Als kinderen “overlast” worden

De rechtbank als spelverdeler

© Brecht Goris

Bieke Purnelle

Nu de dagen lengen en de zomer zijn komst schoorvoetend aankondigt, gooi ik graag de ramen open, ook al is het daar eigenlijk nog te koud voor. Alsof de vrij en blij circulerende lentelucht de winter uit het huis moet verjagen.

Van zodra het droog is en de zon zich toont, probeer ik de zonen het huis uit te jagen, de wereld in, weg van hun schermpjes. Doorgaans gaat dat gepaard met protest, want er moet eerst nog een Fortnite-battle worden beslecht of een grappig hondenfilmpje worden becommentarieerd. Eens ik ze heb buitengewerkt, wordt het stil in huis, omdat zij elders decibels produceren. Samen met de buurjongens hangen ze rond in de wijk. We zijn gezegend met een relatief verkeersarme straat, wat resulteert in meer kinderen op straat dan in de stad gebruikelijk is.

Buitenspelende kinderen waren als regen en wind: voldongen feiten, evidenties die je voor lief nam.

Toen ik zelf hun leeftijd had, brachten wij hele lente- en zomernamiddagen door in het veld, achter de huizen. Niemand van onze ouders wist exact waar we ons bevonden. We hosten van tuin naar garage en van tuinhuis naar het maïsveld erachter, een onooglijke en smerige beek over. Een van de beste, want haast onvindbare plekjes, bevond zich achter het kippenhok van de buren.

Wanneer rond 18u het avondeten werd opgediend, werden wij door onze respectievelijke ouders kordaat naar binnen geroepen, al dan niet met wat schaaf- en distelwonden op onze bezwete armen en benen. Nooit werd er geklaagd over ons gejoel, gelach en geruzie. Buitenspelende kinderen waren als regen en wind: voldongen feiten, evidenties die je voor lief nam.

Meningsverschillen en hoogoplopende ruzies losten we zelf op, zonder ouderlijke scheidsrechters in de buurt. Wanneer iemand in de stinkende beek sukkelde of in de netels viel, schoten wij ter hulp, met onze ervaring en compassie. Niemand bemoeide zich met ons. Wij bemoeiden ons vooral met elkaar en onze eigen uitvindingen en avonturen.

Ik zie het de zonen doen, wanneer ze buiten rondhangen met de buurjongens. Discussies over wiens beurt het is om een spel te kiezen, over wie nu welk personage mag zijn, over eerlijk of oneerlijk. Ik negeer hen en bemoei me nergens mee. Ze lossen het zelf maar op. Ouderlijke luiheid die bijval krijgt van onderzoekers, die stellen dat vrij en ongesuperviseerd spelen de psychosociale ontwikkeling van kinderen bevordert.

Ik was maar voor één ding bang: dat ze zouden doodgereden worden, statistisch gezien niet eens zo’n idiote gedachte.

Voor we naar de rand van de stad verhuisden, woonden we in een rijhuis met een piepklein koertje erachter, een vierkant vlak dat net groot genoeg was voor een tafel, 4 stoelen en een klein zandbakje. Het huis lag in een straat met flink wat verkeer, vlakbij de binnenring van de stad. Niemand kwam er op het idee om z’n kinderen alleen de wijde wereld in te sturen. Niet omdat we bang waren dat iemand ze zou ontvoeren, maar omdat wij kranten lazen en ons pijnlijk bewust waren van de ongevallencijfers in Vlaanderen.

‘Ouders zijn veel te bang’, wordt wel eens beweerd. Want natuurlijk is het de schuld van de ouders. Ik was maar voor één ding bang: dat ze zouden doodgereden worden, statistisch gezien niet eens zo’n idiote gedachte. Vanochtend, terwijl ik dit stukje zat te tikken, werden er hier vlakbij twee fietsers zwaar gewond afgevoerd nadat ze werden aangereden door een roekeloze autobestuurder.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
In het kinderspel conflicteren de belangen van het kind met die van het verkeer en die van de buren die rust willen. Ze lijken steeds vaker onverenigbaar.

Spelen mag dan een recht zijn dat werd opgenomen in het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind, toch worden spelende kinderen en jongeren vaker dan ooit als overlast gezien. Hun vrije tijd raakt geïnstitutionaliseerd en gereguleerd, in daarvoor afgesproken voorzieningen. Terwijl iedereen roept dat ze te veel binnen zitten, te weinig bewegen, te veel tijd doorbrengen voor een scherm, wordt de ruimte waar ze veilig en vrij kunnen rondhangen steeds schaarser.

De afgelopen tien jaar tekenden we in Vlaanderen een opvallend aantal klachten op van buurtbewoners die protesteerden tegen geluidsoverlast van spelende kinderen.

De afgelopen tien jaar tekenden we in Vlaanderen een opvallend aantal klachten op van buurtbewoners die protesteerden tegen geluidsoverlast van spelende kinderen. Kinderdagverblijven en buitenschoolse kinderopvang moesten de deuren sluiten, skate- en voetbalpleintjes werden afgebroken. In onze buurt eist een buurtbewoner dat het stedelijke zwembad en park Rozebroeken de nieuw aangelegde waterglijbaan, het buitenzwembad, het bezoekersterras én de speeltuin sluit.

Er ligt een stevig stuk bos tussen het huis van de getergde buur en de speeltuin, maar blijkbaar is zelfs het vage geluid van spelende kinderen in de verte te veel voor de gemoedsrust van de man. Ik ken de cijfers niet, maar weet dat het er in de zomer en op zonnige lentedagen wemelt van de spelende kinderen. Waar die wel mogen spelen, is niet de zorg van de aanklager.

Kinderspel moet dus gereglementeerd worden, en soms zelfs afgedwongen voor een rechter, omdat we niet meer in staat zijn elkaar de ruimte te geven, te verdragen dat de ander hoorbaar dicht bij ons bestaat.

Waar mensen leven zullen ze samenkomen, elkaar ontmoeten, praten en lachen. Op die menselijke behoefte hebben we een enorme en lucratieve evenementenbusiness gebouwd, met festivals, happenings en events van alle soorten.

Misschien is dat wel de grootste zonde van loslopende, spelende kinderen: dat ze geen businessplan hebben, geen verdienmodel, geen communicatiedienst. Er is geen geld mee te verdienen met dat vrije spelen, en daarom is hun rumoer in de wereld van vandaag zo onverdraaglijk.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift