Het gaat niet goed met onze democratie

In de Wetstraat regeert niet het volk, maar de hypocrisie

© Brecht Goris

Walter Zinzen

De particratie viert dezer dagen hoogtij. Een select gezelschap van een enkele dame en drie heren heeft beslist hoe het Vlaams Gewest de volgende vijf jaar bestuurd zal worden. Partijcongressen hebben dat akkoord goedgekeurd, weliswaar zonder goed te weten wat erin staat; want de deelnemers hebben niet de tijd gekregen de tekst te bestuderen. En nu is het de beurt aan het parlement.

Wie dit alles een democratisch gegeven vindt, moet dringend het boek herlezen dat Luc Huyse vijf jaar geleden al schreef en De democratie voorbij heet.

Op de binnenflap vat Luc Huyse zijn boek zelf samen: 'De rode draad is de vraag of de parlementaire democratie in haar huidige gedaante nog een toekomst heeft. De twijfels over haar overlevingskansen nemen gestadig toe. De houdbaarheidsdatum lijkt in zicht. Daarom is het nodig om voorbij dit type van democratie te kijken.'

Een jaar eerder was postuum een boek met dezelfde teneur verschenen van Peter Mair, een Ierse collega–politicoloog van Luc Huyse. Mair had een studie gemaakt van de politieke partijen in alle democratische landen. Zijn titel was zo mogelijk nog welsprekender dan die van Huyse: Regeren over de leegte, de uitholling van de Westerse democratie. Die tekst staat op de cover van het boek onder een foto van een parlement, waarin één enkele mens zit.

De democratie heeft geen demos meer, was zijn stelling. (Demos is het oud-Griekse woord voor volk.) Zijn conclusie: de tijd van de partijen-democratie is voorbij.

Mij gaat het om de manier waarop onze democratisch verkozen politici zelf de democratie om zeep helpen en hoe ze dat de afgelopen tijd met veel verve en talent hebben aangetoond.

Je zou denken dat de huidige politieke situatie in ons land andermaal het grote gelijk van beide heren aantoont. Maar neen, Joël De Ceulaer, journalist bij De Morgen, vindt dat onze democratie springlevend is. Ook hij heeft er een boek over gepleegd, dat van begin tot eind optimisme uitademt onder de titel Hoera! De democratie is niet perfect.

Veel van wat hij beweert is correct, maar de Oude Romeinen zouden fijntjes hebben opgemerkt dat De Ceulaer uit juiste premissen verkeerde conclusies trekt. Het gaat helemaal niet goed met onze democratie en dan denk ik zelfs niet eens in de eerste plaats aan de opkomst van extreem, radicaal of populistisch rechts. Mij gaat het om de manier waarop onze democratisch verkozen politici zelf de democratie om zeep helpen en hoe ze dat de afgelopen tijd met veel verve en talent hebben aangetoond.

Peter Mair had al opgemerkt dat de oude politieke partijen, ontstaan in de 19de eeuw, van massabewegingen verworden zijn tot kiesverenigingen die vrijwel geen leden meer hebben en nog alleen op verkiezingsdag contact hebben met de kiezer. Toch klampen ze zich vast aan de macht, ook als zelfs uit de verkiezingsuitslag blijkt dat hun band met de demos verbroken is.

Anderzijds ziet Luc Huyse in de sluipende vermarkting van de samenleving en privatisering van publieke taken, die de staat beetje bij beetje hebben uitgekleed, een nauwelijks zichtbare maar heel reële beschadiging van de democratie. Ook De Ceulaer zal niet kunnen ontkennen dat de “Zweedse” regeringen van de afgelopen vijf jaar daar meer dan één steentje hebben toe bijgedragen en dat Zweeds-II daar met nog meer enthousiasme dan voorheen mee zal verdergaan.

De zwijgbarak

De manier waarop de centrumpartijen zich na 26 mei hebben gedragen, is ronduit stuitend. We hebben nu, eindelijk, een Vlaamse regering. Maar wie heeft de ministers benoemd? De partijvoorzitters. Journalisten en politici doen allen alsof dat de normaalste zaak van de wereld is. Dat is nu eenmaal het privilege van de voorzitters, zo wordt gedacht.

Dat privilege is bij de vorming van Jambon I tot in het absurde toegepast: CD&V-voorzitter Wouter Beke heeft zichzelf voor de tweede keer tot minister benoemd. Een eerste keer heeft hij zichzelf uitgeroepen tot opvolger van Kris Peeters in de federale regering, nu heeft hij zichzelf van de federale naar de Vlaamse regering geparachuteerd. En niemand die er schande van spreekt.

