De boer is de kanarie in de koolmijn

Als er één sector is die de vinger aan de pols van de klimaatverandering heeft, dan is het wel de landbouw, schrijft Tine Hens. Of liever, het is de boer zelf die seizoen na seizoen, oogst na oogst de verandering aan den lijve ondervindt. Elke keer weer ‘een klein, persoonlijk drama’.

  • © Brecht Goris © Brecht Goris

Een boer huilt niet. Nooit. Zelf beweerde hij dat het door de felle westenwind kwam, maar toen hij na de zoveelste stortbui in gummilaarzen door de modderbrij ploeterde, sprongen de tranen hem in de ogen. Officieel mag het dan komkommertijd zijn, de komkommeroogst zal schraal en mager zijn dit jaar. Net zoals de oogst van aardappelen, wortelen, selder, uien en graangewassen. Allemaal zijn ze verrot en verzopen, hun wortels versmacht in de waterspiegel.

‘Het is een ramp waar niemand wakker van ligt.’ Het is een ramp waarvan de slachtoffers onzichtbaar blijven. Een ramp die in het korte tijdsbestek van een nieuwsbericht enkel de boer aanbelangt. Een klein, persoonlijk drama.

Mislukte oogsten zijn altijd politiek.

Met zijn zakdoek had hij over zijn voorhoofd, ogen en neus gewreven. Zweet wegwissen, het was een automatisme geworden. Ook al was het niet echt warm die dag. Te koud voor de tijd van het jaar. ‘Normaal weer bestaat niet meer.’

Wie door de geschiedenis bladert, weet dat mislukte oogsten altijd politiek zijn.
Het was het dure brood dat eind 18e eeuw mensen zo woest maakte, dat ze de koning onthoofdden; de aardappelplaag joeg midden negentiende eeuw de Engelse boeren massaal naar de stad en zette een sociale omwenteling in gang; en het was uit honger en miserie dat de Tunesische fruitverkoper Mohamed Bouazizi zichzelf in brand stak en zo het revolutionaire vuur door Noord-Afrika en het Midden-Oosten joeg. Als het fout loopt met ons voedsel, staat de wereld op z’n kop.

Vertraagde kettingreactie

Al volgen oorzaak en gevolg elkaar zelden in ijltempo op. De kettingreactie trekt zich met vertraging op gang. Zeker als je die mislukte oogst niet onmiddellijk in je supermarkt, je bedrijfskantine of op je vakantiebestemming merkt.

De wegen verbinden alle velden van de wereld en dus komt ook al het eten van die velden zo op ons bord. Het is het genie en de kwetsbaarheid van het huidige voedselsysteem, het is zo vertakt dat er altijd wel ergens een boer is die de schok opvangt en een andere die de klap incasseert. Wat we eten lijkt het laatste van onze zorgen. En een mislukte oogst wordt pas nieuws als er werkelijk niets anders te melden valt.

Een mislukte oogst wordt pas nieuws als er werkelijk niets anders te melden valt.

Op het radiojournaal van tien uur had een boer het nog even mogen uitleggen. Wat zo’n dramatische oogst betekent. Onzekerheid. Inkomensverlies. Maar zijn zorg lag ook elders. Wat als dit structureel werd? En misschien was het dat al? Nee, officiële cijfers had hij daar niet over – wat zaag en klaag je dan, hoorde je de reporter onhoorbaar zuchten – maar zijn verstand maakte hem duidelijk dat ze erger waren geworden. De onweren, de hagelbuien, de rukwinden en de stortregens.

Het was een vraag en een vaststelling waar de boer op zijn veld ook mee worstelde. Hij haalde een schrift uit zijn vestzak. Zijn weerschrift, noemde hij het. Hij noteerde er alle bijzonderheden van plant- en oogstseizoenen in. De uitzondering, zo leerde zijn dagboek van jaren, had het van de regel overgenomen. Ze waren in het rood omcirkeld, de jaren waarin het veld blank had gestaan, waarin de gerst in de knop verdord was of waarin hij de aardappelen als stenen knikkers uit de grond had gehaald. 2002, 2005, 2006, 2011, 2013 en 2015. Er viel nog nauwelijks een normaal jaar te bespeuren. ‘2016 kan er ook wel bij’, zei hij.

‘Als onze oogst mislukt, dan hoort u te schrikken’

‘Als onze oog mislukt, dan hoort u te schrikken’, schreef een Nederlandse boer eind juni in het NRC Handelsblad. ‘Klimaatverandering is een groot deel van mijn werkzame leven geworden.’ 12 september 1998 was voor hem de dag dat het klimaat definitief veranderde. Het was zijn 9/11. Het was een zaterdag en zijn velden stonden blank. Voor het eerst sinds hij zich kon herinneren.

Hij was er niet op voorbereid. Het enige wat hij wist, was dat als zijn penen, aardappelen, uien en selders langer dan 24 uur met de wortels in het water stonden, ze wegrotten op het veld.

‘Onze sector is de kanarie in de koolmijn. Onze dood is het alarm voor een ongezond klimaat’, schreef hij – de altijd nuchtere boer. Het was belangrijk, meende hij, om het zo te benoemen. Als klimaatverandering.

‘Is dat nu een teken van beschaving, dat we niet wakker liggen van onze eigen voedselcrisis?

Maar hij merkte ook dat telkens hij erover begon, er een scherm van verveling over het gezicht van zijn gesprekpartner neerdaalde. Alsof die wel wist waar hij het over had, maar zich toch niet kon voorstellen dat het iets met zijn leven te maken had. Alsof ook zonder grond en boeren de boontjes, perziken en tomaten tot in de plastic kisten in de supermarkt zouden vliegen.
‘Is dat nu een teken van beschaving’, had de boer zich op zijn veld afgevraagd. ‘Dat we niet wakker liggen van onze eigen voedselcrisis? Of is dat de oerdefinitie van wereldvreemdheid en gebrek aan realiteitszin?’

Om twaalf uur was de mislukte oogst al geen nieuws meer, het fileleed van het gros van de bevolking had het boerenleed weggedrukt. Ze waren langer dan ooit, in tijd en in afstand. We waren het koninkrijk van het aanschuiven geworden. Het land slibde dicht. De wegen zaten vol. Het was een drama dat veel mensen aanbelangde. ‘Er moet iets gebeuren’, klonk het ernstig en gejaagd op de radio. ‘Zo kan het niet langer. We rijden onszelf vast.’

Het lijken twee aparte werelden. Die van de mislukte oogst en die van het fileleed. Maar niet als je de inhoud van de vrachtwagens in die files analyseert. Wat hier geoogst wordt, wordt naar daar getransporteerd; wat daar groeit, wordt naar hier vervoerd. Als de oogst op de velden mislukt, dan wordt er elders meer voedsel verscheept. De som van al die uitwisseling is meer files op de weg. Meer transport. Meer uitstoot van broeikasgassen. Het is de feedbackloop van de globalisering.

Revoluties volgen geen scenario’s en worden pas als dusdanig herkend als ze al voorbij zijn. Dat de verandering bezig is en dat hij groter, onbekender en misschien wel vernietigender is dan gedacht, wordt niet door onheilsprofeten voorspeld, maar wordt door boeren aan den lijven gevoeld en wordt jaar per jaar door wetenschappers afgelezen in de tabellen.

Wetenschappers huilen niet

Ook een wetenschapper huilt niet. Nooit. Maar wanneer klimatologen op hun jaarlijkse congressen de gebroken records opstapelen, doen ze dat niet met juichkreten. Toen ze de lijst punt per punt afvinkten, woensdag 7 juli 2016 in Washington, kregen ze de krop in de keel.

Zelfs de meest extreme klimaattabellen blijken ondertussen lachwekkend conservatief.

Ja, het waren de ondertussen gekende, bijna afgezaagde signalen. Gesmolten ijs, verdwenen sneeuw, verbleekt koraal, verzuurd oceaanwater. Alleen gebeurde het allemaal sneller dan verwacht, berekend of ooit voorspeld. Het zee-ijs was nooit zo massaal gesmolten als dit jaar, de permafrost verschrompelde en liet onheilspellende zwarte gaten na en Alaska had ondertussen vijftig procent van zijn ijslaag verloren. Zelfs de meest extreme klimaattabellen blijken ondertussen lachwekkend conservatief.

De stortvloed aan cijfers, grafieken en procenten benam hen letterlijk de adem. Wat ze zagen was de vooruitblik op een hen onbekende wereld, een wereld waarvoor ze nog geen modellen hebben, een wereld die nooit eerder bestaan heeft. Ze waren het gewend op lange termijn te kijken en te denken, hun wetenschap had altijd traag geëvolueerd, nu zit de tijd hen op de hielen.

Zeker als ze over de grillige lijnen die de toestand van de verloren sneeuw en verzonken ijs uittekenden, die van het wereldverbruik van fossiele brandstoffen schoven. Daar waar de eerste de diepte indoken, kronkelden de laatste nog steeds gestaag omhoog.

Afkicken van de olieverslaving

De jubelberichten over de toename van hernieuwbare energie laten meestal een essentieel gegeven onvermeld: het totale energieverbruik stijgt. Ja, we gebruiken meer zon en wind, maar we verbranden meer olie, gas en steenkool dan om het even wanneer in de menselijke geschiedenis. Brandstoffen die we ook nog eens flink subsidiëren. Wereldwijd stroomde er 493 miljard dollar naar de oliesector.

‘Het . Moet . Nu . Stoppen.’

Twijfel mag dan al het uitgangspunt zijn van ieder wetenschappelijk onderzoek, de boodschap van de wetenschappers daar in Washington kon nauwelijks duidelijker zijn: ‘Het.Moet.Nu.Stoppen.’ De wereld moet afkicken van de olieverslaving.

De streefdoelen die in Parijs in december naar voor werden geschoven, zijn ondertussen al achterhaald. De snelheid waarmee de verandering doorzet, vergt een even snelle reactie.
Niemand luisterde. Het bericht haalde geen enkele nieuwsuitzending die dag.

Op zijn veld had de boer in de verte gekeken, aan de horizon tekende zich de snelweg tussen Aalst en Gent af. Ook daar sneuvelde weer een record. De sliert auto’s was langer dan ooit. Sommigen keerden terug van werk naar huis, anderen reden naar de zon in het Zuiden. Ze schoven aan in de processie van de jaarlijkse uittocht.

Verleden jaar was hij op reis geweest, zei hij. Vakantie zou hij het niet noemen. Het was een tocht die hij moest maken om verder te kunnen gaan. Hij trok naar het Franse dorpje Saint-Anne D’Auray. Daar staan zeshonderd witte kruisen. Eén voor iedere boer die jaarlijks in Frankrijk zelfmoord pleegt. ‘Hier gebeurt het ook’, zei hij. ‘Het is de boerenplaag. Net als kanariepietjes in de kolenmijn blazen ze in stilte hun laatste adem uit.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Klimaat en sociaalecologische transitie

    Tine Hens is historica, journaliste en auteur van Het klein verzet (Epo, 2015), het verhaal van mensen die van Griekenland tot Denemarken in hun eigen wijk of stad, of met hun eigen b

    Actieve thema's