De zuiver economische maatschappij maakt ons eenzamer

Blijkbaar kun of mag je ‘de’ vooruitgang niet tegenhouden. Ook niet als die ons eenzamer maakt. Het is nog niet helemaal donker, zingt een oude man. Misschien beseffen we niet eens hoe kostbaar en kwetsbaar onze menselijkheid is.

  • © Brecht Goris Jan Mertens © Brecht Goris

Er weerklonk even een luid gejuich (door mezelf), enkele dagen geleden, toen Bob Dylan de Nobelprijs kreeg. De Song and Dance Man heeft ons ongelooflijk veel mooie woorden gegeven, en daarmee ook een plek waar je zomaar naartoe kunt gaan. Soms, als ik me een beetje eenzaam voel, als de liefde me een beetje ziek maakt, als ik niet weet of ik wel op weg ben naar huis, dan kan ik even naar zijn universum gaan, en dan voel ik me niet meer alleen.

Vaak heb ik het gevoel dat de man die ik leer kennen in zijn muziek heel eenzaam is. Hij lijkt me soms te bewegen door een donkere wereld, vol met schaduwen. (Iemand zou misschien eens moeten tellen hoe vaak het woord shadow in zijn nummers voorkomt.) Je kunt niet anders dan altijd maar gewoon verder gaan, alleen, je gaat nergens naartoe, er is geen bestemming. Je kunt alleen de liefde zoeken, en ook die zal je verscheuren.

Dylan raakt op zijn manier, met zijn muziek en met zijn woorden die erin vervlochten zitten, iets van de existentiële eenzaamheid. En tegelijk voel je, soms teder, soms bitter, een rusteloos verlangen naar niet alleen zijn. Luister maar eens naar dat bijzonder mooie nummer Not Dark Yet, en het is alsof je zelf ronddoolt in die late schemering.

‘t Is geen product

Eenzaamheid, daar moest ik vaak aan denken de voorbije weken. Misschien is een fundamentele eenzaamheid een deel van wat het betekent om mens te zijn. Het is een pijn die ons telkens weer doet beseffen dat we verbonden wezens zijn. Ik geloof echt niet dat we als mens gemaakt zijn om zuiver calculerend door een wereld te gaan die enkel nog een markt is en waarbij de lijnen die er tussen individuen bestaan enkel economisch zijn. Ik kan niet geloven dat zorg een ‘product’ is. En ik geloof ook niet dat we er samen echt op vooruit gaan als we elkaar alleen maar als concurrenten zouden mogen zien.

Ik geloof echt niet dat we als mens gemaakt zijn om zuiver calculerend door een wereld te gaan die enkel nog een markt is en waarbij de lijnen die er tussen individuen bestaan enkel economisch zijn. 

Misschien word ik gewoon oud, maar er zijn van die kleine dingen die me telkens weer raken. Zinnetjes, achteloos ergens in een krant, die je even doen wankelen.

Enkele dagen geleden las ik ergens een interview met een vrouw die zei hoe bijzonder het was dat ze nog een vriendin had die soms zomaar (!), onaangekondigd (!) ineens voor haar deur stond. Dat zij en haar vriend dan telkens schrokken omdat de bel zomaar onverwacht (!) ging, waarna die vriendin binnenkwam om gewoon even een babbeltje te komen doen. Dat is dus blijkbaar al uitzonderlijk…

Of een ander verhaal in de krant. Iemand stelde vast dat als de trein ineens stilvalt, zonder dat je weet waarom, zowat iedereen met haar of zijn smartphone begint te dingesen, met andere mensen ergens ver weg, maar vooral niet praat met wie net naast haar of hem zit.

Het is trouwens raar, dat veel mensen wel alle details van hun leven delen met de wereld, maar het toch als een soort inbreuk in hun privacy beschouwen als iemand hen gewoon belt, met een gewone stem dus. Dat is te ‘naakt’. Het staat blijkbaar goed om de hele tijd te zeggen dat het ‘normaal’ is dat we allemaal mobiel moeten worden, zonder enige vorm van vastigheid, dat we ons allemaal moeten aanpassen aan een wereld zonder zekerheden, en dat dat goed zou zijn. Eerlijk gezegd, ik geloof er niets van.

Samen of niet

De existentiële rusteloosheid die ik in de nummers van Dylan hoor, die kan ik aanvaarden. Maar dat we een maatschappij zo zouden inrichten dat mensen worden gevormd tot atomen die zich vooral niet mogen binden en niet mogen laten aanraken, dat vind ik geen goed plan. (Raar, terwijl ik dit schrijf, klinkt er de hele tijd een vorm van zelfcensuur in mijn hoofd die me zegt dat ik nu echt wel ouderwets ben geworden…)

Anderen kunnen het altijd beter zeggen dan ik. Enkele dagen geleden las ik een mooi stuk van George Monbiot. Hij stelt met zoveel woorden dat het neoliberalisme ons mentaal ziek maakt, omdat het eenzaamheid creëert. Hij is niet de enige die dit zegt. Het is goed om het nog eens te horen, in eenvoudige woorden: “Of all the fantasies human beings entertain, the idea that we can go it alone is the most absurd and perhaps the most dangerous. We stand together or we fall apart.”

Het is blijkbaar ook stoer om je niet al te empathisch te tonen. Het viel me onlangs weer op, onmiddellijk na de aangekondigde ontslagen bij ING Bank. Het nieuws op zich was al vreselijk, maar de manier waarop en de snelheid waarmee er al binnen enkele uren allerlei vormen van duiding werden gegeven maakten mij eenzaam.

De zoveelste, en natuurlijk ‘onvermijdelijke’, industriële revolutie die eraan komt en zich disruptief door onze veronderstelde zekerheid zal ploegen is een gegeven dat je natuurlijk niet in vraag mag stellen.

De zoveelste, en natuurlijk ‘onvermijdelijke’, industriële revolutie die eraan komt en zich disruptief door onze veronderstelde zekerheid zal ploegen is een gegeven dat je natuurlijk niet in vraag mag stellen. We moeten alleen leren ons nog beter aan te passen aan die logica die helemaal op zichzelf lijkt te bewegen. Het zal wel, denk ik dan, maar mogen we ook nog even vragen of dit eigenlijk voor ons mensen, voor wie we in ons diepste wezen zijn, wel een goed idee is?

Al ongeveer binnen het uur na het aankondigen van die duizenden ontslagen, zag ik stoere verklaringen op sociale media. Die ontslagen waren toch normaal, want al die mensen in die bankkantoren deden toch alleen maar “nutteloos werk”, zijnde wat papieren heen en weer schuiven. We moesten ons toch vooral niet druk maken over “die twee bomma’s die nog niet met een computer kunnen werken”. Ik was totaal verbijsterd door de snelheid en het gemak van die verklaringen.

Is het dan zo moeilijk om je in te beelden wat voor een drama het is dat zoveel mensen hun job verliezen? Zou het trouwens ook niet kunnen dat veel van die mensen hun werk zelf helemaal niet nutteloos vinden? Zou het kunnen dat zij zelf vervulling vinden in het feit dat ze mensen rechtstreeks, met gewone woorden, in een gesprek, kunnen helpen?

Die avond kwamen enkele ouderen aan het woord in het nieuws. Ze waren bang dat ze twintig kilometer zouden moeten doen om gewoon naar een loket te kunnen gaan. Zij wilden gewoon geholpen kunnen worden, en tegelijk nog even een praatje maken, zo kwamen ze nog eens buiten en onder de mensen. De manier waarop sommigen dat menselijk verlangen als totaal belachelijk of ‘achterhaald’ beschouwen, vond ik toch stuitend en beangstigend.

Onvermijdelijk?

Het is niet dat ik tegen verandering ben, integendeel. Het is niet dat ik me zou verzetten tegen technologische nieuwigheden, ook integendeel. Maar technologie is nooit neutraal, die doet zich voor in een welbepaalde maatschappelijke en ideologische context. En als we daarbij geen vragen meer mogen stellen, verliezen we mogelijk onszelf, ergens onderweg. Dan creëren we mogelijk nog meer eenzaamheid in een wereld waar uiteindelijk vooral de spirituele leegte van het consumentisme zal regeren. (Oeps, daar is die dreigende zelfcensuur weer…)

Misschien is onze existentiële eenzaamheid tot op zekere hoogte een gegeven. Maar dat wil nog niet zeggen dat we een zuiver “economische” maatschappij moeten creëren die ons nog eenzamer maakt. 

Ik formuleer het bewust wat fors, omdat ik moeite heb met de zogenaamde vanzelfsprekendheid waarmee maatschappelijke veranderingen die passen in een welbepaalde economische visie, en ook in een welbepaalde onderliggende mensvisie enkel als een soort lot mogen worden gezien dat we te ondergaan hebben.

Misschien is onze existentiële eenzaamheid tot op zekere hoogte een gegeven. Maar dat wil nog niet zeggen dat we een zuiver “economische” maatschappij moeten creëren die ons nog eenzamer maakt. Stel dat we het idee van de mens als een verbonden en solidair wezen dat nood heeft aan direct menselijk contact als ‘onvermijdelijk’ uitgangspunt zouden nemen van onze maatschappelijke ordening, hoe zouden we dan onder meer de arbeid organiseren?

Die verhalen zou ik liever lezen op de sociale media dan het feitelijke en soms neerbuigende conformisme van velen.

Ondertussen doolt Dylan verder door zijn schaduwwereld. Op zoek naar de liefde in When the Deal Goes Down: “I picked up a rose and it poked through my clothes | I followed the winding stream | I heard a deafening noise, I felt transient joys | I know they’re not what they seem | In this earthly domain, full of disappointment and pain | You’ll never see me frown | I owe my heart to you, and that’s sayin’ it true | And I’ll be with you when the deal goes down.”

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Beleidsmedewerker Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling

    Jan Mertens woont in Leuven, werkt voor de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, en is onder meer ook actief in de denktank Oikos.