Waar is de verontwaardiging over aangespoelde lijken aan stranden?

De vele doden op de Middellandse Zee kunnen ons geen hol schelen

© Brecht Goris

Vele zomers bracht ik door in en rond de Middellandse Zee. Toen die zee nog een plek van rust was. Toen die zee nog deed denken aan kalmte in je hoofd, aan fijne wandelingen langs het strand, zonnebaden en plezier. De zee, dat me doet ademen en denken aan alles wat voorbij gaat… Maar ook dat is nu voorbij.

Enkele weken geleden vond een Belgische toeriste een babylijkje op het strand van Tunesië. Waarschijnlijk ging het om een kind dat gevlucht is uit Libië, samen met de ouders, schrijft men in de krant op 12 juli 2019. Het stond daar gewoon. Het verscheen in je nieuwsfeed, een update, dat was het dan… meer niet.

Het kon ik zijn, of zelfs u, die dat kindje had gevonden

In Tunesië ben ik al enkele keren geweest. Op datzelfde strand zelfs. Het kon ik zijn, of zelfs u, die dat kindje had gevonden. De zee, dat me dan zou doen happen naar adem. De zee en het strand die nooit meer hetzelfde zouden zijn.

Vorige week overleden ook zeker 150 mensen op de Middellandse Zee. In één keer. Mensenrechtorganisaties spreken over de ergste bootramp van het jaar. U moet weten, in 2019 alleen al, verdronken er minstens 650 mensen op de Middellandse Zee. Maar we zijn het al “gewoon”. We vinden het al niet zo erg meer. Dat staat er te lezen onder het online-artikel. ‘Moesten ze maar niet per bootje naar Europa proberen komen., moesten ze maar niet proberen om “onze welvaart” af te nemen.’ En ook: ‘Het is hun eigen schuld, de gelukszoekers, VERDOMME!’ Er is geen of amper nog verontwaardiging over aangespoelde lijken aan stranden, er is amper nog een schokgolf als er honderden mensen verdrinken. Er is haat en zelfs opluchting bij enkelen, dat wél.

Al die doden in en op de Middellandse zee kunnen ons geen hol schelen.

Ik moest er van wenen. Van die feiten op zich maar ook van het gebrek aan verontwaardiging, de haat, de opluchting bij enkelen. Ik zat in de trein naar huis toen ik dat las. Ik moest wenen als een klein kind. Het onrecht, de onmacht, het verdriet om de menselijkheid dat er niet blijkt te zijn. Ik wou dat die mensen wisten dat er wel mensen zijn die aan ze dachten. Dat er mensen zijn die wel nog in shock zijn bij zo’n gebeurtenissen. Die, de volgende keer als ze aan die zee staan, met een wrang gevoel bij het water staan en er naar kijken en vloeken, VERDOMME.

‘De zee brengt alles terug’, dacht hij. Maar de zee brengt onze waarden niet terug, onze menselijkheid, ons mededogen

Bij de grote ramp, deze week, zeiden de kustwachters blijkbaar dat ze niet genoeg middelen hadden om alle mensen te zoeken op zee. ‘We moeten wachten tot de zee de lichamen terugbrengt’, zei een medewerker van de kustwacht. ‘De zee brengt alles terug’, dacht hij.

Maar de zee brengt onze waarden niet terug, onze menselijkheid, ons mededogen. Ze brengt, als die mensen aanspoelen, een grote schandvlek terug. Schaamte om zoveel mensenlevens. Dat weet ik zeker. Dat we erbij stonden en keken. Gewoon keken naar berichtjes, in de nieuwsfeed en dan gewoon doorgingen met ons leven, geen krimp gaven, alsof het nooit gebeurde. Alsof het dan niet gebeurde.

Vele zomers bracht ik door in en rond de Middellandse Zee. Toen die zee nog een plek van rust was. Toen die zee nog deed denken aan kalmte in je hoofd, aan fijne wandelingen langs het strand, zonnebaden en plezier. De zee, dat me doet ademen en denken aan alles wat voorbij gaat… Maar dat is nu voorbij.

Tim Lüddemann (CC BY-NC-SA 2.0)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Samira Atillah is pedagoog van opleiding, werkte in het Genkse jeugdwerk en vervolgens in de Kamer van Volksvertegenwoordigers als parlementair medewerker van Meryame Kitir.