De maand van... Chika Unigwe

Laten we vechten om te veranderen wie de literaire poorten bewaakt, niet om wie ons werk vertaalt

© Konstantinakos Tsanakas

Chika Unigwe

Een jaar geleden droeg de jonge Amanda Gorman haarThe Hill We Climb voor voor de kersverse VS-president Joe Biden. Bij de vertaling van dat gedicht naar het Nederlands werd er vurig gediscussieerd over wie daar het meest geschikt voor was. Auteur en MO*columniste Chika Unigwe blikt terug op het debat: wat maakt een vertaling goed, en hoe creëer je plaats voor diversiteit in het literaire landschap?

Amanda Gormans inauguratiegedicht voor VS-president Joe Biden schokte precies een jaar geleden de wereld. Ik bekeek haar – dat jonge meisje vol zelfvertrouwen, met dreadlocks hoog op haar hoofd gestapeld – en ik was gefascineerd. Elk woord van haar gedicht raakte mij diep, alsof ze het in mijn hart had gegraveerd. Veel anderen hadden datzelfde gevoel.

Het komt niet vaak voor dat een gedicht geschreven door een relatief onbekende dichteres met een expertise in spoken word wordt opgemerkt door de hele wereld. Lof stroomde binnen voor deze jonge vrouw, en terecht.

Een nieuwe ster was geboren, en iedereen wilde een stukje van haar.

De impact die haar gedicht had, was waarschijnlijk een combinatie van twee zaken: de opluchting dat Donald Trump niet opnieuw werd geïnaugureerd en de manier waarop het gedicht krachtig de gebeurtenissen in de Verenigde Staten aankaartte, vooral na de bestorming van het Capitool op 6 januari.

Gorman werd het symbool voor een nieuwe Verenigde Staten aan de horizon: een Verenigde Staten met de allereerste vrouwelijke, gekleurde vicepresidente en een Verenigde Staten waar de chaos die dreigde te overheersen met succes werd ontweken. De Verenigde Staten waren opnieuw klaar om te schitteren en dat werd ingeluid door een inauguratiegedicht dat zowel de uitdagingen als de mogelijkheden van een onvolmaakte natie accepteerde.

‘Als de dag aanbreekt vragen we ons af:
Waar kunnen we licht vinden in deze oneindige nachten?
Het verlies dat we bewaren,
golven nog opwachtend.
We trotseerden de buik van het beest,’
(…)
‘En voor we het wisten,
was het ochtendgloren de onze.
En toch lukte het ons
en toch overleefden en observeerden wij
een natie die niet gebroken,
maar slechts onvoltooid blijkt.’

(vertaling Zaïre Krieger)

Een nieuwe ster was geboren, en iedereen wilde een stukje van haar. Al snel stroomden er boekcontracten binnen voor Gorman en vertaalrechten voor The Hill We Climb.

Niet minder echt

Een van die rechten ging naar Nederland, en de zeer briljante, zeer geschikte jonge Nederlandstalige schrijver, Marijke Rijneveld, werd gevraagd om het gedicht te vertalen voor Meulenhoff (ook mijn voormalige uitgeverij, overigens). Rijneveld voelde zich vereerd om dat verzoek te accepteren, maar moest zich later terugtrekken vanwege kritiek door een aantal zwarte stemmen – met name activiste Janice Deul in de Volkskrant.

Die kritiek betrof de vraag aan een witte schrijver om het snel iconisch wordende gedicht van een zwarte stem te vertalen. Volgens Deul was Rijneveld geen ‘mager zwart meisje,’ maar ‘is ze wit, non-binair en heeft ze geen ervaring in dit domein.’ (Dit citaat van Deul dateert van februari 2021. Marieke Lucas Rijneveld liet eerder deze maand weten voortaan met “hij” en “hem” te willen worden aangesproken, red.)

Hoeveel gelijkaardige ervaringen met de auteur van een werk moet een vertaler bezitten om te verzekeren dat het een goede vertaling zal zijn?

Ik wou dat Deuls kritiek was gebleven bij het feit dat gekleurde schrijvers – voor zover die er zijn in Nederland – niet dezelfde kansen kregen als hun witte collega’s. Dat is een geldig, maar ander soort argument. Ik deel Deuls frustraties over een wereld waarin wit privilege wel degelijk bestaat, maar ik ben het niet met haar eens dat de enige persoon die in staat is om Gormans woorden te vertalen een mager zwart meisje is.

Zou dat dan een mager, zwart meisje uit de Verenigde Staten moeten zijn? Een mager, zwart meisje van wie de voorouders slaven waren? Iemand die werd opgevoed door een alleenstaande moeder? Hoeveel gelijkaardige ervaringen met de auteur van een werk moet een vertaler bezitten om te verzekeren dat het een goede vertaling zal zijn?

