De lamme hand van de president

Het internet moet open blijven, liet president Obama weten. Daarmee mengt hij zich in een debat over “netneutraliteit”, dat vooral in juridische termen wordt gevoerd en doorgaans op niet al te veel belangstelling van het grote publiek kan rekenen. In dit debat proberen de lobbyisten van de grootste Amerikaanse telecombedrijven elke verandering te blokkeren, wegens niet goed voor het zakencijfer en marktdominantie.

  • © Brecht Goris © Brecht Goris

Dat Adam Smiths onzichtbare hand niets meer dan een fictie bleek, is al langer geweten. Obama’s recente verdediging van “netneutraliteit” is een wellicht onbedoelde illustratie van de reële marktprincipes. Daarin regelen weliswaar verhulde maar daarom niet minder zichtbare handen de zaakjes. Die handen behoren toe aan de oligarchie die posities en macht aanwendt om elk risico op een vrije markt af te wenden. Netneutraliteit dient de belangen van de telco’s niet en zal dus te vuur en te zwaard tegengehouden worden.

Het is een beetje ironisch dat net het Internet het voorwerp van debat over marktregulering is geworden. Ontsproten uit militaire noodzaak kon de verzameling technologieën zonder bemoeienis van buitenaf rustig groeien. De kosten werden gedragen door de belastingbetaler, die zich daar naar goede gewoonte niet eens bewust van was. Die mocht pas meespelen nadat één en ander ver genoeg ontwikkeld was om commercieel voordeel te bieden. De infrastructuur werd opengesteld voor het gewone volk. Het geprivatiseerd profijt kon beginnen.

Dat niemand al had bedacht hoe die winst in het digitale El Dorado kon gepuurd worden, was een detail waar niemand toen bij stil stond.

Omdat traagheid een levenskenmerk van marktmolochs is, zagen nobele onbekenden hun kans schoon. Een embryonale internet-markt vormde zich, een markt waarin talrijke kleine spelers vochten om aandeel. De brandstof werd geleverd door durfkapitaal, dat verblind werd door de belofte van snelle winst. Dat niemand al had bedacht hoe die winst in het digitale El Dorado kon gepuurd worden, was een detail waar niemand toen bij stil stond.

Toen die vraag eindelijk gesteld werd, was het feestje over. De prille spelers gingen over kop en de vruchten van hun pionierswerk werden geplukt door de traditionele spelers, die eindelijk ontwaakt waren.

De contouren van een mature markt werden langzaam duidelijk. De infrastructuur van het internet - de kanalen waarlangs de informatiekolk stroomt - kwam in handen van gevestigde waarden uit de telecomsector, de productie van informatie werd verzorgd door een aantal nieuwkomers en door mediaspelers die zichzelf opnieuw hadden uitgevonden. Helaas werden de telco’s gulzig en wilden ook zij een hap uit de winst die uit informatie zelf kon gehaald worden. Daarmee waren alle voorwaarden voor een structureel onevenwicht vervuld.

Netneutraliteit?

Of Obama’s inmenging iets kan teweegbrengen, valt te betwijfelen. De grootste spelers in de digitale content en advertentiemarkt geven immers geen moer om netneutraliteit. Waarom zouden ze ook? De kans dat hun belangen geschaad worden door snode ISP’s die het debiet van hun kanalen zouden beperken is zo goed als onbestaande, en mocht een overlaat het toch in zijn hoofd halen, dan zijn de diepe zakken aanwezig om de vermaledijde partij op een hostile take-over te onthalen. Ook de top van de FCC, de waakhond van dienst, lijkt niet geneigd Obama zijn zin te geven.

Wie het meest gebaat is met een aanpassing van de Telecommunications Act zijn de innovatieve bedrijven die de markten (vooral deze die in handen zijn van de telco’s) op ‘disrupties’ vergasten. Als hun verstorende vernieuwingen een reële bedreiging voor gevestigde belangen blijken, is het vandaag vrij eenvoudig om hen de nek om te wringen. Wie de infrastructuur controleert, controleert indirect ook de gebruikerservaring - één van de sleutels van succes. Zolang ze niet over voldoende marktaandeel beschikken, vermogen nieuwkomers niets tegen wettelijke sabotage.

In een aandachtseconomie moet aandacht gekocht worden, opdat het kan renderen. Met interessante meningen en analyses alleen halen de meesten het niet.

Ook de stemmen uit de marge kunnen hun voordeel doen met regulering die de almacht van telco’s aan banden legt. In de huidige situatie is het internet een beetje zoals de Amerikaanse verkiezingen: de rijkste wint. In een aandachtseconomie moet aandacht gekocht worden, opdat het kan renderen. Met interessante meningen en analyses alleen halen de meesten het niet.

Rest nog de vraag wat Obama bezielt om zich in dit debat te mengen. Heeft de recente herschikking van de zitjes in de tempels van de constitutionele macht misschien iets te maken met de stortvloed aan voorstellen van de president die minder kon dan oorspronkelijk was voorgesteld? Of verwacht hij echt dat iemand in de wandelgangen van de macht in Technotopia luistert naar zijn argumenten? Niet dat ze niet geldig zouden zijn. Integendeel. Zijn voorstellen zouden de systemische verstoring van de vrije markt temperen. Misschien hebben ze net daarom geen kans van slagen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3149   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Socioloog, digitaal strateeg en auteur

    Ben Caudron (1965) is socioloog, gepassioneerd door mens en technologie. Sinds 1993 is hij actief betrokken bij de ontwikkeling van digitale media.