Men wil immers de indruk wekken dat alles verloopt volgens de regels van de democratie

Autocratischer kan het moeilijk. Want in geen enkele wet staat dat ministers benoemd worden door partijvoorzitters. Integendeel, de grondwet schrijft voor dat de ministers van de gewestregeringen benoemd worden door de parlementen. Een bepaling die werd opgenomen om de regeringsvorming te…. democratiseren. De werkelijkheid is dat het parlement de benoemingen van de voorzitters zonder morren bekrachtigt.

Op federaal niveau zie je precies hetzelfde. Dezelfde voorzitters die de gewestregeringen hebben samengesteld, bepalen wie er in de federale regering terechtkomt. Alweer een overtreding van de grondwet. Die bepaalt immers dat het de koning is die de federale ministers benoemt en ontslaat.

Dat is natuurlijk een bepaling die niet meer van onze tijd is, maar waarom wordt dit artikel dan niet afgeschaft? Waarom wordt het ”privilege” van de voorzitters niet met zoveel woorden in de grondwet opgenomen? Het antwoord is simpel: in de Wetstraat regeert niet het volk maar de hypocrisie.

Men wil immers de indruk wekken dat alles verloopt volgens de regels van de democratie: vragen en krijgen de federale en regionale regeringen niet het vertrouwen van hun parlementen? Hebben die niet de bevoegdheid de regering naar huis te sturen? Zeker wel. Maar die bevoegdheid blijft dode letter. De parlementsleden voeren getrouw de bevelen van hun partijleiding uit.

Ik durf nu al te voorspellen dat geen enkel lid van de meerderheid de moed zal hebben tegen het regeerakkoord te stemmen. Zelfs het maken van een kritische opmerking is haast niet geoorloofd.

Hendrik Vuye, zelf oud-volksvertegenwoordiger, noemde het parlement daarom geen praatbarak, zoals voorheen geringschattend werd gezegd, maar een zwijgbarak. Hoe anders gaat het er aan toe in het Europees Parlement. De nieuwe Commissieleden worden daar aan een grondig examen onderworpen. Als ze niet slagen, gaat hun benoeming niet door. Een vorm van democratie in het fel bekritiseerde Europa, waar we in ons land alleen maar van kunnen dromen.

Bij ons volstaat het dat de nieuwe ministers een “visienota” komen voorlezen. Het federale parlement is niet gemachtigd beoogde bewindslieden te “buizen”.

Strikt genomen hebben de regionale parlementen die bevoegdheid wel. Vandaag debatteert het Vlaams Parlement over het regeerakkoord en de nieuwe regering. Ik durf nu al te voorspellen dat geen enkel lid van de meerderheid de moed zal hebben tegen te stemmen. Zelfs het maken van een kritische opmerking is haast niet geoorloofd.

Niemand protesteert

Toch kan het nog erger. Als in de onderhandelingen over de regeringsvorming de postjes ter sprake komen wordt ook de parlementsvoorzitter benoemd, zowel op federaal als op gewestelijk vlak. Het parlement zelf mag die benoeming bekrachtigen door de kandidaat-voorzitter formeel te “verkiezen”. Hoe democratisch is dat? De nieuwe regering benoemt in één moeite door de voorzitter van de assemblee die diezelfde regering geacht wordt te controleren!

Vanaf dag één wordt het parlement dus buitenspel gezet. En dat zal zo andermaal vijf volle jaren voortgaan. Toch is het parlement de enige institutie die we met zijn allen verkiezen. Maar het heeft in de feiten niets te vertellen. Dat weten we met zijn allen al vele jaren. Maar niemand protesteert, de parlementsleden zelf al helemaal niet.

Daar eindigt de machtshonger van de partijen evenwel niet. Opvallend is het grote aantal burgemeesters dat aan de onderhandelingstafel zat. De nieuwe minister-president is burgemeester van Brasschaat, zijn partijvoorzitter is burgemeester van Antwerpen, diens collega van de CD&V is burgemeester van Leopoldsburg, de voorzitter van Open VLD is burgemeester van Aarschot. Ze werd tijdens de onderhandelingen bijgestaan door de burgemeester van Mechelen.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Wat hebben al die burgemeesters in een formatieberaad te zoeken? Wat hebben al die voorzitters in hun gemeente te zoeken?

Het antwoord is dat ze streven naar een cumulatie van macht, niet voor het soevereine volk maar voor zichzelf. Onze particratie begint tekens van een oligarchie te vertonen.

Moeten we dat allemaal maar aanvaarden omdat de democratie nu eenmaal niet perfect is, zoals Joël De Ceulaer zegt? Neen, duizendmaal neen. We moeten, zoals Luc Huyse en zovele anderen, zoeken naar nieuwe vormen van democratie om ervoor te zorgen dat het weer de demos is die regeert en niet uitgewoonde politieke partijen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

randomness