Vertalen gaat niet over de herbeleving van het schrijven of de imitatie van de schrijver. Vertalen gaat over het uiten van de gevoeligheden in een werk.

Ik heb vertaalde biografieën gelezen waarbij de vertaler de ‘ik’ van de biografieschrijver overnam en zichzelf zo onzichtbaar opstelde dat ik me nooit heb afgevraagd of wat ik las, me niet was aangereikt door de lens van iemand anders dan de schrijver. Ik heb vertaalde interviews gelezen, en de kracht van de persoonlijke ervaringen van de geïnterviewde leken me nooit minder echt omdat ze niet de specifieke ervaringen van de interviewer waren.

Ik heb het geluk dat mijn eigen werk al vertaald werd door witte mannen, door joden, door witte vrouwen die de namen in mijn boeken niet kunnen uitspreken. Dankzij hen hebben de verhalen die ik in het Engels heb geschreven, lezers bereikt die geen Engels lezen, tot in de verste uithoeken van de wereld. We lezen vertaalde literatuur en we nemen nooit de tijd om ons af te vragen of de vertaler dezelfde ideologie, dezelfde ervaringen als de personages of de schrijver heeft.

Bevrijden en ontroeren

Literatuur bevrijdt ons, net als andere kunstvormen, om ons andere werelden dan de onze te kunnen inbeelden. Ik las een werk van Enid Blyton in Nigeria en werd van het hete en stoffige Enugu getransporteerd naar het groene Engelse platteland. Wanneer we in een literair werk duiken, kruipen we in de huid van de personages waarover we lezen.

Ik herinner mijn studenten er vaak aan zintuiglijke details te gebruiken, om te tonen en niet te vertellen wanneer ze over emoties schrijven, zodat de lezers zich beter kunnen inleven in de wereld die zij – de schrijvers – creëren. Ik herinner hen eraan dat de werken die ons het meest ontroeren, ons ontroeren net omdat de schrijvers daarin zijn geslaagd. En wanneer we vertaalde werken lezen die ons ontroeren, dan is dat omdat de vertalers de visie van de auteur hebben vastgelegd en verwoord.

Misschien had Meulenhoff de kans om Gorman te vertalen bewust moeten geven aan een ondervertegenwoordigd talent – en dat kon voor mijn part een mannelijke, Noord-Afrikaanse schrijver zijn. Maar het feit dat Rijneveld mager noch zwart is, is reductionistisch en zeker geen goede reden om hem niet het werk van een ander groot talent te laten vertalen.

Het is onmogelijk om betekenisvolle diversiteit in boeken te hebben wanneer er geen diversiteit onder redacteurs is.

In de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk zijn debatten aan de gang over de erg witte uitgeverswereld, en ze passen zeker ook in de Lage Landen, waar interactie met de ‘ander’ veel problematischer is (en ik heb al meermaals over die problematische geschiedenis geschreven). Maar om eender welke overwinning te laten duren, moeten onze strijd en onze eisen als zwarte, inheemse en gekleurde schrijvers consistent en betekenisvol zijn.

Wanneer de poortwachters die beslissen wat er wel of niet wordt gepubliceerd, wanneer je agent, je redacteur en je uitgever wit zijn, wanneer hun wereldbeeld wit-centrisch is, dan zullen de schrijvers die worden binnengelaten en de boeken die het daglicht zien hoogstwaarschijnlijk binnen dat wereldbeeld passen. Redacteurs kopen vaak boeken gebaseerd op wat volgens hen goed zal verkopen. Zo subjectief is het nu eenmaal.

Het is onmogelijk om betekenisvolle diversiteit in boeken te hebben wanneer er geen diversiteit onder redacteurs is. In 2020 lanceerde boekhandel Barnes and Noble zijn rampzalige Diverse Editions waar ze gewoonweg zwarte gezichten hadden geplaatst op de covers van klassiekers geschreven door witte auteurs. De hashtag #PublishingPaidMe ging vorig jaar in juni viraal en onthulde de gigantische verschillen tussen de voorschotten die witte auteurs ontvingen tegenover hun gekleurde collega’s.

Laten we vechten om te veranderen wie de poorten bewaakt, en niet om wie ons werk vertaalt. En op een dag zullen we de verandering die we zoeken ook vinden, want zoals Gorman ons eraan herinnert:

…er is altijd licht,
als we de moed hebben het te zien
en als we de moed hebben het te zijn.’

Deze column werd uit het Engels vertaald door masterstudenten van het Virtueel Vertaalbureau (KUL-campus Brussel). Vertaling door Axana Dumoulin en revisie door Elmo Geeraerts .

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur