De verzuring voorbij

Column

De verzuring voorbij

11 juni 2014
De verzuring voorbij
De verzuring voorbij

Er lijkt geen ontsnappen aan. Elke bladzijde die we omslaan, elke tweet die passeert, elke facebookpost, praatprogramma, of avondjournaal dat onze schermen opflikkert, het zuur sijpelt in de intiemste plooien, in de kleinste poriën van ons sociaal weefsel en vreet aan het beetje dat nog overblijft. Toch is er reden voor vrolijkheid volgens columniste Olivia Rutazibwa.

Reden tot juichen

We stemmen resoluut rechts maar dat is niet eens het probleem want links lijkt even ziek. Met de racistische incidenten en schijndebatten van het afgelopen jaar alleen al kunnen we boeken volschrijven. Bestsellers zelfs, want het R-woord staat weer even in de mainstream kijker, hetgeen niet per se goed nieuws is. De spelregels en legitimiteit van dit non-gesprek blijven immers bepaald worden door de minst betrokkenen en mede-auteurs – lees: middenklasse, blank, mannelijk van middelbare leeftijd.

Weinig reden tot juichen dus, en zelfs van aan de andere kant van het Kanaal maakt de verzuring – ook die bij mezelf – me bij momenten moedeloos. Het wordt haast fysiek tastbaar van zodra ik voet aan wal zet op de geliefde Vlaamse bodem. Als een onzichtbaar, loodzwaar deken dat ik maar moeilijk afgeschud krijg.

Toch vecht ik met vrouw en macht tegen de negatieve spiraal. Omdat het moet, maar meer nog, omdat er ondanks alles toch reden tot juichen is.

Zichtbaar verzet

Lange tijd voelde het als zoeken naar een naald in een hooiberg, maar vandaag vinden een waaier aan kritische stemmen tegen het Vlaams onderbuikracisme constant en instant hun weg naar de bovengrond. De dagen dat Zwarte Piet onbesproken pepernootjes en zweepslagen kon uitdelen, dat De Winter’s ‘minder-minder’ en zijn verbruiningsfantasieën ongestoord de ruimte in werden geschoten, of nog: dat de linkse paternalisten ons slaafs konden aanmanen om onze emoties onder controle te houden als het om racisme gaat, die dagen zijn voorbij. Niet omdat de pogingen tot (on)bedoeld racisme zijn gaan liggen. Integendeel. Noch omdat het verzet nieuw is, dat is er altijd geweest. Vandaag hebben we volume, zichtbaarheid en een ontluikende dekoloniale mentaliteit mee.

De sociale media maken het gemakkelijker om het op te volgen, moeilijker om te negeren. Kritische stemmen uit de minderheid hebben hun rechtmatige plaats in de mainstream en andere media ingenomen.

Naast de pluralisering van de woorden zijn het vooral de vele daden die mijn optimisme voeden.

Naast de pluralisering van de woorden zijn het vooral de vele daden die mijn optimisme voeden. De vele leesgroepen die links en rechts spontaan opduiken om een dekoloniale herlezing van de geschiedenis mogelijk te maken, de recente Moslim Expo in Brussel, de #DecolonizeBelgium actie tegen het contextloze standbeeld van Pater De Deken in Wilrijk, de collectieve klachtneerlegging tegen De Winter, de plannen die gesmeed worden om België aan te klagen bij de VN wegens schuldig verzuim in de strijd tegen racisme en discriminatie,…ik kan er alleen maar vrolijk worden.

Want naast de verhoogde zichtbaarheid door de sociale media is dit offensief en defensief verzet het resultaat van een nieuw bewustzijn, het product van een collectieve geest die zich gestaag dekoloniseert en zich ten volle inschrijft in een samenleving, ook al is die nog niet klaar om haar te omarmen.

Tips & tricks

Het komt er vandaag, zeker in deze moeilijke tijden, op aan om dit momentum te behouden. Dagelijks de energie te vinden om het positieve te zien. Ruimte creëeren om het defensieve te overstijgen.

In een toespraak op de Open Forumdag van het Minderhedenforum eind maart riep ik daarom op om de volgende drie dingen te doen:

  1. het racismedebat te blijven aangaan, hoe mensonterend ook – negeren is geen optie dus – en vechten om de spelregels mee te bepalen;

  2. ten volle inzetten op het dekoloniseren van onze geesten via a) een herschrijven van de mythologische geschiedenislessen, b) het plaats maken voor verzwegen stemmen en verhalen in onze kennisproductie vandaag en c) onophoudelijk blijven zoeken naar alternatieven die expliciet willen tornen aan de grond van uitsluiting en ongelijkheid in onze samenlevingen;

  3. afscheid nemen van de idee van integratie en assimilatie.

Bye bye integratie en assimilatie

Dat laatste niet uit revanchisme, of als terugtrekking of verdere opdeling van de samenleving. Integendeel. Het opgeven van de idee van integratie en assimilatie lijkt me de enige manier om te timmeren aan Achille Mbembe’s idee van één wereld. Het komt er op aan om de potentiële verbondenheid in onze samenlevingen vandaag te zien en die niet enkel naar de toekomst te projecteren waar minderheden aanvaard worden als ze zich spiegelen aan de superieure meerderheid.

Het is immers op die basis dat – hoe goed bedoeld soms, en vanuit welke linkse hoek dan ook – het integratiedenken de voedingsbodem blijft voor (on)bedoeld racisme. Voor de meerderheid creëert het irreële verwachtingen dat zij niet moeten veranderen en dat het aan de anderen is om zich in alle stilte aan te passen om de samenleving niet te ontwrichten. De minderheden komen er zo mogelijks nog meer bedrogen uit. Die weten immers uit ervaring dat zelfs een totale assimilatie geen automatische toegang verzekert tot huisvesting, goed onderwijs of de arbeidsmarkt.

Een postkoloniale lezing van de werkelijkheid leert ons dat die toekomstige verbondenheid die integratie en assimilatie beloven al eeuwenlang een feit is. De vijftig jaar migratie festiviteiten ten spijt, de Marokkanen zijn niet pas een halve eeuw geleden de Europese samenlevingen binnengewandeld.

Geen westerse welvaart zonder de slavenhandel of kolonisatie, geen Bevrijding zonder de Magrebijnse en West-Afrikaanse tirailleurs.

Geen westerse welvaart zonder de slavenhandel of kolonisatie, geen Bevrijding zonder de Magrebijnse en West-Afrikaanse tirailleurs. Ook de spreiding van armoede en conflict vandaag is intiem verbonden aan onze welvaart hier, en dus zo ook nieuwkomers die vandaag aanspoelen.

Het inschrijven van onze verbondenheid in het verleden, heden en toekomst levert meteen een heel ander plaatje van gedeelde rechten en plichten op. Afscheid van integratie en assimilatie betekent dat je, met of zonder papieren, geen uitnodiging behoeft om deel te nemen aan de samenleving die al de jouwe is, en dat je – mentaal althans – meteen aan tafel schuift om de krijtlijnen van de steeds veranderende samenleving mee vorm te geven.

Het is dit dat me vrolijk maakt deze dagen ondanks de niet aflatende verzuring: we zijn er al mee bezig, en dat stemt tot optimisme.