De veelzijdigheid van de kleur blauw

Eigenlijk zou Sabrine Ingabire, een jonge beginnende schrijver, niet liever willen dan schrijven over de dagdagelijkse dingen in het leven. Of over de veelzijdigheid van de kleur blauw. Maar, zegt ze in haar eerste MO*column, zolang de wereld niet klaar is voor gelijke rechten, zal ze haar stem en aangeboden platformen moeten blijven gebruiken om de dingen te bespreken die andere zwarte mensen niet kunnen bespreken omdat ze daar de kans niet voor krijgen.

  • © Brecht Goris © Brecht Goris

Een vriendin van mij, die al wat meer ervaring heeft in de non-fictie schrijfwereld dan ik, waarschuwde me toen ik begin februari deze wereld binnenstapte. Ze zei dat je als zwarte schrijver vaak getypecast wordt, en er verwacht wordt dat je schrijft over dingen die met jouw huidskleur te maken hebben, terwijl je even goed zou kunnen praten over liefde en dood.

Praten over mijn huidskleur vond ik de laatste maanden nu niet bepaald erg. Ik besefte onlangs dat ik me bijna verplicht voel om telkens opnieuw onrecht aan te kaarten, nu ik een stem krijg, en die stem mag gebruiken op zo veel verschillende platformen. Ieder artikel dat niet gaat over racisme, of seksisme, voelt bijgevolg bijna aan als een verloren artikel. En de jongens en meisjes, vrouwen en mannen, die moeten leven met de absurditeiten en haat die sommige politici en hun aanhangers met trots durven te verkondigen, moeten weten dat ik er ben om erover te schrijven.

Dat zij dat onrecht niet alleen meemaken, en dat ze het recht hebben om zich beledigd te voelen in een wereld waar die haat steeds genormaliseerd wordt. Het voelt aan als een missie, een missie die ik met trots aanvaard, een missie die goed aansluit bij mijn droom om de wereld te redden.

Moe, om steeds meer opiniestukken te schrijven, om steeds meer haatberichten te krijgen, om steeds vaker het gevoel te hebben dat er toch niets verandert.

Ik moet evenwel bekennen dat ik de laatste tijd moe ben geworden. Moe om steeds meer opiniestukken te schrijven, om steeds meer haatberichten te krijgen, om steeds vaker het gevoel te hebben dat er toch niets verandert. Hoe toevallig, dat die vermoeidheid aankwam net wanneer mij een vaste column werd aangeboden.

Op zoek naar inspiratie, begon ik een heleboel stukken te lezen van andere mensen. En ik werd plots overweldigd door een gevoel van droefheid. Ik belandde namelijk op columns van witte vrouwen, witte mannen, die onverstoord konden schrijven over een doodnormale zaterdagnamiddag, en gepubliceerd konden worden in een grote krant. En man, wat wil ik gewoon opnieuw schrijven over zaterdagnamiddagen. En gepubliceerd worden. En daar trots op zijn.

Ik ben de laatste maanden bijna beschaamd als mensen mij vragen waar mijn eerste of tweede boek over gaan, omdat het niets te maken heeft met mijn activisme. Het gaat over geluk, over liefde, over jonge mensen die verloren zijn en zichzelf zoeken en herontdekken. Het gaat niet over racisme, het gaat niet over seksisme. En ik ben niet zeker of het nog mag. Of ik wel nog als schrijver mag bestaan buiten die verwachting die men van mij heeft.

Het overviel me deze week: ik heb me laten vangen. Ik heb me laten typecasten. En erger nog, ik heb gretig meegedaan aan mijn typecasting.

En ik denk dat dit mijn grote onrecht van de maand is. Dat ik niet (meer) mag schrijven over de veelzijdigheid van de kleur blauw. Dat ik niet poëtisch of romantisch mag schrijven over hoe onbelangrijk ik mij soms voel, als klein zieltje in een wereld vol talent. Dat ik niet mag schrijven over mijn angsten en dromen, die me soms wakker houden tot midden in de nacht. Dat ik niet mag schrijven over de twee grote liefdes die ik in mijn leven heb gehad, en mijn leven zo veel beïnvloed hebben.

Over hoe ik ooit een liedje hoorde, dat ik zo prachtig vond, dat ik dacht dat ik in vrede kon sterven. Over de wijsheid die ik nog haal uit het boek dat ik meer dan zeven jaar geleden heb geschreven, en over hoe jaloers ik soms ben op de intelligentie die ik toen had, en nu niet meer heb. Over de levenservaringen die ik heb opgedaan door het ouderlijk huis te verlaten nog voor ik meerderjarig was.

Ik ben meer dan “zwart”, meer dan “vrouw”, ik ben een persoon met een persoonlijkheid. Ik heb zo veel te bieden, zo veel dat slechts indirect te maken heeft met mijn huidskleur, en waar mensen bijgevolg niet in geïnteresseerd zijn.

En dat maakt me oprecht droevig.

Dat we in de kunst, in de cultuur, ook worden bepaald door onze huidskleur en afkomst, maakt me oprecht droevig.

Dat we in de kunst, in de cultuur, ook worden bepaald door onze huidskleur en afkomst. Wij vechten twee keer zo hard om dezelfde kansen te krijgen als witte mensen, en wanneer we er eindelijk geraken, wanneer we eindelijk dezelfde platformen aangeboden krijgen, is er een kleine asterisk naast het aanbod. En als je je ogen dichtknijpt en de kleine lettertjes kunt lezen, staat er dat je heel jouw gemeenschap moet vertegenwoordigen.

Zoals in alle andere bedrijven, wordt het duidelijk dat je er voornamelijk bent voor één reden: diversiteit. Je bent de “zwarte vriend”, waar racisten naar verwijzen wanneer ze willen bewijzen dat ze niet onverdraagzaam zijn. Je bent het zwart glimlachend gezicht op de posters van universiteiten die duidelijk willen maken dat hun school inclusief en openminded is.

Je bent de reden om geen andere zwarte of Arabische mensen aan te nemen, want ze hebben er al eentje. Als ze echt heel divers willen zijn, zullen ze één zwarte, en één Arabier nemen. Als ze nog meer divers willen zijn, zal de Arabier een gesluierde moslima zijn. Het is zoals in het eerste aflevering van de Amerikaanse serie Black-ish, waar het hoofdpersonage, Dre, de eerste zwarte senior vice president van zijn bedrijf wordt. Asterisk: hij wordt ondervoorzitter van de Urban Division. Alsof hij als zwarte persoon niet verantwoordelijk kan zijn voor iets anders dan “zwarte zaken”.

Misschien is het te laat voor mij. De wereld is duidelijk nog niet klaar voor gelijke rechten, en zwarte mensen zullen in mijn tijd waarschijnlijk niet dezelfde opportuniteiten krijgen als hun witte medemensen. Ik zal dus mijn plaats, mijn stem, mijn platformen moeten blijven gebruiken om de dingen te bespreken die andere zwarte mensen niet kunnen bespreken omdat ze daar de kans niet voor krijgen. En voor zolang ik die kans krijg, zal ik het doen.

Maar toch zal ik blijven hopen dat de generatie die na mij komt, dat mijn neefjes en nichtjes, dat mijn kinderen, de kans zullen krijgen om te schrijven waar ze over willen schrijven. Over liefde, en racisme, en leven, en seksisme, en dood, en muziek, en discriminatie, en de veelzijdigheid van de kleur blauw.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2799   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur