Geen louter economisch probleem, maar ook een politiek vraagstuk

De pijn van het zwijn

© Brecht Goris

Ching Lin Pang

De Afrikaanse varkenspest dook vorig zomer voor het eerst op in Liaoning, een provincie in het noorden van China. Sindsdien heeft deze “verschrikkelijkste dierziekte ooit” zich razendsnel verspreid naar alle uithoeken van het land en daarbuiten: Laos, Vietnam, Cambodja en Korea.

Deze ziekte — ongevaarlijk voor mensen – is des te dodelijker voor varkens en wordt daarom ook wel eens “de varkensebola” genoemd, een veel grotere kwelling voor dieren dan de gekke koeienziekte of de mond- en klauwzeer. Besmette varkens verliezen hun eetlust, krijgen koorts en worden slap. Ze vertonen ontstoken oogslijmvliezen. Hun vel slaat purper uit met zwarte vlekken.

Dat de varkenspest juist in het jaar van het zwijn uitbreekt en volgende week de zeventigste verjaardag van de oprichting van het volksrepubliek wordt gevierd, is een tegenslag van formaat. Daarom bezorgt deze ziekte de Chinese leiders ernstige kopzorgen.

Varkensvlees speelt een centrale rol in de Chinese (eet)cultuur. Chinezen zijn verlekkerd op het vlees, de snuit, de poten en de oren. Dit komt ook tot uiting in het woord “vlees” dat als synoniem staat voor varkensvlees. Chinezen vormen de belangrijkste consumptiemarkt voor varkensvlees. De consumptie van andere diersoorten zoals rund en kip blijft, ondanks een lichte toename, ruim onder de populariteit van het varkensvlees.

Vanwaar kom die grote liefde voor deze knorrende dieren? Traditioneel wordt een maaltijd met varken gezien als hét symbool van het goede leven. In het maoïstische tijdperk was er een rantsoen op vlees – lees: varkensvlees. Ieder kreeg maandelijks een voedselbon voor een halve kilo tot een kilo varkensvlees. Inmiddels is China rijker geworden en verbruik van dierlijke eiwitten is een dagelijkse evidentie geworden voor de middenklasse.

Niettemin zijn er nog minderbedeelde Chinezen op het platteland voor wie een varkensvleesmaaltijd een ware traktatie is: slechts bestemd voor speciale aangelegenheden. Sinds varkenspest is vastgesteld, worden besmette dieren massaal opgeruimd. Daarom is de varkensstapel in China — die overigens de grootste is ter wereld met 700 miljoen varkens — intussen met bijna de helft geslonken.

De overheid doet er alles aan om het tij te keren. Om deze ziekte te bestrijden, worden allerlei maatregelen getroffen, gaande van compensatie voor de boeren tot het geven van subsidies aan mensen met een laag inkomen om toch vlees te kunnen kopen. Daarenboven worden ook de vleesreserves aangesproken om het wetenschappelijk onderzoek om een gepaste vaccin te vinden tegen deze virus, te bevorderen.

De leiders beseffen maar al te goed dat als het volk niet goed eet, het begint te morren.

De goede bedoelingen ten spijt verloopt de uitvoering van deze maatregelen niet altijd vlekkeloos. Subsidies aan boeren worden bemoeilijkt omdat op het terrein niet alle haarden worden aangegeven en geregistreerd door de provinciale overheid. Hoe meer ziektehaarden hoe meer compensatie de provinciale overheden moeten betalen aan gedupeerde boeren.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

De reden waarom vorige week de Chinese overheid de vleesreserves aangesproken heeft door 10.000 ton bevroren varkensvlees op de markt te brengen, geeft aan dat dit geen louter economisch probleem is maar ook een politiek vraagstuk. De leiders beseffen maar al te goed dat als het volk niet goed eet, het begint te morren. Er gaan stemmen op die suggereren dat dit misschien een unieke kans is om de Chinese eetgewoontes te veranderen; zoals een grotere diversificatie in het verbruik van dierlijke proteïnen of — nog radicaler — dierlijke eiwitten vervangen met plantaardige.

Er is inderdaad een lichte verschuiving van de consumptie van varken naar rund en kip. Zo is de consumptie van varkensvlees gedaald van 90% in 1980 tot 60% in 2018 van het totaal vleesverbruik. Toch blijft varkensvlees immens populair. Het helemaal opgeven van vlees in het Chinese dieet is nog niet voor morgen of overmorgen.

De pijn van het zwijn is een existentieel probleem niet alleen voor de boeren en burgers in China, maar ook voor de economie en politiek van het land en meer nog de handelsstroom in voeders en vlees op wereldniveau.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Antropologe

    Ching Lin Pang is antropologe verbonden met Universiteit Antwerpen en KU Leuven. Met een open blik bestudeert ze de hedendaagse ontwikkelingen in Azië met een focus op China.