Iemand die de mensen dichterbij elkaar brengt

Brussel heeft een stadsdichter nodig

© Charis Bastin

Lisette Ma Neza

(Lees tussen de witregels en lettergrepen in, mijn argumenten, mijn waarom.)

Het is de grote stad, waarin je niet wilt zijn, of wilt blijven of wonen… totdat je er niet meer weg kunt. Dat je bent vertrokken en weer terug bent gekomen. Dat je nergens anders meer van kunt zijn. De hoofdstad van Europa heeft iets heel speciaals. Ze is een soort enigma. Een vraag waarop geen antwoord bestaat. Alleen daarom al heeft ze een stadsdichter nodig. Ze is te mooi om niet over te schrijven. Te complex om niet nachtenlang over te twijfelen. Te lelijk, om niet over te huilen. Zo absurd, zo gemeen. Het allerfijnst, het allereenzaamst, het allerwarmst zelfs in de koude.

In Brussel werd ik
wie ik was
vergat ik ook helemaal waar vandaan en hoe
het is (om mij) te zijn

Een Brusselaar kent elk plekje, elke hoek, elke drempel waar de niet-Brusselaar overheen zou struikelen. Niet waar. Een kind van de stad ontdekt elke dag een nieuwe bakker, een nieuw skateboard-winkeltje, een nieuwe tramhalte, weer werken en vertragingen. Een echt Brussel kent geen enkel plekje. De hoofdstad is niet te temmen, evenveel van ons, als van zichzelf. Ze is publieke ruimte en ze is privé. Toen we de club poëten tijdens het Europees Slam Poetry kampioenschap in 2017, in Brussel mochten verwelkomen, waren het de geuren waarin ze de stad beschreven. Elke vijf minuten stappen, was een wereldkeuken van verschil en wij (Brusselaars) de kruiden, de mensen die de stad maken.

Het is in Brussel, waar je uit de mand valt. De valse noot in het orkest bent, het derde, het vijfde wiel. Waar je de onbekende taal, de lingua franca, net zoals de discipelen in de bijbel, plots maar vloeiend spreekt. D’r zit een hand van God in de stad. Al dat onmogelijke, dat zo naast elkaar leeft. Alle buitenbeentjes tezamen, alle rolmodellen, alle schurken (die op helden lijken, maar hun macht misbruiken), alle helden (die op schurken lijken, maar dat zijn meestal vooroordelen van de niet-Brusselaar). Alles op een rijtje. Een Brusselse wafel, met aardbei en banaan en chocola en alles erop en eraan. Ik voel me er een toerist die niet meer naar huis wilt. Nu ik de geur van dubbel-gebakken frieten ook ruiken kan als ik er niet ben, de geur naar boven kan halen. Nu ik de Brusseltalige, meertalige, taaloverstijgende literatuur onder de knie begin te krijgen. Haar poëzie. Haar poëzie.

Oh wees geduldig met zij die de stad nog niet begrijpen. Het heeft een dag of meer geduurd, voordat ik verliefd werd op deze vervreemding. Voordat ik onszelf herkende in de stad. Ik leer ze het allermeest kennen, nu ik haar even met rust laat. Minder aan kom bellen. Haar sms’jes niet beantwoord en haar spraakberichten niet altijd beluister.

Toen ik even uit haar armen — op reis- vertrok en terugkwam, was ik er nog het meest van overtuigd. Dat we haar niet voor lief moeten nemen. Ze zegt het in haar grijsheid, haar gezelligheid, haar jonge mensen, met lichtzilveren haren, door haar gebouwen heen. Ze zegt het tegen de gebouwen, de arbeiders, de autowegen, de tramhaltes. Ze vertelt het iedereen. Dat ze een stadsdichter nodig heeft.

Toen ik even uit haar armen vertrok en heel kort weer terug kwam, wist ik het, het allermeest. Het is het onverwachte gemis dat me naar haar terug trekt. De foto’s op het instaweb, de stories over hoe mooi ze is en hoe thuis. Dan denk ik: deze rauwe, gekke stad. Deze ruwe, helemaal ondersteboven, met plastic tasjes en meer milieuvervuiling overhoop liggende stad. Deze georganiseerde, verdrietige, verbazingwekkende hoofdstad. Dit kleine Afrika, Noord-Afrika, dit Midden-Oosten, dit Zuiden, dit Italië, dit Spaans dat op straat voorbij je komt lopen. Dit heeft een stadsdichter nodig. Deze stad moet over zichzelf reflecteren -introspectie- en het zou ons allemaal bijleren.

Troubadours en dichters heb je overal, ook in Brussel. Zij die de stad vertalen die over haar vertellen in haiku’s en met ritme, die haar bovennatuurlijke schoon- en lelijkheid begrijpen. Misschien heeft Brussel dat wel nodig, poëzie. Een dichter die de stad van binnenuit kent. Iemand die de mensen dichterbij elkaar brengt. Dat de stad dan, af en toe, voor iedereen. Dat we haar niet voor lief nemen. Dat we niet allemaal van hier zijn, maar wel hier zijn. We hebben een stadsdichter nodig en weet je wat: Ik ga daar voor zorgen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Slam poet

    Lisette Ma Neza is afkomstig uit Nederland, maar woont ondertussen in Brussel waar ze film studeert.  In 2017 won ze als eerste Nederlandstalige vrouw het Belgisch Kampioenschap in Poetry Slam