Denken over biefstuk

Een vraag: vindt u dat we dieren mogen doden voor ons plezier? Als u behoort tot de meerderheid van de mensen, antwoordt u “Neen, natuurlijk niet. Niet voor ons plezier.” U denkt aan stierengevechten, aan de plezierjacht, aan barbaarse folkloristische praktijken met dieren in andere landen. Als ik zeg dat u in dat geval wellicht ook tegen het doden van dieren voor voeding bent, dan voelt u vermoedelijk al een zekere weerstand. Mogelijk treden er verdedigingsmechanismen in werking, en heeft u bepaalde gedachten over de boodschapper. En toch hoop ik dat u even verder leest.

  • © Brecht Goris Tobias Leenaert © Brecht Goris

Voedsel zegt u, dat gaat niet enkel om plezier, dat is iets levensnoodzakelijks.

Ja, voedsel wel, vlees niet. Zowel wetenschappelijk onderzoek als de praktijk van miljoenen vegetariërs wereldwijd, hebben aangetoond dat Homo sapiens perfect zonder vlees kan. Wie vandaag vasthoudt aan het feit dat vlees (of vis) noodzakelijk is voor de gezondheid heeft dichtgeslibde oren of werkt voor de Boerenbond - beide kan natuurlijk ook.

Steakholders

Een van de redenen waarom onze samenleving over het algemeen het doden van dieren voor de plezierjacht en stierengevechten afkeurt, maar niet het doden van dieren voor voeding, heeft wellicht veel te maken met het feit dat we bij het eerste niet betrokken zijn en bij het tweede wel. Het maakt niet uit of stierengevechten en plezierjacht moreel afgekeurd of zelfs bij wet verboden zouden worden: we blijven buiten schot, want we doen daar (hopelijk) toch niet aan mee. Makkelijk om tegen te zijn dus. Vlees eten doen de meesten van ons echter bijna elke dag. We zijn betrokkenen, steakholders (pun intended).

Uw gewoontes zitten in de weg, en ze beletten u helder na te denken over wat u eet.

Uw biefstuk, uw kotelet, uw kippenbil, ribbetjes, worsten en vogels zonder kop: er staat veel op het spel. Uw gewoontes zitten in de weg, en ze beletten u helder na te denken over wat u eet. Hoe rationeel en objectief u dit alles ook meent te overpeinzen, het vlees dat u zo graag op uw bord hebt, werkt een beetje zoals alcohol: het brengt uw redeneervermogen in een benevelde toestand.

In de woorden van wijlen professor en ethicus Koen Raes: ‘Wil je mensen binnen de kortste keren woest maken en niet meer voor rede vatbaar? Begin dan een gesprek over hun gewoonte vlees te eten.’

Misschien

Zo’n vaart loopt het wellicht niet met u. Maar toch.

Misschien zegt u dat het doden van dieren wél toegestaan is, want in de natuur eten dieren elkaar ook op. Alsof wij even weinig keuze zouden hebben als andere dieren.

Misschien zegt u dat we altijd al vlees gegeten hebben. Alsof dat een moreel argument is.

Misschien oppert u dat dieren er zijn voor mensen. Alsof dat, mocht het waar zijn, zou betekenen dat we alles met hen mogen doen.

Misschien antwoordt u dat dieren gedood mogen worden omdat ze geen idee hebben van hun eigen identiteit of toekomst. Alsof alle mensen dat hebben.

Misschien argumenteert u dat heel veel mensen hun job zouden verliezen als we geen vlees meer zouden eten. Alsof de economie altijd het laatste woord moet hebben.

Misschien meent u dat we ons eerst om al dat mensenleed moeten bekommeren. Alsof geen vlees eten een deel van uw aandacht voor menselijke drama’s zou wegnemen.

Misschien eet u alleen diervriendelijk vlees. Alsof dat bestaat.

Of misschien zegt u gewoon dat niemand u moet vertellen wat u moet eten. Alsof u daarin niet beïnvloed bent door uw ouders, uw cultuur, uw huisgenoten en omgeving, de reclame, of het aanbod en de afprijzingen in de supermarkt.

Evoluerende moraal

Zelf heb ik in de eerste helft van mijn leven heel graag en heel veel vlees gegeten. Uit ervaring weet ik dat het voor veel mensen, vooral mannen, niet makkelijk is om het aan de kant te zetten. Maar ik geloof dat we daar als maatschappij langzaam naartoe zullen groeien.

Vandaag doen we zaken die we morgen niet langer zullen tolereren.

Onze moraal evolueert. Gisteren deden we dingen die we vandaag niet meer goedkeuren. Vandaag doen we zaken die we morgen niet langer zullen tolereren. Met dieren doden voor vlees zal het net zo gaan.

Tot de dag komt waarop psychologen en sociologen in lijvige werken zullen proberen uitleggen hoe we in godsnaam met dieren konden omgaan zoals vandaag, gewoon om onze smaakpapillen te bevredigen.

Ze zullen zich afvragen hoe het überhaupt kon dat fatsoenlijke mensen, die een fatsoenlijke stem uitbrachten op een fatsoenlijke partij, die ijverden voor een betere wereld, die het cognitieve en morele apparaat hadden om het goede te kiezen en te doen - en dat ook heel vaak deden - voorbij konden gaan aan wie er dagelijks op hun bord lag, en hoe hij of zij daar gekomen was.

65 miljard slachtoffers per jaar

Omdat we graag vlees willen blijven eten, weigeren we serieus over onze biefstuk na te denken, vermijden we de confrontatie, en zorgen we ervoor dat de link tussen vlees en dier zo vaag mogelijk blijft. Ik durf u vragen om dieren eindelijk serieus te nemen en dieren te beginnen zien als een van de vele groepen van onderdrukten die onze samenleving jammer genoeg nog steeds telt. Met jaarlijks ruim 65 miljard slachtoffers (zonder zeedieren) is het een enorm grote groep, die uw aandacht en uw compassie verdient.

Ik durf u vragen om eindelijk te beginnen nadenken over onze verhouding met dieren, op dezelfde manier als u nadenkt over andere belangrijke kwesties: met uw hoofd in plaats van met uw maag.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur