De waarheid in het middenveld

Confidenties van een subsidieslurper

© Brecht Goris

Bie Vancraeynest

Ik leef al bijna twintig jaar op uw kosten. Minus dat ene jaar dat ik met bedenkelijke pedagogiek in een privétaalschool rijke mensen het Nederlands trachtte diets te maken.

Maar twee decennia dus sta ik op de payroll en ben ik bestuurder bij talloze vzw’s. Meer nog, ik ben ook nog verantwoordelijk voor een wildgroei aan nieuwe vzw’s, want ik maak jonge mensen graag wegwijs in de wereld van het opstellen en neerleggen van statuten (ja, die handtekening moet echt op de achterkant) en penningmeesters.

Vaak met als enige doel een vehikel te hebben om in te tekenen op projectoproepen. Ik help graag jonge mensen aan geld. Zelden mijn geld. Ik zet ze op weg naar publieke middelen. En ik doe dat schaamteloos.

De nieuwe regering is nog niet gevormd, maar wie denkt te zullen mee regeren, wijst in steekvlam tweets graag op wie werkt met subsidies. Ze hebben het daarbij voor alle duidelijkheid niet over die van de banken, niet over de helft van ons wagenpark, en niet over politieke partijen.

Dat schaamtegevoel dat mij wordt aangepraat, pakt niet omdat het ook mijn geld is, net zozeer als dat van u. Om de zoveel tijd bepalen we gewoon een beetje mee wie de portemonnee mag vasthouden. Onze portemonnee.

De (financiële) druk op het middenveld is dubbel. Aanhangers van de slanke staat besparen op publieke middelen waardoor meer taken door het middenveld worden overgenomen, en ook daar wordt de riem nog eens aangetrokken. Om nog enige onafhankelijkheid te bewaren, zetten we ons breed en smeren de financiering uit over zoveel mogelijk potjes, om de inhoudelijke controle te bewaren. Dat betekent, meer dossiers, bij meer overheden en fondsen.

In het middenveld wordt daar soms wat vaag over gedaan, niemand loopt te koop met de sommen en waar ze die lospeuteren. Alsof we ons zelf onderwerpen aan de hiërarchie waarbij de “ondernemer” bovenaan staat.

Vaak zijn het vrijwilligers die zitten te zweten om doelstellingen “smart” te formuleren. Om die meerjarenplannen in elkaar te zetten, hanteren we soms principes die in de “privé” al lang overboord zijn gegooid. Er is een heuse industrie ontstaan van federaties, consultants en nieuwe vzw’s die de andere tegen vergoeding ondersteunen in al die beleidsprocessen.

Publieke middelen moeten goed worden besteed. Laat daar geen twijfel over bestaan. Maar de dynamiek van projectoproepen, werkingssubsidies met allemaal verschillende logica’s en vragen zijn voor sommige organisaties echt niet eenvoudig. We worden geacht te verzelfstandigen, te verduurzamen, eigen middelen te genereren. We worden geduwd in groeiscenario’s waardoor we projecten moeten verzinnen om onze oude wijn in nieuwe zakken te gieten. Ook als het goede oude wijn is.

Liever geen investeringsmiddelen, want de scope gaat vaak niet verder dan de volgende legislatuur.

Wie heeft niet getracht om wat hij al doet te vermommen in een vernieuwend project om net hetgene waar hij goed in is beter of comfortabeler te kunnen doen? Of om ergens een randje af te kunnen snijden om in te zetten voor het noodzakelijke maar onsubsidieerbare. Bij projectsubsidies is men niet zo’n fan van loonkost ook al is bij mensenwerk de mens het beste werkingsmiddel. Liever geen investeringsmiddelen, want de scope gaat vaak niet verder dan de volgende legislatuur.

Wij pennen alinea’s vol over duurzaamheid, multiplicatoreffecten en verankering. Maar houden rekening met het risico dat we het over vijf jaar over een andere boeg moeten gooien. We schrijven die dossiers ook nog eens gratis, ’s avonds of in het weekend, op café waar wij onze koffie zelf betalen. We berekenen en budgetteren dat we 35.000 euro nodig hebben voor een project. Om dan een hoerabrief te krijgen waarin staat dat de jury het een fijn project vindt en dat we er 10.000 euro voor krijgen.

Wij spurten om een deadline te halen (geprint te bezorgen, poststempel geldt als bewijs), maar op de website is nergens terug te vinden wanneer je antwoord mag verwachten. We worstelen met onlineformulieren waarvoor je de allerlaatste update van Adobe nodig hebt, of die niet draaien op de open source software op de tweedehandslaptop die we ons net kunnen permitteren. We zoeken naar logins en paswoorden en pincodes die gemaild zijn naar een collega die hier al een jaar niet meer werkt.

Vroeger associeerde ik het woord “kiosk” met een dixielandorkest op een dorpsplein in Het Heuvelland. Nu denk ik aan die applicatie om dossiers in te dienen en die keer dat ik een uur voor deadline in mijn pyjama na een schrijfsessie van een etmaal op kantoor zat te zoeken naar een code die ons een jaar daarvoor op papier was toegezonden.

Er zijn leeuwentellers die kijken of Vlaanderen wel verbeeld staat op elke brochure.

En dan, als dat toch allemaal gelukt is? Dan wachten we. Tot wanneer? Tja. ‘Nee, we nemen geen beslissing in lopende zaken’.

Als de buit eenmaal binnen is, begint een nieuwe fase. Een van bonnetjes bijhouden en betaalbewijzen fotokopiëren en inscannen en nummeren. Promomateriaal in drievoud bijhouden (‘Shit, hier staat het logo niet op!’) Uitkijken voor dubbele subsidiëring. Want wie niet gecontroleerd wordt, fraudeert, dat lijkt het uitgangspunt van het systeem. Er zijn leeuwentellers die kijken of Vlaanderen wel verbeeld staat op elke brochure. Terwijl het werken met mensen zonder papieren, straatbewoners, balorige tieners soms vraagt naar een bonnetjesloze aanpak. Soms ben je in de informele economie goedkoper af, maar daar geraak je niet aan een factuur.

Ik durf met mijn hand op mijn hart bijna elke euro verdedigen die ik uit de belastingspot mocht besteden. Er is toch nooit genoeg om mee te morsen.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Er zijn onderdelen van het hele dossierproces waar ik van houd. Met een groep betrokken mensen taal geven aan je dromen is heerlijk. Op zijn beste momenten is het een inspirerende periode waarbij je de neuzen in dezelfde richting kan zetten. Ik heb in al die jaren ook heel veel ambtenaren en kabinetsmedewerkers ontmoet die graag met je meedenken en die zich als echte ‘civil servants’ opstellen. Ik herinner me zelfs periodes waarin hele sectoren werden betrokken en als gelijkwaardige partners behandeld bij decreetswijzigingen.

Maar over het algemeen is het leuker om je werk te doen dan geld te zoeken om je werk te doen.

Leeggeschreven, dromen veel organisaties van die mythische dossierschrijver die geld binnenrijft en zichzelf terugverdient. Als u hem ooit ontmoet, vraagt u hem dan om zijn visitekaartje?

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Projectmedewerker bij Demos vzw

    Bie Vancraeynest is coördinator van Vzw Toestand, een organisatie die leegstaande of vergeten gebouwen reactiveert tot tijdelijke en autonome socioculturele centra.