over als enige pasmunten.

De referenda hebben me serieus doen nadenken over volkssoevereiniteit en democratie zoals we die vandaag bezigen. Als kind van de postkoloniale rekening blijf ik een grote voorstander van het consulteren en cultiveren van de volkswil. Het gaat hier niet om een elitaire volksopvoedingsdroom, of het opdringen van een andere verzameling absolute waarheden. Het gaat erom de illusie van keuzevrijheid die door de volksorakels en stembusgangen wordt gecreëerd waar te maken of te vervangen voor iets anders.

Spijtig genoeg betaalt in tussentijd de vaak stemloze onderkant van onze pseudo-democratieën nog maar eens het gelag, totdat het ook voor de meerderheid onhoudbaar wordt.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur